Home / Belgische politiek / Nationaal / Koningshuis staat nog steeds achter neokoloniale plunderpolitiek

Koningshuis staat nog steeds achter neokoloniale plunderpolitiek

Het koningshuis is een achterhaalde instelling uit ver vervlogen tijden die af en toe op crisismomenten wordt bovengehaald om de belangen van het establishment te ondersteunen. Dat werd bevestigd in de adellijke titels die de nieuwe koning – op aangeven van minister Didier Reynders – heeft uitgedeeld. Zakenman Paul Buysse van Bekaert was al baron en wordt nu graaf, de voorzitter van BNP Paribas Fortis Herman Daems wordt baron, NMBS Logistics topman Jean-Pierre Hansen wordt ridder. George Forrest is de meest controversiële ontvanger van een adellijke titel. De man wordt “officier in de kroonorde”. In het dagelijkse leven is hij generaal van de neokoloniale uitbuiting.

Het bedrijf George Forrest International (GFI) staat bekend voor de plundering van de natuurlijke rijkdommen in Congo. Het leverde George Forrest de bijnaam ‘koning van Katanga’ op. Bij de plundering van Congo ging de groep van George Forrest hardhandig te werk. Er wordt niet geaarzeld om het personeel slechte arbeidsvoorwaarden op te leggen en om dubieuze contracten te sluiten. De plunderpolitiek droeg bij tot spanningen in de regio waarbij heel wat dodelijke slachtoffers vielen. De Verenigde Naties stelden in 2002 vast dat de mijnbouw de lokale bevolking niet ten goede kwam, maar enkel bedrijven als de groep rond George Forrest.

Zowel in Congo als in ons land heeft Forrest steeds banden onderhouden met politieke machthebbers. Daar kwam even opschudding over toen bleek dat de liberale politicus Pierre Chevalier gedelegeerd-bestuurder van GFI was. Onder druk van de partijleiding nam hij spontaan ontslag. Ook met het koningshuis waren al langer banden, in 2011 bracht prins Laurent een betwist bezoek aan Congo waarbij enkele hotelfacturen door George Forrest bleken betaald te zijn. In Congo werd eerst nauw samengewerkt met Mobutu, maar werd GFI nadien een sponsor van het nieuwe regime. Wie aan de macht is, doet er niet toe. Zolang ze maar in de zak van George Forrest en co zitten… De laatste jaren staat zijn mijnimperium wel onder druk van onder meer Chinese concurrentie waardoor hij is gaan diversifiëren, maar ook activiteiten in openbare werken en andere sectoren.

Het toekennen van adellijke titels aan vrienden-ondernemers en neokoloniale plunderaars geeft aan waar het koningshuis voor staat. Het is onderdeel van een select clubje van het establishment waar niet wordt geaarzeld om elkaar complimentjes te geven, bijvoorbeeld in de vorm van adellijke titels. Met het bloedige koloniale verleden van de eigen familie – tussen 1885 en 1925 vielen in Congo, dat een groot deel van deze periode persoonlijke eigendom van Leopold II was, naar schatting tien miljoen doden – was enige terughoudendheid niet ongepast geweest. Door Forrest ‘officier in de Kroonorde’ te maken, geeft Filip nu blijk van steun aan de neokoloniale plunderpolitiek.