Geen uitweg uit Irak. Regering-Bush verzwakt

Begin november stond de populariteit van de regering-Bush op nog maar 39%. Een meerderheid van de bevolking vindt dat de troepen uit Irak moeten worden teruggetrokken. In Irak zelf is de droom van een “stabiel en democratisch model voor het Midden-Oosten” in zijn tegendeel aan het omslaan. Een uitgelekte peiling door een Iraakse universiteit, in opdracht van het Britse ministerie van Defensie, gaf aan dat 45% van de Irakezen de aanvallen op Britse en Amerikaanse troepen goedkeurt. 82% van de bevolking is sterk gekant tegen de aanwezigheid van de vreemde troepen. 67% gelooft dat de aanwezigheid van deze troepen hun leven “minder veilig” heeft gemaakt.

Peter Delsing

Bush was al verzwakt door zijn reactie, of beter het gebrek daaraan, op de orkaan Katrina. De gevolgen van de orkaan toonden de enorme kloof tussen arm en rijk in de VS. De catastrofe legde de ongevoeligheid van de heersende elite in Washington verder bloot. Ondertussen blijven de lijken van Amerikaanse soldaten zich opstapelen in Irak: recent werd de grens van 2000 doden overschreden, met daarnaast nog eens 15.000 gewonden. Wat het aantal Iraakse slachtoffers betreft: de schattingen lopen uiteen van, op z’n minst, 25.000 tot mogelijk 100.000!

Bush wou de verkiezingen van januari en de stemming van de Grondwet in oktober gebruiken om de “politieke vooruitgang” in Irak aan te duiden. De tegenstellingen tussen de bevolkingsgroepen zijn echter vergroot, met een gevaar van burgeroorlog dat aanwezig is.

In de aanloop naar het referendum over de Grondwet waren er wekelijks tot 570 aanvallen op de buitenlandse troepen, een merkbare stijging. Het verzet vermindert niet. Het leidt volgens een voormalig lid van de Chief of Staff in de VS, Lawrence Wilkerson, tot “demoralisatie en het stemmen door de soldaten met hun voeten”. Wilkerson verwijst rechtstreeks naar de oorlog in Vietnam, waar het VS-imperialisme een smadelijke nederlaag leed.

78,6% zou de Grondwet hebben goedgekeurd, 21,4% stemde tegen. In Koerdische en Sjiietische gebieden werd echter massaal voor gestemd: de illusies die er zijn in meer autonome rechten voor deze bevolkingsgroepen zullen door de ervaring met de kapitalistische uitbuiting worden uitgetest. De soennieten stemden massaal tegen, en vermoeden – mogelijk terecht – dat de resultaten werden aangepast aan wat politiek “wenselijk” was. De eerste resultaten omtrent de nee-stemmen in de soennitische provincie Ninive werden teruggetrokken, en later sterk naar beneden herzien.

Ondertussen kwam Bush ook in de VS zelf onder vuur. Zijn kandidate voor het Hooggerechtshof, uitgekozen omwille van haar “trouw” aan Bush, Harriet Miers, bleek onbekwaam in de ogen van de Senaat en trok zich terug. Ze werd ook gewantrouwd door de uiterst rechterzijde van de Republikeinen.

Bush werd verder schade toegebracht door het in beschuldiging stellen wegens meineed, obstructie van onderzoek, valse verklaringen… van Lewis Libby, de rechterhand van vice-president Cheney. Libby zou betrokken zijn in het vrijgeven van de identiteit van een voormalige CIA-agente. Dit om haar man te treffen: een gewezen ambassadeur van de VS, die het Witte Huis aanviel omwille van de gefabriceerde redenen voor de oorlog in Irak.

Het verzet tegen Bush in de VS, rond de oorlog maar ook de woede over de ongelijke verdeling van de rijkdom, zal toenemen. De arbeidersklasse zal het gevecht moeten voeren voor haar eigen syndicale en politieke organen, los van de heersende klasse en met een socialistisch programma, wil ze de neerwaartse spiraal van het kapitalisme een halt toeroepen en een positief alternatief hierop ontwikkelen.

Delen: Printen: