Home / Dossier / De politieke impact van het internet

De politieke impact van het internet

Recensie van ‘To Save Everything, Click Here’ (Evgeny Morozov) door Ben Robinson, eerder gepubliceerd in Socialism Today

morozovDe afgelopen decennia zijn de technologie en de communicatiemiddelen sterk veranderd. Hoe heeft dit de samenleving veranderd? Dat is de fundamentele vraag die in het boek van Evgeny Morozov aan bod komt. Een thema in het boek is het idee dat de technologische ontwikkelingen een specifieke sociale en politieke agenda dragen. Maar zoals Morozov uitlegt, is de ontwikkeling en het gebruik van de technologische mogelijkheden mee bepaald door de bestaande sociale voorwaarden.

Het boek ‘Click Here’ gaat na hoe nieuwe technologieën en de bijhorende ideologieën een impact hebben op ons dagelijkse leven en potentieel veel meer mogelijkheden hebben naarmate de technologie vooruit gaat. Er wordt een breed spectrum aan gevolgen besproken, van misdaadpreventie tot koken. Een aantal van de vaststellingen bouwt verder op het vorige boek van Morozov, ‘The Net Delusion’ (Lees hier een Engelstalige recensie van dat boek in Socialism Today, juni 2011). Voor socialisten zijn de thema’s in de eerste helft van het boek het meest relevant, namelijk de vraag wat de invloed van nieuwe technologie op politiek is.

Morozov haalt heel wat voorbeelden aan van topmanagers van nieuwe technologische bedrijven en hun aanhangers die de regeringen verwijten dat ze niet efficiënt, ondemocratisch en een rem op vooruitgang zijn, zeker in vergelijking met de potentiële veranderingen die de nieuwe technologische mogelijkheden bieden. Mark Zuckerberg, de topman van Facebook, stelde in 2008: “We staan nu met het internet op een punt waar de vele toepassingen het mogelijk moeten maken om communicatie zo efficiënt te maken dat mensen een stem zouden hebben en dit zonder grote organisaties met miljoenen mensen die georganiseerd zijn en miljoenen dollars ophalen rond specifieke thema’s.”

Morozov extrapoleert: “Aangezien mensen zich nu kunnen organiseren zonder organisaties – of het nu partijen of vakbonden zijn – waarom zouden we ons dan bezig houden met die trage en inefficiënte instellingen?”  Met hun aanvallen op regeringen en gevestigde politici vinden de technologiebazen en hun commentatoren een brede steun. Er is een breed gedragen ongenoegen tegenover de politici en historisch lage opkomstcijfers bij verkiezingen, dalende ledenaantallen bij partijen,… Velen zoeken alternatieven op de corrupte incompetente figuren die nu de dienst uitmaken in de parlementen. De ‘tech geeks’ werpen het idee op dat nieuwe technologie een alternatief kan vormen.

Een van de redenen waarom dergelijke bedrijven deze agenda naar voor schuiven, is om via politieke verandering hun eigen nieuw bekomen socio-economische positie te erkennen. Het prestige van hun bedrijven staat daarbij centraal. Deze topmanagers en eigenaars van nieuwe technologische bedrijven zijn deel van een nieuwe opkomende vleugel van de heersende klasse (zie ook ons artikel ‘De nieuwe kapitalistische elite’). De vrijheid die Google en Facebook (bedrijven waarvan de waarde op 380 miljard en 150 miljard dollar wordt geschat, Telegraph 30 januari 2014) nastreven, is die om geen belastingen te betalen, grote hoeveelheden persoonlijke gegevens te verzamelen en de winsten te maximaliseren. Dat is een andere vrijheid dan deze die de overgrote meerderheid van de bevolking wil.

Tegelijk weerspiegelen ze een oprechte frustratie tegenover het feit dat de nieuwe technologieën onderbenut worden. De enorme mogelijkheden worden absoluut niet waargemaakt. Zelfs beperkte verbeteringen – Morozov verwijst naar apps voor mobiele telefoons die meteen aangeven waar er putten in de weg zijn waarbij de autoriteiten worden verwittigd, of chips in vuilbakken die aangeven wanneer ze moeten geledigd worden – worden niet op grote schaal gebruikt.

In Chili werd onder de linkse regering van Salvador Allende begin jaren 1970 gewerkt aan een nieuw systeem om productie- en distributiecentra met elkaar te verbinden doorheen nieuwe communicatiemethoden. Dit systeem, Cybersyn, was gericht op een sterk verbeterde communicatie en coördinatie tussen de genationaliseerde sectoren van de economie. Het systeem stond evenwel nog niet op punt ten tijde van de door de VS gesteunde staatsgreep onder Pinochet in 1973. Het werd niet verder afgewerkt. Veel bedrijven gebruiken nu ‘just in time’-technieken voor productie en distributie, maar geen enkel systeem heeft de ambitie van Cybersyn geëvenaard. Significante verbeteringen die op lange termijn alles gemakkelijker maken, zijn overigens niet  meteen te verwachten in tijden van besparingen.

Online organiseren

De breed gedragen woede tegenover het corrupte en inefficiënte establishment heeft de apostelen van het internet aan steun doen winnen. Twitter werd in juli 2006 gelanceerd, Facebook werd in september 2006 voor iedereen ouder dan 13 jaar met een emailadres opengesteld. De ontwikkeling van de sociale media ging samen met de eerste oprispingen van de economische crisis. Het gebruik en het massale karakter ervan ontwikkelden in de context van een groeiende radicalisering.

De impact van beide elementen werd in de VS meteen duidelijk in de verkiezingscampagne van Barack Obama in 2008. Die campagne maakte gebruik van sociale media om de boodschap kracht bij te zetten en om lagen te bereiken die voorheen niet bij het politieke proces betrokken waren. De campagne van Obama was erg succesvol in het mobiliseren van bredere lagen, zowel voor bijeenkomsten als in het stemhokje. Dit resultaat werd neergezet door de enorme middelen van de Democratische Partij maar ook omdat de ideeën van ‘hoop’ en ‘verandering’ samen met de afkeer tegenover de uittredende president George W Bush aansloegen. De nieuwe mogelijkheden voor politieke campagnes kregen heel wat aandacht in de gevestigde media, waardoor Facebook en Twitter mee het imago kregen van agenten van verandering.

Heel wat andere campagnes gebruikten sociale media om hun boodschap te verspreiden. Zo was er de campagne Kony2012 die erin slaagde om de rol van de Oegandese krijgsheer Joseph Kony in het daglicht te plaatsen. De campagne kreeg een grotere zichtbaarheid toen televisiester Oprah Winfrey haar steun eraan betuigde op twitter. Eens het een zekere online steun had gekregen, volgde aandacht in de traditionele media en werd Kony2012 nog verder verspreid.

Er is een reële band tussen kranten, televisiezenders,… en het potentieel van sociale media. Dit betekent echter ook dat de vooroordelen en prioriteiten van deze mediabedrijven een impact hebben op de sociale media. Een resultaat van de campagne Kony2012 was dat de regering van Obama 100 soldaten inzette om het VS-gezinde regime van Oeganda te ondersteunen. De campagne mobiliseerde een breed gedragen hoop op vrede en een einde van de verschrikkelijke oorlogsmisdaden in Oeganda, maar het werd uiteindelijk door het establishment van de Democratische Partij gebruikt om de impact van het VS-imperialisme te versterken. Kony2012 had veel middelen voor advertenties, er werd 100.000 dollar voor uitgetrokken op een totaal campagnebudget van 3,4 miljoen dollar. Dat zijn cijfers waar andere campagnes enkel van kunnen dromen.

Monopolie op democratie

De wijze waarop de overgrote meerderheid van de mensen websites gebruikt, is verre van vrij en open voor iedereen. De komst van de sociale media, soms ook ‘web 2.0’ genoemd, heeft ertoe geleid dat er steeds groter aandeel van het online verkeer naar een steeds kleiner aantal website gaat. De ranking van websites door Alexa plaatst Google.com vooraan als de meest populaire website ter wereld. Google.com wordt gevolgd door Facebook en YouTube. In de top tien van Alexa zijn er vier zoeksites en twee sociale netwerksites. Andere websites krijgen een groot deel van hun bezoekers via deze online reuzen. De wijze waarop deze websites naar andere verwijzen, heeft een grote impact op hoe mensen online met elkaar omgaan. Facebook, Google, Blogspot en WordPress (de twee grootste websites voor blogs) vormen een grote component van de websites die ook activisten gebruiken. Deze websites en hoe ze andere websites inschatten hebben een grote invloed op de rest van het internet.

Indien deze websites zouden afgesloten worden, zou dit het voor activisten in het westen wel drastisch moeilijker maken om hun online campagnes te organiseren. In november 2013 veranderde Facebook de wijze waarop artikels als prioritair werden gezien. Het aantal bezoekers van de campagnewebsite Upworthy viel op twee maanden tijd met 46% terug (Business Insider, 10 februari 2014). Andere sites in de top tien van Alexa zijn Chinese zoekmachines en sociale netwerken, websites waarvan de sterke overheidsinmenging bekend is.

Google stelt haar zoekresultaten af op wat het van de zoeker weet. Deze ‘personalisering’ gebeurt nu ook op meer gesofisticeerde sociale media als Facebook waarbij voorrang wordt gegeven aan bijdragen die lijken op diegene waar je eerder op hebt gereageerd en waarbij andere berichten minder prioriteit krijgen. De methode van Twitter om met met trends en ‘trending topics’ te werken is gelijkaardig opgemaakt. Er wordt niet alleen rekening gehouden met het aantal tweets dat een bepaalde hashtag gebruikt, maar ook de verandering in dat aantal met vorige hoogte- en laagtepunten. Twitter maakte zijn algoritmen niet bekend, maar er wordt aangenomen dat dit een belangrijke factor vormt. Het zorgde ervoor dat #OWS, een van de hashtags van Occupy Wall Street, nooit ‘trending’ werd en de bijhorende prominente aandacht hierdoor misliep.

De op basis van complexe algoritmen afgemeten belangrijkheid houdt enorme beperkingen in. Het baseert zich enkel op woorden en kwantitatieve data en niet op de betekenis van de woorden. Het feit dat #OWS nooit trending was, kon overigens niet tegenhouden dat de Occupybeweging in de VS de enorme woede onder de oppervlakte van de samenleving kon blootleggen en de basis legde voor toekomstige bewegingen.

Gecodeerd debat

De toplui van de sociale mediabedrijven vertellen graag dat hun software een weerspiegeling van de samenleving is. Wat een spiegel weergeeft, hangt echter af van de plaats waar de spiegel wordt opgehangen en van het standpunt van diegene die in de spiegel kijkt. Facebook is veruit de grootste en meest geïntegreerde sociale mediasite. Het brengt miljarden mensen dichter bij elkaar. De Arabische lente gaf tal van voorbeelden van hoe via sociale media werd gemobiliseerd. Gelijk welke campagne of politieke partij kan zich versterken door een aanwezigheid op Facebook uit te bouwen. Maar betekent dit dat politieke organisaties en campagnes hun interne structuren niet langer nodig hebben?

Facebook haalt de meeste inkomsten uit advertenties. Adverteerders willen hun producten op Facebook promoten omdat er veel mensen op die website komen. Facebook wordt dusdanig geprogrammeerd dat het de eigen marktpositie kan behouden en verbeteren. Dat kan door gebruikers zo lang mogelijk op de website te houden en hen regelmatig te late terugkeren. Er zijn prioriteiten ingebouwd om bepaalde zaken prominenter naar voor te schuiven. Zo krijgen foto’s, waaronder ‘memes’ (beelden met een tekst erover), een grotere prioriteit. Foto’s zetten je doorgaans ook niet aan om de website te verlaten, er is geen verwijzing naar een andere website.

Facebook analyseert ook je interacties met vrienden binnen het netwerk en de websites die je bezoekt via verwijzingen die op Facebook worden gedeeld. Hoe meer interacties met een vriend of een website, hoe prominenter deze naar voor komen. Hoe meer tijd je op Facebook doorbrengt en hoe meer interacties met vrienden, hoe prominenter je zelf wordt onder je Facebook-vrienden. Wie meer tijd aan het netwerk besteedt, wordt door Facebook beloond met een grotere prominentie.

Deze berekeningen zijn echter niet noodzakelijk met inhoud verbonden. Zo wees de krant New York Times op het geval van DecorMyEyes.com dat een grotere zichtbaarheid in de zoekresultaten van Google kreeg alsook op de sociale media, maar dan op basis van het feit dat er zoveel klachten waren waarbij naar de website van het bedrijf werd verwezen om erover te klagen.  (A Bully Finds a Pulpit on the Web, 26 november 2010).

Conversaties waar veel mensen bij betrokken zijn, krijgen meer prominentie waardoor er meer mensen op deze conversaties worden gewezen. Dat versterkt het belang van de discussie, los van de inhoud ervan. Timing is ook een belangrijke factor in de berekeningen van Facebook. Het volume en de snelheid van commentaren en interacties wordt ook in rekening gebracht.

Misverstanden in de hand gewerkt

Er is politieke discussie op Facebook aangezien mensen er tijd door brengen. Maar Facebook is niet gericht op het organiseren van politieke discussie. Heel wat van de hoger genoemde factoren kunnen een productieve discussie ondermijnen. Er is geen mogelijkheid om een onderscheid te maken tussen wat belangrijk en wat niet belangrijk is. Online discussies kunnen snel in de greep van provocaties vast komen te zitten.

In een discussie of een interactie staat iedere gebruiker en iedere commentaar op gelijke voet. Maar in complexe discussies is er nood aan tijd en inspanningen om wel doordacht te antwoorden, zeker als je andere standpunten buiten de conversatie wil aftoetsen of feiten wil nagaan vooraleer je reageert. Als er druk is om heel snel te reageren of als een discussie snel ontwikkelt, kan een reactie zich sneller beperken tot initiële indrukken in plaats van doordachte aanvullingen. Het wordt hierdoor gemakkelijker voor anderen om een andere interpretatie te geven aan wat je wilde zeggen, wat de druk verhoogt om een meer uitgewerkt antwoord te bieden op nog kortere termijn.

Het bijeenbrengen van mensen met erg verschillende belangen, die erg verschillende zaken zoeken en verschillende uitgangspunten hebben, maakt dat Facebook essentiële achtergrondinformatie weghaalt uit de wijze waarop mensen zich tot elkaar verhouden. Individuen hebben potentieel een veel grotere controle op hoe ze zich voorstellen en, zoals Morozov aangeeft, hebben ze de neiging om elementen van zichzelf te benadrukken en andere op de achtergrond te verbergen. Dat kan tot misverstanden leiden met verregaande gevolgen. Alles wat snel is neergeschreven kan aangepast of verwijderd worden, maar  dan is het vaak al te laat. Eens de discussie verder is gegaan, wordt het aanpassen van eerdere berichten grotendeels irrelevant.

Facebookgroepen worden opgezet om mensen rond specifieke interesses samen te brengen. Deze groepen kunnen diegene die de groep heeft opgezet versterken en laat toe om de beheerders ervan te laten bepalen wie lid kan zijn van de groep, wie de berichten kan zien en wie zelf berichten kan plaatsen. Maar er is geen structuur voor een discussie. De enige maatregelen die kunnen genomen worden, zijn het verwijderen van berichten of leden. In snel ontwikkelende discussies moeten beslissingen van de beheerders erg snel genomen worden, waarbij er vaak geen tijd is om over de gevolgen ervan na te denken. Zonder structuren die verdergaan dan wat Facebook aanbiedt, is het afhankelijk van de grillen van de beheerders om al dan niet op te treden.

Misverstanden, foutieve informatie,… bestonden in het dagelijkse leven natuurlijk al lang voor de opkomst van sociale media. Maar iedere communicatie verandert indien het beperkt wordt tot enkel geschreven woorden. Een mop is anders als die verteld wordt dan als die neergeschreven wordt. De toegenomen anonimiteit versterkt de verwarring en de misverstanden. Deze factoren beperken de mogelijkheden van discussies op Facebook en gelijkaardige mediums.

Het organiseren via Facebook onderwerpt campagnes ook aan het beleid van Facebook. Dit heeft al geleid tot pogingen om rivaliserende sociale netwerken op te zetten, zoals LabourStarts UnionBook. Dit laatste project kwam echter niet van de grond, het ontbrak aan de functionaliteiten en de publiciteit van Facebook. Naarmate meer mensen politiek actief worden en nagaan hoe ze zich kunnen organiseren, zullen er ongetwijfeld alternatieven ontwikkelen.

Partijprogramma

Een aantal nieuwe politieke formaties zijn ontstaan op basis van online organisatie. Zo was er in Italië de snelle opkomst van de Vijfsterrenbeweging (M5S). Komiek Bepe Grillo ging in tegen de dominantie van Silvio Berlusconi op de gevestigde media. Zijn blog werd wereldwijd de zevende meest gelezen, ook al was het in het Italiaans geschreven en ook al is de verspreiding van eigen computers in Italië nog relatief beperkt in vergelijking met andere landen. De beweging van Grillo slaagde erin om in de aanloop naar de verkiezingen van 2013 tot een miljoen mensen te mobiliseren naar bijeenkomsten op pleinen. Bij de verkiezingen haalde de beweging maar liefst 25% van de stemmen.

Roberto Casaleggio, die samen met Grillo aan de basis van M5S lag, stelde dat websites en blogs een “nieuwe realiteit, een nieuwe wereld” vertegenwoordigen en dat M5S een pionier is van een “nieuwe, directe democratie die alle grenzen tussen de burger en de staat sloopt.” De realiteit zag er anders uit. De mogelijkheid om op de blog van Grillo te reageren met commentaren – waarbij sommige berichten meer dan 10.000 reacties kregen – biedt geen antwoord op dezelfde problemen die bij Facebookdiscussies opduiken.

M5S omschrijft zichzelf als een beweging en niet als een partij. Er zijn geen interne mechanismen om te beslissen en het partijprogramma of de leiding te veranderen. In de aanloop naar de verkiezingen van 2013 werden twee gemeenteraadsleden van M5S door Grillo uit de partij gezet. Een van hen wegens klachten over het gebrek aan interne democratie, de andere wegens een inbreuk op de regels van Grillo. Bij de online selecties van parlementskandidaten werden 20.525 stemmen uitgebracht, ook al beweert M5S dat het 255.000 leden telt.

De Duitse Piratenpartij is wellicht de technologisch meest ontwikkelde politieke organisatie. Het heeft software ontwikkeld, het piratepad, die honderden mensen toelaten om tegelijk eenzelfde document te bewerken. De partij vraagt leden om slogans en ideeën te ontwikkelen en het zendt bijeenkomsten van parlementsleden direct uit. LiquidFeedback, de belangrijkste innovatie van de Piratenpartij inzake programmering, laat leden toe om voorstellen te doen en erover te stemmen. Het programma wordt in categorieën opgedeeld en leden kunnen hun stem voor bepaalde categorieën aan een ander lid overdragen, bijvoorbeeld indien dat lid in dat thema gespecialiseerd is.

Dit systeem kan leiden tot intensieve en tijdrovende discussies waarbij velen niet meer betrokken zijn bij het nemen van beslissingen. Het is ook afhankelijk van hoe leden zich wensen te engageren in discussies. Zo geeft Morozov het voorbeeld van een discussie over hoe de vertegenwoordigers van de partij in een regionaal parlement zich moesten opstellen rond een voorstel om de mannelijke besnijdenis te verbieden. In de discussie binnen de Piratenpartij werden amper 20 stemmen uitgebracht. Discussies kunnen vooral gaan over thema’s die individuele leden erg belangrijk vinden, ook als dit niet direct de meest dringende thema’s zijn voor de volledige partij. De beperkingen van dit organisatiemodel wordt erkend door de Piratenpartij die LiquidFeedback enkel gebruikt als consultatiemiddel. De beslissingen worden genomen op conferenties van de partij.

Morozov merkt op dat LiquidFeedback een uitgewerkt systeem is om leden van de partij te consulteren. Het is “allemaal goed en wel, maar het vormt geen revolutie in partij-opbouw. Lange tijd voor de blogs en wikis, bestonden er instrumenten – van partijkranten tot effectieve bijeenkomsten van lokale partijafdelingen – waar gewone partijleden tal van mogelijkheden hadden om hun standpunten naar voor te brengen.”

Zowel de Duitse Piratenpartij als de Italiaanse M5S zagen hun stemmenaantal de hoogte inschieten en behaalden zetels in de lokale, regionale en in het geval van M5S ook de nationale parlementen. Maar beiden kenden recent een neergang en interne verdeeldheid. Bij M5S was er een reeks uitsluitingen en namen verschillende leden, waaronder parlementairen, ontslag. De partijleider van de Duitse Piraten nam een week na de electorale achteruitgang in de verkiezingen van 2013 ontslag. Beide formaties waren pioniers inzake organisatiemethoden, maar ze gingen niet over tot het ontwikkelen van een coherent politiek programma waarrond een partij kan opgebouwd worden.

De ontwikkelingen in de communicatie via netwerken maken het mogelijk om ideeën en gedachten bijna direct te verspreiden en tegelijk feedback erop te krijgen. Waarom zou een discussie over een programma-onderdeel dan beëindigd worden en een planning voor de doorvoering ervan beginnen? Grillo ontkent soms dat hij de leider is van de M5S en de verkozen vertegenwoordigers van de Piratenpartij ontkennen soms dat ze de woordvoerders zijn. Alle leden van beide groepen zijn in principe individuen met evenveel rechten als andere leden. Dit kan ertoe leiden dat diegenen die het programma van de partij ontwikkelen geen rekenschap moeten geven. Zoals Casaleggio brutaal verklaarde, als interne critici van M5S “de regels willen veranderen, dan moeten ze maar een andere beweging opzetten.”

Deze modellen worden uitgetest en ze blijken niet te voldoen. Dit betekent niet dat deze, of gelijkaardig gestructureerde organisaties, niet verder kunnen ontwikkelen. Het is het ontbreken van een oprecht alternatieven die ruimte laat voor dergelijke groepen om de bestaande woede deels te capteren. Morozov citeert een deelnemer aan de Egyptische revolutie: “We waren de vonk die de wereld  in vuur en vlam zette. Maar eens we een sterke entiteit vormen die op eigen voeten kan staan – als we morgen een regering kunnen vormen – dan zullen we een alternatief worden.”