Door Chris Thomas, ControCorrente (Italië)

renziBij de Europese verkiezingen leek Italië tegen de stroom in te gaan. Een zittende pro-Europese regeringspartij haalt niet alleen het hoogste aantal stemmen, maar ging er in vergelijking met de parlementsverkiezingen ook nog eens met 2,5 miljoen stemmen op vooruit. Met meer dan 40% haalde de Democratische Partij (PD) van Matteo Renzi een opvallende score. Waarnemers hebben het over een terugkeer naar de stabiliteit van de jaren 1950 toen de christendemocraten van DC politiek dominant waren. Ze vergeten een detail. DC was aan de macht in een periode van economische groei terwijl Italië vandaag gekenmerkt wordt door de langste en diepste crisis sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het eerste kwartaal van dit jaar ging het BBP er opnieuw op achteruit en het en over heel het jaar wordt het moeilijk om zelfs de erg beperkte voorziene groei van 0,6% te halen.

De verkiezingsresultaten wijzen op volatiliteit, niet op stabiliteit. Tegen alle verwachtingen in liep de Vijfsterrenbeweging (M5S) van Beppe Grillo bijna 20% achter op de PD. De beweging haalde 21% van de stemmen. Dat kan heel veel lijken voor een anti-establishmentpartij en het zorgt ervoor dat Forza Italia van Berlusconi met 16% pas de derde partij is, maar het resultaat van Grillo ligt onder de 25% die bij de parlementsverkiezingen werd behaald. De partij verloor 3 miljoen kiezers in een stembusgang waarin proteststemmen het doorgaans goed doen. Heel wat mensen die eerder op de M5S stemden, kwamen nu niet opdagen of stemden voor de PD aangezien Renzi de strijd van de populisten won. Hij nam delen van het programma van de M5S over, met name rond de afbouw van politieke uitgaven, politiek hervormingen,… Hij riep ten slotte op dat Europa toegevingen moet doen inzake de begrotingsnormen en de afbouw van de staatsschuld. En nog belangrijker, er kwam voor iedere laag betaalde werkende een belastingbonus van 80 euro per maand.

Na jaren van besparingen en jobverliezen (gemiddeld 1.000 per dag in 2013), leverde deze opportunistische omkoperij het gewenste electorale resultaat op. Renzi is pas sinds februari aan de macht waardoor het nog te vroeg is om de volledige gevolgen van het asociale neoliberale beleid van deze regering te voelen. Deze verkiezingen werden eigenlijk omgevormd tot een soort van parlementsverkiezingen om Renzi te bevestigen. Hij werd immers niet als premier verkozen. Er waren illusies en een eerder wanhopige verwachting van kiezers en zelfs van delen van de heersende klasse dat Renzi de laatste kans is om de toestand in het land te verbeteren.

Renzi lijkt onklopbaar. Hij heeft de centrumpartijen quasi met de grond gelijk gemaakt, de M5S verzwakt en Berlusconi en diens Forza Italia een nieuwe nederlaag toegebracht. Hij heeft de steun van de werkgeversfederatie Confindustria en kreeg steun van kleine en middelgrote bedrijven. Lega Nord kon het verlies wat ombuigen en haalde 6% (een stijging met 300.000 stemmen), maar de ondermijning van de steun onder brede lagen van de bevolking in het noorden van Italië is niet gestopt.

Er komen aanvallen

Plots is iedereen aanhanger van Renzi. De voorzitter van Confindustria, Squinzi, de gouverneur van de nationale bank en de heersende klasse zijn unaniem in hun roep aan Renzi om zijn electorale positie te gebruiken om onmiddellijk over te gaan tot aanvallen op de rechten van de werkenden door middel van privatiseringen en besparingen in de publieke sector (voor 10 miljard euro per jaar). Wie zal de onrust kanaliseren die deze aanvallen onvermijdelijk zullen voortbrengen en duidelijk wordt dat de remedies van Renzi eigenlijk meer van hetzelfde zijn in plaats van de beloofde economische verbeteringen?

De vakbondsfederaties en zeker de Cgil staan historisch dicht bij de PD en doen niets. Renzi gaf al aan dat er geen ‘concertazione’ (consensus tussen werkgevers en werknemers) zal zijn. ‘Hervormingen’ en besparingen zullen ook zonder het akkoord van de vakbonden worde doorgedrukt.

De M5S kan het ongenoegen op electoraal vlak nog naar voor brengen, maar is niet in staat om de oppositie op de werkvloer en in de lokale gemeenschappen te organiseren. De beslissing om met UKIP te discussiëren over de Europese fractievorming heeft heel wat discussie losgeweekt in de M5S en het wijst op de onmogelijkheid om een populistische beweging over de klassen heen en met de stelling dat ze “noch links noch rechts” is langere tijd overeind te houden. Nog meer ontslagen, afsplitsingen en politieke bochten zijn onvermijdelijk.

De belangrijkste ‘linkse’ partijen, ‘Sinistra Ecologia e Liberta’ (SEL) en ‘Partito della Rifondazione Comunista’ (PRC) staan bijzonder zwak. Hun enige hoop op zetels in de Europese verkiezingen was een volledige onderwerping aan een electoraal project dat gedomineerd werd door intellectuelen en opkwam onder de naam ‘Lijst Tsipras’. De kiesdrempel werd nipt gehaald (4,03%) waardoor er drie zetels bekomen zijn. Maar de lijst heeft geen toekomst. Er is zelfs geen akkoord over bij welke fractie de drie zich zullen aansluiten in het Europees Parlement. SEL staat op het punt om te splitsen met een deel dat naar PD zal overstappen.

Het betekent dat het verzet op sociaal, syndicaal en electoraal vlak van onderuit moet heropgebouwd worden. Recente lokale strijd en stakingen in de transportsector en de logistiek, gaven aan dat werkenden bereid zijn om te strijden als er zelfs maar een kleine groep van arbeiders of activisten is die leiding kan geven. Dat was ook het geval met ControCorrente in de stakingen bij het openbaar vervoer in Genua vorig jaar. Het is op basis van strijd zoals deze dat we uit de impasse kunnen geraken en bouwen aan een echte oppositie.