door Ben (Charleroi)

Na de bekendmaking van de kandidatuur van Frédéric Gillot, voormalige delegee bij ArcelorMittal en grote kanshebber om verkozen te raken op de Luikse PVDA-lijst, was de PS er snel bij om ook een delegee van ArcelorMittal op de lijst te zetten.

Recenter maakte de algemeen secretaris van het ACV, Claude Rolin, bekend dat hij overstapte naar de politiek en dit als lijsttrekker van de christendemocratische CDH voor de Europese verkiezingen. Er was zelfs even het gerucht dat Anne Demelenne, de algemeen secretaris van het ABVV, op de lijst van de PS zou staan. Er kwam dus voer voor het debat over de kwestie van syndicale onafhankelijkheid.

Syndicalisten en politieke verkiezingen

In de parlementen vind je amper syndicalisten en al zeker niet veel delegees. In de parlementen vind je meer advocaten, universitairen of ondernemers. Het zou goed zijn dat er wat meer syndicalisten en delegees in het parlement zaten. Alleen stellen we ons vragen bij de partijkeuze. Die voor de PVDA begrijpen en steunen we, maar wat doen syndicalisten op lijsten van de PS en CDH, twee partijen die een neoliberaal besparingsbeleid voeren en daarmee regelrecht tegen het vakbondsprogramma ingaan? Het zijn vaak maatregelen van deze partijen waartegen we met de vakbonden betogen. Waar we de ene dag als syndicalist tegen betogen, kunnen we de volgende dag toch niet verdedigen op politiek vlak?

We stellen ons dan ook vragen over de banden tussen sommige syndicalisten en de besparingspartijen. In het geval van de nationale vakbondsleiders zoals Claude Rolin moeten we overigens ook vaststellen dat ze soms meer gemeen hebben met ondernemers dan met gewone delegees… De lonen voor deze toplui en de wijze waarop ze de vakbond soms als een bedrijf beheren, spreken boekdelen. We hebben tenslotte de indruk dat ze op de lijsten van de PS en CDH worden geplaatst als dank voor bewezen diensten en om de vakbondsleden nog eens voor de kar van deze partijen te spannen.

Syndicale onafhankelijkheid?

Syndicale onafhankelijkheid betekent niet dat de vakbond geen banden mag hebben met politieke partijen en moet doen alsof die partijen niet bestaan. Het betekent dat de vakbond zelf beslist over haar programma, projecten, strijdmethoden,… Om als vakbond een onafhankelijke positie in te nemen, moet ze democratisch georganiseerd zijn. De beslissingen moeten door de leden worden genomen op algemene vergaderingen waar ruimte voor debat is en waar zoveel mogelijk militanten bij betrokken worden.

Op basis van een stevige democratische werking van de vakbonden is er niets dat een collectieve beslissing in de weg staat om de banden tussen de vakbond en andere organisaties te versterken, ook de banden met politieke partijen. Het kan leiden tot een stemoproep of het plaatsen van vakbondskandidaten op kieslijsten. Maar de vakbond moet in dit alles zelf in alle onafhankelijkheid over haar eigen campagnes en standpunten kunnen beslissen.

We kunnen dit debat hier niet volledig voeren, maar merken wel op dat de band tussen partijen en vakbonden geen abstract thema is. De waarheid is altijd concreet. De banden die niet moeten bestaan zijn die tussen de vakbonden en partijen die een beleid voeren dat ingaat tegen de belangen van de werkende bevolking. De banden die wel kunnen bestaan, zijn die met partijen die de vakbondseisen ondersteunen en delen. Het betekent dat ze minstens opkomen voor een verbetering van de arbeidsvoorwaarden en de levensstandaard van een meerderheid van de bevolking.

Onze mening:

  • Breek de banden tussen vakbonden en gevestigde besparingspartijen!
  • Voor strijdbare en democratische vakbonden
  • Voor de opbouw van een politiek verlengstuk voor de vakbondseisen waarin alle partijen en groepen links van de sociaaldemocratie en de groenen een rol kunnen spelen.