De arbeidersbeweging is politiek dakloos. Op naar een nieuwe arbeiderspartij!

Het patronaat en de aandeelhouders willen steeds meer winst en kunnen voor zo’n beleid beroep doen op verschillende partijen die opkomen voor de patronale belangen. Dat beleid gaat echter ten koste van de arbeiders en hun gezinnen. Indien er nog een verschil is tussen de traditionele partijen, dan zijn het eerder oppervlakkige verschillen. Voor de arbeiders daarentegen is er weinig keuze. Als die zoeken naar een politieke vertegenwoordiging, moeten ze vaststellen dat die nog niet bestaat.

Nicolas Croes

De stakingen van 7 en 28 oktober hebben het ongenoegen tegen het neoliberalisme aangetoond. De acties waren niet enkel en alleen gericht tegen het optrekken van de leeftijd voor het brugpensioen.

De discussies aan de piketten en tijdens de algemene vergaderingen in de aanloop van de stakingen hebben aangetoond dat het ongenoegen in de maatschappij veel dieper zit dan dat. Het Generatiepact is niet meer dan het zoveelste besparingsplan dat opnieuw aantoont aan welke kant de sociaal- en christen-democraten staan. De traditionele partijen kondigden bovendien reeds aan dat er nog besparingsmaatregelen zullen volgen.

Het is moeilijk om er één specifieke maatregel uit te pikken, omdat ze allemaal evenzeer het neoliberaal beleid van de regering illustreren. De maatregelen tegen de werklozen is het werk van de Vlaamse SP.a en werd beantwoordt met wat zwak protest van hun Waalse collega’s van de PS. Het standpunt van de christen-democraten om werklozen meer beroep te laten doen op liefdadigheid om in hun levensmiddelen te voorzien is een terugkeer naar het beleid van de conservatieve Katholieke Partij in de 19de eeuw.

De Franse ervaring

De vraag naar een politiek alternatief ter linkerzijde om de belangen van de werkenden te verdedigen als antwoord op de verrechtsing van de traditionele politieke partijen, bestaat in België, maar ook in Europa en de rest van de wereld.

In Frankrijk zorgde het vacuüm ter linkerzijde ervoor dat radicaal linkse partijen meer dan 10% van de stemmen haalden tijdens de laatse presidentsverkiezingen (3 miljoen stemmen). Het enige antwoord van het Franse establishment voor het electoraal succes van Front National (FN), was een oproep om voor Chirac te stemmen.

De verdediging van de burgerlijke democratie tegen het gevaar van het FN, leidde er toe dat er geen aandacht meer was voor de oorzaken van het electoraal succes van het FN in de Franse presidentsverkiezingen.

Indien er een echt politiek alternatief zou bestaan, dan zou het succes van extreem-rechts veel beperkter zijn. Aangezien het politiek vacuüm nog steeds bestaat, is het waarschijnlijk dat extreem-rechts verder kan groeien.

De linkerzijde maakte geen gebruik van de situatie om het electoraal succes ook politiek te benutten. Lutte Ouvrière (LO) plooide terug op zichzelf terwijl de Ligue Communiste Révolutionnaire (LCR) de bewegingen achterna liep in plaats van er een perspectief aan te bieden om stappen vooruit te zetten. De LCR riep zelfs mee op om in de tweede ronde voor Chirac te stemmen, om Le Pen te stoppen.

De overwinning van de tegenstanders van de Europese Grondwet dit jaar, was niet zozeer het resultaat van de radicale linkerzijde. De LCR ging op in een gezamenlijke campagne met de fors naar rechts opgeschoven Parti Communiste, delen van de PS, vakbondsmilitanten en andersglobalisten.

Op 4 oktober was er in Frankrijk een algemene staking. Dit was al de derde nationale actiedag dit jaar. Meer dan een miljoen mensen kwam op straat. Dit is een indrukwekkend aantal, maar toch lag dit cijfer lager dan de vorige keren. Het probleem is niet zozeer om de regering weg te staken, maar wel om een alternatief te vinden op de huidige regering. De “strijdbaarheid” van de Parti Socialiste (PS) in Frankrijk is reeds lang het onderwerp van grapjes. Nochtans is het totale gebrek aan strijdbaarheid niet zozeer iets om mee te lachen, maar eerder een tragedie.

Voor strijd, solidariteit en socialisme!

Gedurende verschillende decennia waren de sociaal-democratische partijen aantrekkingspolen voor veel strijdbare arbeiders, hoewel de leiding van die partijen bestond uit mensen die evenzeer de belangen van de burgerij en het patronaat dienden. De druk van de basis van die partijen zorgde ervoor dat de leiding een linkse retoriek moest hanteren, ook al was dit veelal om een rechts beleid goed te praten. De val van de Muur en het neoliberaal offensief dat daarop volgde, veranderde het karakter van de sociaal-democratische partijen die voortaan ook openlijk de verschillende besparingsplannen van de burgerij begonnen te verdedigen omdat er volgens hen geen ander alternatief was.

Dit proces verloopt naargelang de situatie in een bepaald land of regio niet overal op dezelfde manier of met dezelfde snelheid. Het is duidelijk dat de SP.a al heel wat verder gevorderd is in dit proces dan bijvoorbeeld de PS aan franstalige kant. De veranderingen laten zich ook voelen in de samenstelling van die partijen. Vroeger was het evident dat wanneer arbeiders een politiek verlengstuk zochten voor hun strijd, dat ze dan in de richting van de sociaal-democratie keken. Vandaag hebben ze een terechte afkeer van de yuppies, managers en bankiers die de partij leiden.

Er rest dan ook niets anders dan een eigen politiek verlengstuk te creëren. Voor revolutionairen is de vraag in welke richting de meest bewuste arbeiders zich bewegen zeer belangrijk omdat die richting ook de plaats is waar men actief moet zijn.

Alles wat ons verdeelt, verzwakt ons

Voor veel arbeiders is lidmaatschap van een revolutionaire partij een stap te ver. Maar er is geen brede partij meer die ingaat tegen het neoliberaal offensief van de burgerij. Bovendien wordt sterker ingespeeld op hetgeen de arbeidersklasse verdeelt: racisme, seksisme, jongeren versus ouderen,…

Het is noodzakelijk om een aantal elementaire tradities opnieuw ingang te doen vinden: de nood aan solidariteit en arbeiderseenheid. De arbeidersklasse beschikt nog steeds over de kracht van haar aantal, maar dat potentieel moet ook worden waargemaakt.

Werklozen zijn nog nooit zo geïsoleerd geweest. De burgerij slaagt er in om hen af te schilderen als profiteurs. Op de werkvloer wordt bovendien gebruik gemaakt van racisme en seksisme om de arbeiders tegen elkaar op te zetten. Dat er amper wordt opgetreden tegen zo’n racisme, bleek recent nog toen een hotelbaas uit Beveren van racisme werd vrijgesproken. De patroon had een werknemer van Nigeriaanse afkomst ontslagen en op zijn C4 geschreven: “Zou beter teruggestuurd worden naar de boes boes waar mensen elkaar aanvallen.” Om in te gaan tegen racisme of seksisme, kunnen we niet rekenen op de rechtbanken. De media-concerns laten geen kans voorbijgaan om mee in te spelen op racistische vooroordelen.

Het populariseren van basisideeën zoals strijd, solidariteit en socialisme, kan enkel het werk zijn van de arbeiders en hun gezinnen.

Hoe kan een nieuwe partij ontstaan?

Bij grote bewegingen kan het bewustzijn van bredere lagen van de bevolking snel veranderen. Het besef dat er een tegengewicht nodig is voor de neoliberale propaganda, staat vandaag veel sterker.

Dit werd recent ook aangentoond met de campagnes tegen de Europese Grondwet in Nederland en Frankrijk. Ondanks een massale campagne van het establishment om voor de grondwet te stemmen, sprak een meerderheid zich uit tegen het liberale Europese project. De campagnes tegen de grondwet hadden een enorme impact, maar verdwenen grotendeels na de referenda door het gebrek aan een duidelijk politiek verlengstuk.

We moeten leren van fouten uit het verleden om deze niet opnieuw te maken. De kennis over vroegere strijdbewegingen is van enorm belang. Een revolutionaire partij is in die zin een instrument om het systeem van uitbuiting te doorbreken. Indien een arbeidersbeweging in strijd zich herkent in een duidelijk socialistisch programma, dan wordt deze beweging een kracht in de maatschappij die eindelijk kan binnenhalen waar we recht op hebben.

Dat is de reden waarom we tussenkomen in strijdbewegingen en waarom we deel willen uitmaken van nieuwe arbeiderspartijen. In die partijen zullen we ons eigen programma verdedigen omdat we denken dat een breuk met het huidig systeem noodzakelijk is om de belangen van de werkenden te verdedigen.

Het proces is reeds begonnen

In verschillende landen zijn er initiatieven om het vacuüm ter linkerzijde op te vullen. Dat gebeurt op verschillende manieren. In Nederland slaagde de voormalige maoïstische partij SP er in om een kleine massapartij te worden waarbinnen de meest strijdbare arbeiders actief zijn. Helaas heeft de SP-leiding niet enkel afstand genomen van het maoïsme, maar ook steeds meer van het socialisme op zich. Dat brengt de partijleiding ertoe om de mogelijkheid van regeringsdeelname open te houden, ook al zou een coalitie met de sociaal-democratische PVDA en GroenLinks een neoliberaal beleid voeren.

In Duitsland slaagde de alliantie van de WASG en de PDS er in om de strijdbewegingen tegen de afbraakpolitiek van Schröder een politieke vertegenwoordiging te geven. Met meer dan 4 miljoen stemmen, haalde de partij 54 verkozenen in het parlement! Dat zijn er 3 meer dan de Groenen. Dit was mogelijk in Duitsland waar de sociaal-democratie traditioneel steeds bijzonder sterk gestaan heeft. Maar ook hier zal het verdere succes van de Linkspartei afhangen van haar programma en haar tussenkomst in strijdbewegingen.

Ook in andere landen wordt de discussie gevoerd. Zo is er een interessant initiatief van de Britse vakbondsleider Bob Crow die stelde dat er een conferentie moet komen van vakbondsmilitanten en politieke activisten om tot een nieuwe linkse formatie te komen. Onze kameraden steunen deze oproep en hopen dat de conferentie een brede discussie op gang kan brengen. Met een beperkt basisprogramma en een inclusieve open interne werking, kunnen stappen vooruit gezet worden. Dat is een les die moet worden getrokken uit het falen van de Socialistische Allianties of de Socialist Labour Party van de gekende vakbondsleider Arthur Scargill midden jaren 1990.

De openheid voor verschillende stromingen en meningen binnen nieuwe formaties is van groot belang. Maar ook het programma is cruciaal. De Italiaanse Rifondazione Comunista verloor heel wat van haar pluimen omwille van haar steun aan centrum-linkse krachten die voor een neoliberaal beleid staan. Ook bij linkse formaties zoals het Linkse Blok in Portugal of de Scottish Socialist Party stelt de discussie over het programma zich. De druk om toe te geven aan reformisme en/of nationalisme (in het geval van de SSP) is er groot. Daaraan toegeven, kan het succes van nieuwe formaties echter bijzonder snel doen kelderen.

En in België?

De Belgische burgerij slaagt er niet in om een even hard besparingsbeleid te voeren als in onze buurlanden. Dat komt door de hoge syndicalisatiegraad. 69,2% van de werkenden zijn lid van een vakbond (volgens cijfers uit 2000). Hierdoor is het potentieel verzet veel sterker.

De banden van de vakbondsleidingen met SP.a en CD&V vormen een enorme rem op de beweging en op de verdediging van de belangen van de arbeiders en hun gezinnen.

De vakbonden moeten breken met de vazallen van het establishment en moeten zich verenigen in de strijd tegen de winsthonger van het patronaat. Strijdbare vakbondsmilitanten en de tegenstanders van het huidig beleid moeten zich verenigen om een nieuwe linkse partij te vormen. De enige politieke vertegenwoordigers van de arbeiders, zullen de arbeiders zelf zijn!

Onderteken de petitie voor een nieuwe arbeiderspartij

www.arbeiderspartij.be

Delen: Printen: