Artikel door Athina Kariati, Nieuw Internationalistisch Links (CWI in Cyprus)

Bij de Europese verkiezingen in Cyprus waren de thuisblijvers de grootste kracht. Met maar liefst 340.025 mensen die niet stemden waren ze goed voor 56,03%. Het is het hoogste percentage thuisblijvers ooit in Cyprus. Doorgaans is de samenleving erg nauw verbonden met de politieke partijen, iedereen heeft via familie wel banden met een partij. Hierdoor ligt de opkomst bij verkiezingen doorgaans rond de 80%, met uitzondering van de vorige Europese verkiezingen toen het 60% was. Het feit dat de opkomst nu voor het eerst onder de 50% zakt kan niet louter aan onverschilligheid toegeschreven worden.

De Cyprioten hebben alle belangrijke politieke partijen afgestraft. De neoliberale maatregelen die de lonen van de werkende bevolking met bijna 30% naar beneden trokken, voor 76.000 nieuwe werklozen zorgden of de jongerenwerkloosheid tot 40,8% lieten opgelopen, werden door zowel de AKEL (Griekse Cypriotische communistische partij) doorgevoerd toen zij in de regering zaten als door de huidige rechtse regering van DISI en dit met bijstand van de trojka (EU, IMF en Wereldbank). Dat leidde tot grote woede in de samenleving. Bij een recente peiling gaven slechts 9% van de ondervraagden aan dat ze de politieke partijen vertrouwen. Dat bleek ook uit de verkiezingen.

DISI was de eerste partij met 37,7%, AKEL eindigde als tweede partij met 26,98%. De percentages zijn gelijkaardig aan die van de presidentsverkiezingen van 2013, maar in reële cijfers verloor DISI 14% van de kiezers (11.477 stemmen) in vergelijking met de Europese verkiezingen van 2009 en AKEL verloor 35,5% van de kiezers (37.070 stemmen).

De kleinere centrumrechtse partij DIKO en het sociaaldemocratische EDEK werden afgeslacht in deze verkiezingen. DIKO zat tot voor kort in de regering en werd nu herleid tot 10,83%, het laagste percentage uit de geschiedenis van de partij en een kwart minder dan in 2009. De sociaaldemocratische EDEK verloor 43% van zijn stemmen en strandde op 7,68%.

Er waren heel wat nieuwe electorale krachten bij deze verkiezingen, vooral met economen, technocraten en populisten. Die haalden in vergelijking met andere delen van Europa niet zoveel stemmen als verwacht. Symaxia Politon, centrumpopulisten, probeerde kiezers van AKEL over te winnen maar bleef steken op 6,78% wat onvoldoende was voor een zetel in het parlement. De rechtse populisten en liberalen van Minima Elpidas (‘boodschap van hoop’) haalde 3,83% en andere onafhankelijken ongeveer 1%.

Het neofascistische ELAM haalde 2,69%, wat 2% meer is dan bij de presidentsverkiezingen van 2013. Ze haalden 6.957 stemmen of twee keer zoveel als de 3.899 stemmen in 2013 en tien keer zoveel als de 663 stemmen in de Europese verkiezingen van 2009. ELAM speelde in op de antipartijstemming, het verzet tegen de EU en de trojka, alsook op het racisme en nationalisme dat mee in de hand wordt gewerkt door de regering. Hierdoor kon ELAM stemmen winnen die anders mogelijk naar een sterke linkerzijde zouden gegaan zijn.

Turkse Cyprioten kunnen voor het eerst stemmen

Onder druk van de EU konden de Turkse Cyprioten in het noorden van Cyprus voor het eerst stemmen. Dit recht zou aan de 95.000 Turkse Cyprioten moeten gegeven worden en zou het resultaat van de verkiezingen veranderen met mogelijk een Turkse Cypriotische verkozene. Omdat de Griekse Cypriotische partijen bang waren omdat ze deze stemmen niet zouden controleren, werd het stemrecht ontzegd aan zowat 30.000 Turkse Cyprioten. Dat gebeurde met allerhande bureaucratische obstakels. Bovendien moesten ze naar het zuiden trekken om in de aangewezen stembureaus te kiezen, wat stemmen al helemaal niet aantrekkelijk maakte.

De Turkse Cypriotische partijen voerden campagne tegen de Europese verkiezingen. Ze stelden dat deelname aan deze verkiezingen een einde zou maken aan het recht van de Turkse Cyprioten om afzonderlijke verkiezingen te houden voor 2 van de 6 zetels in het Europees Parlement, een van de centrale eisen van de Turkse Cypriotische partijen sinds 2004. Er werd opgeroepen om de verkiezingen te negeren en Turkse Cypriotische kandidaten werden onder vuur genomen. Uiteindelijk gingen amper een 2.000-tal van de 59.000 stemgerechtigde Turkse Cyprioten effectief stemmen.

Maar zelfs onder deze ongunstige omstandigheden vormden deze verkiezingen een belangrijk keerpunt. Voor het eerst hadden Turkse Cyprioten het recht om te stemmen en kandidaat te zijn bij de Europese verkiezingen. De Turkse Cypriotische kandidaten haalden samen 5.216 stemmen, wat betekent dat meer dan 3.000 Griekse Cyprioten voor Turkse Cypriotische kandidaten stemden. Voor het eerst kwamen Turkse en Griekse Cyprioten samen in een kiesstrijd. Hieruit bleek het falen van de Griekse Cypriotische regering om de Turkse Cyprioten te betrekken. Het toont aan dat we niet on hen kunnen vertrouwen om de nationale kwestie te regelen, ze aanvaarden niet eens het recht dat de Turkse Cyprioten allemaal mogen stemmen.

DRASy-Eylem. Nieuwe radicaal linkse alliantie in beide gemeenschappen

Voor het eerst in de Cypriotische geschiedenis was er bij deze verkiezing een radicaal-linkse lijst van beide gemeenschappen. De alliantie DRASy-Eylem had vier Griekse Cypriotische en twee Turks Cypriotische kandidaten, allemaal strijdbare linkse militanten die al decennialang actief zijn in arbeidersstrijd over de gemeenschapsgrenzen heen.

De alliantie werd een maand voor de verkiezingen opgezet en kon amper drie weken campagne voeren zonder enige mediabelangstelling, zeker niet van de Griekse Cypriotische media. Toch haalde de lijst 2.220 stemmen (0,86%). DRASy-Eylem was actief in heel Cyprus met verkiezingsmeetings in zowel het noorden als het zuiden van het eiland, telkens met goede reacties van de mensen.

Het CWI in Cyprus, Nieuw Internationalistisch Links (NEDA), nam volop deel aan deze campagne. Een van de vier Griekse Cypriotische kandidaten, Marina Payiatsou, is een lid van NEDA. De campagne toonde een grote nood aan een links alternatief dat onvoorwaardelijk de strijd aangaat tegen de belangen van het grootkapitaal en opkomt voor een alternatief van de arbeidersklasse op het doodlopende straatje van de officiële leiding van de twee gemeenschappen de afgelopen jaren.

DRASy-Eylem bracht een alternatief voor mensen die alle partijen beu zijn. Veel mensen zeiden ons dat ze niet van plan waren om te stemmen tot ze van DRASy-Eylem hoorden. Daaronder ook leden van AKEL of mensen die dicht bij AKEL stonden maar ontgoocheld waren door de bocht naar rechts van de leiding van deze communistische partij. Velen willen een oprechte samenwerking, een gemeenschappelijk front, van Griekse en Turkse Cyprioten.

Na de verkiezingen stellen wij dat de verkiezingsalliantie moet blijven bestaan. De nood aan een nieuwe linkerzijde die over de gemeenschappen heen georganiseerd is, blijft overeind. DRASy-Eylem kan van electorale alliantie omgevormd worden tot een eenheidsinitiatief van de linkerzijde van beide gemeenschappen waarbij activisten worden verenigd in de strijd tegen besparingen en kapitalisme en voor een verenigd Cyprus dat voldoet aan de noden van de werkende bevolking in plaats van de belangen van de heersende elites en de multinationals.