Conferentie LSP/MAS over het nationale vraagstuk in België

Het voorbije weekend hield LSP/MAS in Leuven een conferentie over het nationale vraagstuk in België. Ruim 100 leden en sympathisanten namen deel aan deze conferentie. Er werd gediscussieerd op basis van een aantal teksten die maandenlang werden voorbereid door een groep kameraden. De discussie behandelde de geschiedenis van de Belgische arbeidersbeweging en de wijze waarop de nationale tegenstellingen daarbij konden ontwikkelen. Er waren ook bijzonder gewaardeerde bijdragen van Peter Hadden, een kameraad uit Noord-Ierland, en van een kameraad van Kasjmiri afkomst.

Geert Cool

Op zaterdag werd de discussie ingeleid door Nicolas Croes uit Luik. Hij legde uit dat de vele discussies over onder meer Brussel-Halle-Vilvoorde de afgelopen weken en maanden wat naar de achtergrond waren verdwenen door een opleving van de klassenstrijd. De beweging tegen het Generatiepact duwde discussies over de tegenstellingen tussen Vlamingen en Walen naar de achtergrond. Dat geeft aan hoe de arbeidersbeweging in staat is om in te gaan tegen een verdeel-en-heers politiek. Zeker op een ogenblik dat de politiek ‘politicienne’ over het nationale vraagstuk niet onder bredere lagen van de bevolking leeft.

Als marxisten willen wij niet zomaar voorbijgaan aan de communautaire discussie. We moeten er een antwoord op kunnen bieden en een analyse opmaken over hoe die kwestie kon ontwikkelen. Daarbij vertrekken wij van de belangen van de arbeiders en van de noodzaak van arbeiderseenheid, terwijl we anderzijds opkomen voor de verdediging van de democratische rechten van minderheden en taalgroepen.

De nationale kwestie in België is mee het resultaat van het falen van de burgerij om dit land te ontwikkelen tot een eengemaakte nationale staat. Het ontstaan van België is gebaseerd op een reeks toevalligheden, maar hetzelfde kan gezegd worden van zowat iedere natiestaat. Bij de ontwikkeling van het kapitalisme ontstonden natiestaten en probeerde de burgerij de nieuwe productiewijze op een grotere schaal te organiseren, iets wat noodzakelijk was voor de ontwikkeling van dat kapitalisme op zich. De Belgische burgerij had alle mogelijkheden om dit ook in België te doen, maar is er niet in geslaagd om in het volledige land te komen tot een eengemaakte taal, cultuur,… Terwijl ze er wel in slaagde om Wallonië te verfransen, is dat bijvoorbeeld in Vlaanderen niet gelukt.

De burgerij heeft gefaald in haar historische taak om België te ontwikkelen tot een eengemaakte natiestaat, maar ook de leiding van de arbeidersbeweging heeft een reeks belangrijke fouten gemaakt in haar aanpak van de nationale kwestie. De socialistische beweging in de vorm van de Belgische Werkliedenpartij (BWP), heeft van bij haar oprichting in 1885 een louter economisch programma verdedigd waarbij er geen aandacht was voor onderdrukte taalrechten van de Nederlandstaligen in die periode. Maar ook bijvoorbeeld op het vlak van de verdediging van vrouwenrechten waaronder het stemrecht voor vrouwen, bleef de BWP in gebreke. De eenheid met anti-klerikale krachten en liberalen werd belangrijker geacht in de strijd voor het algemeen stemrecht (voor mannen), dan de eenheid van alle arbeiders, inclusief de vrouwen.

Er waren doorheen de geschiedenis verschillende voorbeelden van arbeidersstromingen die opkwamen voor democratische rechten van Vlamingen of Walen. Zo was de taalkwestie een onderdeel van de beweging rond Daens. Die christelijke arbeidersbeweging kwam op voor de rechten van de arbeiders, inclusief het recht op onderwijs in de eigen taal of het recht om bestuurd te worden in de eigen taal. Dat waren progressieve eisen die jammer genoeg geen gehoor vonden in de BWP. De eenheid tussen de BWP en de Daensisten kwam er niet omwille van de anti-klerikale houding van de BWP. Dat is een gemiste kans.

Ook langs Franstalige kant waren er belangrijke bewegingen die arbeiderseisen koppelden aan regionale eisen. De beweging rond André Renard in het Luikse kwam voort uit het militante verzet van de arbeidersbeweging tegen de bezetting door de nazi’s en het verzet tegen het burgerlijke regime na de Tweede Oorlog. Die beweging ontwikkelde een aantal regionalistische standpunten uit een vrees voor de conservatieve dominantie in Vlaanderen. Het regionalisme werd echter versterkt door een afwijzing van de strijdbaarheid door de leiding van de arbeidersbeweging, onder meer vlak voor 1960-61. De stakingsbeweging van 60-61 begon voornamelijk in Wallonië nadat de nationale leiding acties had afgewezen. Daarbij moet echter ook worden opgemerkt dat de arbeidersbeweging in Antwerpen en Gent steeds meer kenmerken had van de Waalse arbeidersbeweging dan van de rest van Vlaanderen.

De ontwikkeling van het nationale vraagstuk is mee de verantwoordelijkheid van de arbeidersbeweging. Een duidelijk antwoord op nationale verzuchtingen en een koppeling daarvan aan de eisen van de arbeidersbeweging en aan de noodzaak van arbeiderseenheid, had ervoor kunnen zorgen dat de burgerij niet in staat was geweest om dit thema te gebruiken voor haar verdeel-en-heers politiek.

De burgerij heeft de nationale kwestie steevast gebruikt om de arbeiders te verdelen en om een politieke uitweg te hebben bij momenten van sociale crisis. Het probleem heeft haar hoofden echter overgroeid en op dit ogenblik is de burgerij niet in staat om een antwoord te bieden op de problemen die ze zelf mee heeft veroorzaakt en versterkt. Dit wordt duidelijk bij iedere impasse rond communautaire dossiers.

Voor socialisten volstaat het niet om het socialisme naar voor te brengen als alternatief op de nationale tegenstellingen en om in te gaan tegen het burgerlijk nationalisme. We moeten ook flexibel zijn in onze taktieken en ons programma aanpassen aan de gevoeligheden in de actuele situatie. Daarbij vertrekken we van de noodzaak van arbeiderseenheid en het recht op zelfbeschikking om op gelijkwaardige basis te kunnen samenwerken.

Een opflakkering van nationale eisen gaat steevast rond de verdeling van de tekorten en spanningen die daaromtrent naar voor komen. Ons programma rond het nationale vraagstuk moet dan ook vertrekken van de noodzaak van meer middelen voor bijvoorbeeld onderwijs, taallessen, openbare diensten,… Wij willen niet discussiëren over het verdelen van de tekorten, maar over het invullen van de behoeften die aanwezig zijn. Waarbij die behoeften regionaal verschillend kunnen zijn. Indien een meerderheid van de bevolking meer regionale bevoegdheden wil, zijn wij daar niet tegen. Maar de vraag die daarbij centraal moet staan, is de vraag naar de middelen en de budgetten om die bevoegdheden in te vullen.

Daarnaast verdedigen wij de democratische rechten van minderheden en van bevolkingsgroepen om diensten te kunnen genieten in de eigen taal. Uiteraard moet dat gekoppeld worden aan bijvoorbeeld een doorgedreven programma van taallessen op kosten van de werkgevers en binnen de werkuren. Dat zou heel wat terechte spanningen en bekommernissen kunnen wegnemen, bijvoorbeeld in het Brusselse.

Op de conferentie werd met een bijzonder grote meerderheid beslist om het Nationaal Comité op basis van de bestaande teksten een mandaat te geven om dit uit te werken tot een document dat we zullen publiceren. Ons programma is nog niet volledig uitgewerkt, de conferentie had als doel om de discussie op te starten. Er zijn echter geen precedenten van een uitgewerkt marxistisch standpunt over de nationale kwestie in België en bovendien is er de tijdsdruk omwille van de beweging van de arbeiders waarin onze organisatie bijzonder sterk tussenkomt. In de komende periode zal echter gewerkt worden aan een eerste raamwerk van programma dat nadien verder kan worden ingevuld en op bepaalde punten concreter kan worden.

In de discussie over het nationale vraagstuk waren er heel wat tussenkomsten, vanuit alle delen van België waaronder ook het Duitstalige gebied. Een kameraad vanuit Kasjmir die in België actief deelneemt aan de werking van LSP/MAS ging in op de nationale kwestie in Kasjmir en bedankte onze organisatie ook omwille van onze actieve bijdrage aan de steuncampagne voor de slachtoffers van de aardbeving in Azië. In Brussel en Antwerpen (waar er een Kasjmiri gemeenschap is), voerden we samen campagne en haalden we enkele duizenden euro steun op.

Er was ook een bijzonder sterke tussenkomst door Peter Hadden, een kameraad die reeds jarenlang actief is in Noord-Ierland en daar mee aan de basis ligt van ons programma waarmee we tussenkomen in zowel katholieke als protestantse arbeiderswijken. Hij legde uit hoe onze organisatie daar geleidelijk aan een programma heeft ontwikkeld waarmee we een antwoord bieden op de nationale kwestie.

Enthousiast deel over de opbouw van LSP/MAS

Een deel van de tweede dag van de conferentie was uitgetrokken voor een korte discussie over de opbouw van onze organisatie. Daarbij lag de nadruk op recrutering en consolidatie van nieuwe leden. We hebben de afgelopen periode een sterke groei gekend. De afgelopen drie maanden sloten 40 nieuwe leden aan bij onze partij en traden we in discussie met ruim 100 sympathisanten die overwegen om lid te worden. De komende drie weken willen we 30 nieuwe leden winnen en in de loop van december willen we een aantal initiatieven nemen op het vlak van vorming en consolidatie van de nieuwe leden.

In de discussie kwamen er een aantal verslagen vanuit verschillende regio’s, waarbij het opvallend was dat onze nieuwe regionale structuren vruchten afwerpen. Eén jaar geleden besliste het congres om te werken met regionale structuren in de vorm van een districtcomité en een districtbureau. Het districtcomité omvat een aantal kameraden die in een regio een centrale rol spelen, terwijl het bureau de dagelijkse leiding vormt op lokaal vlak. Op dit ogenblik werken we met 5 districten (Oost-en Westvlaanderen, de provincie Antwerpen, Brussel-Brabant, Vlaams-Brabant Limburg, provincie Luik) en een district in opbouw (Henegouwen).

Op ons congres van vorig jaar beslisten we ook om te werken aan de sociale samenstelling van onze organisatie. Terwijl we onze sterkte onder jongeren zeker niet willen achterwege laten, willen we eenzelfde sterkte beginnen opbouwen in de arbeidersbeweging. Daar zijn de eerste stappen toe gezet en hebben we een fundamentele vooruitgang geboekt. Dat bleek onder meer uit de aanwezigheid op de conferentie van een reeks delegees. Het blijkt ook uit het feit dat we in discussie staan met heel wat belangrijke syndicale militanten in heel het land.

Het enthousiasme op de conferentie kwam op verschillende vlakken tot uiting. Met de financiële oproep haalden we meer dan 10.000 euro op om onze werking te versterken. Aan de boekenstand heerste er heel wat bedrijvigheid, er gingen voor meer dan 400 euro boeken en brochures van de hand. Tenslotte weerklonk het enthousiasme ook in een krachtig meegezongen afsluiter van de conferentie. De Internationale weerklonk in verschillende talen, waarna de militanten enthousiast terug naar huis trokken om zich klaar te maken voor onze verdere tussenkomsten in de arbeidersbeweging en op de anti-fascistische betogingen die we organiseren op 26 november in Gent en op 1 december in Leuven.

Delen: Printen: