Hogere studies binnenkort alleen nog voor de happy few?

Sinds enkele jaren wordt er een nieuwe reeks aanvallen gevoerd op het onderwijs. De idee is dat onderwijs een product is met een marktwaarde; voor een degelijke opleiding moet je dus betalen. Verder worden vele richtingen aangepast aan de noden van de bedrijven zodat er niet veel overschiet van een algemene opleiding, maar enkel een stoomcursus om in een of andere multinational te gaan werken.

Sven De Deken, artikel uit de krant van de Actief Linkse Studenten

Deze visie is niet nieuw, maar werd door een strijdbare studentenbeweging steeds op een afstand gehouden. De officiële studentenvertegenwoordiging op deze moment (vb Vlaamse Vereniging voor Studenten, VVS) is echter niet bereid hun carrière bij het ministerie voor onderwijs in gevaar te brengen, en doet dus niets. Tot het einde van de jaren ’60 was het hoger onderwijs een bij uitstek elitair milieu. Er was geen sprake van een democratische toegang tot het hoger onderwijs. Onder invloed van strijdbewegingen in de jaren ’60, de economische groei (die zorgde voor een grote behoefte aan gekwalificeerde mensen) en het bestaan van de stalinistische staten, was de burgerij gedwongen toegevingen te doen.

In deze periode werd de sociale zekerheid, ziekteverzekering, werkloosheidsuitkering, pensioensstelsels, kinderbijslag,… uitgebouwd, en werd ook het hoger onderwijs toegankelijker gemaakt voor kinderen uit de arbeidersklasse. Maar tegen het einde van de jaren ’70 ging de burgerij terug in de aanval en de eerste reeks privatiseringen werden doorgevoerd. Al deze investeringen in het onderwijs hadden natuurlijk een enorme weerslag op het overheidsbudget. Zo stegen deze uitgaven van het onderwijs van 3,2% van het BNP (bruto nationaal product) in 1960 tot meer dan 7% gedurende de jaren ’70!

Na de val van de muur leek het alsof er geen “alternatief op het kapitalisme” meer bestond. De burgerij zette een enorm ideologisch offensief in, waarbij het kapitalisme werd afgeschilderd als het enige werkbare economische systeem. In 1989 publiceerde de ERT, een geheimzinnige organisatie die de belangen verdedigt van de grootste bedrijven in Europa, een rapport waarin een aantal aanbevelingen werden gedaan om het hoger onderwijs grondig te hervormen in het voordeel van de Europese burgerij. Het voorstel kreeg algemene bekendheid toen het in 1999 werd overgenomen in de Bolognaverklaring. Bologna heeft tot doel het hoger onderwijs in Europa te privatiseren, en om te vormen naar een opleidingssysteem dat werknemers klaarstoomt voor de arbeidsmarkt. Men wil de totale studieduur beperken door een scheiding in te voeren tussen een 3-jarige basisopleiding (de bachelor) en een 1 tot 2 jarige masteropleiding. De bedoeling is om op termijn massa’s studenten te leveren die enkel de bacheloropleiding hebben gevolgd, en om de master te reserveren voor een beperkte elite.

Ook de universiteiten zelf worden met Bologna onderverdeeld in elite-universiteiten enerzijds, en een meerderheid van “vuilbakuniversiteiten” anderzijds. Je zal een onderwijs van twee snelheden krijgen, zoals in de VS. Natuurlijk zal in het hoger onderwijs na Bologna ook geen plaats meer zijn voor uitgebouwde sociale voorzieningen, studentenkoten of restaurants. De privatiseringen van deze voorzieningen die we nu al zien, zullen enkel in versneld tempo worden doorgevoerd. De student zal gestimuleerd worden om in het buitenland te gaan studeren op eigen kosten en studiebeurzen worden vervangen door studieleningen, waardoor de student zal afstuderen met een hoge schuld.

De gevolgen van het duurder worden van het onderwijs worden nu al duidelijk: meer dan de helft van de studenten in het hoger onderwijs werkt tijdens het academiejaar om zijn/haar studies te betalen. In Engeland waar de privatisering van het onderwijs al verder is doorgevoerd, zien we dat veel meisjes zich moeten prostitueren om hun studies te kunnen betalen, iets wat ook in andere landen waaronder België begint op te komen. De studiekost in het hoger onderwijs is tussen 1986 en 1999 gestegen tussen de 40% en de 60%, na aftrek van de inflatie. De budgetten die worden gespendeerd aan onderwijs blijven echter constant dalen. Op dit ogenblik geeft de Vlaamse overheid minder dan 5% van het BRP (bruto regionaal product) uit aan onderwijs, tegen meer dan 7% in de jaren ’70.

Aan de KULeuven beginnen de gevolgen van de Bolognaverklaring zich te stellen: vanaf dit academiejaar betalen niet-EHOR studenten (EHOR = Europese landen en nog 15 landen) 5000 i.p.v. 505 euro inschrijvingsgeld. Een uitzondering wordt gemaakt voor studenten uit 72 ontwikkelingslanden wiens ‘gemotiveerd verzoek’ aanvaard wordt. De universiteit begint nu met een kleine groep binnen de universiteit aan te vallen waar niet veel mensen weet van hebben om daarna alle studenten hetzelfde inschrijvingsgeld te laten betalen dus het is in ieders belang om te vechten tegen de afbraak van ons onderwijs.

De officiële studentenvertegenwoordiging vertegenwoordigt enkel haar eigen ambitie, en dus vragen wij elke strijdbare student zich aan te sluiten bij de Actief Linkse Student om samen met ons de strijd voor betaalbaar en democratisch onderwijs aan te vangen!

Delen: Printen: