Degelijk pensioen nu reeds ondermijnd door deeltijds werk

Bij de hervorming van het brugpensioen wil de regering de rechten van de arbeiders beperken. Dat komt extra hard aan voor wie deeltijds werkt. Volgens Stevaert moet voor het brugpensioen niet gekeken worden naar het bouwjaar, maar naar de kilometerstand. Daarbij wordt uiteraard geen rekening gehouden met het feit dat de meeste vrouwen naast hun job ook thuis heel wat huishoudelijk werk verrichten. Of met het feit dat de toenemende flexibilisering deeltijdse arbeid in de hand werkt.

Tina De Greef

Deeltijds werk ontwikkelde aanvankelijk vooral onder vrouwen, waarbij het extra salaris werd gezien als een aanvulling op het loon van de man. Meer en meer is het echter noodzakelijk dat er twee volledige inkomens zijn in een gezin om te kunnen rondkomen. Met een half salaris valt immers niet te leven. Kinderen opvoeden, de huishuur betalen, eten,… kan je niet deeltijds doen.

In 1995 werkte – volgens de officiële cijfers van het NIS – 15,4% van alle arbeiders deeltijds. Bij mannen was dit 3,1% en bij vrouwen 33,4%. Ondertussen is het aantal deeltijds werkende arbeiders gestegen tot 22,6% en zien we dat ook meer en meer mannen het moeten stellen met een part-time job: 6,9%. Bij vrouwen bedraagt het cijfer nu 42,4%.

Deeltijds werk concentreert zich in sectoren waarin vooral vrouwen actief zijn: schoonmaak, non-profit, horeca… Het zijn stuk voor stuk de minst betaalde en meest flexibele jobs waarin veel deeltijds werk terug te vinden is. Wanneer een gezin moet beslissen wie deeltijds thuis blijft om de zorg van de kinderen op zich te nemen, valt de keuze bijgevolg bijna altijd op de vrouw, want zij verdient het minst. Op die manier worden vooral vrouwen nu al getroffen door de pensioenregeling.

Delen: Printen: