Door Sebastian Kugler (SLP, Oostenrijk)

Vlak voor de paasvakantie plaatste de Oostenrijkse onderwijsminister Heinisch-Hosek (van de sociaaldemocratische SPÖ) een bom onder het onderwijs. Dit jaar nog moet 57 miljoen bespaard worden en volgend jaar volgt 60 miljoen euro. De overheid verzet hemel en aarde om de bank Hypo te redden en maakte daarvoor 18 miljard euro vrij. Van die 18 miljard wordt 120 miljoen euro bij het onderwijs gezocht. De dreigende gevolgen: grotere klassen, minder personeel,…

Als ouders, scholieren en studenten of onderwijspersoneel weten we nochtans dat er nu al langs alle kanten tekorten zijn op het vlak van middelen en personeel. Het maximale aantal leerlingen per klas is een cijfer dat vaak slechts een vrome wens is, regelmatig wordt het maximale aantal overschreden. De praktijk van ‘Team Teaching’ (met bijvoorbeeld twee docenten) is erg uitzonderlijk. Het ontbreekt vaak aan geld voor cursussen of zelfs voor verwarming in de winter. Er is een drastisch tekort aan goed opgeleid ondersteunend personeel, terwijl studies vaststellen dat een derde van alle scholieren onder grote stress gebukt gaat. Psychologische ondersteuning wordt doorverwezen naar de reeds hopeloos overbelaste ‘vertrouwensleerkrachten’. Talloze schoolprojecten zijn enkel mogelijk door de onvermoeibare (en onbetaalde) inzet van toegewijde leerkrachten, leerlingen en ouders.

Er is al jarenlang bespaard. Volgens de OESO-studie “Education at a glance” is het Oostenrijkse onderwijsbudget in de periode 1995-2010 met ongeveer 15% afgenomen. Het statuut van nieuwe leerkrachten werd onder vuur genomen met een sterke achteruitgang. De besparingen onder de conservatief zwart-blauwe regering – met onder meer een verlaging van het aantal lesuren en afschaffing van de ondersteunende leerkrachten – werden nadien niet terug gedraaid.

Ouders, scholieren en studenten en onderwijspersoneel weten dat het onderwijs geen extra besparingen aan kan. De regering wil de tekorten aanpakken door het onderwijs kapot te besparen op een ogenblik dat er al grote tekorten in het onderwijs zijn. De tekorten van jongeren en onderwijzend personeel worden niet in rekenschap gebracht. Worden we straks in legbatterijen onderwezen? We hebben net nood aan kleinere klassen waar er meer persoonlijke begeleiding mogelijk is.

Van onderwijzend personeel kan niet verwacht worden dat ze honderden scholieren en studenten persoonlijk kunnen volgen en de nodige ondersteuning geven. Er is nood aan een werkomgeving met de nodige ondersteuning, zowel materieel als inzake personeel. Van de ouders kan niet verwacht worden dat ze moeten opdraaien voor de tekorten aan middelen voor het onderwijs. Ze moeten erop kunnen vertrouwen dat het welzijn van hun kinderen een topprioriteit is. Met goed betaald en voldoende personeel die in staat zijn om jongeren een degelijke opleiding te geven, kan het best mogelijke leerklimaat gegarandeerd worden.

Maar met die zaken houdt de regering geen rekening. De rampzalige afbouw van het onderwijs is slechts ‘collateral damage’ in een systeem waar enkel de winsten van de banken en grote bedrijven van tel zijn.

We moeten in verzet gaan om geen enkele bijkomende besparing in het onderwijs te aanvaarden. We zullen daar samen voor moeten strijden. In de afgelopen winter waren er al geslaagde gezamenlijke acties van jongeren en onderwijzend personeel. We mogen ons niet tegen elkaar laten uitspelen. Oproepen als die van de conservatieven om de besparingen te beperken tot het beheer van de scholen, zijn er enkel op gericht om tot verdeling en een verzwakking van het verzet te komen.

Wij eisen:

  • Neen aan de besparingen in het onderwijs! Extra middelen zijn nodig: 10 miljard voor onderwijs en de sociale sector, niet voor de banken en grote bedrijven
  • Weg met de centralisatie van alle scholen. Voor een onderwijshervorming waarin de betrokken partijen (personeel, jongeren, ouders) het laatste woord hebben en niet de besparingsdrift van de regering
  • Na de Paasvakantie moeten we meteen bouwen aan comités van scholieren en studenten, personeel en ouders. Op schoolvergaderingen kunnen we de dreigende besparingen en actievoorstellen ertegen bespreken. Op deze vergaderingen kunnen (permanent afzetbare) vertegenwoordigers verkozen worden in overkoepelende netwerken op lokaal, regionaal en nationaal niveau.
  • Scholen, ouderverenigingen,… kunnen resoluties opstellen waarin ze zich uitspreken tegen de besparingen. Ze kunnen petities opzetten en mobiliseren naar een grote betoging.
  • Als de regering niet wil toegeven, moet er meer protest komen. Een volgende stap na een grote betoging kan een staking zijn. Als de regering dan nog niet toegeeft, moeten we verder bouwen met betogingen, stakingsacties,…