Achtergrond. De algemene staking vandaag

Vanuit het ABVV is er een oproep om mogelijk op 7 oktober te staken. Het is absoluut niet zeker of die algemene staking er komt. Het is echter belangrijk om na te gaan wat het karakter van een algemene staking is en welke vragen dit opwerpt. We herpubliceren een dossier van Peter Taaffe geschreven in 2003 over de kwestie van de algemene staking in de 21ste eeuw. Vandaag is de situatie al verder gevorderd dan in 2003, maar de tekst blijft nuttig als algemeen achtergrondsartikel.

Peter Taaffe, tekst geschreven in 2003

Het neoliberale offensief van de Europese kapitalisten heeft een resoluut antwoord van de arbeidersklasse veroorzaakt, met inbegrip van het wapen van de algemene staking, dat steeds weer de vraag opwerpt: wie heerst er over de maatschappij ? Met het huidige heersende bewustzijn kan deze vraag echter niet op dezelfde wijze worden beantwoord als in het verleden, stelt PETER TAAFFE.

De algemene staking vandaag

Het wereldwijde ideologische offensief van het kapitalisme van de jaren ’90 in de nadagen van de val van het Stalinisme in Oost-Europa en de Sovjetunie drong de arbeidersbeweging een decennium lang in het defensief.

In de vroege jaren ’90 was er een betekenisvolle verzet van de arbeiders tegen de neoliberale agenda van de kapitalisten, in het bijzonder wat betreft de aanvallen op de openbare sector; het verzet van de mijnwerkers in Groot-Brittannië in 1992; de stakingen in de openbare sector in België; anti-Jupé stakingen in de openbare sector in 1995, die de basis legden voor de val van de rechtse regering in Frankrijk. Analoog leidde een vier uur durende staking van de Italiaanse arbeiders tot de val van de eerste Berlusconi-regering. Dergelijke acties verminderden echter in het latere deel van het decennium. Dit werd grotendeels veroorzaakt doordat rechtse vakbondsleiders en hun politieke tegenhangers, Blair in Groot-Brittannië, Jospin in Frankrijk, Schröder in Duitsland – de leiders van de vroegere Europese arbeiderspartijen de arbeidersbewegingen gekluisterd hielden.

Ondanks de vroege voortekens werd de neoliberale agenda van het patronaat: privatiseringen, flexibilisering, herstructurering, enz . onverkort doorgevoerd tijdens de boom van de jaren ’90. Koppig verzet weerhield de kapitalisten ervan in een aantal Europese landen hun programma ten volle uit te voeren. Nu echter, onder de dreiging van een ernstige economische recessie hebben de verflauwende winstmarges en moordzuchtige competitie die wordt ondergaan vanuit de VS, China, Japan en het afkalven van de werkomstandigheden de baan vrijgemaakt voor een veel ernstiger offensief van de Europese kapitalisten. Dit heeft op zijn beurt een enorme woede veroorzaakt in de rangen van de arbeidersklasse. Zowel in de armste landen van Europa- Griekenland en Portugal- tot de steunpilaren van het ‘oude Europa’ -Frankrijk en Duitsland- en ook in de middenmoot van Europa, landen zoals Spanje en Italië, ontstond er een reactie van protest, de straat op te gaan en te staken. Hoe kan het neoliberale slagschip worden gestopt? De conclusie tot dewelke velen zijn gekomen is dat alleen de meest besliste acties het gevaar kunnen doen ontsporen. Dit brengt voor de arbeidersklasse terug de vraag naar voren van de staking, en dan vooral van de algemene staking die weer volledig op de agenda van de arbeidersbeweging staat.

In een aantal landen hebben arbeiders onder de zweep van de kapitalistische reactie reeds hun bereidheid getoond om te strijden, met gebruik van de algemene staking. Griekenland, dat reeds verschillende algemene stakingen mocht ondergaan het vorige decennium (reeds 20) was in september 2001 getuige van de grootste mobilisatie van de arbeidersbeweging van het afgelopen decennium toen de rechtse regering van Simitis een aanval uitvoerde op de reeds schaarse pensioenrechten van de Griekse arbeiders. Deze beweging was zo immens dat het de regering tot een paniekerige terugtrekking dwong, waarbij de eerste minister publiekelijk moest verklaren dat de maatregelen ‘volledig worden ingetrokken’.Dit weerhield dezelfde regering er niet van om zeer snel nieuwe aanvallen te lanceren op de arbeidsrechten en arbeidsomstandigheden: grotere vrijheid voor de patroons om arbeiders te ontslagen, het opleggen van tijdelijk werk, het afschaffen van de achturendag en vijfdagenweek door de werkuren per jaar uit te drukken. Het antwoord van de Griekse arbeiders was een nieuwe algemene staking binnen de twee maand.

In april 2002 ondervond Italië z’n eerste verenigde algemene staking in 20 jaar tegen de zogezegde hervorming van artikel 18 van de arbeidswetgeving (dat het willekeurige ontslaan van een arbeider verbiedt in een bedrijf van meer dan 15 werknemers). In oktober volgde er een tweede algemene staking in meer dan 120 steden over het hele land. Op 23 maart 2002 onderging Italië een van de grootste betogingen in de geschiedenis, met een 3 miljoen mensen die bij elkaar kwamen in Rome.

Om niet onder te doen werd Spanje in juni 2002 getroffen door een massastaking tegen gelijkaardige maatregelen als deze voorgesteld door Berlusconi, voorgesteld door zijn arrogante tegenhanger Aznar en zijn rechtse Partido Popular-regering (PP). Twee miljoen arbeiders kwamen op straat, terwijl de vakbonden een staking van 10 miljoen arbeiders claimden, 84% van de arbeidskrachten in een land waar slechts twee miljoen arbeiders lid zijn van een vakbond. Spanje was, net als de meeste andere Europese landen, over de afgelopen twee jaar ook het toneel van massale antikapitalistische en anti-oorlogsdemonstraties. In 2002 onderging Portugal ook een massale ‘actiedag’ van de proporties van een algemene staking tegen de wilde besparingsplannen van de nieuwe rechtse regering.

Frankrijk ondervond een driftige beweging van 24u-stakingen, hoofdzakelijk in de openbare sector, maar waarbij ook belangrijke delen van de private sector betrokken waren. Deze acties tonen zonder enige twijfel de neiging aan om te ontwikkelen naar bredere acties, mogelijk zelfs tot een algemene staking, tegen de neoliberale aanvallen van de rechtse regering Raffarin. Zelfs in Duitsland, waar Schröder eerst oppositie ondervond van de tamme sociaaldemocratische Partij (SPD), maar later een veel hevigere oppositie van de basis van de vakbonden, in een poging om Blair te volgen op de ingeslagen neoliberale, heeft het vraagstuk van de algemene staking binnen de Duitse arbeidersklasse gesteld.

De vraag over macht stellen

De hierboven geschetste voorbeelden tonen de bereidheid aan van de werkende mensen om hun organisaties tot een beslissende verdediging van de verworven rechten op te roepen. In de vermelde voorbeelden is er echter ook een verwarring en onzekerheid te zien, en zelfs een gebrek aan zelfvertrouwen over het verdere verloop van de acties, eens de eerste stap gezet is. Het gebrek aan vertouwen bij de arbeiders, en dat ondanks hun immense potentiële kracht is duidelijk zichtbaar. Dit staat niet alleen in relatie tot hun industrieel vermogen en hoe dit effectief kan worden ingezet, maar ook, en dit zelfs in grotere mate, over wat het politieke alternatief is.

In die zin is het brede bewustzijn bij de Europese arbeiders in dit stadium verschillend van tijdens de vorige perioden van strijd. Dit is zelfs waar in Frankrijk in de periode tussen 1995 en het huidige conflict. Er is een duidelijk steun aanwezig voor de algemene staking, maar noch de duur noch de doelen van deze staking zijn duidelijk gesteld. Veel vakbondsleden eisen dat de staking langer dan 24u zouden duren, en sommigen zelfs een ongelimiteerde staking, maar dit is nog niet gekoppeld aan een politiek alternatief voor de arbeidersklasse, hetzij onder de vorm van een nieuwe democratische socialistische maatschappij of zelfs als een regeringsalternatief : ‘een algemene staking tot de terugtrekking van het plan’ en geen ‘algemene staking tot de val van de regering’.

Deze situatie is gedeeltelijk gecreëerd door de muur van propaganda tegen de traditionele ideeën van de arbeidersbeweging- en die niet worden tegengegaan door een rechtse leiding- van strijd en solidariteit. Integendeel, dit wordt verbonden met het ideologische offensief van na de val van het Stalinisme tegen elk vermoeden van socialisme. (Het was niet het ‘socialisme’dat gefaald heeft, zoals zo vaak beweerd door de bourgeoisideologen,maar de karikatuur ervan, het stalinisme. De idee van een geplande maatschappij, een democratisch, socialistisch geplande productiewijze in plaats van de chaos van het kapitalisme blijft zijn geldigheid behouden. Dit werd echter enkel door kleine groepen van marxisten, zoals het CWI verdedigd.) De verschuiving naar rechts van de vakbondstop en van de leiding van de vroegere arbeiderspartijen hebben er ook toe geleid het zelfvertrouwen van de arbeidersklasse te ondermijnen.

Echter, de bedreiging is nu dermate dat de arbeidersklasse geen ander alternatief overblijft dan te strijden. Hierin zullen zij uitkijken naar doorslaggevende actiemiddelen, zoals de algemene staking. Voor marxisten is de algemene staking geen wondermiddel, te gebruiken in alle omstandigheden. Daarenboven is een 24u ‘voorbereidende algemene staking’ fundamenteel verschillend van een algemene beslissende staking. Dit laatste probleem stelt zich nog niet in Europa, maar gelet op de polarisatie tussen de klassen kan dit op termijn nog komen en misschien nog veel sneller dan velen nu zouden denken.

Een groot deel van de voorbereiding op een dergelijke situatie bestaat erin een analyse te maken van de aard en karakter van de algemene staking in verschillende contexten. De situatie vandaag is verschillend van die in de jaren ’70 en ’80, en tot op zekere hoogte, zelfs verschillend van die begin jaren ’90. Toen was er een politieke aantrekkingspool rond de burgerlijke arbeiderspartijen en communistische partijen. Deze bestaan niet meer, met als enige uitzondering nog de Rifondazione Communista in Italië dat een nieuwe formatie is.Wat de vakbonden betreft werden zij in Westeuropese landen verzwakt althans wat hun ledenaantal en hun aanwezigheid in de fabrieken betreft. Dit alles vereist een zorgvuldige herwaardering over welke eisen er naar voren kunnen worden gebracht bij elke stap om de arbeidersbeweging vooruit te helpen. Leon Trotski waarschuwde voor ultra-gauchistische daden rond dit thema: "een algemene staking, en dan zeker in de oude kapitalistische landen vereisen een nauwgezette marxistische analyses van alle concrete omstandigheden." (In the Middle of the Road)

Marxisten hebben altijd ingezien dat een onbeperkte algemene staking het vraagstuk van de macht naar voor brengt. Dit hebben ook de ernstige vertegenwoordigers van het kapitalisme ingezien. In de vroege jaren ’80 hing er een dreiging van algemene staking in de lucht omwille van de uitdagende aanvallen van Thatcher op de vakbonden. De Times aarzelde niet om de vakbondsleiders erop te wijzen dat "een algemene staking een in essentie revolutionaire daad is en dat de vakbondsleiders verder staan van een revolutie als eender welke groep dan ook in Groot-Brittannië." (13 janauri 1980)

Dit was slecht een herhaling van wat een vroegere Britse premier, David Lloyd George aan de vakbondsleiders verklaarde in 1919:" Indien jullie je bedreiging uitvoeren en staken zullen jullie ons verslaan, maar hebben jullie de gevolgen hiervan overwogen? Een staking zal in strijd zijn met de regering van dit land, en een overwinning zal een constitutionele crisis op het hoogste niveau veroorzaken.Want indien er een macht ontstaat in de staat die sterker is dan de staat zelf moet het ofwel de taken van de staat overnemen ofwel zichzelf terugtrekken en de autoriteit van die staat aanvaarden. Heren, hebben jullie dit overwogen, en indien wel, zijn jullie er klaar voor?" De reactie van de leiders van de rechtervleugel van de mijnwerkers, Robert Smillie luidde:" Vanaf dat ogenblik waren we verslagen en we wisten het."

Met andere woorden, de leiders van de vakbonden waren niet klaar om de arbeidersklasse te mobiliseren voor een overname van de macht. Dit geldt zelfs nog meer voor de huidige vakbondsleiders, die lang niet zo radicaal zijn als hun tegenhangers van in de jaren ’80, laat staan dezen van vlak na de Eerste Wereldoorlog. Het vraagstuk van de macht stelt zich nu zelfs nog niet voor de arbeidersklasse. Een actie van algemene staking, zeker indien zij uitgebreid en een allesomvattende aard heeft, een meerderheid van de arbeidersklasse of haar krachtigste delen raakt, stelt objectief de vraag van de macht, zelfs vandaag maar nog niet duidelijk in het bewustzijn van de arbeidersklasse. Een inzicht in de arbeidersklasse is een noodzakelijke factor in het bepalen van de eisen die in elke fase naar voren worden gebracht. Het brede bewustzijn van de mensen wordt gevormd door de combinatie van gebeurtenissen, ervaring en de rol van massa-organisaties en hun leiders in het helpen van de arbeidersklasse om duidelijke conclusies hieruit te trekken.

Stakingen en de anti-oorlogsbeweging

Hoe weinig dit begrepen wordt door niet-marxisten wordt geïllustreerd door de commentaren van George Monbiot in de Guardian die, in de aanloop naar de recente oorlog in Irak geen duidelijk standpunt innam rond dit thema. De Socialist Party bracht op een gegeven ogenblik de idee naar voor van een staking, geen algemene staking. Maar gezien dat de linkse vakbondsleiders geen voorbereidingen troffen voor dergelijke acties kwam het idee niet van de grond. Op zoek naar een andere manier dan door betogingen en propaganda om de drang naar oorlog door de Bush-Blair junta te stoppen, overwoog Monbiot welk soort acties moest worden ondernomen en concludeerde:" Vele activisten spreken erover bredere stakingsacties te veroorzaken… zelfs een algemene staking." Hij beschouwt dit niet als een eis geschikt voor elke gelegenheid: "Dit is uiteraard moeilijk en gevaarlijk. Een aantal algemene stakingen zijn doeltreffend geweest…Sommigen zijn contraproductief geweest, in een aantal gevallen desastreus…Indien we oproepen voor een staking en iedereen gaat naar het werk, zal Blair dit zien als een teken dat hij ongestoord verder kan gaan." Maar tenminste "is dit de schaal waarop we ons moeten richten." Hij gaat verder door te stellen dat "Indien we de arbeidskrachten niet kunnen mobiliseren" dit geen probleem vormt omdat er "nog genoeg andere manieren zijn om de aandacht van politici te trekken". Hij suggereert "wegblokkades, verstoren van toespraken en blokkades van de belangrijkste gebouwen." (7 januari).

Het is lichtzinnig om de algemene staking op gelijke hoogte te plaatsen met dergelijke maatregelen. Het is totaal verkeerd om te improviseren rond thema’s zoals de algemene staking en vooral rond een ernstig thema als de oorlog. Een dergelijke actie kan alleen na een periode van voorbereiding en een effectieve oproep wanneer de situatie het vereist en van dezen die in de ogen van de arbeidersklasse de nodige autoriteit daartoe hebben opgebouwd. Het is duidelijk dat George Monbiot ondanks zijn goede bedoelingen deze niet bezit noch dat hij de historische ervaring van de Europese arbeidersklasse op dit vlak heeft opgenomen. Zelfs de grote Pools-Duitse revolutionaire Rosa Luxemburg, een ‘bergarend’, overschatte het onafhankelijke belang van de algemene staking als dit niet gelinkt is aan de machtsovername van de arbeidersklasse en het stichten van haar eigen staat.

De sociaal-democratische partijen in Frankrijk en Duitsland beloofden onder Jean Jaurès en August Bebel dat zij zouden overschakelen naar de algemene staking in geval van een oorlog, samengevat in de resoluties van het befaamde Bazelcongres van de Tweede Internationale van 1912. Maar zoals Trotski later becommentarieerde, deze oproep "veronderstelde een theatrale donderslag." De sociaal-democratische partijen stelden het probleem voor in een levensloze formele en louter verbale wijze. Zij hadden zich niet op een ernstige wijze voorbereid voor een dergelijke actie. Een oproep tot een proteststaking vóór de oorlog, gedragen door leiders die over voldoende autoriteit beschikken is perfect mogelijk, zoals dit deels het geval was in verschillende Westeuropese landen tijdens de recente oorlog in Irak, maar een algemene staking eens de oorlog gestart is, is een totaal verschillende zaak. Eens de belangen van de heersende klasse in het geding zijn, kan alleen een algemene staking verbonden met een omverwerping van het kapitalisme slagen. Op zijn beurt kan dit alleen voorbereid worden tijdens de volledige periode die de arbeidersactie voorafgaat.

Dergelijke voorwaarden werden niet verkregen, noch tijdens de aanloop naar noch tijdens de oorlog in Irak zelf. Eens de mobilisatie voor de oorlog bezig is, schept dit de moeilijkste omstandigheden om voor een algemene staking op te roepen, namelijk als de pattriotische gevoelens worden bespeeld. De algemene staking is een belangrijk wapen voor de strijd, maar, zoals Trotski het stelde, "Het is niet universeel. Er zijn omstandigheden waarin de algemene staking de arbeiders meer verzwakt dan de onmiddellijke vijand. De staking moet een belangrijk element zijn in de strategische berekeningen en geen wondermiddel dat alle andere strategieën overspoelt." Hij benadrukte ook dat de algemene staking een wapen is tegen een diepgewortelde staatsmacht dat spoorwegen, telegraaf, politie en dergelijke tot zijn beschikking heeft, "door het staatsapparaat te verlammen beangstigd de algemene staking ofwel de regering of het creëert de voorwaarden voor een revolutionaire oplossing van het vraagstuk van de macht."

Het kan een middel zijn voor arbeiders om onder een dictatuur zich te verenigen, door te beginnen met een plaatselijke staking, over te gaan naar een algemene staking en door aan kracht te winnen het regime omver te werpen. Maar in andere omstandigheden is dit wapen ongeschikt. Tijdens de opmars van Kornilov tegen Petrograd in 1917 bijvoorbeeld, dachten noch de bolsjevieken noch de sovjets -arbeidersraden- eraan om een algemene staking uit te roepen. Integendeel, de spoorwegarbeiders bleven doorwerken zodat zij de opponenten van Kornilov konden vervoeren en Kornilovs troepen zelf op een verkeerd spoor konden zetten. De arbeiders in de fabrieken bleven doorwerken, uitgenomen dezen die hun post verlieten om Kornilov te gaan bevechten. Tijdens de oktoberrevolutie van 1917 was er opnieuw geen sprake van een algemene staking. De bolsjevieken genoten een brede steun en onder deze omstandigheden betekende een algemene staking een verzwakking van de eigen positie en niet van de kapitalistische vijand. Bij de spoorwegen, in de fabrieken en de kantoren steunden de arbeiders de opstand voor de omverwerping van het kapitalisme en de stichting van een democratische arbeidersstaat.

De opmerkingen van Trotski zijn, ondanks hun algemene aard toch zeer nuttig, nog niet van toepassing op de situatie in Groot-Brittannië en Europa waarmee de arbeidersbeweging geconfronteerd wordt. De aard van een ‘partiële algemene staking’ die plaatsvindt is gelijkaardig aan de ontwikkeling tijdens de decennia voor de eerste wereldoorlog, die becommentarieerd wordt door Trotski. Er zijn gelegenheden beargumenteert hij dat: "de regering bang wordt voor een algemene staking en bij de minste begin ervan al toegevingen doet zonder de zaken tot een open confrontatie te laten komen."

Een dergelijke situatie deed zich voor tijdens de algemene staking in België van 1893 en op een nog grotere schaal in Rusland in oktober 1905. In België was er tot de staking opgeroepen door de Belgische Werklieden Partij met 300 000 arbeiders die eraan deelnam, waaronder de linkervleugel van katholieke groepen. Er waren een aantal rellen tussen betogers, politie en leger. De staking werd echter afgeblazen toen de regering algemeen stemrecht voor mannen beloofde vanaf 25 jaar. (De stemgerechtigde leeftijd werd opgetrokken naar 30 jaar in 1885. De overwinning van de stakers effende het pad voor een parlementaire overwinning van de Werkliedenpartij, die 27 zetels veroverde in 1894.)

De situatie van vandaag kan vergeleken worden met de situatie in België toen, hoewel dit niet op een dogmatische of simplistische wijze mag gebeuren. In 1995 werd de Franse regering van Juppé bang, trok de aanval op de arbeidersklasse terug en betaalde dit in 1997 met een verkiezingsnederlaag en het aan de macht komen van de regering Jospin. Diezelfde Juppé waarschuwde Raffarin dat ‘de straat’ zijn aanvallen niet zou slikken, daarmee suggererend dat de rechtse regering zal moeten terugkrabbelen wanneer het geconfronteerd wordt met een massa-offensief. Een dergelijke mogelijkheid valt niet uit te sluiten. Er zijn echter significante verschillen bewerkstelligd in de situatie vandaag vergeleken met die van de jaren ’90. De Franse heersende klasse heeft vastgesteld dat de afkalving van haar positie haar dwingt om de VS en Groot-Brittannië te volgen in de richting van een meer neoliberale politiek.

Welk politiek alternatief?

De acties van de arbeiders hebben ongetwijfeld de heersende klasse geschokt, haar gedwongen tot toegevingen, maar is er niet in geslaagd om te beletten dat de neoliberale agenda tot het einde wordt doorgevoerd. Raffarin geeft de indruk dat hij, in tegenstelling tot wat er in 1995 gebeurde, bereid is om stand te houden. Dit duidt de beweging erop dat ze zich op twee manieren kan ontwikkelen: in de zin van een meer beslissende actie met een 24u-actie, of zelfs langer, of door zich tijdelijk terug te trekken om later krachtiger herop te staan. Door slechts schoorvoetend toe te geven aan meer vastberaden vormen van actie neigen de vakbondsleiders eerder voor de tweede optie.

In Italië gaf de regering van Berlusconi ook de indruk dat het zijn massale oppositie die vorm had aangenomen van stakingen en betogingen had overwonnen (hoewel het in tussentijdse verkiezingen een terugval moest ondergaan). Eén reden waarom de regering de kans had dit te doen was omdat de leiders van de grote vakbonden de heersende klasse bleven herhalen dat zij geen enkele intentie hadden om ‘democratisch verkozen’ ‘Cavalieri’ (lees clown) Berlusconi af te zetten. Dit is niet naar de zin van de Italiaanse arbeidersklasse dat niet alleen haar macht wenst te gebruiken om de rechten te verdedigen die gewaarborgd zijn door artikel 18, maar dit zelfs wensen uit te breiden naar werkplaatsen die minder dan 15 werknemers tellen en vervroegde verkiezingen wensen uit te lokken waarin Berlusconi kan worden verslagen.

De regering Raffarin, terwijl het krenterige toegevingen doet aan de leerkrachten, die slechts papier zullen blijven, blijft vastbesloten om verder te zetten. Op gelijkaardige wijze zal Schröder in Duitsland met veel handengewring, geruggesteund door de christen-democratische ‘oppositie’ en aangespoord door de burgerij zijn aanval op de pensioenen en dergelijke verder uitvoeren. In Oostenrijk namen er op 3 juni één miljoen arbeiders van 18 000 werkplaatsen, één derde van alle Oostenrijkse arbeiders, deel aan een actie -’s lands grootste staking sinds de tweede Wereldoorlog. Zelfs politie en rijkswacht protesteerden mee. De vakbondsleiders van de rechtervleugel van de ÖGB waren voor alles meer geschrokken van de massale respons op hun oproep tot actie, dat op z’n minst een gedeeltelijk algemene 24u-staking was, dan de rechtse FPÖ-ÖVP regering van kanselier Schüssel. Zij riepen een persbijeenkomst bij elkaar om te verklaren dat alle acties tegen de pensioenplannen werden uitgesteld, en dit ondanks een oproep voor een algemene staking waartoe was opgeroepen door de Socialistische Linkse Partij, dat verbonden is met het CWI. De SLP riep op voor een nationale conferentie voor vakbondsafgevaardigden, vakbondsmilitanten, scholieren en werklozen om de strijd tegen de regering samen op te bouwen. Het conservatisme zit bij de vakbondsleiding zodanig ingebakken dat een oproep voor algemene staking moet worden gelinkt met ‘actiecommittees’, of conferenties voor vakbondsafgevaardigden om de staking te leiden en te controleren.

Zelfs een effectieve ééndagsstaking, om maar te zwijgen van één tot de finish, wordt gevreesd door de huidige generatie van de rechtse vakbondsleiding. In landen waar er een traditie bestaat van ééndagsstakingen kunnen dezen worden aangewend als middel om de arbeidersklasse stoom te laten aflaten. In Frankrijk is men zich bij de rechtervleugel van de vakbondsleiding er zich echter zeer goed van bewust dat een algemene 24u-staking in 1968 zich omvormde tot een onbeperkte algemene staking met bedrijfsbezettingen. Vandaar hun terughoudendheid om op te roepen voor een totale staking van een dag. In andere landen, zoals Oostenrijk, Duitsland en Groot-Brittannië, waar men deze recente ervaring niet heeft, kan een oproep voor een algemene 24u-staking van immens belang zijn om de arbeidersklasse beslissende acties te laten ondernemen naar de nederlaag van de kapitalisten.

Dit alles stelt in de geesten van de arbeidersklasse de vraag welke acties het offensief van de regering en de ondernemers kan stoppen. In die gevallen waar er effectief werd opgeroepen voor een algemene staking van een dag is er iets gesteld van een andere orde. Bijvoorbeeld in Spanje, bracht het CWI in het verlengde van de prachtige acties van het afgelopen jaar de kwestie van verdere stakingen tegen de regering Aznar naar voor, ditmaal verlengd tot 48 uur, dat indien men het georganiseerd had, had kunnen uitmonden in een beslissende algemene staking. In Frankrijk daarentegen heeft de golf van stakingen en betogingen de regering Raffarin niet tot terugtrekking kunnen dwingen. Daar kan de vraag van een meer beslissende actie worden opgeworpen, te beginnen met een totale eendagsstaking, private en publieke sector inbegrepen, maar dan misschien van meer algemene actie. Het valt uiteraard niet uit te sluiten dat, gezien de traditie van initiatief van onderuit van de Franse arbeiders, er een 1968 of proto-1968-bewegign zou losbarsten – meer dan een eendagsstaking, maar nog geen complete algemene staking volgens het scenario van mei-juni 1968. Het ziet er echter naar uit dat op korte termijn de arbeidersklasse in Frankrijk, en in het bijzonder haar meest ontwikkelde lagen, een bilan zal opmaken en uitwerken wat de beste weg vooruit is.

Omwille van het gebrek aan een alternatief, de afwezigheid van een breed elementair socialistisch bewustzijn, zou de vraag van een algemene beslissende staking gelinkt aan een greep naar de macht niet duidelijk gesteld worden bij de Franse arbeiders of elders in dit stadium. De stemming is er eerder naar om hun macht te gebruiken, eigenlijk hun macht te tonen om toegevingen van de regering af te dwingen, om hen terug te dwingen en om hun offensief te stoppen. Hierdoor zijn de slogans van een vastbesloten aard, maar die een algemene staking naar de macht afblokken. Een eendagsstaking is het beste middel om de arbeidersklasse voor te bereiden om samen te smelten voor de strijd die nog moet komen. Helaas, gezien de aard van de vakbondsleiders van de rechtervleugel, met vooral de CFDT dat als een rem werkt, is dat werk niet aangevat door hen. Het is een taak van links, vooral van marxistisch links in Frankrijk, om het thema van meer beslissende acties van deze aard. duidelijk te stellen voor de arbeidersklasse

Een gelijkaardige situatie zou kunnen ontstaan in andere landen van West-Europa. Maar een actie van algemene staking, zelfs als het beperkt wordt tot een dag, stelt impliciet de vraag van wie de maatschappij regeert. Inderdaad, twee machten confronteren elkaar: de heersende klasse met haar ‘opgeschorte’ macht, al is het maar gedurende een dag; en de immense potentiële macht van de arbeidersklasse. Daarenboven stelt dit onvermijdelijk de vraag van een politiek alternatief. In bewegingen uit het verleden die op deze lijken, konden marxisten de vraag opwerpen van de burgerlijke arbeiderspartijen – de Labour Party in Groot-Brittannië, bijvoorbeeld – of en combinatie van bourgeois arbeiderspartijen -de Communistische Partij en de Socialistische Partij in Frankrijk – die aan de macht zouden komen met een socialistisch programma. We begrepen dit als een onvermijdelijke stap in het ontwaken van de arbeidersklasse, een mijlpaal waaruit een een machtige beweging zou ontstaan en een massapartij dat in staat is om de maatschappij te veranderen in socialistische richting. Helaas, de verburgerlijking van de arbeiderspartijen in West-Europa in de jaren ’90 dat nu is doorgevoerd tot zijn conclusie op een Europese schaal (met uitzondering van de nieuwe linkse formaties zoals RC in Italië en de de kleinere Scotish Socialist Party die opkomen) betekent dat er geen echt massa-alternatief is van politieke aard in de situatie vandaag.

Inderdaad, het programma van de neoliberale politiek werd efficiënter doorgevoerd door regeringen gecontroleerd door ex-sociaal-democraten dan door openlijke burgerlijke regeringen. De regering Jospin privatiseerde meer dan de regering Juppé. Analoog in Duitsland, is Schröder het beste middel om de arbeidersklasse op het pad van het neoliberalisme te dwingen. Daarom is het voor socialisten en marxisten ondenkbaar de vraag te stellen als zouden zij een politiek/electoraal alternatief zijn voor de arbeiders die in de strijd betrokken zijn. Het zou zijn alsof je cipier een extra set sleutels zou krijgen om je beter op te sluiten.

Daarom is het noodzakelijk dat terwijl we duidelijk uitgewerkte, strijdlustige maatregelen, samengevat in duidelijke slogans zoals de algemene 24u-staking of een ééndaagsstaking , om in het bewustzijn van arbeiders een politiek alternatief te stellen dat op hun macht en hun krachten wordt gebaseerd. Dit veronderstelt slogans zoals ` voor een arbeidersregering ‘ op een duidelijk uitgewerkt socialistisch programma – voor de onteigening van heersers van het kapitalisme en het creëren van de democratische socialistische maatschappij. Dit is een algebraïsche formule die door toekomstige gebeurtenissen en ontwikkelingen een concrete vorm zullen aannemen. Maar dit stelt onvermijdelijk tegelijkertijd de vraag welke partijen kunnen vechten voor of het creëren van een arbeidersregering. Dit is daarom onvermijdelijk verbonden met de kwestie van een nieuwe massapartij van de werkende klasse, als tussenstadium naar de totstandbrenging van een dergelijke regering. Het feit dat het bewustzijn terug is geworpen, dat een duidelijk massa politiek alternatief niet in de hoofden van de werkende klasse aanwezig is, bevrijdt de Marxisten of socialisten niet van het stellen van een politiek alternatief dat in een toekomstige strijd kan worden gerealiseerd.

Europa is een nieuwe, andere fase ingegaan. Het is één van economische stagnatie, waarin de kleine groei – groei-recessie – in geen geval op een ernstige wijze de levensstandaarden van arbeiders zal verbeteren, maar integendeel het tegenovergestelde effect zal hebben. Dit impliceert dat voor significante delen van de werkende klasse, de voorwaarden die zij in het verleden afdwongen van de kapitalisten, onder vuur zullen komen. Zij zullen vechten, zij zullen de meest beslissende middelen zoeken om de werkgevers en hun regeringen te verslaan. Dit zet onvermijdelijk de algemene staking op de agenda. De werkende klasse van Europa heeft uit het verleden een enorme ervaring in deze kwestie geaccumuleerd. Dit moet worden gebruikt in, een vakkundig geanalyseerde periode die in Europa beginnen te rijpen. Een nieuwe explosieve periode van massastakingen, strijd, machtige demonstraties en de politisering van de werkende klasse van Europa zal zich ontwikkelen in deze omstandigheden. In dit proces zal het de duidelijkheid van Marxistische ideeën, van een duidelijke strategie, tactiek en de geschikte en flexibele toepassing van duidelijke slogans zijn die een echo zal vinden onder de werkende klasse op het Europese continent.

Delen: Printen: