Home / Recensies/Cultuur / “De afluisterstaat” van Glenn Greenwald

“De afluisterstaat” van Glenn Greenwald

Recensie door Clay Showalter, Socialist Alternative

Een jaar geleden begonnen Glenn Greenwald en Laura Poitras de schokkende feiten van de buitenlandse en binnenlandse spionagepraktijken van de National Security Agency (NSA) naar buiten te brengen. In het boek ‘De afsluisterstaat’ gaat Greenwald verder dan de inhoud van de gelekte documenten en onderzoekt hij de politieke context waarin de toezichtstaat een opmars kon maken.

Spionage en toezicht zijn niet nieuw, dat gebeurt al decennia. Maar het was Edward Snowden, een voormalige private contractor van de veiligheidsdiensten, die naar buiten bracht hoe de NSA het onofficiële motto van “alles verzamelen” begon toe te passen op het binnenlandse toezicht. Nadat hij duizenden documenten aan Greenwald en Poitras had gelekt, vluchtte Snowden naar Rusland op zoek naar politiek asiel. De dreiging van vervolging door de Amerikaanse regering blijft onverkort bestaan.

Steeds meer ‘nood’ aan toezicht

Greenwald schrijft: “Het is niet moeilijk om te begrijpen waarom de autoriteiten in de VS en andere Westerse landen verleid werden om een uitgebreid spionagestelsel op te zetten om de eigen burgers op directe wijze te bespioneren. De erger wordende economische ongelijkheid die door de financiële ineenstorting in 2008 werd omgezet in een volledige crisis, heeft de interne instabiliteit vergroot.”

Het is het groeiende verzet tegen het kapitalisme en de verwerping van een systeem gebaseerd op ongelijkheid, racisme en seksisme en gekenmerkt door economische instabiliteit, dat aanleiding gaf tot de uitbreiding van binnenlands toezicht. Greenwald beschrijft hoe de politieke elite tegenover de “opmerkelijk intensieve niveau van ongenoegen tegenover de politieke klasse en de leiding van de samenleving twee opties heeft: symbolische toegevingen doen aan de bevolking of de eigen controle opvoeren om mogelijke schade aan de eigen belangen te minimaliseren.”

De recente geschiedenis telt tal van voorbeelden van hoe de politieke elite de eigen controle probeert te versterken als het ongenoegen onder de bevolking leidt tot sociale bewegingen. In november 2011 was er een gecoördineerde en nationale poging om de Occupy-beweging de kop in te drukken. Het Washington State Fusion Center, dat wordt ondersteund door het Department of Homeland Security en de NSA, wordt met een rechtszaak geconfronteerd omdat een spion onder de naam John Towery werd ingezet om groepen van activisten zoals Port Militarization Resistance en Iraq Veterans Against the War te infiltreren.

Ontgoocheling in Obama

Net als miljoenen andere Amerikanen hoopte Snowden dat de verkiezing van Obama tot verandering zou leiden. Na zijn verkiezing beloofde Obama dat hij de excessen in de controle op de bevolking zou aanpakken. De verantwoordelijkheid voor die excessen werd bij de regering-Bush gelegd en meer bepaald aan de ‘oorlog tegen het terrorisme.’ Snowden bleef in 2009 zwijgen aangezien hij dacht dat de regering onder leiding van Obama de ergste elementen spoedig uit de weg zou ruimen.

“Maar toen werd het duidelijk dat Obama niet alleen hetzelfde beleid verder zette, maar in veel gevallen het misbruik nog uitbreidde,” vertelde Snowden aan Greenwald. Snowden zag hoe Obama meer klokkenluiders vervolgde dan alle vorige presidenten samen. Daarbij werd specifiek ingegaan tegen onderzoeksjournalisten van Associated Press. Dat kwam van een president die in 2008 de klokkenluiders lof toezwaaide toen hij stelde dat hun daden getuigden van “moed en patriottisme” waarbij dit “net moet aangemoedigd worden in plaats van de kop ingedrukt zoals onder de regering van Bush” (The Guardian, 7 juni 2013).

Net zoals de regering-Bush de ‘oorlog tegen het terrorisme’ gebruikte om illegale spionage te rechtvaardigen, bleven Obama en de regeringsleiding de NSA verdedigen met de stelling dat een antwoord op terrorisme moest geboden worden. De lekken van Snowden maken echter duidelijk dat er sprake is van systematische “economische spionage, diplomatieke spionage en toezicht van niet-verdachte bronnen waarbij volledige bevolkingen gevolgd worden” naast het specifiek volgen van activisten. Greenwald maakt duidelijk dat het voornaamste doel van de NSA is om interne oppositie te onderdrukken en de macht van de grote Amerikaanse bedrijven wereldwijd te vergroten.

Activisten als doelwit

Naast journalisten en klokkenluiders proberen de NSA en co stelselmatig om organisaties van activisten en sociale bewegingen te ondermijnen. Een gelekt document draagt als titel “The Art of Deception: Training for Online Covert Operations.” Het document beschrijft dat activisten kunnen benaderd worden met de vier d’s: “Deny/Disrupt/Degrade/Deceive.” Bij de tactieken om activisten te ondermijnen, zien we onder meer de “honey-trap” waarbij een activist in een romantische affaire wordt gelokt om dit vervolgens naar buiten te brengen, het kapen van de accounts van activisten op sociale media, het sturen van schadelijke berichten naar bondgenoten of het identificeren en gebruiken van breukpunten binnen activistische organisaties.

Ondanks het uitgebreide gamma van toezichtmethoden van de NSA en de onaanvaardbare tactieken die tegen activisten worden gebruikt, blijven sociale bewegingen aan kracht winnen en halen ze soms opvallende overwinningen. De Occupy-beweging heeft de nationale aandacht gevestigd op de enorme ongelijkheid en bovendien vormde deze beweging een belangrijke leerschool voor een nieuwe laag van jonge activisten. De verkiezing van Kshama Sawant van Socialist Alternative in Seattle op basis van een platform voor een verhoging van het minimumloon tot 15 dollar per uur, controle op de huurprijzen en een belasting op de rijken, was een historische overwinning die wereldwijd werd opgemerkt. Zes maanden later werd effectief een verhoging van het minimumloon in Seattle afgedwongen door socialisten,  een campagne van onderuit en de georganiseerde arbeidersbeweging.

Greenwald benadrukt in zijn conclusies het belang van de uitbouw van sociale bewegingen. “Zelfs de meest toegewijde activisten worden vaak verleid om te bezwijken voor defaitisme. De bestaande instellingen lijken te machtig om er tegen in te gaan, bestaande opvattingen lijken te diep ingeworteld te zijn om ze om te gooien; er zijn altijd veel krachten met belangen in het behoud van het status quo. Maar het zijn de mensen die collectief zijn, geen kleine elitaire groep die in het grootste geheim werkt, die kunnen beslissen in welke wereld we willen leven.”

Een alternatief opbouwen

Het boek van Greenwald en de onthullingen die hij brengt, zijn van groot belang voor activisten. Ze tonen aan dat de enorme omvang van de toezichtstaat niet kan vermijden dat werkende mensen de potentiële macht en de aantallen hebben om overwinningen te behalen op de heersende klasse en de politieke vertegenwoordigers en de repressieve krachten van die klasse.

Het is duidelijk dat we niet op de Democratische Partij of andere partijen die de belangen van de heersende elite vertegenwoordigen kunnen rekenen in de strijd voor onze rechten. Enkel door ons te organiseren, sociale bewegingen uit te bouwen en onze eigen politieke vertegenwoordiging te vestigen, kunnen we werk maken van de fundamentele verandering die zo broodnodig is.

One comment