euroelectIn Slovakije kwamen amper 13% van de stemgerechtigden opdagen voor de Europese verkiezingen. Ook in andere landen stemde een meerderheid van de bevolking met de voeten, door niet op te dagen. “Voor het eerst sinds de rechtstreekse verkiezingen van het Europees Parlement in 1979 is de trend van steeds dalende opkomstcijfers gekeerd”, klonk het euforisch bij de woordvoerders van het parlement. Waar er in 2009 een opkomst van 43% was, lag dit percentage nu op 43,11%. Dat een derde die de moeite deed om te stemmen dit deed om tegen de EU en het gevestigde beleid te stemmen werd er uiteraard niet bij vermeld.

Zeker in het noorden van Europa was er een sterke vooruitgang van diverse extreemrechtse en rechts-populistische partijen. Zowel in Groot-Brittannië als Frankrijk werden dergelijke krachten de grootste. Maar ook in andere landen is er een groei van extreemrechts en eurosceptische partijen. De Deense Volkspartij werd de grootste partij van Denemarken. Zelfs in Duitsland slaagden de rechtse populisten van Alternative für Deutschland er in om met 7% bijna even groot te worden als Die Linke en liet het de liberale FDP achter zich.

Verschillende regeringspartijen werden zwaar afgestraft. In Frankrijk was de regeringspartij PS van president Hollande goed voor amper 14%. De rechtse oppositie van UMP deed het met 20% beter, maar wordt geteisterd door schandalen en is evenmin stabiel. De Britse Liberaal-Democraten werden compleet vernederd, ze houden nog één van de voorheen elf zetels over. De grootste regeringspartij, de conservatieve Tories, werden slechts de derde partij. Maar ook oppositiepartij Labour kon niet overtuigen en moest de UKIP (UK Independence Party) voor laten.

De nieuwe Italiaanse premier Matteo Renzi ging tegen de stroom in, maar kan nog op meer krediet rekenen aangezien hij pas aan de macht is. Bovendien is er een roep naar een zekere stabiliteit. Dat kan veranderen als de aanvallen op de arbeidersklasse worden doorgevoerd.

In die landen waar de arbeidersbeweging reeds in actie is gekomen tegen het besparingsbeleid, heeft dit het klassenbewustzijn aangescherpt en haalde radicaal links uitstekende resultaten. Zo was het Griekse Syriza goed voor 26%, dat is 4% meer dan de regerende conservatieve Nieuwe Democratie. Bij de lokale verkiezingen won Syriza onder meer in Athene. In Volos raakte Nikos Kanellis, een leidinggevend lid van Xekinima, verkozen in de gemeenteraad. Het perspectief van een linkse regering is reëel, maar het is de vraag of Syriza echte verandering kan bewerkstelligen. De afgelopen maanden werd het programma afgezwakt. Als links de hoop op verandering niet inlost, dreigt de ruimte voor de neonazistische wanhoop van Gouden Dageraad verder te groeien. Ook met een partijleiding in de cel haalde die partij 9% in de Europese verkiezingen.

Ook in Spanje haalden linkse krachten uitstekende resultaten. Waar de twee grote partijen, de conservatieve PP en het sociaaldemocratische PSOE, in 2009 samen goed waren voor 80% van de stemmen, was dit nu net geen 50% meer. Het linkse Izquierda Unida haalde 5 zetels, evenveel als de nieuwe lijst Podemos die voortkomt uit de beweging van indignado’s. Beide linkse krachten zijn samen goed voor bijna 20% van de stemmen. De Portugese Communistische Partij deed het uitstekend met 12,7% en komt samen met het achteruit boerende Links Blok ook bijna aan 20%. Ten slotte komt radicaal links ook vanuit Italië terug in het Europees Parlement, zij het dat dit nipt gebeurde en met een weinig inspirerende campagne.

De vooruitgang voor links bleek ook in Ierland. De regeringspartijen verloren er fors in de lokale en Europese verkiezingen. De partijvoorzitter van het sociaaldemocratische Labour nam meteen ontslag. Bij een tussentijdse verkiezing voor een parlementszetel in Dublin West werd Ruth Coppinger van de Socialist Party verkozen. Daarnaast zette de Anti-Austerity Alliance zich op de kaart met 14 gemeenteraadsleden in Dublin, Cork en Limerick. Ook andere linkse krachten gingen vooruit bij de lokale verkiezingen.

Jammer genoeg werd Paul Murphy niet verkozen in het Europees Parlement. Hij haalde in Dublin bijna 30.000 eerste voorkeurstemmen – goed voor 8,5% maar onvoldoende voor een van de drie zetels in Dublin. Een van de factoren die meespeelde was de schandalige beslissing van de Socialist Workers Party (SWP) om tegen Paul op te komen. Dat liet ruimte voor een andere kandidaat om de linkse zetel in te pikken.

Dit is niet alleen spijtig voor Paul, de linkerzijde van de Ierse arbeidersbeweging en het CWI, maar voor alle werkenden in strijd doorheen Europa en daarbuiten, waaronder activisten in Palestina, Sri Lanka, Kazachstan en anderen die met repressie te maken krijgen. Zij zagen in Paul een dynamische strijdbare verdediger van heel wat bewegingen tegen onrecht.

Op bescheiden schaal haalde de Britse Trade Unionist and Socialist Coalition (TUSC) enkele uitstekende scores. De 560 kandidaten bij de lokale verkiezingen haalden 68.000 stemmen. In Southampton werd Keith Morell herverkozen. Hij stapte eerder uit Labour uit protest tegen het lokale besparingsbeleid. Dat verzet tegen de besparingen werd beloond en Keith werd herverkozen. Hij haalde dubbel zoveel stemmen als UKIP in zijn kiesdistrict, terwijl de fractieleider van Labour in Southampton zijn zetel bijna verloor aan UKIP.

De Europese, nationale en lokale verkiezingen van eind mei toonden een groeiende afkeer tegenover het volledige kapitalistische establishment. Waar links vooruitgaat, is er nood aan een offensieve opstelling en een programma dat consequent breekt met het kapitalisme. Tenzij alternatieve massapartijen van de werkende bevolking worden opgezet met een strijdbaar socialistisch alternatief, kan de ontgoocheling leiden tot wanhoop en steun voor extreemrechts en allerhande populistische formaties.