Europese Top in Brussel mislukt

Het project van de Europese Unie bevindt zich in haar ergste crisis met het afbreken van de onderhandelingen over de nieuwe grondwet. De top in Brussel werd een "uitzonderlijk fiasco" volgens een Zweeds persbureau. Dit komt slechts enkele weken na het effectieve opbreken van het zogenaamde stabiliteitspact in de Eurozone. Wat zijn de redenen voor de crisis en wat kunnen we de komende periode verwachten?

Per-Åke Westerlund

Geen akkoord over grondwet

De Italiaanse premier Berlusconi hoopte dat hij de periode van EU-voorzitterschap zou kunnen afsluiten met de goedkeuring van de nieuwe grondwet. Hij moest die ambitie bijstellen toen de Poolse premier Leszek Miller huiswaarts keerde vanop de EU-top op zaterdag. Ook de Franse delegatie had tegen dan ingepakt. Berlusconi moest toegeven: "Het werd onmogelijk om de standpunten met elkaar te verzoenen."

Dit is de eerste keer dat een EU-top er niet in slaagt om een nieuw verdrag te onderhandelen. Bij voorgaande toppen waar er moeilijkheden waren – Maastricht 1991, Nice 2001, Kopenhagen 2003 – kwam er telkens een compromis uit de bus. "In werkelijkheid waren het bijna 10 jaar van voorbereidingen voor de uitbreiding, 18 maanden democratische discussie in de Europese conventie en 2,5 maanden regeringsonderhandelingen die hier op een muur botsten", schreef het Deense blad Politiken dat het resultaat van de top als ‘schokkerend’ omschreef.

De doelstelling van de grondwet was het voorbereiden van de EU voor de toetreding van tien nieuwe lidstaten op 1 mei 2004. Het voorstel omvatte een nieuwe EU president in plaats van een roterend systeem, een gezamenlijke minister van buitenlandse zaken, het afschaffen van het veto-recht op verschillende punten, het verminderen van het aantal EU-commissarissen. Het was de bedoeling om tot een grotere integratie en ‘harmonisatie’ te komen.

De grootste struikelsteen was het voorgestelde systeem van stemmen. Het eerste ontwerp stelde een ‘dubbele meerderheid’ voor: steun van 50% van de landen en 60% van de bevolking. Dat zou de macht van Duitsland versterken. Volgens de regels die bepaald werden in Nice, hebben Spanje en Polen bijna evenveel stemmen als Duitsland ondanks het feit dat Duitsland meer inwoners heeft dan beide landen samen.

De Poolse en Spaanse politici vochten voor hun invloed binnen de EU. Zowel Leszek Miller als de Spaanse premier Aznar gebruikten het debat binnen de EU op een nationalistische wijze om in hun respectieve landen steun te winnen nadat ze aan populariteit moesten inboeten wegens hun steun aan de VS-oorlog en hun neo-liberale beleid. Ook regeringen van de grote EU-landen staan onder druk van de economische crisis en het massale politieke ongenoegen. Frankrijk werd opgeschrikt door de stakingen in de openbare diensten, in Duitsland vormde een grote betoging op 1 november het begin van een toename van stakingen en strijd.

Macht en economie

De oorlog van Bush en Blair tegen Irak zorgde ervoor dat de spanningen in de EU aan de oppervlakte kwamen. De heersende klassen in Duitsland en Frankrijk waren niet bereid om de Bush-doctrine blindelings te volgen en de "preventieve" militaire aanvallen zomaar te aanvaarden. Tegelijk werden de tegenstellingen in de EU door de regering-Bush aangemoedigd. De as Frankrijk-Duitsland werd geconfronteerd met tegenkantingen door Groot-Brittannië, Spanje, Italië en andere oudere lidstaten alsook nieuwe lidstaten. De spanningen tussen de VS en Duitsland/Frankrijk werden deels bedekt door de snelle afloop van de oorlog, maar worden opnieuw duidelijk bij de groei van de problemen waarmee de bezettingstroepen geconfronteerd worden.

Een ander belangrijk element is de economische crisis. De Eurozone zal dit jaar niet groeien en gedurende delen van 2003 was er recessie in Duitsland, Nederland en Italië. Dit leidt tot stevige besparingsplannen en tegenhervormingen, samen met een stijging van de werkloosheid. In Nederland is er een loonsstop, in Portugal werden duizenden werknemers in de openbare diensten afgedankt, in Frankrijk, Oostenrijk en Griekenland gingen de pensioenen omlaag, in Duitsland worden de uitkeringen voor werklozen en in de gezondheidszorg beperkt,…

De Europese begrotingsregels – het zogenaamde pact voor stabiliteit en groei – vormen meer en meer een hindernis voor de Europese economieën. Het pact eist dat het begrotingstekort minder is dan 3% van het Bruto Binnenlands product en de overheidsschuld moet lager zijn dan 60% van het BBP. Ondanks pogingen om de resultaten op te smukken door pensioenfondsen op te nemen in de begroting, zoals dit gebeurde in België en Zweden, nemen de tekorten overal toe als gevolg van het feit dat er geen economische groei is.

Vorig jaar waren er in Portugal reeds massale besparingen om de overheidsschuld te beperken. Maar Duitsland en Frankrijk komen zelf de regels niet na. Voor het derde jaar op rij, hebben die twee landen een tekort dat boven de 3% uitkomt. Frankrijk heeft tevens een overheidsschuld van meer dan 60% van het BBP.

De landen van de Eurozone zouden volgens hun eigen regels gestraft moeten worden als ze de regels overtreden. Ze zouden een garantie van 0,2% tot 0,5% van het BBP moeten storten aan de EU, een garantie die nadien kan omgezet worden in een boete.

Het negatief effect van het stabiliteitspact is erg duidelijk in Portugal waar de regels en de bestraffing geleid hebben tot een recessie en de toename van het tekort.

Op 25 november beslisten de Europese ministers van Financiën om Frankrijk en Duitsland niet te bestraffen. Dit leidde tot verzet bij de ministers van Oostenrijk, Nederland, Finland en Spanje. Daarmee gaf de Spaanse regering aan dat het vastberaden de strijd zou aangaan rond de grondwet.

Het niet-nakomen van de bestaande regels betekent niet dat de deur opengezet wordt voor een veralgemeend beleid van economische stimulansen. Belastingsverlagingen voor de rijken en voor de grote bedrijven in Duitsland, en de toename van uitgaven voor het leger en de politie in Frankrijk zijn slechts elementen die mee leiden tot de toename van de tekorten, en moeten samen gezien worden met de besparingsmaatregelen die de gewone bevolking hard treffen.

Meer twijfels

De niet-naleving van de Europese regels en het mislukken van de EU-top zijn het resultaat van een nieuwe wereldsituatie, economische onstabiliteit en de uitbreiding van de EU. De Duitse kapitalisten en politici waren bijzonder enthousiast over de uitbreiding omwille van de economische winsten die ze er konden uithalen en de grotere politieke stabiliteit. Maar hoe dichter we bij de effectieve uitbreiding komen, hoe sterker de twijfels toeslaan. In plaats van het benadrukken van de uitbreiding is de het benadrukken van de eigen koers het centrale idee van de heersende klassen in Frankrijk en Duitsland.

De dreiging van de Poolse regering om haar veto te gebruiken op haar eerste EU-top is maar één voorbeeld dat aangeeft dat de onderhandelingsaanpak binnen de EU verdwenen is. De dominantie door de Franse en Duitse regeringen is verzwakt. Bovendien leidt het niet-naleven van het stabiliteitspact ertoe dat de autoriteit van de EU tegenover nieuwe lidstaten beperkt is. Slechts drie van de tien nieuwe lidstaten heeft tekorten die aanvaardbaar zijn binnen de grenzen van het stabiliteitspact.

Dat is waarom de Duitse kanselier Schröder en de Franse president Chirac probeerden om toch maar een akkoord te bereiken over de voorgestelde grondwet. Om hun positie te versterken nodigden ze de Britse premier Blair uit voor een onofficiële "trilaterale" leiding. Het meest concrete resultaat was de beslissing over militaire samenwerking waarbij EU-lidstaten die het wensen een interne militaire kern kunnen vormen, wat deels buiten zowel de EU als de NAVO om gebeurt. Ondanks het feit dat hij dit akkoord mee ondersteunde, heeft Blair Washington al gerustgesteld dat dit de militaire superioriteit van de VS niet zal bedreigen.

Europese Unie op verschillende snelheden

De Duitse minster van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, waarschuwde na de top van Brussel dat de EU mogelijk op twee snelheden zal ontwikkelen. Dat scenario wordt door de Duitse en Franse regeringen voorbereid. Chirac had het over een groep "pioniers" die voorlopen op de rest. Schröder verwees ook reeds naar een opdeling van de EU in verschillende niveau’s.

Militair is er al een akkoord tussen België, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk. Ook Nederland wordt geregeld genoemd als deel van de kopgroep binnen de EU. Op welke thema’s deze groep zou ‘vooroplopen’ is niet duidelijk omdat er heel wat tegenstellingen zijn tussen deze landen onderling.

De grondwet zelf is minder belangrijk dan de politieke crisis en het verlies aan prestige die veroorzaakt worden door dit fiasco. Technisch gezien heeft de EU regels in de plaats van wat voorgesteld werd in de grondwet. Volgens het Zweedse dagblad Dagens Nyheter zou het nutteloos zijn om de onderhandelingen over de grondwet opnieuw op te starten na nieuwjaar als Ierse premier Ahern het overneemt van Berlusconi. Zelfs indien er dan tot een akkoord zou gekomen worden, is het nog steeds betwijfelbaar of de lidstaten dit zouden goedkeuren. Zeven landen kondigden al aan dat er een referendum zou zijn. Daaronder Ierland en Denemarken waar bij vorige referenda over de EU de Neen-campagne het een aantal keer haalde. De Zweedse premier Persson drong aan om de onderhandelingen uit te stellen tot de tweede helft van 2004 of zelfs tot 2005.

Het Zweedse dagblad Dagens Nyheter vroeg zich in een editoriaal af: "Zal de EU in de toekomst standhouden met 25 lidstaten". Dit toont aan hoe zelfs sommige van de meest prominente aanhangers van de EU niet langer weten welke EU ze eigenlijk verdedigen. De diepe crisis kan ertoe leiden dat de EU een soort ‘mini Verenigde Naties’ wordt, waarbij de leiders elkaar ontmoeten en praten zonder echte beslissingen te nemen. Het is duidelijk dat federale opvattingen, de idee om meer macht naar een uitvoerende kracht in Brussel over te brengen, staat zwakker dan ooit.

De diepe crisis geeft aan dat de kapitalisten en de politici niet in staat zijn om hun droom te bereiken van een verenigd Europa met een vrije economische markt en een politiek/militaire kracht die in staat is om een tegengewicht voor de VS te bieden. De regeringen van de grote landen, die de belangen van de kapitalisten in hun landen verdedigen, zijn niet bereid om beslissende macht over te dragen. De tegenstellingen tussen de belangen van de kapitalisten in de verschillende landen zijn te groot.

In de lente van 2004 zullen er al opnieuw conflicten naar voor komen, ditmaal over het nieuwe budget voor de EU vanaf 2007. Duitsland waarschuwde Polen en Spanje dat hun subsidies zullen dalen omwille van de recente debatten.

De gehele Euro-zone is economisch onzeker, met de mogelijkheid van een economische en politieke crisis in Duitsland die leidt tot het opbreken van de euro. De nieuwe lidstaten staan daarom veraf van deelname aan de euro.

Wat wel zeker is, is dat de politici akkoord zijn om verder te gaan met de aanvallen op de arbeiders, jongeren, gepensioneerden, vluchtelingen en andere groepen. De huidige aanvallen in Duitsland en Frankrijk zijn slechts een voorbode van wat de kapitalisten willen. Die aanvallen zullen de kloof tussen de heersers en de bevolking in de EU versterken. Volgens een recente peiling ziet slechts 48% van de EU-inwoners de EU als iets positief, het laagste cijfer ooit. De Europese verkiezingen van juni zullen plaatsvinden met de laagste opkomst ooit. Maar ook nationalisten zullen winnen door de crisis van de EU. Het is daarom dringend nodig om de vakbonden om te vormen tot strijdbare organisaties en om te bouwen aan nieuwe massale arbeiderspartijen.

Delen: Printen: