Dit was 2005… Internationale solidariteit opnieuw op de agenda

2005 was op internationaal vlak een bewogen jaar. Bij het begin van het jaar was er een immense solidariteitscampagne naar aanleiding van de verschrikkelijke tsunamiramp in Azië. We zagen ook een groeiend verzet tegen het neoliberaal beleid, onder meer bij het wegstemmen van de Europese Grondwet in Nederland en Frankrijk, of bij de opkomst van de linkerzijde in Latijns-Amerika en dichter bij huis ook in Duitsland. Daar brak de Linkspartei door met 8,7% bij de verkiezingen. In het eerste deel van ons jaaroverzicht blikken we terug op 5 belangrijke internationale gebeurtenissen uit het jaar 5.

1. Aziatische rampen leiden tot solidariteitscampagnes

Azië werd opgeschrikt door twee rampen: de tsunami eind 2004 en de aardbeving in Kasjmir en Pakistan. Beide rampen waren grillen van de natuur, maar in beide gevallen was de omvang van de schade veel groter dan noodzakelijk.

De tsunami was voorspelbaar. Jarenlang werd aangedrongen op een beter waarschuwingssysteem, maar er werd niets ondernomen. In Sri Lanka, Atjeh (dat wordt bezet door Indonesië), Thailand, India,… vielen tienduizenden slachtoffers onder de vissers, landbouwers, werknemers uit de toeristische sector, toeristen,…

Bij de tsunami was er een grootschalige solidariteitscampagne. Tienduizenden arbeiders en hun gezinnen gaven een financiële bijdrage toen de schokkende beelden van de ramp hier werden verspreid. In België werden al snel miljoenen euros opgehaald. Dit toonbeeld van internationale solidariteit liet een diepe indruk na, en dwong de verschillende burgerlijke regeringen ertoe om ook bijdragen te storten. Tot een volledige kwijtschelding van de buitenlandse schulden van de getroffen landen, kwam het echter niet…

Ook wij organiseerden een solidariteitscampagne omdat we geen vertrouwen hadden in hulp via de officiële instanties in Azië. In landen zoals Sri Lanka organiseerden we concrete hulpacties voor de slachtoffers en organiseerden we die slachtoffers.

In oktober werd Azië opnieuw getroffen door een ramp: de aardbeving in Pakistan en Kasjmir. Die aardbeving zorgde voor veel doden en vernielingen. Wij organiseerden ook nu een solidariteitscampagne in de getroffen gebieden en haalden ook in België geld op voor deze campagne.

2. Oorlog in Irak. Bush vindt geen uitweg

In 2005 werd bevestigd dat de oorlog in Irak gebaseerd was op leugens en voorwendselen. De invasie en bezetting hebben ook niet geleid tot meer democratie en wereldvrede. Integendeel, de oorlog in Irak zorgt voor een versterking van het terrorisme. Dat werd onder meer duidelijk met de aanslagen in Londen in juli 2005.

Er was ook dit jaar heel wat verzet tegen de oorlog in Irak. Zo waren er 100.000 betogers in Londen op 19 maart. In de VS zelf waren er betogingen en ook een groeiende oppositie tegen de aanwezigheid van het leger op op scholen, waar geprobeerd wordt nieuw kannonnenvlees te recruteren. Een meerderheid van de Amerikanen wil dat de VS-troepen uit Irak worden weggehaald. Dit wordt bovendien versterkt door de dure olieprijzen die voor ons allemaal de gevolgen van de oorlog erg concreet maken.

Bush vond maar geen uitweg uit de crisis in Irak. De grondwet of de verkiezingen konden het geweld in Irak niet stoppen. Intussen neemt het dodenaantal toe. Bush creëert chaos in Irak en probeert het te verkopen als democratie. Inmiddels blijft zijn populariteit afnemen.

Bush had dit jaar niet enkel af te rekenen met een groeiend ongenoegen tegenover zijn oorlog in Irak. Hij slaagde er bovendien niet in om een onmiddellijke reactie te bieden op de natuurramp van de orkaan Katrina in New Orleans. Bovendien werden de klassenverschillen in de VS zelf benadrukt.

3. Europese Grondwet weggestemd in Frankrijk en Nederland

Jarenlang zagen we een Europese euforie. De Europese eenmaking zou zorgen voor welvaart voor iedereen, zo werd ons beloofd. In realiteit zagen we een neoliberaal beleid dat vanuit de EU werd versterkt in de verschillende deelstaten. Het ongenoegen tegen dat beleid, kende een hoogtepunt met het verwerpen van het neoliberale project voor een Europese Grondwet.

In Frankrijk waren er verschillende betogingen en acties tegen het neoliberaal beleid. Zo waren er op 5 februari 500.000 betogers tegen de liberaliseringen en privatiseringen van de Franse regering. Op 10 maart waren er zelfs een miljoen betogers! Dit verzet versterkte de oppositie tegen de Europese Grondwet. Uiteindelijk stemde 55% tegen de Grondwet. De arbeiders en jongeren maakten op deze manier hun standpunt over het neoliberaal beleid duidelijk.

Het Franse ‘Non’ werd gevolgd door een Nederlands ‘Neen’. 62% van de Nederlanders verwierp de Europese Grondwet in een raadgevend referendum. Dit leidde tot een crisis in de EU.

4. Duitsland: Linkspartei schudt Duitse politiek door elkaar

In 2004 werden in Duitsland initiatieven genomen om een nieuw politiek initiatief op te zetten: de WASG (Verkiezingsalternatief voor werk en sociale rechtvaardigheid). Dat initiatief kwam vanuit het middenkader van de vakbond en baseerde zich op de vele bewegingen tegen het asociaal beleid van de regering-Schröder. Bij een eerste verkiezingsdeelname in Noordrijn Westfalen behaalde de WASG meteen 2% van de stemmen. De verkiezingsnederlaag van de sociaal-democratische SPD bij die verkiezingen, leidde tot vervroegde nationale verkiezingen.

De WASG besloot om deel te nemen aan die nationale verkiezingen in een alliantie met de ex-communisten van de PDS, omgedoopt tot Linkspartei. Deze alliantie werd vervoegd door Oskar Lafontaine, een voormalig kopstuk van de SPD. Deze nieuwe Linkspartei vormde een belangrijk alternatief en een politiek verlengstuk voor de arbeiders en jongeren die protesteerden tegen het asociaal beleid.

De Linkspartei haalde 8,7% bij de verkiezingen van september. Bij die verkiezingen kregen noch de sociaal-democraten, noch de christen-democraten een meerderheid. Bij de verkiezingen werd het asociaal beleid afgestraft en de zoektocht ingezet naar een alternatief. De WASG kan daar een belangrijke rol in spelen indien het erin slaagt de parlementaire vertegentegenwoordiging te gebruiken voor de versterking van strijdbewegingen op straat, in de bedrijven en in de wijken. Daarbij zal een standvastig anti-neoliberaal programma noodzakelijk zijn tegenover de nieuwe "grote coalitie".

5. Latijns-Amerika: op zoek naar een socialistisch alternatief

In januari vond in Porto Alegre (Brazilië) het Wereld Sociaal Forum plaats. Meer dan 100.000 arbeiders en jongeren namen deel aan de discussies. Daarbij was er heel wat discussie over de weg vooruit voor de massa’s in Latijns-Amerika. Het neoliberale beleid van de Braziliaanse president Lula werd op de korrel genomen en er was heel wat aandacht voor de opbouw van een nieuw politiek initiatief, de P-SOL (Partij voor socialisme en vrijheid).

Op het WSF werd sterk uitgekeken naar Hugo Chavez, de Venezolaanse president. Die sprak er over de noodzaak van een socialistisch alternatief. Ook op het Jongerenfestival in Venezuela was dat een centraal discussiepunt: hoe kunnen we bouwen aan een socialistisch alternatief en welk socialisme willen we? Chavez staat voor heel wat uitdagingen en zal de massale steun moeten gebruiken om effectief komaf te maken met het kapitalisme en te werken aan een systeem van arbeidersdemocratie.

In zowat het volledige continent waren er bewegingen en acties tegen het neoliberalisme. Zo werd in Bolivië actie gevoerd tegen het privatiseringsbeleid van president Mesa en werd de nationalisatie van de gasindustrie geëist. De beweging leidde tot het ontslag van president Mesa en nieuwe verkiezingen, waarbij de linkse kandidaat Morales won.

Delen: Printen: