Stop de aanvallen op het stakingsrecht!

19e eeuwse maatregelen terug opgediept

De afgelopen maanden lag het stakingsrecht veel onder vuur. Er was een offensief om stakers af te doen als ambetanterikken die alles plat leggen en tegen de werkwillige massa’s ingaan met als enige bedoeling om zoveel mogelijk overlast te bezorgen. Allerhande argumenten werden bovengehaald om die stelling te onderschrijven.

Geert Cool

Het is geen toeval dat het stakingsrecht vandaag opnieuw onder vuur ligt sinds enkele jaren. Het stakingsrecht is namelijk een uitdrukking van de krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal, waarbij het kapitaal van iedere zwakte van de arbeidersbeweging gebruikt maakt om in het offensief te gaan.

Na de val van de Berlijnse Muur was er een ideologisch offensief van de triomferende neoliberalen die stelden dat het kapitalisme het enige mogelijke systeem was. Dat was enkel mogelijk omdat er binnen de arbeidersbeweging enige verwarring was en een verzwakking door het wegvallen van de Sovjetunie.

Het is op die basis dat een hard neoliberaal beleid werd voorgesteld, maar ook dat er aanvallen zijn op tal van rechten en verworvenheden van de arbeiders. Het stakingsrecht is daar één element van.

Hoe is het stakingsrecht afgedwongen?

Het stakingsrecht is destijds afgedwongen door arbeidersstrijd en door een burgerij die in het defensief zat tegenover de arbeidersbeweging.

Bij de opkomst van het kapitalistische productiesysteem werd geprobeerd iedere vorm van arbeidersorganisatie tegen te gaan. Zolang de arbeiders individueel konden worden aangepakt, was het mogelijk om de arbeiders tegen elkaar op te zetten om hen zo tot lagere lonen te dwingen.

Het was voor arbeiders verboden om samen te spannen, laat staan om te staken. Daarbij werd in de 19e eeuw gebruik gemaakt van de oude wetgeving van bij de Franse bezetting. De zogenaamde wet Le Chapelier stelde dat iedere samenscholing van arbeiders verboden was, omdat het inging tegen de “vrije uitoefening van nijverheid en arbeid”. Het recht op arbeid, zo werd gesteld, was het belangrijkste.

Dat werd natuurlijk versterkt door het feit dat de werkplaatsen in de 19e eeuw nog relatief klein waren, waardoor het moeilijker was om arbeiders te organiseren. Toch waren er eerste kleine initiatieven die op het einde van de 19e eeuw leidden tot de vorming van een massa-partij, de BWP, en een samensmelting van verschillende vakbonden in de Syndicale commissie van de BWP. Andere vakbonden bleven daarbuiten omdat ze katholiek waren.

In de praktijk dwongen die vakbonden en politieke organisatie van de arbeiders hun recht af om collectief actie te voeren. Ze organiseerden betogingen en meetings, ondanks het feit dat dit veelal verboden werd. Hun antwoord op dat verbod was de kracht van het aantal, de massale impact van de acties zorgde ervoor dat een verbod in de praktijk onmogelijk werd.

De organisatie en eenmaking van de vakbeweging werd versterkt door het offensieve optreden van het patronaat tegen stakingen. Zo was er bij een staking in de textiel in Verviers in 1906 een complete lock-out, de patroons sloten hun bedrijven omdat er gestaakt werd zodat iedereen werd ontslagen. 153 van de 154 textielbedrijven sloten de deuren en 20.000 arbeiders werden werkloos. Hetzelfde gebeurde bij een staking van de Antwerpse dokwerkers in 1907, toen 10.000 arbeiders protesteerden tegen een lock-out en staakten van juni tot september 1907.

Het patronale offensief versterkte de eenmaking van de vakbonden. In 1914, vlak voor WO1, had de Syndicale Commissie ongeveer 130.000 leden en meer dan 100 vrijgestelden.

Het is pas na WO1 dat het stakingsrecht en vakbondsrecht werden erkend in België. Dit was natuurlijk tegen de achtergrond van de bewegingen na de oorlog, waarvan de Russische Revolutie één van de hoogtepunten was. Overal in Europa waren er bewegingen en in verschillende landen kwamen de arbeiders in opstand. De burgerij had schrik voor de kracht van de georganiseerde arbeidersbeweging en moest toegevingen doen.

Dat gebeurde onder meer door de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht (voor mannen), maar ook door de vakbondsvrijheid te erkennen. In 1921 kwam er een wet die de “vrijheid van vereniging” waarborgde: “Niemand kan gedwongen worden van een vereniging deel uit te maken of daarvan niet deel uit te maken.” Hierdoor werd het recht erkend om zelf te beslissen over lidmaatschap van een vakbond.

Tegelijk werd een anti-stakingswet afgeschaft (het zogenaamde artikel 310 van het strafwetboek waardoor samenscholingen op het bedrijf niet mochten), werd de 8-urendag (en 48-urenweek) ingevoerd,…

Dat was niet omdat de burgerij plots meende dat het wel nuttig zou zijn als de arbeiders minder lang zouden werken en zich bovendien zouden mogen organiseren, maar wel omdat de arbeidersklasse in een sterke krachtsverhouding stond tegenover de burgerij waardoor deze wel toegevingen moest doen om haar eigen positie te vrijwaren.

Tegelijk werd geen beroep gedaan op wetgeving om het stakingsrecht te organiseren, omdat dit nu eenmaal moeilijk kan. Hoe kan de arbeidersbeweging beroep doen op het burgerlijke recht om collectieve acties te organiseren die ingaan tegen de logica van het kapitalistisch systeem dat aan de basis ligt van dat burgerlijk recht. Het enige wat gebeurde, was dat repressieve maatregelen tegenover stakingen en arbeidersorganisaties werden afgeschaft.

Rechten en vrijheden tegen het stakingsrecht

Ook de afgelopen 10 jaar werd meermaals bevestigd dat stakingspiketten en wegblokkades een onderdeel vormen van het stakingsrecht en het recht om zich te organiseren. Dat werd in België bevestigd door verschillende rechtbanken (onder meer Cassatie in 1997 of het Hof van Beroep in Antwerpen in 2004).

Toch wordt er gezocht naar achterpoortjes om stakingen aan te pakken. Dat is in de Belgische wetgeving niet zo moeilijk, aangezien de kapitalistische logica aan de basis van die wetgeving ligt. Er zijn altijd wel vrijheden die kunnen worden opgediept om tegen stakingen in te gaan: het vrije verkeer bijvoorbeeld, het verbod om het verkeer te belemmeren wordt zelfs strafrechtelijk vervolgd! Roberto D’Orazio van Clabecq werd bij het proces tegen de 13 van Clabecq mee op basis van het belemmeren van het verkeer vervolgd… Als het verkeer belemmerd wordt omdat er een Europese Top in Brussel plaatsvindt en de hoogwaardigheidsbekleders toch veilig moeten zijn, wordt niet gedacht aan toepassing van die strafmaatregel. Het recht op mobiliteit geldt voor sommigen al wat meer dan voor anderen…

Er zijn ook andere vrijheden die worden opgediept om het stakingsrecht tegen te gaan. Rik Daems en andere traditionele politici hadden het meermaals over het recht op arbeid dat zou verhinderd worden als arbeiders niet kunnen werken omdat er een stakingspiket staat. Daems stelde letterlijk dat het recht op staken eindigt, waar het recht op arbeid begint. Daarmee grijpen ze letterlijk terug naar de bewoordingen van de 19e eeuwse Wet Le Chapelier op basis waarvan vakbonden waren verboden. Uiteraard geldt het recht op arbeid ook niet direct voor de 600.000 werklozen in België… Die zullen wel van andere “vrijheden” en “rechten” kunnen genieten. Het recht om geschorst te worden door de RVA bijvoorbeeld.

Het belangrijkste “recht” dat wordt ingeroepen tegen stakingsacties, is natuurlijk het eigendomsrecht van het patronaat. Het vrije genot van hun eigendom wordt belemmerd door de arbeiders die een bedrijf blokkeren. Dat argument komt steevast naar voor bij procedures tegen stakingspiketten. Het is natuurlijk wel wat paternalistisch als we dan vaststellen dat het gebruikt wordt om werkwilligen binnen te laten. Blijkbaar ziet het patronaat de arbeidskracht van hun werkwillige arbeiders ook als haar eigendom.

Juridische spitstechnologie tegen stakingen

Om stakingspiketten te breken, wordt er gewerkt met juridische spitstechnologie. Bij de stakingsacties van 28 oktober was er een advocatenkantoor van goede vriend van Verhofstadt 48 uren open om juridisch weerwerk te bieden tegen stakingspiketten. Dat kantoor is erg nauw gelinkt aan de VLD, de verantwoordelijke voor de afdeling sociaal recht is een VLD’er, jeugdvriend van Verhofstadt en krijgt bovendien geregeld interessante zaken vanuit de overheid toebedeeld.

Er zijn heel wat mogelijkheden voor het patronaat om een piket te breken. Daarbij wordt gewerkt met eenzijdige verzoekschriften om dwangsommen op te leggen. Dat betekent dat de patroon eenzijdig naar de voorzitter van de arbeidsrechtbank stapt om zonder enige inspraak of tegenspraak van de vakbonden maatregelen opgelegd te krijgen tegen een piket. De reden waarom zo wordt gewerkt, is natuurlijk om te vermijden dat de vakbonden een antwoord kunnen naar voor brengen en bvb wijzen op de uitoefening van het stakingsrecht en om te vermijden dat in de arbeidsrechtbank naast de voorzitter ook de werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers mee zouden beslissen. Die zitten namelijk ook in de arbeidsrechtbank. We kunnen vragen hebben over het nut daarvan, maar het patronaat wil natuurlijk die werknemersvertegenwoordiger in de rechtbank niet betrekken bij de procedure.

Het is mogelijk om eenzijdig een snelle procedure te volgen als dat dringend noodzakelijk is. De voorzitters van de rechtbanken zien dat wel zitten, omdat zij op die manier aan belang winnen. Het patronaat ziet het wel zitten omdat ze gelijk krijgen. In Gent nam het advocatenkantoor dat permanentie aanbood contact op met de rechters om desnoods ’s nachts een eenzijdig verzoekschrift te kunnen indienen en onmiddellijk een uitspraak te krijgen. Dat was natuurlijk nodig omdat de normale werkuren van een rechter niet samenvallen met het vroege uur van stakingspiketten…

Op die manier worden dwangsommen opgelegd tegen stakingspiketten. In de week voor 28 oktober werd een piket in Zedelgem gebroken met een dwangsom van 1.000 euro per uur dat een werkwillige werd tegengehouden. In Haasrode was er een deurwaarder met een dwangsom tegen het stakingspiket aan het industrieterrein.

Het opleggen van dwangsommen aan een stakingspikket wordt algemeen toegepast, maar is in strijd met het stakingsrecht. Het Europees Comité van Sociale Rechten oordeelde enkele jaren geleden in een verslag over België dat vreedzame stakingspikketten een onderdeel zijn van het gewaarborgd recht op collectieve actie, waardoor dwangsommen tegen zo’n stakingspikket niet aanvaardbaar zijn.

Toch wordt er al enkele jaren systematisch gebruik gemaakt van dwangsommen tegen stakingsacties. In 2002 werd daartegen als reactie een petitie opgezet vanuit de vakbonden. Die kreeg 80.000 handtekeningen. Het was de aanleiding voor een reeks afspraken tussen vakbonden en patronaat in de vorm van een zogenaamd “herenakkoord” (een niet afdwingbaar akkoord), waarin het patronaat beloofde om bij stakingen een gerechtelijke tussenkomst te vermijden. Dit bleek een lege doos te zijn. Een wetsvoorstel om dwangsommen in sociale conflicten te verbieden, is sinds 26.6.2003 “hangende” in het parlement.

Als het van een aantal traditionele politici afhangt, zal zelfs verder worden gegaan. In april was er een wetsvoorstel van de VLD om bij stakingen een referendum te organiseren onder de werknemers waarbij werknemers die zich niet neerleggen bij de uitslag van het referendum gemakkelijker kunnen worden afgedankt (uiteraard enkel als het resultaat van het refendum dat is wat de VLD hoop). In juni deed de VLD nog een wetsvoorstel om rechtspersoonlijkheid toe te kennen aan vakbonden zodat ze gemakkelijk kunnen worden vervolgd en aangesproken voor economische schade bij stakingen.

Hoe reageren op de aanvallen op het stakingsrecht?

Voor de verdediging van het stakingsrecht kunnen we niet rekenen op het gerecht, het patronaat of de traditionele politici. Terwijl we uiteraard iedere stap voor de verdediging van het stakingsrecht steunen, zal het nodig zijn om een krachtsverhouding uit te bouwen waarmee in de praktijk afgedwongen wordt dat de patroons niet langer durven over te gaan tot het gebruik van eenzijdige verzoekschriften. Dat is hoe het stakingsrecht op zich is afgedwongen en hoe het zal moeten worden verdedigd.

Er is de vraag van veel militanten om iets te doen tegen de inbreuken op het stakingsrecht via eenzijdige verzoekschriften. In 2002 werd de woede gekanaliseerd met een petitie voor het stakingsrecht. Dat heeft geleid tot het ‘herenakkoord’ waarmee echter geen stap vooruit gezet is. Een brede campagne over de verschillende sectoren heen blijft nodig; om op die basis voortaan bij ieder eenzijdig verzoekschrift tegen een staking te antwoorden met een uitbreiding van de staking en interprofessionele mobilisatie.

Er zijn een aantal argumenten die belangrijk zijn bij de verdediging van het stakingsrecht.

Ten eerste is er het recht op collectieve actie en op het uiten van onze mening. Het recht om ons te organiseren en campagne te voeren, wordt meer en meer bedreigd. Dat ondervinden wij geregeld aan de lijve. Denk maar aan Boechout vorige zomer toen we werden opgepakt omdat we campagne voerden.

Het opzetten van stakingspiketten en zelfs van wegblokkades vormt een onderdeel van de vrije meningsuiting. In het geval van wegblokkades staan wij niet alleen om dat als “vrije meningsuiting” te bestempelen. Het Europees Hof van Justitie, dat niet bekend staat omwille van links-socialistische sympathieën, stelde dat de vrijheid van betogen (inclusief een wegblokkade) slechts uitzonderlijk kan beperkt worden (Schmidberger arrest van 2.8.2003). De vrije meningsuiting bij een wegblokkade gaat voor op het vrije verkeer van goederen en personen, aldus het Hof. Het Hof van Cassatie in België bevestigde dat een stakingspiket onderdeel is van het stakingsrecht. Het Hof van Beroep in Antwerpen stelde dat een filterblokkade onderdeel is van het stakingsrecht.

Toch wordt daartegen ingegaan en worden piketten in de praktijk aan banden gelegd door naar de rechter te stappen en dwangsommen op te leggen. Op 21 november nog besliste het Hof van Beroep in Bergen dat de arbeiders van Splintex hun stakingsrecht misbruikten omdat ze werkwilligen tegenhielden met een stakingspiket.

Een verbod op stakingspiketten betekent in de praktijk een stakingsverbod. En tevens zet het de deur open naar een volledig verbod op collectieve acties. Ook betogingen zorgen voor “verkeershinder” en kunnen bijgevolg gezien worden als een inbreuk op het recht op mobiliteit. De oproep van Daems, daarin gevolgd door het patronaat, is bijzonder gevaarlijk en moet met alle mogelijke middelen worden bestreden.

Naast het recht op collectieve acties, zijn er ook de mogelijkheden om weerwerk te bieden tegen een deurwaarder die een dwangsom wil opleggen. Een deurwaarder aan een piket kan niet zomaar de identiteitskaart van een aanwezige vragen om het bevelschrift effectief over te maken. De politie mag enkel een identiteitscontrole doen bij een overtreding of misdrijf. Op zich kan de dwangsom dus niet zomaar opgelegd worden, tenzij stakers hun identiteit kenbaar maken.

Er zijn dus wel enkele argumenten in te brengen tegen de aanvallen op het stakingsrecht.

Verdedig het stakingsrecht!

De stakende arbeiders kunnen geen beroep doen op politici van de partijen die in het parlement vertegenwoordigd zijn of op de media. Die spreken zich allemaal uit tegen de eisen van de beweging. Hoe kunnen de vakbondseisen, die gesteund worden door brede lagen van de samenleving, anders naar voor komen dan door middel van collectieve acties?

Het is mogelijk om de aanvallen op het stakingsrecht te beantwoorden. Er kunnen juridische argumenten worden aangehaald, maar het beste antwoord bestaat natuurlijk uit solidariteit. Bij Case New Holland waren de dwangsommen ook van toepassing tijdens de staking van 28 oktober. Maar, zo stelde een delegee, de dwangsommen hadden geen enkele impact omdat er geen enkele werkwillige was.

De verdediging van het stakingsrecht moet door de vakbonden worden opgenomen. Iedere aanval op het stakingsrecht moet beantwoord worden met extra stakingen. Het stakingsrecht is afgedwongen door arbeidersstrijd en het zal ook op die manier zijn dat we het kunnen behouden.

Delen: Printen:

Reacties zijn gesloten.