Irak: groeiende woede tegenover brutale bezetting

60% van de Amerikanen denkt dat het ‘bloedbad’ in Irak nutteloos is. Het leeuwenaandeel van de slachtoffers viel natuurlijk onder de bevolking van Irak, met wellicht zo’n 100.000 doden sinds het begin van de invasie.

De omvang van de vernielingen bij Falluja zijn vergelijkbaar met de wijze waarop de Russische troepen Grozny in Tsjetsjenië met de grond gelijk maakten. Dit wordt nu geleidelijk aan breder bekend. Het Amerikaanse leger moest toegeven dat ze witte fosfor had gebruikt tegen ‘militaire strijders’ in Falluja, maar er wordt ontkend dat het om een chemisch wapen gaat of dat het werd ingezet tegen burgers.

Het Amerikaanse “Battle Book” van het leger stelt zelf dat het onwettelijk is om witte fosfor te gebruiken tegen personen, zowel militairen als burgers, en de VN-conventies omschrijven het duidelijk als een chemisch wapen.

Dit is slechts een zoveelste nieuwe leugen over wat er gebeurd is in Falluja. Het Amerikaanse leger blijft beweren dat er slechts zo’n 500 burgers in de stad waren, maar de media schat dat het er zo’n 30.000 tot 50.000 waren.

Voor de aanval werden alle “mannen op vechtersleeftijd” gewaarschuwd dat ze de stad moesten verlaten. Het lijdt geen twijfel dat de duizenden slachtoffers bij de aanval op de stad, waarbij chemische en andere wapens werden ingezet, vooral burgers waren.

Deze nieuwe onthullingen zullen de woede tegenover de dagelijkse brutaliteiten van de besetting enkel doen toenemen. Dat wordt versterkt door het feit dat één van de belangrijkste tenlasteleggingen tegenover Saddam is dat zijn regime chemische wapens gebruikten (ook al werden die aan het regime verkocht door de VS en Groot-Brittannië).

In de landen van de ‘coalitie’ zorgen de dode soldaten voor een groeiende oppositie tegen de bezetting. Dat is zeker het geval in de VS. Meer dan 2.000 VS-soldaten kwamen om en 30.000 van hen werden de afgelopen twee jaar gewond. Er zijn steden waar iedereen iemand kent die een familielid verloor in Irak. Dat is bijvoorbeeld het geval in Columbus, Ohio, waar het bedrijf Lima Company gevestigd is. Zowat de helft van de werknemers werden gewond of kwamen om, het hoogste aantal doden sinds de Tweede Wereldoorlog.

Onstabiliteit

De druk op het regime van Bush neemt toe om de troepen terug te trekken. Twee voormalige VS-presidenten, Jimmy Carter en Bill Clinton, doorbroken op nooit geziene wijze de ongeschreven diplomatische regel dat een zittende president niet publiekelijk mag worden aangevallen door oud-presidenten. Ze veroordeelden Bush omdat hij de VS in een oorlog heeft gesleurd, op een ogenblik dat die oorlog nog bezig is.

Het Democratische parlementslid John Murtha, een Vietnam-veteraan die de invasie steunde en nauwe banden heeft met het Amerikaans leger, vatte de groeiende oppositie tegen de bezetting samen toen hij stelde dat de troepen binnen de zes maanden moeten worden teruggetrokken. Hij stelde tevens dat hij “er absoluut van overtuigd is dat we geen enkele vooruitgang boeken.”

De oppositie tegen Bush aan de top van het establishment is een beperkte uitdrukking van de sfeer onder bredere lagen. De anti-oorlogsbeweging in de VS kent immers een nieuwe opgang.

De bezetting van Irak is fundamenteel onhoudbaar. Ondanks dat feit is het mogelijk dat Bush, onder druk van een groeiende oppositie, de overwinning moet uitroepen en de troepen sneller terugtrekt dan voorzien. Daarbij zou de macht overgedragen worden aan de slecht voorbereide Irakese strijdkrachten.

Los van de agenda van de VS inzake de bezetting, zal het avontuur van Bush, Blair en co in Irak leiden tot een enorme onstabiliteit, met de mogelijkheid van een burgeroorlog en een scherpe toename van de anti-imperialistische stemming in het Midden-Oosten en elders.

De Irakese Grondwet werd snel bijeengeschreven, niet in het belang van de bevolking van Irak, maar om de verschillende heersende fracties in het land en het VS-imperialisme te dienen. Het is niet verrassend dat de bezettingstroepen nog steeds proberen greep te krijgen op de situatie.

De oliemultinationals waren niet aanwezig in Irak na de nationalisatie van de oliesector in 1972. De nieuwe Grondwet voorziet echter een belangrijke rol voor buitenlandse bedrijven in de oliesector. Het probleem waarmee ze geconfronteerd worden is echter de veiligheid. Totnutoe wil geen enkele grote oliemultinational naar Irak gaan, omdat ze het te gevaarlijk vinden.

De verderzetting van de bezetting betekent een verderzetting van de nachtmerrie voor de bevolking van Irak. De onverkozen leiders van de verschillende sectaire religieuze groepen bieden geen weg vooruit. De enige oplossing ligt bij de arbeiders en de arme massa’s in Irak.

Wij verdedigen de noodzaak van een massabeweging van de arbeiders en de onderdrukte lagen van de bevolking om een einde te maken aan de bezetting van Irak en opdat de natuurlijke rijkdommen van het land in handen zouden zijn van de bevolking van Irak.

Zo’n beweging zou de basis kunnen vormen voor multi-etnische verdedigingsgroepen die een dam kunnen opwerpen tegenover etnisch en religieus geweld en de veiligheid van de bevolking zouden kunnen garanderen, onder de democratische controle van de arbeiders en hun gezinnen.

Het zou ook de basis kunnen vormen om een nationale bijeenkomst te organiseren van verkozen vertegenwoordigers die een regering van arbeiders en arme boeren kunnen vormen waarmee de problemen van het land kunnen worden aangepakt.

Delen: Printen: