Bolivië. Morales verkozen als nieuwe president

Bij de Boliviaanse verkiezingen kwam de afkeer tegen het neoliberale beleid en de haat tegenover het imperialisme op het continent tot uiting. Met 51,1% werd Evo Morales, een boerenleider en leider van de MAS (Beweging naar het socialisme), verkozen als nieuwe president. Morales is de eerste president van indianenafkomst.

Tanja Niemeier

De verkiezingen waren een nieuwe uitdrukking van de radicalisatie en de draai naar links onder de massa’s in Latijns-Amerika. Het is de eerste van 11 belangrijke verkiezingen op het Latijns-Amerikaanse continent in het komende jaar.

Bolivië is één van de armste landen van Latijns-Amerika. 85% van de bevolking is er van indigene afkomst (30% Quechua, 30% Mestizos en 25% Aymara). Morales omschrijft zichzelf als de “nachtmerrie van de VS” en staat onder sterke druk van de Boliviaanse massa’s om de energiesector in het land te nationaliseren.

Een nederlaag voor het neoliberalisme

Er waren lange rijen aan de kiesbureaus in de arme wijken van La Paz, El Alta en andere steden. Het resultaat toont aan dat Morales bijzonder ook sterk scoorde in stadsdelen die gezien worden als bastions van zijn belangrijkste tegenstander, de neoliberaal Jorge Quiroga die zijn nederlaag al toegaf voor het sluiten van de stembusgang. Op dit ogenblik ziet het er niet naar uit dat het verkiezingsresultaat zal worden betwist. Morales zal bijgevolg president worden. Volgens het Boliviaanse verkiezingssysteem is een presidentskandidaat verkozen als die meer dan 50% haalt. In het andere geval wordt daarover gestemd in het parlement.

Er wordt gehoopt dat Morales zal ingaan tegen het neoliberalisme en de imperialistische dominantie in het arme Bolivië. De massa’s hebben meer dan ooit voorheen hun vastberadenheid getoond om massaal in verzet te gaan en politieke leiders die buigen voor het imperialisme wandelen te sturen. Mesa, de president die moest aftreden en tijdelijk werd opgevolgd door Rodriguez in april 2005, zei dat er meer protestacties waren dan het aantal dagen dat hij president was. Mesa moest ontslag nemen omdat hij niet wou overgaan tot de nationalisatie van de gasreserves in Bolivië. Die gasreserves zijn de tweede grootste van het continent. Mesa werd steeds geconfronteerd met de onmogelijke taak om de multinationals tevreden te stellen door de massa’s onder bedwang te houden.

De kwestie van de nationalisatie van de energiesector zal één van de centrale punten zijn waarmee Morales wordt geconfronteerd. De arbeiders en armen willen verandering en zullen niet geduldig wachten tot de verandering hen wordt aangeboden. Ze zullen opnieuw in actie komen als Morales niet aan de verwachtingen voldoet.

De sfeer onder de meest militante delen van de arbeidersklasse werd goed naar voor gebracht door een Boliviaanse mijnwerker die werd geïnterviewd door het dagblad ‘Observer’. Hij stelde: “Op 18 december zullen we ingaan tegen de verraders die onze middelen hebben verkocht en die hebben gelogen tegen het volk. Morales is onze broeder en we vertrouwen hem, maar hij moet oppassen als hij zijn beloftes niet nakomt.”

De druk op Morales werd al snel na de verkiezingen duidelijk. De machtige vakbondsconfederatie COB stelde een ultimatum aan de nieuwe regering door te stellen dat ze drie maanden krijgt om haar verkiezingsprogramma door te voeren, met inbegrip van de nationalisatie van de energiesector. Zoniet zullen er nieuwe massale acties volgen. De lerarenvakbond gaf de regering twee maanden om de lonen met 20% te verhogen en een minimumloon van 700 euro per maand, zoniet volgen acties. Zelfs voor de verkiezingen werd door een boerenleider al gewaarschuwd: “Als de nieuwe regering niets verandert, zal ze ook moeten aftreden – dat kan ook gebeuren met Evo.”

Tijdens de verkiezingscampagne ging er een grap de ronde die stelde dat het verkiezingsnummer een weergave was van het aantal maanden dat de kandidaat het zou volhouden als president. Evo Morales had het nummer 6.

Politiek is niet altijd voorspelbaar. Maar het is wel zeker dat er een enorme druk is op Morales, zowel van de massa’s als van kapitalistische instellingen zoals het IMF en de Wereldbank en het VS-imperialisme.

Wie is Evo Morales?

Morales omschrijft zichzelf als een nachtmerrie voor de VS. Daar wordt hij een “narco terrorist” genoemd (omwille van zijn roots als leider van de cocaboeren). In een aantal media in de VS werd Morales omschreven als de “Osama Bin Laden van de Andes”. Bij de presidentsverkiezingen van 2002 werd Morales tweede. Dat was mee op basis van zijn verleden als leider van de cocaboeren. De belangrijkste elementen in het verkiezingsprogramma van Morales waren de nationalisatie van de gasreserves en de legalisatie van de teelt van cocabladeren. Cocabladeren worden traditioneel gebruikt voor de populaire cocathee, maar het zal ook aangegrepen worden door het VS-imperialisme om Morales te “ontmaskeren” als iemand die de productie van cocaine steunt.

Morales heeft een radicale retoriek naar voor gebracht. Hij stelde dat de bevolking eindelijk de macht verwerft. Hij stelde ook dat de MAS de macht kan verwerven met de verkiezingen, maar als de corrupte elite dit niet toelaat, “zal er een gewapende opstand zijn om de bevolking te bevrijden.” Tegenover het IMF en de Wereldbank stelde hij: “Als zij ons willen steunen, zullen ze dat zonder voorwaarden moeten doen, zonder ons dingen op te leggen. Laat hen eerst de buitenlandse schulden veroordelen omdat de armen niet moeten opdraaien voor de schulden van de corrupte elite.”

Op de dag van de verkiezingen, stuurde Morales een boodschap naar Washington om te zeggen dat hij de banden met de VS wil behouden, maar niet in een “verhouding van onderwerping”. Zijn radicale retoriek kreeg heel wat steun onder de arbeiders, de boeren en de armen. Die kwamen massaal naar buiten met hun steun aan Morales en om de verkiezingsoverwinning te vieren. Maar Morales’ standpunten zijn soms onduidelijk en kunnen op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Zo laat hij ruimte over om te stellen dat er een compromis op kapitalistische basis mogelijk is. Zo sprak hij recent over het feit dat hij wil dat de multinationals een rechtvaardiger deel betalen aan de bevolking van Bolivië.

In het verleden maakte Morales gebruik van zijn positie en autoriteit als massaleider om de woede van de bevolking te kanaliseren op een wijze die als veilig werd gezien voor het imperialisme. Tijdens de “gasoorlog” van 2003, de opstand van de arbeiders in El Alto, steunde Morales het voorstel van de toekomstige president Mesa om een grondwetgevende vergadering een nieuwe grondwet te laten schrijven waarin zou bepaald worden wie de gasreserves bezit. Dat was een duidelijke poging van Mesa om tijd te winnen en het revolutionair karakter van de opstand te laten verwateren. Bij de opstand in mei-juni 2005 nam de arbeidersklasse in El Alto tijdelijk de effectieve controle over van de stad. Moest die situatie zich nationaal hebben verspreid, zou het de basis gevormd hebben voor een strijd die zou hebben geleid tot de nationalisatie van de gassector. Het zou komaf kunnen gemaakt hebben met de imperialistische heerschappij in het land. De opstand had een enorm effect op de deelnemers ervan, waaronder leden en aanhangers van de MAS. Die partij steunde in woorden de nationalisatie, maar Morales steunde het idee van een referendum over de toekomst van de sector. Het referendum ging echter niet over nationalisatie en werd gebruikt om de verdere ontwikkeling van strijd tegen te gaan.

Militante arbeiderstradities in Bolivië

Bolivië is sinds de val van de Berlijnse Muur een laboratorium geweest voor een neoliberaal beleid en privatiseringen. Tienduizenden jobs verdwenen en de meeste tinmijnen werden voordien al gesloten (in 1985). Er waren enorme strijdbewegingen rond de kwestie van de privatisering van het water en de gasreserves. De beweging rond de privatisering van het water kreeg de naam “wateroorlog”, en was de voorloper van de “gasoorlog” in 2003.

Bolivië is een land met enorme tegenstellingen. Het is een typisch voorbeeld van de ontwikkeling van een onderdrukt land. Er zijn veel natuurlijke rijkdommen die in handen zijn van buitenlandse multinationals, terwijl de meerderheid van de bevolking in verschrikkelijke armoede leeft. De ongelijkheid in Bolivië wordt versterkt door het feit dat de indigene bevolking een meerderheid uitmaakt, maar wel het hardst wordt getroffen door de armoede.

De kloof tussen rijk en arm en de medogenloze dominantie door het VS-imperialisme hebben ertoe geleid dat de massa’s een rijke traditie van strijd hebben opgebouwd. De tinmijnen waren de basis voor een radicale en militante vakbondsstrijd en sterke arbeidersorganisaties. In tegenstelling tot veel andere Latijns-Amerikaanse landen, heeft Bolivië geen traditie van een sterke guerrilla-beweging, maar wel van sterke vakbonden en arbeidersorganisaties. Socialistische ideeën hebben er een reële basis in het bewustzijn van de arbeiders. Ondanks het sluiten van de tinmijnen, blijft de COB (Boliviaanse vakbondsfederatie) nog steeds één van de machtigste arbeidersorganisaties en speelde deze vakbond een belangrijke rol in de gebeurtenissen van de afgelopen jaren.

De rijke tradities van strijd zijn een enorm voordeel. De arbeiders en de arme massa’s zijn er zich van bewust dat ze moeten vechten om zaken af te dwingen.

Sociale explosies staan op de agenda

De verkiezing van Morales betekent niet dat er een nieuwe periode van stabiliteit komt, maar wijst op een verdere radicalisatie van de massa’s op het Latijns-Amerikaanse continent. Morales heeft jammer genoeg geen duidelijk programma dat breekt met het kapitalisme en het imperialisme. Dat zal ruimte laten voor het VS-imperialisme om te proberen Morales om te kopen en hem verraad te laten plegen zoals dit ook gebeurde door de Braziliaanse president Lula die inmiddels één van de meest betrouwbare bondgenoten van de VS is op het continent. Dat zou echter leiden tot massale sociale explosies.

Tegelijk is het niet uitgesloten dat Morales onder druk van de basis en door de diepte van de sociale crisis, verder naar links zou opschuiven en de banden aanhaalt met Chavez in Venezuela en Castro in Cuba.

Er zijn echter geen garanties. Het VS-imperialisme is bezorgd omwille van de ontwikkelingen in Latijns-Amerika. Ze kent de rijke tradities van arbeidersstrijd in Bolivië en zal uitermate op haar hoede zijn. Er zal geprobeerd worden om Morales om te kopen, waarbij de VS haar economische macht en andere politici in Latijns-Amerika zal gebruiken om de druk op te voeren. Met de dreiging om haar greep te verliezen in Bolivië en potentieel in heel het continent, is er ook het gevaar dat het VS-imperialisme de reactionaire burgerlijke krachten in het land zal aanmoedigen om de nationale tegenstellingen tussen het oosten en het westen van het land te versterken. Er is een groeiende druk voor een grotere autonomie voor de rijke parasieten in de regio van Santa Cruz. Die regio staat in voor 30% van de nationale economie. Een burgeroorlog was al mogelijk geweest na de revolutionaire opstand in El Alto in 2003 en het gevaar is vandaag nog steeds niet geweken.

De nood aan een massale revolutionaire socialistische partij

Om de verwachtingen en de hoop van de arbeiders en de armen in te lossen en om de massa’s te verenigen tegenover de dreiging van een uitverkoop en een burgeroorlog, is er nood aan een massale revolutionaire socialistische partij. Zo’n partij moet een sterke basis hebben in de bedrijven en in de wijken. Zo’n partij moet breken met het imperialisme en het kapitalisme in Bolivië en kan daarbij beginnen met een campagne voor de onmiddellijke nationalisatie van de gassector en andere sleutelsectoren van de economie.

Dat kan het startpunt zijn in een strijd om de imperialistische dominantie in het land te breken, wat snel zou kunnen worden gevolgd in andere landen op het continent waardoor de basis zou gelegd worden voor de vorming van een socialistische federatie in Latijns-Amerika.

Delen: Printen: