Volkshuisvesting in Nederland op de schop. Sociale woningen liggen onder vuur!

De rechtsliberale ‘Volkspartij’ voor Vrijheid en Democratie (VVD) blijkt de grootste vijand te zijn voor de zogenaamde volkshuisvesting in Nederland, de sociale woningen. Minister van huisvesting, Sybilla Dekker van de VVD, en Europees commissaris voor concurrentiebeleid, Neelie Kroes (eveneens VVD), menen dat het huidig systeem van sociale woningen in strijd is met Europese richtlijnen.

Karel Mortier

Amper 3 maanden geleden werd in een referendum de Europese Grondwet met meer dan 63% van de stemmen naar de prullenbak verwezen in Nederland. De nee stem was er in de eerste plaats één tegen het liberaal en a-sociaal Europa en een uitdrukking van de groeiende kloof in de maatschappij tussen bevolking en machthebbers. In arbeiderswijken stemde men massaal tegen de Grondwet terwijl mensen met een hoger inkomen eerder voor de Grondwet hebben gestemd.

Het resultaat van de referenda in Nederland maar uiteraard ook in Frankrijk hebben de Europese Unie in een diepe crisis gestort. Het Nederlands establishment, waar helaas ook de Nederlandse vakbondsleiding toe behoort, moest met de billen bloot. Het wordt echter steeds duidelijker dat men in de Europese en Haagse achterkamertjes niet van plan is om ook maar één millimeter tegemoet te komen aan de eisen van de mensen die nee hebben gestemd in het referendum. De liberale stoomwals haperde even maar walst ondertussen gewoon lustig verder over de sociale verworvenheden van de bevolking alsof er niets aan de hand is en de referenda nooit hebben plaatsgevonden.

In Nederland is volkshuisvesting één van de vele domeinen die geraakt worden door de liberalisering – en besparingssplannen van de Nederlandse regering. In Nederland is volkshuisvesting nog echt volkshuisvesting. De 500 woningcorporaties beschikken samen over 2,4 miljoen woningen wat ongeveer 40% is van het totale woningbestand in Nederland. In Vlaanderen daarentegen zijn er ongeveer 140.000 sociale huurwoningen wat nog geen 8% is van het totale woningbestand.

Minister Dekker van de rechts-liberale VVD wil de huurprijzen van 600.000 huurwoningen liberaliseren. Op dit moment is het in Nederland zo dat de huurprijzen bepaald worden aan de hand van een aantal objectieve kenmerken van de woning. De huurprijs wordt dan bepaald door het aantal punten die een woning heeft en minder door vraag en aanbod. Er bestaan paritaire commissies samengesteld door vertegenwoordigers van huurders en eigenaars die de hoogte van de huurprijs kunnen bepalen en desnoods opleggen.

In geliberaliseerde woningen is dat niet meer het geval en kunnen de eigenaars van een woning zelf bepalen hoeveel huur ze vragen voor hun woning zoals dat in ons land het geval is. Het puntenstelsel en de maximale huurprijs zijn dan niet langer meer van toepassing. Een aantal andere geschillen o.a i.v.m onderhoud en herstellingen in de woning zullen voortaan ook niet langer door de commissies behandeld kunnen worden maar moeten voortaan rechtstreeks voor de rechtbank beslecht worden. Dit vergroot uiteraard de drempel om iets aan het probleem te doen en machtspositie van de verhuurder. Op dit moment vallen slechts 5% van de huurwoningen in de hogere prijsklasse onder dit systeem maar de Nederlandse regering wil dit percentage de komende jaren dus fors verhogen.

De officiële kritiek op het huidig systeem vanuit liberale hoek is dat er te weinig doorstroming is op de Nederlandse huisvestingsmarkt. Mensen met een hoog inkomen zouden veel te weinig betalen voor hun woning en zouden op die manier de doorstroming naar goedkope huurwoningen voor mensen met een laag inkomen belemmeren. In 1998 woonden er 666.000 gezinnen in een woning dat te goedkoop zou zijn. Andersom wonen mensen met een laag inkomen vaak in woningen die ze op de markt eigenlijk niet zouden kunnen betalen maar dat toch kunnen omdat ze een forse huursubsidie krijgen.

Een liberalisering van de woningmarkt zou volgens de liberalen ook mensen stimuleren om meer woningen te bouwen wat dan een oplossing zou zijn voor de woningnood in een aantal regio’s. De echte reden is uiteraard dat het allemaal teveel zou kosten en de mensen maar hun plan moeten zien te trekken. Omdat er zoveel protest rees en één van de regeringspartijen (CDA) onder druk van haar achterban Dekker terugfloot besloot de regering om de plannen wat af te zwakken en een overgangsperiode in te bouwen.

Er werd ook beslist dat men de huurprijzen enkel in regio’ waar er voldoende woningen zijn (volgens de regering) zal liberaliseren. Dit om te voorkomen dat in regio’s met een hoge woningnood de huurprijzen door het plafond zouden gaan. De 20% huurwoningen die men wenst te liberaliseren komen nu in een soort overgangsgebied. De huurprijzen voor deze woningen mogen echter sneller stijgen dan de andere als opwarmertje voor het echte werk. Aan de inhoud van de plannen is er dus niet echt iets veranderd alleen aan het tempo van uitvoering.

Als de regering van een EU lidstaat er niet in slaagt om een liberale maatregel door de strot van de bevolking te duwen dan is daar uiteraard nog altijd Europa om het vuile werk op te knappen. Zaterdag lekte er in een Nederlandse krant een brief uit van de Europese commissaris Neelie Kroes, verantwoordelijk voor de belangrijke post van concurrentiebeleid, aan minister Dekker waarin niet meer of niet minder ‘gevraagd’ wordt dan de totale ontmanteling van wat rest van het Nederlands volkshuisvestingsbeleid.

De subsidies en fiscale voordelen voor sociale huisvesting zouden concurrentievervalsend werken en dus in strijd zijn met de Europese concurrentieregels. Honderdduizenden en misschien zelfs meer dan een miljoen sociale woningen zouden op de markt gebracht moeten worden en de huurprijzen van de resterende sociale huurwoningen zouden flink de hoogte in moeten gaan.

Een meerderheid van de Nederlandse tweede kamer is tegen de bemoeizucht van de Europese commissie maar de -o ironie- Nederlandse commissaris van concurrentiebeleid Neelie Kroes van de – o ironie – zelfde partij als de Nederlandse minister van huisvesting Dekker stelt dat ze niet meer of niet minder doet dan het toepassen van de EU regels die in het verleden door het Nederlands parlement zijn goedgekeurd. Sociale huisvesting mag van de Europese Commissie enkel het ‘‘privilege’ zijn van mensen die niet in staat zijn om een betaalbare woning te vinden op de private (huur)markt.

De Nederlandse regering is wellicht niet geschrokken over de inhoud van de brief omdat de voorstellen en opmerkingen van de EU (die er op vraag van de Nederlandse minister van huisvesting zelf kwamen) in lijn liggen met het beleid van de huidige Nederlandse regering en zeker met de eerdere voorstellen van de liberale VVD. De timing van de boodschap is alleen wat ongelukkig, amper 3 maanden na de nederlaag in het referendum.

Het volkshuisvestingsbeleid wordt immers gedragen door brede lagen van de bevolking, niet in het minst omdat quasi de helft van de Nederlandse bevolking dankzij dit beleid in een relatief goedkope en degelijke woning woont. Het zou echter verkeerd zijn om te stellen dat liberalisering van sociale huisvesting in Nederland een nieuw fenomeen is. Onder Lubbers III werden de woningcorporaties (sociale huisvestingsmaatschappijen) verzelfstandigd en tijdens Paars (dus met de PVDA die nu vanuit de oppositie kritiek uit op het a-sociale beleid van de regering) werd al een deel van de huurwoningen geliberaliseerd en flink bespaard op sociale huisvesting. Het aantal woningcorporaties werd flink verminderd en werden steeds meer omgevormd tot commerciële ondernemingen met als gevolg bijvoorbeeld dat de voorzitters en toezichthouders een flink pak meer verdienen en eerder commerciële doelen nastreven dan sociale.

Huisvesting is in Nederland in vergelijking met andere landen en dan zeker met een regio als Vlaanderen bijna nooit de reden waarom mensen in armoede terecht komen. Het woningbestand in Nederland is ook veel moderner en dus beter van kwaliteit dan in Vlaanderen. In België bestaat meer dan een vierde van het woningbestand uit woningen die dateren van voor 1919. In Nederland is dat nog geen 10%. De liberale redenering dat een liberalisering van de huisvestingmarkt woningbouw stimuleert moet ook met een flinke korrel zout genomen worden. In België die een van de meest liberale huisvestingsmarkten heeft van Europa werd amper 6% van het woningbestand gebouwd na 1980. Dit cijfer ligt flink wat lager dan in quasi alle andere lidstaten van de EU. In Nederland bijvoorbeeld is dat 28% wat meer dan 4 keer zoveel is als in ons land. De slogan, die tot vervelens toe wordt herhaald, dat de Vlaming met een baksteen in de maag is geboren mag men dus gerust vergeten en verbannen naar het rijk der fabelen of partijprogramma’s van de burgerlijke partijen.

In België duiken er de laatste tijd geregeld berichten op van voorstellen om naar analogie van Nederland een soort puntensysteem in te voeren en huurcommissies in het leven te roepen om geschillen tussen huurders en verhuurders op te lossen vooraleer mensen naar de vrederechter stappen. Dit is niet nieuw. Iedere legislatuur worden er wel voorstellen ingediend maar nu lijkt men er echt werk van te gaan maken onder meer omdat kopstukken als Di Rupo en Van De Lanotte er mee uitpakken. Dit zou een goede stap vooruit zijn alleen is het maar zeer de vraag of dit soort maatregelen alleen voldoende zijn om de fundamentele huisvestingsproblemen op te lossen, als ze er al komen met een VLD die dit ongetwijfeld als een aantasting van het eigendomsrecht en contractuele ‘vrijheid’ zal zien tussen 2 burgers. In het parlement zitten er wellicht niet onaardig wat mensen die zelf één of meerder woningen verhuren en wellicht nauwelijks mensen die een woning huren.

Het aantal sociale huurwoningen is zeer laag en de wachtlijsten worden steeds langer. Er worden weliswaar nieuwe sociale woningen gebouwd maar het tempo ligt veel te laag om de vraag bij te benen laat staan om de lange wachtlijsten (meer dan 70.000) weg te werken. Het huidig budget voor sociale huisvesting zal daar niets aan veranderen. Het feit dat men kost wat kost sociale huurwoningen wenst te verkopen zal ook niet helpen. De prijzen zijn ook zo hoog omdat de vraag veel groter is dan het aanbod. Het is nog zeer onduidelijk hoe men dit met een objectief huurprijsstelsel zal oplossen. Het is immers makkelijker om als overheid, zoals in Nederland, prijzen op te leggen aan jezelf dan aan particuliere huiseigenaren die wel iets zullen vinden om nieuwe wetgeving in hun voordeel uit te buiten.

Enkel een massaal investeringsprogramma in sociale huisvesting gekoppeld aan een systeem van objectieve huurprijzen kan dit probleem oplossen. Niemand zou meer dan 20% van zijn inkomen moeten betalen voor een woning die voldoet aan de wettelijke criteria. Daarvoor moet men wel willen breken met de liberale marktlogica en de illusie doorprikken dat we met een baksteen in de maag zijn geboren. En daar knelt net het schoentje.

Delen: Printen: