Stakingsrecht onder vuur. Terug naar de 19e eeuw?

De afgelopen dagen is er een heus offensief gestart van patroons en politici om het stakingsrecht aan te pakken. Onder het mom dat het "recht op arbeid" moet worden gevrijwaard, wordt de aanval ingezet tegen stakingspiketten. Minister Dewael stelde dat de stakingsacties ‘ordentelijk’ moeten verlopen. Hij werd daarin gevolgd door verschillende andere politici en het patronaat haalt alle juridische middelen boven om stakingspiketten te breken.

Het is wellicht geen toeval dat een advocatenkantoor geleid door een goede vriend van Verhofstadt het initiatief nam om een permanentie van 48 uur op te zetten om juridisch weerwerk te bieden tegen stakingspiketten en blokkades. Daartoe werd zelfs contact opgenomen met rechters en deurwaarders zodat ook ’s nachts eenzijdige verzoekschriften kunnen worden behandeld waarbij onmiddellijk met een deurwaarder dwangsommen kunnen worden opgelegd.

De juridische spitstechnologie om stakingen te breken, is fundamenteel ondemocratisch. Er is niet eens de ruimte voor vakbondsvertegenwoordigers om onmiddellijk een antwoord te bieden tegenover de aangesproken rechter. Een eenzijdig verzoekschrift betekent immers dat er louter eenzijdig wordt opgetreden en dat enkel een raadsman van de patroon voor de rechter verschijnt.

Bovendien wordt op deze manier inbreuk gedaan op het feit dat het stakingsrecht een onderdeel vormt van collectieve conflicten die normaal niet voor een rechtbank komen, maar onderworpen zijn aan overleg tussen werkgevers en werknemers. Dat was het opzet om het stakingsrecht slechts bijzonder beperkt te behandelen in de Belgische wetgeving. Pas in 1919 werd het stakingsrecht erkend.

In de 19e eeuw gold een verbod op het organiseren van vakbonden door het zogenaamde ‘samenspanningsverbod’ dat in België werd ingevoerd tijdens de Franse bezetting door het regime van Napoleon. Die wetgeving was gebaseerd op de beruchte Wet Le Chapelier en het decreet D’allarde. De wet ‘Le Chapelier’ stelde onder meer: "Alle samenscholingen van ambachtslui, arbeiders, gezellen, dagloners of die op hun aansporing zijn tot stand gekomen tegen de vrije uitoefening van de nijverheid en de arbeid door om het even welke persoon,… zullen beschouwd worden als oproerige samenscholingen en als dusdanig uiteengedreven worden door de openbare macht…"

Deze wetgeving bleef ook na de Belgische onafhankelijkheid behouden. Ook in de 19e eeuw werd het ‘recht op arbeid’ misbruikt om te stellen dat iedere vakbondsactie waarbij gestaakt werd, een inbreuk zou vormen op het recht om te werken. Bijgevolg werden stakingen de facto verboden. Dit leidde tot heel wat repressie en veroordelingen van vakbondsactivisten die het aandurfden om toch in actie te komen.

Vandaag zien we hoe een aantal Belgische politici heimwee lijken te hebben naar de 19e eeuw. Als een moderne Napoleon Bonaparte declameert VLD-parlementslid Rik (voorheen ‘Hendrik’) Daems dat "het recht op staken eindigt waar het recht op werken begint". Een "samenscholing" van arbeiders om te "staken", zou volgens Daems dus niet kunnen. Blijkbaar wil hij een herinvoering van de Wet Le Chapelier…

Indien Daems het recht op arbeid wil verdedigen, zouden hij en zijn politieke vrienden er beter eens voor zorgen dat jongeren ook toegang hebben tot werk. Vandaag zijn duizenden jongeren werkloos, in steden als Gent of Antwerpen loopt de jongerenwerkloosheid op tot rond de 30%.

Een verbod op stakingspiketten betekent in de praktijk een stakingsverbod. En tevens zet het de deur open naar een volledig verbod op collectieve acties. Ook betogingen zorgen voor ‘verkeershinder’ en kunnen bijgevolg gezien worden als een inbreuk op het recht op mobiliteit. De oproep van Daems, daarin gevolgd door het patronaat, is bijzonder gevaarlijk en moet met alle mogelijke middelen worden bestreden.

Het recht op collectieve acties en op vakbonden, zijn afgedwongen door arbeidersstrijd. De arbeiders eisten het recht op om samen te kunnen in actie komen om hun ongenoegen te uiten en een krachtsverhouding uit te bouwen. Een verbod op protestacties, wat de consequentie is van wat Daems voorstelt, zou betekenen dat iedere vorm van georganiseerde oppositie monddood wordt gemaakt.

De stakende arbeiders kunnen niet rekenen op politici van de partijen die in het parlement vertegenwoordigd zijn, of op de media. Die spreken zich allemaal uit tegen de eisen van de beweging. Hoe kunnen de vakbondseisen, die gesteund worden door brede lagen van de samenleving, anders naar voor komen dan door middel van collectieve acties?

Het zal noodzakelijk zijn om Napoleon Daems van antwoord te dienen. Tegelijk is een stevig vakbondsantwoord nodig op de eenzijdige verzoekschriften en de juridische ondermijning van het stakingsrecht. Dit moet mee opgenomen worden in de eisenbundels voor de acties van de komende weken. Iedere aanval op het stakingsrecht moet met extra stakingen worden beantwoord. Dat is hoe het stakingsrecht is afgedwongen, en het zal ook op die manier zijn dat we het kunnen behouden!

Delen: Printen: