Standpunt door Socialismo Revolucionario (licht aangepast bij de vertaling). We publiceren dit artikel over de interne discussie binnen Izquierda Unida in het kader van de Europese verkiezingen. Volgens de peilingen zou het linkse IU een forse vooruitgang kennen tot meer dan 10% – bij de vorige Europese verkiezingen haalde het 3,7%. IU kan hierdoor mogelijk van 2 tot 5 zetels groeien.

iuDe afgelopen maanden was er een levendig debat in de rangen van Izquierda Unida (Verenigd Links), de Spaanse linkse formatie die het uitstekend doet in de peilingen. Ook binnen de vakbonden en sociale bewegingen in het algemeen werd gediscussieerd over de verkiezingscampagne van IU voor de Europese verkiezingen. Een groot deel van het debat ging over de vraag hoe de lijst werd samengesteld maar ook over de politieke inhoud van de campagne. De laatste weken was er heel wat discussie over de vraag of de huidige verkozene, Willy Meyer, opnieuw de lijst zou trekken of niet.

De beslissing van de Federale Politieke Raad van IU om het debat af te sluiten, betekende dat er een meerderheid was voor een lijst waarop Willy Meyer effectief de lijsttrekker is en waar er ook enkele opmerkelijke (en kritische) kandidaten zijn opgenomen voor belangrijke posities. Socialismo Revolucionario, het CWI in Spanje, neemt deel aan de politieke strijd binnen IU en denkt dat er heel wat lessen te trekken zijn uit wat er gebeurde.

Bureaucratie legt wil op aan leden

Bij deze verkiezingen werd gebroken met de wijze waarop IU doorgaans de kieslijsten samenstelt. Een proces van consultatie en referenda in de verschillende federaties heeft geleid tot de mogelijkheid van discussie over de samenstelling van de lijst. Dat is een erg goede ontwikkeling in de richting van meer democratie binnen de organisatie. Het is een koerswijziging die er niet kwam door de overtuiging van de leiding van IU maar wel door de druk van onderuit. Het is een weerspiegeling binnen IU van de groeiende aandacht voor eisen en methoden van arbeidsdemocratie en controle van onderuit. Die elementen waren ook belangrijk in recente arbeidersstrijd (onder meer de staking van de straatvegers in Madrid, de staking bij Panrico in Barcelona, het verzet van de wijkbewoners van Gamonal in Burgos tegen een lokaal project,…). De afgelopen jaren was er een verspreiding van het idee van algemene vergaderingen. Maar het resultaat van het proces van interne besluitvorming – een beslissing door de Federale Politieke Raad – toont aan dat de verandering niet ver genoeg gaat.

Bij de discussie onder de leden (en in sommige federaties stond de discussie ook open voor sympathisanten) was er een brede oppositie tegen het voorstel om Willy Meyer opnieuw de lijst te laten trekken. Die oppositie heeft vooral te maken met het feit dat Willy historisch gezien een militant is van de Spaanse Communistische Partij (PCE) en al decennialang in de leiding van de PCE en IU zit. Hij wordt door veel militanten vereenzelvigd met het slechtste van IU. Als voorstander van het sluiten van akkoorden waarbij vaak op bureaucratische wijze wordt opgetreden, is Willy Meyer voorstander van de lokale coalitie van IU met de sociaaldemocratische PSOE in Andalusië. Er waren voorstellen van mogelijke tegenkandidaten, waaronder Marina Albiol (verkozene in Valencia) en de gekende activist Javier Couso (uit Madrid). Zij vielen op met hun verdediging van een duidelijk antikapitalistisch standpunt en een oriëntatie op de arbeidersstrijd op straat en in de bedrijven.

Het debat in IU maakte duidelijk dat er onder veel leden van de partij een vraag is om met IU een bocht naar links en naar protest op straat te maken. Hoe is het dan mogelijk dat Willy Meyer toch opnieuw de lijsttrekker werd? Dat wordt verklaard door het gewicht van het apparaat van IU, onder meer in de federaties van Andalusië en Madrid, en het gewicht van de PCE op nationaal vlak. Zij hebben de kandidatuur van Meyer opgelegd. Het was een bureaucratische maatregel boven de hoofden van de leden en sympathisanten heen door een leiding die de volledige controle op de organisatie wil behouden.

Opkomen voor arbeidersdemocratie in de eigen organisatie!

Dit is natuurlijk onaanvaardbaar en de basis moet er zich samen met de linkerzijde binnen IU tegen verzetten. We moeten eisen dat het proces van raadpleging van de leden en referenda onder de leden bindend zou zijn en bovendien zou gecontroleerd worden door onafhankelijke organen en vertegenwoordigers van de leden. Gezien de sociale context van een toename van arbeidersstrijd waaraan we een politieke uitdrukking willen geven, moet dit proces ook geopend worden voor de sociale periferie van IU. Dat zou de banden tussen de partij en de meest vooruitgeschoven lagen van de arbeidersklasse in strijd versterken. Een dergelijke deelname vereist het bijeenroepen van open algemene vergaderingen voor leden en sympathisanten waar kan gediscussieerd en gestemd worden. Dat moeten we aangrijpen om duizenden militanten te overtuigen om de rangen van IU te vervoegen.

Om de positie van de linkerzijde te versterken en democratie van onderuit af te dwingen, moeten we de kritische en strijdbare stemmen binnen IU op nationaal vlak organiseren. We moeten dan doen rond de eis van een bocht naar links en een programma dat breekt met het regime van 1978 (het politieke regime van ‘kapitalistische ontwikkeling’ in Spanje na het einde van de dictatuur) en met de trojka.

Marina Albiol en Javier Couso werden op de lijst voor de Europese verkiezingen opgenomen. Dat is een stap vooruit voor de meest strijdbare lagen binnen IU. Het feit dat er niet van bij het begin van de discussie een alternatieve lijst op de Federale Politieke Raad te brengen. Dat had een instrument kunnen zijn om een groot deel van de linkerzijde binnen IU te verenigen. Het zou geleid hebben tot de mogelijkheid van een duidelijker debat, wat ook mogelijkheden zou geboden hebben om een revolutionaire koers naar voor te brengen.

Voor een kritische linkerzijde met een revolutionair perspectief!

Voor Socialismo Revolucionario zijn de discussies over organisatorische principes ondergeschikt aan het politieke debat over het programma en de politieke perspectieven, ook al kunnen organisatorische principes soms veel zeggen over de politieke oriëntatie. Het politieke perspectief dat van bovenaf door de leiding van IU werd opgelegd, is dat van een regeringscoalitie met de PSOE. Het is daartegen dat wij zo breed mogelijk willen opkomen binnen IU. Een sterke linkerzijde die zich op nationaal vlak organiseert, zou sterker zijn in de strijd voor een onafhankelijke klassenpositie van strijd tegen de conservatieve regering om deze te vervangen door een alternatief van de arbeidersbeweging. Daartoe is er nood aan een revolutionair perspectief van strijd voor een arbeidersregering die breekt met het kapitalisme en opkomt voor een socialistisch beleid waarbij de sleutelsectoren van de economie op basis van arbeidersdemocratie in publieke handen worden geplaatst.