Home / Belgische politiek / Communautaire kwestie / “Vlaanderen, Brussel, Wallonië: een ménage à trois”

“Vlaanderen, Brussel, Wallonië: een ménage à trois”

fonteynboek

Over de opkomst van het industriële kapitalisme in ons land

Guido Fonteyn was jarenlang journalist bij De Standaard en is gefascineerd door Wallonië, waar hij al jarenlang woont. Het boek ‘Vlaanderen, Brussel, Wallonië: een ménage à trois’ brengt elementen uit de geschiedenis van ons land die essentieel zijn om de huidige stand van zaken te begrijpen. Fonteyn is geen marxistische militant, maar op basis van zijn onderzoek naar de ontwikkeling van het kapitalisme in ons land merk je toch een radicalisering in zijn positie.

Het boek beschrijft met grote en kleine verhalen de opkomst van het kapitalisme in ons land, meer bepaald de ontwikkeling van de steenkoolsector in Wallonië. Fonteyn beschrijft het dagelijkse leven van de mijnwerkers met het gevaar van de onveilige arbeidsomstandigheden en bijhorende ongevallen maar ook met de komst van migranten en bijhorend racisme. Terecht merkt Fonteyn op dat er enorme winsten zijn gemaakt met de industriële ontwikkeling van Wallonië, maar dat deze winsten naar een bijzonder kleine kliek van grote aandeelhouders uit voornamelijk Brussel ging. Eigenlijk beschrijft hij terloops zowel het ontstaan van de Belgische burgerij als de ontwikkeling van de arbeidersbeweging.

De ‘kleine’ verhalen in het boek brengen een opmerkelijk inzicht in de gang van zaken bij het opkomende industriële kapitalisme. Zo verwijst Fonteyn naar een arbeidsreglement voor bedienden van Bois-du-Luc in La Louvière uit 1910 met bepalingen als: “Als de directie het nodig acht, maakt iedereen overuren”, “Het is verboden te spreken tijdens de werktijd”, “Elk personeelslid heeft het recht over zijn gezondheidstoestand te waken. Bij ziekte wordt geen salaris uitbetaald”,… en het pakkende slot: “Ten slotte vestigen wij uw aandacht op de grootmoedigheid van dit nieuwe reglement. Wij verwachten er een gevoelige vermeerdering van de arbeid van.”

De armoede in Vlaanderen leidde tot een massale uittocht richting Waalse industrie. De armoede was enorm, in 1848 leefde de helft van de bevolking van Kortrijk van openbare steun. Er werd geklaagd over een groot drankgebruik onder Vlamingen en over hoge criminaliteitscijfers, driekwart van de Belgische gevangenen waren Vlamingen. De komst van de Vlaamse migranten in Wallonië leidde tot spanningen. Fonteyn wijst op een krantenartikel uit 1909 over een vechtpartij in La Louvière: “Ze zijn mooi, de Vlaamse zeden! Alleen zouden die brutale kerels ze beter niet in Wallonië invoeren. Wij beweren niet dat alle Walen lammeren zijn, maar wij mogen toch vaststellen dat zij er minder verwilderde zeden op nahouden dan deze die bij de bevolking van de Vlaamse Far-West gangbaar zijn.” Nadien volgden gelijkaardige opwerpingen tegen onder meer de Italiaanse migranten, met opschriften aan cafés als “Verboden voor honden en Italianen”. De toonzetting klinkt vandaag nog bekend in de oren, mits enkele wijzigingen aan de bevolkingsgroepen natuurlijk. Wat essentieel was in het doorprikken van de verdeeldheid, was de solidariteit onder de werkenden. “In de mijnen zijn we allemaal zwart”, luidde een slogan in de Limburgse mijnen destijds.

De Belgische burgerij ging met enorme winsten lopen. Om die te maximaliseren werden constructies als Naamloze Vennootschappen en holdings opgezet. Fonteyn wijst op een bron die stelt dat in 1857-1906 in Brabant (Brussel dus) voor 2,2 miljard frank winsten aan NV’s werd uitbetaald. Daarop werd amper 50 miljoen frank belastingen betaald. Fiscale creativiteit is niet nieuw, merkt hij terecht op. Wallonië bleef verarmd achter omdat de winsten naar “het Brussel van de banken en van de holdings” gingen, naar het Brussel van “de fiscale advocatuur, van de zitpenningen en van de raden van bestuur allerhande.” Ook dat is dus niet nieuw.

Wie meer wil weten over de ontwikkeling van het Belgische kapitalisme, moet dit boek zeker lezen. Het is bijzonder leesbaar door de vele kleine verhalen, maar het blijft onthullend voor het grote verhaal van kapitalistische uitbuiting.

FONTEYN, Guido, “Vlaanderen, Brussel, Wallonië: een ménage à trois”, EPO, 2014, 186 pagina’s, 19,95 euro