“LIP, gewone helden”. Lessen van gisteren voor strijd vandaag

door Nicolas Croes

LIP02De strijd van de arbeiders van de horlogefabriek LIP in het Franse Besançon in de jaren 1970 was een voorbeeldige strijd waar een enorme kracht van uitging. Ook veertig jaar na de feiten blijft dit het geval. De kern van het conflict ging over het behoud van de tewerkstelling, maar doorheen de strijd gingen de arbeiders erg ver in het invraagstellen van de kapitalistische logica. Deze ervaring is nu het voorwerp van een Franstalige strip. Naast een plezier om te lezen, is deze strip ook een goed middel om discussie aan te gaan over hoe we vandaag kunnen reageren op de lawine van collectieve afdankingen en bedrijfssluitingen.

De strijd van LIP kwam enkele jaren geleden al aan bod in een documentaire film: “Les LIP, l’imagination au pouvoir” (Christian Rouaud, 2007). Die documentaire is ook een aanrader. Het liet de belangrijkste betrokkenen in het conflict aan bod. Onder hen Charles Piaget, de voortrekker die “ondanks zichzelf” een leider was, of Jean Raguénès, een priester-arbeider die voor de documentaire werd geïnterviewd in Brazilië waar hij aan de kant van de landbouwers zonder grond actie voerde tegen de grootgrondbezitters. De strip “LIP, des héros ordinaires” vertrekt vanuit de anonieme massa zonder wie niets mogelijk is. De strip volgt Solange, een arbeidster die weinig gepolitiseerd is en getrouwd is met een reactionaire man. Voor Solange is het conflict ook de achtergrond van een diepgaand proces van emancipatie zowel thuis als in de fabriek.

“Het is mogelijk, we produceren, we verkopen, we verdienen een loon”

In april 1973 waren er geruchten dat de boeken zouden neergelegd worden en dat alle arbeiders op straat zouden terecht komen. Er werden informatiesessies opgezet op de werkvloer, gevolgd door algemene vergaderingen voor alle arbeiders. Op 10 juni 1973 gingen de arbeiders over tot de bezetting van het bedrijf en namen ze hun “oorlogsschat” in handen: de stock van horloges.

Vanaf dat ogenblik waren er minstens vijf algemene vergaderingen per week, soms waren het er meer. En dat tot aan de “heropening van het bedrijf” op 11 maart 1974. Een week na het begin van de bezetting werd de productie van horloges heropgestart. Dat duurde tot 15 augustus toen de militaire politie een aanval op de fabriek inzette en de arbeiders verjaagde. De productie werd hierna clandestien verdergezet onder het principe “de fabriek is waar de arbeiders zijn”. De solidariteit voor LIP was enorm. Op 29 september was er een grote nationale betoging in Besançon, de Mars van de 100.000. Uiteindelijk werd op 11 maart 1974 een plan voorgesteld om het bedrijf te herstarten met behoud van de arbeiders.

De arbeiders van LIP gingen een directe confrontatie met hun patroon aan, maar ook met het volledige Franse patronaat, de regering, het gerecht, de politie,… De strijd van LIP populariseerde ideeën die het volledige economische systeem in vraag stelden, denk maar aan de slogan: “De baas heeft jou nodig, maar jij hebt hem niet nodig.” Dat werd ook in de praktijk omgezet met de bezetting en productie in eigen beheer. Het andere kamp was zich van bewust van de impact van deze strijd. Valéry Giscard d’Estaing, in mei 1974 verkozen als nieuwe president, verklaarde: “De arbeiders van LIP zetten het volledige sociale model op de helling. We moeten ze straffen: ze moeten werkloos worden en dat blijven.” Na het begin van de economische crisis van 1973-74 was een harde aanpak voor de burgerij noodzakelijk, er zouden immers onvermijdelijk nieuwe conflicten volgen.

Arbeidersdemocratie en bedrijfsbezetting

Zoals elke arbeidersstrijd is deze bij LIP niet enkel belangrijk vanuit nostalgische overwegingen, het is een strijd die rijk is aan ervaringen die ook vandaag nuttig blijven. Een van de meest opvallende elementen was deze van de arbeidersdemocratie. Tijdens het conflict in 1973-74 waren er ongeveer 200 algemene vergaderingen, wat een maximale betrokkenheid van de arbeiders mogelijk maakte.

Volgens Charles Piaget waren er van de 1.150 werknemers (waaronder een honderdtal kaders) telkens zowat 800 aanwezigen op de algemene vergaderingen tot oktober 1973 en nadien 650 tot 750. Op de laatste algemene vergaderingen waren er nog 500 aanwezigen. Dat is een belangrijk element voor de organisatie van onze strijd vandaag. We kunnen geen consequent strijdsyndicalisme uitbouwen zonder maximale arbeidersdemocratie.

Het erg collectieve karakter va de strijd, het dagelijkse beheer van de bezette fabriek en het heropstarten van de productie door en voor de arbeiders had een enorme impact op het bewustzijn van de volledige arbeidersbeweging. De arbeiders van LIP deden op een maand tijd meer ervaring op dan vele anderen op meer dan tien jaar. Hun zelfvertrouwen in hun eigen collectieve kracht en de mogelijkheid om het dagelijkse leven te veranderen, doorbrak heel wat bestaande opvattingen. Het versterkte de solidariteit op alle vlakken.

Er kunnen heel wat lessen getrokken worden uit de strijd in de jaren 1970, ook van strijd in ons land. Jammer genoeg is die strijd niet erg bekend. Ook in ons land was er toen een golf van spontane stakingen en bedrijfsbezettingen, een actiemethode die de autoriteit van het patronaat in vraag stelt en leidt tot de vraag wie de productiemiddelen controleert en beheert.

In de uitzonderlijke periode van 1970-71 was het aantal stakingsdagen gelijk aan het aantal van de negen voorgaande jaren. Naar schatting was minstens 80% van de stakingen van spontaan karakter en dus niet erkend door de vakbondsleiding en meestal in directe confrontatie met die leiding. Van 1966 tot 1973 werden 66 Belgische bedrijven bezet door hun arbeiders, een fenomeen dat hierna bredere verspreiding kende. In de eerste jaren van de crisis, van 1973 tot 1975, waren er 94 bedrijfsbezettingen. In 1976 waren er twee bezettingen per maand en in 1977 en 1978 ging een op de zes sociale conflicten gepaard met een bezetting (1). Waar in het in dat proces aan ontbrak, was een voldoende coördinatie tussen alle bewegingen en bezettingen en de opbouw van een georganiseerde stroming van strijdsyndicalisme binnen de vakbonden.

Al deze kwesties zullen opnieuw aan belang winnen nu we in de ergste economische crisis sinds de jaren 1930 zitten. Deze strip over de strijd bij LIP kan bijdragen aan het belangrijke debat over de heropbouw van de tradities van de arbeidersbeweging.

Laurent Galandon en Damien Vidal, ‘Lip. Des héros ordinaires’, 2014, Dargaud, 19,99 €. Voorwoord door Jean-Luc Mélenchon.


(1) Michel Molitor en Annick De Rong « Données relatives aux grèves en Belgique de 1947 1971?, in : Courrier hebdomadaire du Crisp, 28 maart 1975, n?667-678, pp. 9-15. En ‘‘La Belgique sauvage : L’extrême-gauche en Belgique francophone depuis 1945’’, p. 121, Le Bord de l’eau éditions, 2009

Delen:
Printen:
Voorpagina van De Linkse Socialist