Home / Belgische politiek / Verkiezingen / N-VA wil transfer van arm naar rijk vergroten

N-VA wil transfer van arm naar rijk vergroten

Dit artikel kadert in onze berichtgeving over de verkiezingen, hier vind je een overzicht van deze berichtgeving.

In veel verkiezingspropaganda en ook in het programma van N-VA is de openingszin dat we voor de keuze tussen het N-VA-model en het PS-model staan. Dat het N-VA-model op heel wat vlakken afgekeken is van het Duitse model (overigens doorgevoerd door de Duitse sociaaldemocraten), wordt er niet bij gezegd. Flexibiliteit en lageloonjobs voor ons, cadeaus voor de werkgevers en besparingen op alle publieke diensten, dat is het N-VA-aanbod op 25 mei.

Het vertrekpunt van het N-VA-programma is dat onze economie niet concurrentieel is en dit door de “torenhoge loonkosten en fiscale druk”. De partij stelt dat de overheidsuitgaven de pan uitswingen en stelt daarom voor om deze aan banden te leggen, behalve inzake fiscale cadeaus aan de bedrijven uiteraard. Volgens N-VA is het door de niet-concurrentiële positie van onze economie en de stijgende overheidsuitgaven dat onze economie erop achteruit ging. De wereldwijde crisis en de gigantische operatie om de banken overeind te houden, zijn de partij van De Wever blijkbaar ontgaan. Niet de bevriende bankiers en andere speculanten hebben de crisis veroorzaakt, maar de dure werkenden en uiteraard vooral de PS.

Hoe denkt de N-VA de crisis dan op te lossen? Door de loonlasten te verlagen en de overheidsuitgaven terug te schroeven. De partij wil daar radicaal in zijn. Dat landen waar een dergelijk besparingsbeleid radicaal werd gevoerd niet bepaald vooruit gingen (denk maar aan Griekenland), wordt uiteraard niet vermeld. We moeten maar aanvaarden dat de besparingslogica de enige is en dat er voor het overige geen alternatief is. Het cynische aan verslagen van internationale instellingen over de Belgische economie is dat er vaak op wordt gewezen dat deze het beter deed dan veel buurlanden omdat er door de politieke crisis geen maatregelen werden genomen. Zo hebben we toch nog iets aan de N-VA te danken.

De partij van De Wever wil besparen op onze levensstandaard. Het voorstel van een indexsprong waarbij de lonen niet aan de duurdere prijzen worden aangepast, zou ook na volgend jaar behouden blijven als het van N-VA afhangt. Volgens Chris Serroyen van het ACV zou deze maatregel in 2015 voor een voltijdse werknemer met een gemiddeld loon een bruto verlies van 888,65 euro op jaarbasis betekenen. Hij voegde eraan toe: “Ben je 45 jaar, dan kost je dat over je loopbaan (tot 65 jaar in de N-VA-voorstellen en liefst geen jaar vroeger) haast 17.773,06 euro bruto. Werk je met twee voltijds, dan verlies je dus samen over 20 jaar bijna 35.546,12 euro bruto.”

Voor de N-VA moeten werknemers flexibeler zijn en tevreden met minder. Zo wil de partij dat anciënniteit minder een rol speelt in de loonvorming (lees: geen verhogingen op basis van anciënniteit) en wil ze de mogelijkheid van minijobs vergroten. “We nemen maatregelen om flexibele contracten voor beperkte prestaties (gekoppeld aan lage loonkosten) mogelijk te maken, ook binnen de overheid.” Overuren en flexibiliteit worden een voorrecht van de werkgevers: “We kiezen voor annualisering van de arbeidstijd, een soepele inzet van uitzendkrachten en een uitbreiding van de terbeschikkingstelling van werknemers.”

Werklozen worden hard getroffen door de N-VA-voorstellen. De ophefmakende titel dat wie een eigen huis heeft, geen leefloon kan krijgen, werd al gauw rechtgezet. Maar dat betekent niet dat de N-VA welwillend staat tegenover werklozen. De inschakelingsuitkering – de vroegere wachtuitkering – is nu door de regering in de tijd beperkt tot drie jaar. Hierdoor dreigen vanaf 1 januari 2015 tot 55.000 mensen van een leefloon afhankelijk te worden. Dat vindt N-VA goed, maar het kan beter. De partij stelt voor om de inschakelingsuitkering volledig af te schaffen! De algemene werkloosheid wordt in de tijd beperkt tot drie jaar, nadien is een werkloosheidsuitkering niet meer mogelijk. Dan volgt een leefloon met uiteraard ook de mogelijkheid van verplichte tewerkstelling van leefloners.

Brugpensioen wordt volledig afgeschaft en de pensioenleeftijd van 65 jaar wordt een minimumleeftijd. Wie op 65 jaar 45 jaar gewerkt heeft, kan van een volledig pensioen genieten. Wie nog geen 45 jaar gewerkt heeft, kan op pensioen gaan maar levert dan fors in op het pensioenbedrag. Er lijkt vanuit gegaan te worden dat wie op 65 jaar nog geen 45 jaar gewerkt heeft, langer moet werken om toch aan 45 jaar te komen vooraleer op pensioen wordt gegaan. Zo wordt 65 een minimumleeftijd in plaats van een maximumleeftijd. Het liefste zou de N-VA hebben dat we werken tot we erbij neervallen.

Terwijl N-VA steen en been klaagt over het gebrek aan middelen en pleit voor besparingen op alle niveaus, is er wel geld om cadeau te doen aan de werkgevers. Die krijgen 4,5 miljard euro aan extra lastenverlagingen. Het officiële tarief voor de vennootschapsbelasting wil N-VA drastisch naar beneden halen zodat niet enkel de grote bedrijven minder tot geen belastingen hoeven te betalen. Maar ook grote bedrijven hoeven zich geen zorgen te maken, de notionele intrestaftrek wordt aangepast maar meteen vervangen door een gelijkaardig stelsel.

Openbare diensten worden afgebouwd als het van N-VA afhangt. “We bouwen de overheidsparticipaties op een verstandige manier af.” Er wordt op gewezen dat bijvoorbeeld openbaar vervoer niet beperkt mag zijn tot plaatsen waar het commercieel rendabel is. En omwille van het strategisch belang wil N-VA ook energiedistributie en watervoorzieningen niet zomaar aan de private sector overgeven. Om een volledige privatisering voor te bereiden, wil N-VA alvast het recht op verzet hiertegen beperken. “Het stakingsrecht is een grondrecht dat niet zomaar kan worden uitgehold of genegeerd”, stelt N-VA om vervolgens meteen een totale uitholling ervan voor te stellen: “Het ontbreken van een heldere stakingsregeling in de publieke sector, zeker bij de overheidsbedrijven (Belgocontrol, NMBS, Infrabel, bpost, Belgacom), is een lacune in de wetgeving die we moeten opvullen. Een regeling van minimale dienstverlening maakt daarvan deel uit.” De afbouw van de openbare diensten maakt dat er nu in veel gevallen al een minder dan minimale dienstverlening is. Het stakingsrecht aan banden leggen, doet eerder aan de 19de eeuw denken of aan actuele praktijken in China. Ook in andere sectoren wordt het stakingsrecht afgebouwd: “We creëren een opeisingsrecht van ambtenaren in vitale posities voor het functioneren van het verkeerssysteem (verkeersleiders, loodsen, brug- en sluiswachters) met inachtneming van het Europees Sociaal Handvest.”

In het verkiezingsprogramma zegt N-VA wel dat het openbaar vervoer belangrijk vindt, maar tegelijk wordt ervoor gepleit om de tarieven bij De Lijn flexibeler (en hoger) te maken en om het personenverkeer per spoor te privatiseren. “Voor het beheer van De Lijn kiezen we voor een kostenefficiënte en geïntegreerde dienstverlening. We brengen de kostendekkingsgraad op een internationaal vergelijkbaar niveau.” De ‘kostendekkingsgraad’, de bijdragen die de reizigers rechtstreeks betalen, moet dus omhoog. Voor het spoor stelt N-VA: “Ter wille van de kostenefficiëntie in het spoorbeleid vertrouwen we de dienstverlening op de spoorlijnen toe aan private vervoersbedrijven via concessies die ook de universele dienstverlening mogelijk maken.”

De N-VA pleit voor stevige besparingen op alle niveaus, met een nadruk op de eerste jaren van de volgende legislatuur. Zowel op federaal als Vlaams niveau moet “gesaneerd” worden. De levensstandaard van de gewone werkenden en van de uitkeringstrekkers wordt aangepakt. De enigen die voordeel halen uit de plannen van N-VA zijn de rijksten. De ware opdeling die centraal staat in het N-VA-programma is niet deze tussen Franstaligen en Nederlandstaligen, maar tussen superrijken en de rest. N-VA gaat ervoor om de transfer van arm naar superrijk te vergroten.