Italië: meer dan 10 miljoen arbeiders leggen het land plat

Op 25 november vond in Italië na een oproep van de drie belangrijkste vakbondsfederaties de zesde algemene staking plaats sinds Berlusconi in 2001 aan de macht kwam. Het is de derde keer op rij dat er een algemene staking volgde op de bekendmaking van de Italiaanse begroting.

Cédric Gérôme

In die begroting is er een versnelling van de privatiseringen voorzien en besparingen (onder meer op de pensioenen) voor een totaal bedrag van 16,5 miljard euro. Ondanks de progingen van de vakbondsleiding om de omvang van de beweging te beperken, werd de stakingsoproep massaal gevolgd.

In tientallen steden trokken duizenden mensen de straat op. De openbare diensten lagen zo goed als stil. De ziekenhuizen draaiden op minimumbezetting. De luchtvaartmaatschappij Alitalia moest die dag 230 van haar vluchten schrappen. Berlusconi stelde: “Deze staking is absoluut nutteloos”. Dat kon hij enkel zeggen omdat de strijdbaarheid van de arbeidersbeweging geen politiek verlengstuk heeft.

Italië, de zieke man van Europa

Recent verscheen er in het Britse weekblad The Economist een rapport over de economische situatie in Italië. Dit rapport schetst een weinig rooskleurig beeld. De titel is veelzeggend.: “Addio, dolce vita” (vaarwel, het mooie leven) Het rapport stelt dat in het laatste decennium het aandeel van de lonen in het nationaal inkomen met meer dan 10% is gedaald. 40% van de Italianen tussen de 30 en 34 leeft nog bij zijn ouders omdat ze geen werk vinden en hun inkomen te laag is om zelfstandig van te kunnen leven. Italië heeft het laagste geboortecijfer van Europa en scoort laag in studies van de OESO over de kwaliteit van het onderwijs.

De economische groei in Italië is erg beperkt en de concurrentiepositie van het land is in vrije val. Haar aandeel in de wereldeconomie is op 10 jaar tijd gedaald van 4,5% naar 2,9%. Het Wereld Economisch Forum plaatste Italië op haar competiviteitsindex op de 47ste plaats, net voor… Botswana. Italië heeft de derde grootste staatschuld ter wereld.

Olijfboomcoalitie wordt Unie

Naarmate het land dieper in de chaos wegzakt, verliest Berlusconi terrein in de peilingen. In de aanloop naar de verkiezingen van april 2006 staat Berlusconi op 25%. De centrum-linkse oppositie van Romano Prodi staat op 54%.

Een deel van de Italiaanse burgerij wil van Berlusconi af en stelt haar vertrouwen in een regering-Prodi. Volgens hen is een centrum-linkse regering een beter instrument om de belangen van de burgerij te dienen en de sociale zekerheid verder af te bouwen.

Prodi hanteert in de aanloop naar de verkiezingen een linkse retoriek om het vertrouwen van de arbeiders te winnen. Zijn beleid zal echter niet bepaald links zijn. Toen The Economist twijfel uitte over de bereidheid om “radicale en pijnlijke hervormingen door te voeren”, antwoordde Prodi dat hij zal aantonen dat zijn regering daar wel toe bereid is.

Prodi’s centrum-linkse “Unie” is niet meer dan de opvolger van de “Olijfboomcoalitie”. Die coalitie was eind jaren 1990 aan de macht en heeft met haar asociaal beleid de weg open gezet voor Berlusconi.

Nood aan een alternatief

In Italië volgen de centrum-linkse en centrum-rechtse regeringen elkaar op, maar er verandert niets aan het neoliberale beleid.Veel arbeiders en jongeren hebben hun hoop gevestigd op de Partito della Rifondazione Comunista (PRC). De leiding van de PRC is de afgelopen jaren echter naar rechts opgeschoven.

In naam van de eenheid tegen Berlusconi, neemt de PRC deel aan de coalitie van Prodi. In de media werd PRC-voorzitter Bertinotti al omgedoopt tot “Prodinotti”. Als de volgende regering, met de PRC erin, zal botsen met de arbeidersbeweging kan dit leiden tot een crisis in die partij.

Delen: Printen: