Home / Internationaal / Europa / Hongarije. Afwezigheid van links laat ruimte voor neofascisten

Hongarije. Afwezigheid van links laat ruimte voor neofascisten

Artikel door Sonja Grusch en Tilman M. Ruster naar aanleiding van de Hongaarse parlementsverkiezingen van 6 april. We publiceren dit nu in het kader van de Europese verkiezingen waarin Jobbik volgens peilingen tot 25% kan halen.

Drie dagen voor de recente parlementsverkiezingen in Hongarije was er in de hoofdstad Boedapest een ‘Alter Summit’ waar werd gediscussieerd over de dreiging van extreemrechts in Europa. Het evenement toonde het falen van de Hongaarse linkerzijde om een alternatief naar voor te schuiven op de rechtse Fidesz-partij en het neofascistische Jobbik.

Het was een bijeenkomst van voornamelijk oudere mannen die in erg algemene termen spraken over het gevaar van de groei van extreemrechts. Het ontbrak aan een concrete strategie om de strijd aan te gaan. Onder het beperkte aantal Hongaarse deelnemers waren er ook aanhangers van Kormanyvaltas (‘Verandering van regering’, een electorale alliantie van vijf partijen of lijsten die allen voortkwamen uit afsplitsingen en fusies van verschillende organisaties). Hun enige argument was dat het nodig is om de rechtse premier Orbán aan de kant te schuiven.

Dat is ongetwijfeld erg belangrijk. Maar Kormanyvaltas is een alliantie die gedomineerd wordt door de MSzP, de sociaaldemocratische partij die enkele van de meest gehate voormalige premiers leverde. Er gaat geen enkele aantrekkingskracht van uit voor die lagen die echt willen strijden tegen extreemrechts en tegen neofascisten, alsook tegen de erger wordende sociale situatie in Hongarije.

Nog tijdens de verkiezingscampagne kreeg de MSzP af te rekenen met een enorm corruptieschandaal. Het was een regering onder leiding van de MSzP die de trojka naar het land haalde. De maatregelen van de MSzP en de trojka waren de belangrijkste redenen waarom Orbán in 2010 terug aan de macht kon komen, waarna de trojka aan de deur werd gezet.

Gemengde resultaten

Het resultaat van de verkiezingen is dan ook niet verwonderlijk. Met 44,5% van de stemmen haalt Fidesz, de partij van Orban, een tweederdemeerderheid in het parlement. Het neofascistische Jobbik haalt ongeveer 20,5%. Kormanyvaltas haalt 26% en het groene LMP doet haar intrede in het parlement met 5%.

Op het eerste gezicht is dit geen positief resultaat. Maar er zijn belangrijke details die een nadere analyse vergen. Zo verloor Fidesz ongeveer een kwart van zijn stemmen (600.000) in vergelijking met de vorige verkiezingen. Het verlies is nog erger als rekening wordt gehouden met het feit dat Hongaarse minderheidsgroepen in buurlanden voor het eerst mochten stemmen en massaal (95%) voor Fidesz kozen. Zonder deze nieuwe kiezers zou het verlies van Fidesz nog groter geweest zijn.

Een reeks besparingsmaatregelen en breed verspreide corruptie zijn de belangrijkste redenen voor de achteruitgang van Fidesz. Een kleine kliek rond Orbán werpt zich op als een nieuwe oligarchie. Zijn vroegere studievrienden van aan de universiteit krijgen alle lucratieve overheidscontracten en verdienen er miljoenen mee. Orbán heeft zelf nooit een andere job gehad dan die van politicus. Maar hij bouwt nu wel op eigen kosten een voetbalstadion voor 35.000 supporters en een kleine luchthaven in zijn dorp van afkomst (met ongeveer 3.000 inwoners).

Orbán werd verkozen met 44,5% van de stemmen, maar slechts 61% van de kiezers nam deel aan de stemming. Met alle veranderingen in het kiesstelsel betekent dit dat minder dan 30% van alle kiezers volstaan om aan een tweederdemeerderheid in het parlement te komen. Een groot aantal Hongaren stemt niet meer of niet voor de bestaande grote partijen.

Een ander belangrijk element bij deze verkiezingen is de 20,5% (bijna een miljoen stemmen!) voor het neofascistische Jobbik. Dat is een antisemitische en racistische partij die de ‘Nieuwe Hongaarse Garde’ organiseert, een paramilitaire groepering. Jobbik heeft een sterke steun onder jonge hoogopgeleiden. De partij kwam in de hoofdstad Boedapest bewust met een vrouwelijke kandidaat, waarbij het zich in de stad minder agressief probeerde voor te stellen in vergelijking met het profiel van de partij op het platteland.

Jobbik is een neofascistische partij, maar dit betekent niet dat alle kiezers ervan fascisten zijn. De partij slaagt erin om zich voor te doen als het enige echte alternatief dat de sociale problemen niet alleen in het parlement maar ook op straat opneemt. Zolang er geen links alternatief is, kan Jobbik daarmee weg geraken.

Orbán zal aanvallen verderzetten

Orbán heeft niet alleen het kiessysteem veranderd om aan de macht te kunnen blijven, hij heeft ook de werkenden en de vakbondsrechten aangepakt. Hij probeert zijn pro-kapitalistische beleid (met bijvoorbeeld de invoering van een vlaktaks) te verstoppen onder een antibuitenland-retoriek. Zoals in andere landen wordt creatief omgesprongen met de werkloosheidscijfers om die laag te houden. Het feit is echter dat de rijken rijker worden, terwijl werkloosheid, inflatie en schulden toenemen. Steeds meer jongeren kijken uit naar een toekomst in het buitenland.

De aanvallen op de vakbondsrechten zijn tot op zekere hoogte een test voor andere burgerlijke politici. Na de Hongaarse verkiezingen werd de overwinning van Orbán gevierd door zijn collega’s van de Europese Volkspartij (EVP, waartoe CD&V en CDH behoren). Zij prezen hem omdat hij “de waarheid zegt” en omdat hij “de enige politicus is die Hongarije kan besturen en de juiste beslissingen kan nemen.”

Dit geeft meteen aan dat de zogenaamde maatregelen tegen buitenlandse bedrijven (in het bijzonder Europese banken) de burgerij niet bepaald afschrikken en dat diezelfde burgerij zeker geen probleem heeft met de aanvallen op democratische basisrechten. Ze willen de controle over Hongarije behouden. Met zijn economische akkoorden met verschillende landen probeert Orbán te balanceren tussen de imperialistische machten.

Enerzijds neemt hij miljoenen aan EU-subsidies aan, maar anderzijds zijn er ook miljardenleningen uit China en Rusland. Zoals we zien in Oekraïne is het mogelijk dat verschillende imperialistische landen Hongarije aan hun kant willen krijgen doorheen een opbod aan geld en zakelijke akkoorden. De gebeurtenissen in Oekraïne tonen echter ook aan hoe gevaarlijk dit kan zijn voor een klein land als Hongarije.

De recente verkiezingen brengen geen fundamentele verandering in Hongarije. Het belangrijkste probleem blijft een gebrek aan een georganiseerde socialistische kracht die de woede van de werkende bevolking en de armen in een positieve richting kan sturen.

Nood aan onafhankelijke arbeiderskracht

Eerder linkse projecten hebben min of meer gefaald. Zo was er Milla of het meer op de arbeidersbeweging gerichte Szolidaritas. Nu namen beiden deel aan Kormanyvaltas. Szolidaritas kon een tijdje de rol van een mogelijke aanzet tot een nieuwe arbeiderspartij spelen. Maar de partijleiders gingen liever een alliantie aan met de vroegere MSzP-premier Bajnai en zijn alliantie ‘Samen 2014’, dat nu deel is van Kormanyvaltas.

De linkse krachten in Hongarije hebben jammer genoeg geen programma, strategie of perspectieven. Het maakt dat ze zwak en weinig slagkrachtig zijn. Ze zullen niet in staat zijn om een nieuwe beweging uit te bouwen die in staat is om tot ernstige verandering te komen. In de periode na de verkiezingen zullen er snel nieuwe besparingen komen, de zwakte van links moet dan ook snel overkomen worden.

De erger wordende inflatie en de stijgende prijzen voor olie en energie zijn de grootste problemen voor de Hongaarse economie. Nu al leeft een derde van Hongaren onder de armoedegrens. De jongeren, zeker die met een diploma, verlaten het land op zoek naar werk.

We mogen ons niet laten leiden door frustratie. De gebeurtenissen in Oekraïne en Bosnië tonen aan hoe snel een situatie kan veranderen. De vraag is in welke richting er verandering zal komen. De miljoenen mensen die bij deze verkiezingen niet stemden – de sterkste ‘partij’ – vertegenwoordigen een massale potentiële kracht in de komende periode.

De werkenden zijn woedend over de arbeidsvoorwaarden die aan slavenarbeid doen denken, de jongeren vechten voor een toekomst, de Roma willen gelijke rechten en willen ingaan tegen het gewelddadige racisme van zowel Jobbik als Fidesz. Al deze krachten kunnen en zullen deel uitmaken van het toekomstige protest dat zowel de rechterzijde als de neofascisten van het toneel kan verdrijven.

Maar het zal voor toekomstige bewegingen niet volstaan om zich te beperken tot democratische rechten, hoe belangrijk die ook zijn. Ze moeten de dringende sociale thema’s opnemen en zich duidelijk aan de kant van de werkende bevolking plaatsen. De andere weg – van een in theorie brede alliantie van ‘progressieve’ krachten – werd uitgetest en heeft gefaald. Deze fout mogen de nieuwe socialistische krachten in de toekomst niet opnieuw maken.