Home / Op de werkvloer / Werklozen / Minder werken zodat iedereen aan de slag kan

Minder werken zodat iedereen aan de slag kan

door Nicolas Croes

Het jaar 2013 was niet bepaald positief inzake werkgelegenheid. Maar liefst 15.711 mensen werden getroffen door collectieve afdankingen, meer dan het dubbele van de 7.248 mensen een jaar eerder. De nachtmerrie om zonder werk te vallen hangt stilaan iedereen boven het hoofd. Van de jongere die net begint te werken tot de oudere werknemer die weet dat hij of zij op elk ogenblik aan de deur kan gezet worden, zelfs in winstgevende bedrijven. Hoe kunnen we de dreiging van werkloosheid afwenden? Wat kunnen we doen tegen de jobverliezen?

Zijn werklozen profiteurs?

De werklozen zijn een van de eerste slachtoffers van de aanvallen van de regering-Di Rupo. Dat is geen toeval. Met een heuse propagandacampagne wordt ons al jarenlang verteld dat er veel misbruik is. Op 13 maart, amper drie dagen na de vakbondsacties tegen de uitsluiting van tot 55.000 mensen met een inschakelingsuitkering, titelden verschillende kranten: “Eén werkloze op twee zoekt niet actief naar werk.” Dat was een verwijzing naar het feit dat de helft van de door de RVA gecontroleerde werklozen een sanctie krijgt.

Het is evenwel verkeerd te denken dat het probleem bij een gebrek aan initiatief van de werklozen moet gezocht worden. Een artikel op de website éconosphère (1) reageerde met cijfers, waaronder het resultaat van een studie van Eurostat waarin de Belgische werklozen werden omschreven als de Europese kampioenen van het actief zoeken naar werk. Bij Actiris, de Brusselse tegenhanger van de VDAB, zijn er voor iedere vacature maar liefst 57 werkzoekenden, bij de Waalse Forem zijn dat er 23. Terwijl het aantal werklozen toeneemt, wordt ook de controle strenger.

De werklozen aanpakken om alle werkenden te raken

Als de werklozen vandaag hard aangepakt worden, heeft dat niets te maken met hun zogenaamde “onhoudbare kost voor de gemeenschap”. Het ABVV berekende dat de overheid met de uitsluiting van 55.000 mensen met een inschakelingsuitkering 100 miljoen euro zal besparen. Voor gewone werkenden die grijs haar krijgen van de rekeningen die in de bus vallen, is dat heel veel geld. Maar voor de overheid gaat het om borrelnootjes.

Vergelijk het bijvoorbeeld met de 11,5 miljard euro aan fiscale en parafiscale cadeaus die in 2013 alleen al aan de bedrijven werden gegeven. Denk aan het stelsel van de notionele intrestaftrek voor de grote bedrijven, een stelsel dat de overheid in 2012 6,12 miljard euro kostte.  De regering geeft ieder jaar 13 miljard euro aan de speculanten van de banken alleen al als intrest op de overheidsschulden. De fiscale fraude van de grote bedrijven wordt 20 tot 30 miljard euro per jaar geschat. Meer middelen voorzien voor de strijd tegen fiscale fraude zou veel meer opbrengen dan het uitsluiten van werklozen. De vakbonden in de openbare sector klagen echter aan dat er bij de belastingen op drie jaar tijd 10% minder personeel is. Waar zit de logica?

Hun logica bestaat uit een steeds grotere druk op de werklozen zodat ze om het even welke job aan om het even welke voorwaarden zouden aanvaarden. Dat levert de werkgevers meer winsten op, het zorgt immers voor een algemene neerwaartse druk op de lonen en arbeidsvoorwaarden van iedereen. De regering heeft tegelijk een loonstop opgelegd om de druk nog verder op te voeren.

De regering gebruikt de werklozen om de geesten te laten rijpen voor andere asociale aanvallen. Door een weinig georganiseerde groep eerst aan te pakken, wordt een stap gezet om alle arbeidsvoorwaarden te ondermijnen. De logica van de regering en van de gevestigde media is wel degelijk coherent en consequent. Steeds opnieuw wordt de kapitalistische elite verdedigd tegenover de meerderheid van de bevolking. Om dat verkocht te krijgen wordt alles eraan gedaan om de bevolking kalm te houden of om de woede te richten tegen groepen die niet verantwoordelijk zijn voor de crisis. “Oorlog onder de armen dient om de zakken van de rijken te vullen”, stelde Nico Cué van de Franstalige metaalbond van het ABVV hierover.

(1) Pedro Rodriguez ‘‘Un chômeur sur deux ne cherche pas activement un emploi : Faux et archi-faux.’’, http://www.econospheres.be/spip.php?article459

ONS ANTWOORD

Nationalisatie van bedrijven die tot collectieve afdankingen overgaan

Vorig jaar vierde de wet-Renault zijn 15de verjaardag. Deze wet werd ingevoerd na de brutale sluiting van Renault in Vilvoorde in 1997 waarbij 3.000 arbeiders op straat werden gezet. Het doel van de wet was om de informatie en consultatie van het personeel bij een collectief ontslag te versterken. Er kwam een procedure waardoor er niet meteen tot collectieve afdankingen kan overgegaan worden, maar ten gronde veranderde er niets. Veel syndicalisten klagen aan dat deze wet delegees ertoe aanzet om aan een hele reeks “consulatievergaderingen” en “informatiesessies” deel te nemen waarbij de aandacht wordt afgeleid van de opbouw van een militante krachtsverhouding. En op het einde van de rit gaan de jobs nog altijd verloren. Dit volstaat niet, we moeten verder gaan en stoutmoedige oplossingen naar voor brengen die niet vertrekken van de logica van overleg met het patronaat.

Ter linkerzijde verdedigen sommigen het idee van wetsvoorstellen om afdankingen “te verbieden”. Het gaat daarbij soms enkel over een verbod op afdankingen in winstgevende bedrijven (wat dus al geen alternatief biedt voor arbeiders die afgedankt worden door verlieslatende bedrijven). Het idee kan mooi lijken op papier, maar wie zou vandaag een dergelijke wet goedkeuren? Heeft deze eis niet het effect dat de strijd van de werkvloer wordt afgeleid naar de verkiezingen? En wat doen we ondertussen in de bedrijven die door collectieve afdankingen getroffen worden?

Wij denken dat in het verzet tegen de dreiging van sluitingen en delokalisaties moet opgekomen worden voor de onteigening en nationalisatie van de productiesites om deze onder democratisch beheer van de gemeenschap en de werkenden te plaatsen. Deze eis kan op directe wijze verdedigd worden doorheen een bezetting van de bedreigde sites, als eerste concrete opstap naar de collectivisatie ervan.

32-urenweek zonder loonverlies, met bijkomende aanwervingen en afbouw van de werkdruk

De enige manier om de werkloosheid aan te pakken in plaats van de werklozen is door het beschikbare werk te verdelen onder de beschikbare arbeidskrachten. Het is in dit kader dat de traditionele eis van de 32-urenweek van belang is. Recent werd deze eis ook opnieuw boven gehaald door de nieuwe voorzitter van de Franstalige Jongsocialisten, Jonathan Dawance van de Mouvement des Jeunesses Socialistes.

We zijn het volledig met hem eens als hij stelt dat “het thema van jobcreatie van essentieel belang is. Daartoe is er nood aan een collectieve arbeidsduurvermindering zodat er nieuwe jobs bijkomen. Maar dan wel zonder loonverlies.” Alleen wil de MJS dit voorstel realiseren op basis van “verlagingen van de sociale bijdragen van de bedrijven.” Het gaat dus eens te meer over een maatregel die door de sociale zekerheid wordt gefinancierd en dus door het indirecte loon van de werkenden. Wij denken dat de grote bedrijven al genoeg in de zakken van hun werknemers hebben gezeten om de geldkoffers van de grote aandeelhouders verder te vullen. Er werd nog nooit zoveel rijkdom gecreëerd als vandaag, die middelen moeten voor de gemeenschap ingezet worden. De toegenomen werkdruk met de bijhorende flexibilisering zorgt er nu al voor dat we gemiddeld 31 uur per week werken in België, vaak als gevolg van onvrijwillig deeltijdse arbeid. Laat ons die logica omkeren!

Een degelijke job en een degelijk bestaan zijn fundamentele rechten die we ten stelligste moeten verdedigen. Over de haalbaarheid van onze eisen verwijzen we graag naar het Overgangsprogramma dat door de revolutionair Leon Trotski werd opgesteld: “Indien het kapitalisme niet in staat is de eisen in te willigen, die onvermijdelijk voortkomen uit de kwalen die het zelf geschapen heeft, blijft dit stelsel niets anders over dan ten onder te gaan. De “mogelijkheid” of “onmogelijkheid” om die eisen te realiseren is in dit geval een kwestie van krachtsverhoudingen, die alleen door de strijd beslist kan worden. Op basis van deze strijd, welke ook zijn onmiddellijke praktische resultaten mogen zijn, zal het best het besef bij de arbeiders groeien, dat de kapitalistische slavernij vernietigd moet worden.”

De taak voor al wie de belangen van de werkenden oprecht wil verdedigen, bestaat nu uit het voorbereiden van het terrein voor deze strijd tegen kapitalistische slavernij en voor de vestiging van een samenleving waarin wie de rijkdom produceert – de werkenden – kunnen beslissen over hoe geproduceerd wordt en hoe het resultaat ervan wordt aangewend in het belang van de bevolking.