Financiering hoger onderwijs: zware besparingen gepland

Minister van onderwijs Frank Vandenbroucke wil zwaar het mes zetten in de middelen voor het hoger onderwijs. Na de eerste hervormingen met de invoering van de Bachelor-Masterstructuur, worden nu concrete plannen opgemaakt voor een zware besparingsronde in 2007. Zo zou de Master-na-Master niet langer gefinancierd worden waardoor er bijzonder hoge inschrijvingsgelden zouden worden gevraagd voor dergelijke opleidingen.

Met een Financieringsdecreet 2007-2012 voor het hoger onderwijs, wil Vandenbroucke zijn grootschalige hervorming doorvoeren. Dat is een onderdeel van de Bolognahervormingen die ook aan de basis van de Bachelor-Master lagen. Het financieringsdecreet is nog niet afgewerkt, maar de voorlopige plannen laten het ergste vermoeden.

Vandenbroucke wil een bevriezing van het budget voor het hoger onderwijs tot 2012. Terwijl er meer middelen nodig zijn om de onderfinanciering aan te pakken, wil Vandenbroucke niet weten van een verhoging van het budget. Het budget blijft staan op 1,2 miljard euro (580 miljoen voor de universiteiten en 540 miljoen voor de hogescholen).

Het budget zal opgedeeld worden volgens verschillende methoden. Er komt een vast gedeelte van het budget voor iedere associatie met ongeveer 2.000 voltijdse studenten. Die krijgen samen een vast deel van 5% van het budget. Er wordt 5% uitgetrokken voor “projectgebonden” onderdelen, projecten die de minister prioritair stelt (bepaalde vormen van onderzoek of studierichtingen). Het grootste gedeelte (90%) zou betaald worden aan de hand van criteria rond onderzoek en onderwijs.

Daarbij zou enkel rekening gehouden worden met bachelor- en masteropleidingen. De Master-na-Master (ManaMa) zou niet meer gefinancierd worden. Studenten zouden bijgevolg de volledige kostprijs hiervoor zelf moeten betalen. Een dergelijke ManaMa wordt hierdoor compleet onbetaalbaar voor studenten die niet kapitaalkrachtig zijn.

Bovendien zal de financiering niet louter afhankelijk zijn van het aantal studiepunten. Die studiepunten zouden verrekend worden naargelang het “maatschappelijk en economisch nut”. Bepaalde opleidingen zouden bijgevolg meer geld opleveren, terwijl andere minder interessant worden op financieel vlak. De exacte indeling hiervan is nog niet gebeurd. Maar als bijvoorbeeld geoordeeld wordt dat de opleiding informatica economisch erg interessant is en bijgevolg een factor 1,5 krijgt, terwijl een opleiding geschiedenis maar 0,7 krijgt, dan zou een universiteit dubbel zoveel krijgen voor de eerste student in vergelijking met de tweede student.

De concrete uitwerking van de besparingsplannen is nog vollop bezig, maar het is duidelijk dat Vandenbroucke een harde aanval wil op de positie van studenten. We mogen dit niet zomaar laten passeren en moeten het verzet organiseren. Doe mee met de Actief Linkse Studenten!

Delen: Printen: