Achteruitgang van onze levensstandaard wordt als ‘verandering’ omschreven. De vooruitgang daarentegen is beperkt tot wie vandaag al tot de kleine elite van superrijken behoort. Lastenverlagingen en andere cadeaus vallen hen te beurt. En dat op onze kosten. Dat is kort samengevat waar het ‘Plan V’, het sociaaleconomische programma van N-VA op neerkomt. De partij stelt dat “moeilijke keuzes” moeten gemaakt worden. Dat de gewone werkenden en uitkeringstrekkers het zijn die alle moeilijke aspecten van de keuze van de grote werkgevers moeten dragen, wordt amper verhuld.

Nieuw is het natuurlijk niet, maar N-VA blijft hameren op de harde sociaaleconomische tegenhervormingen die het wil doorvoeren. Terwijl wereldwijd de 85 rijksten evenveel bezitten als de armste helft van de wereldbevolking en terwijl topmanagers van grote bedrijven in ons land vorig jaar goed waren voor een gemiddeld jaarloon van 2,2 miljoen euro, een stijging met 11% op jaarbasis, zoekt de partij van Bart De Wever het geld elders: bij de werkenden en uitkeringstrekkers.

Een opmerkelijk detail: eens te meer wordt de Europese druk bovengehaald om de noodzakelijkheid van het besparingsbeleid te rechtvaardigen. “We gaan met Europa de verbintenis aan om een direct herstelbeleid te voeren, een begroting in evenwicht te realiseren in 2018 en een overschot in 2019.” Het is toch wat bizar dat een partij die meent dat niet met Franstaligen kan samengewerkt worden in het kader van het kleine België, veel minder problemen heeft met dictaten van de Europese Unie. De reden hiervoor is evident: de EU doet graag dienst als stormram tegen alle sociale verworvenheden.

De werklozen moeten het grootste deel van de besparingsoperatie van N-VA voor hun rekening nemen. Daar wil N-VA maar liefst 3 miljard of ongeveer een derde van alle huidige uitgaven knippen. Dat moet door de werkloosheid in de tijd te beperken, na drie jaar volgt onvermijdelijk een leefloon in plaats van een uitkering. “Wat helpt het ons dat mensen voor altijd afhankelijk blijven van overheidsuitkeringen?”, vraagt voorzitter (en beroepspoliticus die betaald wordt met gemeenschapsmiddelen) De Wever zich in zijn voorwoord op het programma af. De neoliberale N-VA vindt niet de werkloosheid problematisch, maar wel de werklozen. Zelfs de donkerblauwe mediaprofessor Marc De Vos, iemand die nooit verlegen is om er een neoliberaal schepje bovenop te doen, stelt zich vragen bij de N-VA-voorstellen. “Volgens alle projecties zal de werkloosheid de komende jaren nog toenemen. Dan stijgen de uitkeringen normaal. Het is erg voluntaristisch om dan 3,1 miljard in de uitkeringen te snoeien. (…) Het kan, maar het vraagt véél politieke wil.” Vrij vertaald: voor ons neoliberalen is dit onze natte droom, maar we willen het niet verkwanselen door te snel te willen gaan.

Werklozen vallen sneller terug op een leefloon, dat de N-VA wil optrekken tot de Europese armoedegrens (hiermee vinden we meteen het goed verstopte sociale voorstel in dit plan, extreme armoede hoeft niet, gewone armoede volstaat!). Maar leefloners moeten wel verplicht worden tot gemeenschapsdienst. Stadsdiensten kunnen dan meteen afgebouwd worden, reguliere arbeid wordt vervangen door dwangarbeid tegen bijzonder concurrentiële voorwaarden in de vorm van een uitkering ter hoogte van de armoedegrens. De N-VA grossiert graag in armzalige ideeën.

Gewone werkenden moeten eveneens hard betalen. De indexering van de lonen, een aanpassing aan de stijgende levensduurte, moet eraan geloven. In 2015 wil N-VA een indexsprong gevolgd door de afschaffing van nationale onderhandelingen die plaats moeten maken voor all-inakkoorden op sectorniveau. Lees: bye bye index en koopkracht. De indexsprong zou overigens ook gelden voor de meeste uitkeringen. De lonen wil N-VA sterker individueel bepalen, onder meer door een einde te maken aan verhogingen op basis van anciënniteit. De partij pleit voor “een verloning die meer dan vandaag vertrekt vanuit de competenties van de werknemer en niet of minder van leeftijd of anciënniteit.”

Naast de 2 miljard euro die N-VA rechtstreeks op onze koopkracht wil besparen, komen nog eens 2,1 miljard besparingen op de gezondheidszorg, 2,5 miljard euro van de afschaffing van iedere vorm van brugpensioen en 2,4 miljard euro besparingen op de algemene overheidsuitgaven. Dat laatste betekent dat de dienstverlening aan de bevolking drastisch wordt afgebouwd, onder meer door extra privatiseringen en afbouw van belangen in vroegere overheidsbedrijven. “We bouwen de overheidsparticipaties in commerciële bedrijven verder af. Zo maken we verder werk van de liberalisering van de verschillende sectoren zoals de Europese Unie die voorschrijft.”

Het pensioen ligt eveneens onder vuur. N-VA beweert dat het de pensioenleeftijd op 65 jaar wil houden, maar dat wordt een ondergrens in plaats van een bovengrens. Voor 65 jaar wordt enige vorm van pensionering onmogelijk. Vanaf 65 jaar wordt het mogelijk na een loopbaan van 45 jaar. Wie niet blijft werken tot 45 loopbaanjaren zal het met een lager pensioen moeten doen. Wie niet vanaf zijn 20ste zonder enige onderbreking heeft gewerkt, zou dus langer dan 65 jaar moeten werken.

Terwijl wij hard moeten inleveren, zijn er ook winnaars. Diegenen die de afgelopen jaren hun winsten steeds verder zagen toenemen. Diegenen die hun miljarden naar belastingparadijzen versluizen. Diegenen die hun topmanagers gemiddeld 2,2 miljoen euro per jaar betalen. Zij mogen rekenen op nieuwe cadeaus. N-VA wil de werkgeversbijdragen vanaf 1 april 2016 – en wees er maar zeker van dat dit géén aprilgrap is – verminderen met 3 miljard euro op jaarbasis, oplopend tot 4,5 miljard in 2019.

De maatregelen die N-VA wil doorvoeren zijn niet gericht op de ‘modale Vlaming’ waar de partij de spreekbuis van beweert te zijn. De N-VA verwoordt de natte dromen van het kleine groepje superrijken en de iets bredere laag van diegenen die tot het selecte clubje superrijken wil behoren, de kleinburgerij. ‘Da joenk’ De Wever biedt voor ons geen vooruitgang, maar achteruitgang naar het model van Thatcher en Reagan.