Home / Internationaal / Europa / Bosnisch massaprotest overstijgt etnische verdeeldheid

Bosnisch massaprotest overstijgt etnische verdeeldheid

Artikel door Niall Mulholland

Protest in TuzlaEen opstand van werkenden, studenten, werklozen en oorlogsveteranen heeft zich uitgebreid over heel Bosnië Herzegovina. Het gaat om protest tegen de de moeilijke economische en sociale omstandigheden en de geïnstitutionaliseerde etnische verdeeldheid.

De protesten vonden hun oorsprong in de noordelijke stad Tuzla en spreidden snel uit naar de hoofdstad Sarajevo en andere steden en dorpen. Deze inspirerende massabewegingen bevestigen het vermogen van de arbeidersklasse om zich zelfs van de ergste tegenslagen te herstellen en opnieuw de weg te kiezen van collectieve strijd voor sociale verandering .

Ontslagen werknemers uit de voormalige industriestad Tuzla betoogden na een privatisering van een reeks overheidsbedrijven die leeg geroofd werden vooraleer ze failliet gingen. De protesten groeiden toen ontslagen werknemers vergezeld werden door jongeren en werklozen. De lokale autoriteiten van Tuzla reageerden door de oproerpolitie in te zetten, wat tot gewelddadige confrontaties leidde.

Het zette de betogers in Tuzla enkel aan om het protest op te voeren. Op een grotere betoging op 4 februari eisten ze het ontslag van de lokale regering, de intrekking van de privatiseringen en de uitbetaling van de pensioenen. Op 7 februari betoogden tienduizenden mensen naar de lokale overheidsgebouwen in Tuzla die meteen platgebrand werden.
De meeste protesten vonden totnutoe plaats in de Bosnische moslimgebieden, maar de betogingen hebben zich wel uitgebreid tot 30 steden en dorpen in de hele federatie. De politie zette rubberkogels en traangas in tegen de betogers in Sarajevo, waar de gebouwen van de president en de lokale regering in lichterlaaie werden gezet.

Zowel Kroaten als Bosniërs namen deel aan het protest in Mostar, een stad die geassocieerd wordt met bitse gevechten tijdens de burgeroorlogen van de jaren 1990. De opstand verbaasde zowel de lokale heersende elites als de Europese Unie (EU). De regeringen van de kantons van Tuzla, Sarajevo, Una-Sana en Zenica-Doboj gaven hun ontslag.
Grootschalige privatiseringen hebben geleid tot een desindustrialisering en het maakte het land afhankelijk van geïmporteerde goederen en diensten. Onder de betogers zijn er ook eisen tegen het volledige politieke establishment en de corruptie in de regering.

Corrupte overheidsstructuren

Het gelaagd systeem van de regering in de Federatie van Bosnië en Herzegovina ontstond uit het Dayton-akkoord van 1995. Dat gebeurde na drie jaren van oorlog en ‘etnische zuiveringen’ waarbij meer dan 100.000 doden vielen. De oorlog van 1992-1995 was de laatste fase in de gewelddadige ineenstorting van Joegoslavië en het herstel van het kapitalisme.

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog kende Joegoslavië een economische ontwikkeling en een aanzienlijke stijging van de levensstandaard. Dit gebeurde wel onder een stalinistisch systeem van heerschappij door een parasitaire bureaucratische elite.

Om hun eigen imperialistische belangen te verdedigen, hielpen de Westerse mogendheden (en het Duitse imperialisme in het bijzonder) bij het uitlokken van de burgeroorlog in Bosnië tussen Kroaten, Serviërs en Bosniërs (moslims). Net zoals Rusland steunden ze rivaliserende fracties van de oude elite die elkaar bestreden om de rijkdom en macht in handen te krijgen.

De strijd zat in een impasse. De VS en de NAVO kwamen hierop tussen om het Dayton-akkoord op te leggen. Dit akkoord verdeelde Bosnië in de ‘entiteiten’ van de Federatie van Bosnië en Herzegovina (met voornamelijk Bosnische moslims en Bosnische Kroaten), de Republiek Srpska (Servische republiek) en het district Brcko, dat formeel aan beide entiteiten toebehoort. Elke entiteit is opgedeeld in kantons. De tien kantons hebben elk een premier en een regering. Het complexe systeem van regeren betekent niet dat er echte democratie is.

De Hoge Vertegenwoordiger van de EU, momenteel Vladimir Inzko, heeft dictatoriale bevoegdheden, zoals de bevoegdheid om ambtenaren te ontslaan en bindende beslissingen aan de overheid op te leggen. Er is in feite een Westers neokoloniaal protectoraat. Dat bleek nogmaals toen Inzko dreigde met een militaire interventie van de EU om het massaprotest te beëindigen.

Etnische politiek

De complexe structuur van machtsdeling in Bosnië vormt een legitimatie en institutionalisering van een beleid dat zich baseert op etnische afkomst. De verschillende mogelijkheden van etnische veto’s maken het de nationalistische politici mogelijk om de federale regering rond tal van thema’s te verlammen. Er is geen erkenning van de kiezers die eventueel voorstander zijn van een arbeiderspartij met een socialistisch programma waarbij deze partij de etnische grenzen overstijgt.

De slogans op de recente betogingen geven nochtans aan dat er een verlangen is naar een alternatief op het rechtse etnische beleid. Zo was er de slogan “Ik heb honger in drie talen”. Het bureaucratische, autoritaire, corrupte en inefficiënte overheidsapparaat is een gehaat doelwit van de demonstranten.

De politieke elite van alle partijen wordt verafschuwd omwille van de overheveling van miljarden dollars die bedoeld waren voor “hulp” en “heropbouw”. Ze zetten de etnische groepen op cynische wijze tegen elkaar op, maar ondertussen zijn de rechtse politici het eens over de noodzaak van neoliberale besparingen om tot de EU te kunnen toetreden. De regerende partijen hebben samengewerkt met de EU om een besparingsplan van het IMF aan de werkende bevolking op te leggen.

Vijf jaar van bezuinigingen hebben geleid tot een verlaging van de lonen in de publieke sector, een bevriezing van de middelen, een dramatische daling van de consumentenbestedingen en een stijging van de overheidsschuld. Meer dan 60% van de jongeren onder de 24 jaar zijn werkloos. Steeds meer Bosniërs zien door het nationalistische rookgordijn van de gevestigde partijen de achterliggende neoliberale agenda.

In een poging om de etnische kaart te spelen om de volle kracht van de opstand te breken, had president Milorad Dodik het over de betogingen als een Bosnisch-Kroatisch complot tegen de Serviërs. Het volstond niet om betogingen in Servische steden te stoppen, er waren acties in onder meer Banja Luka, Brcko en Prijedor.

Zelfs de vereniging van Bosnisch-Servische oorlogsveteranen haalde uit naar de verklaring van Dodik. Deze groep beschuldigde de machthebbers ervan om “met alle middelen een staat te verdedigen die gebaseerd is op misdaad, corruptie, nepotisme en een verschrikkelijk onderwijssysteem waarvan de gevolgen nu al voelbaar zijn.”
De roep naar klassensolidariteit die de etnische grenzen in Bosnië en de rest van de Balkan overstijgt, blijkt uit de slogans en eisen van de betogers. Er waren honderden aanwezigen op een solidariteitsactie in de Kroatische hoofdstad Zagreb. Een van de spandoeken stelde: “Neen aan oorlog tussen mensen. Geen vrede tussen de klassen!”

Op 7 februari was er een ‘Verklaring door de werkenden en burgers van het kanton Tuzla’. Daarin stonden radicale eisen die de markteconomie verwerpen. Er werd opgeroepen voor een degelijke gezondheidszorg, het intrekken van de privatiseringen, de teruggave van de fabrieken aan de werkenden om onder controle van de overheid geplaatst te worden en er werd een arbeidersloon voor regeringsvertegenwoordigers geëist.

Beperkingen

Betogers hebben doorheen Bosnië algemene vergaderingen opgezet. Het plenum van Tuzla onderhandelde zelfs met de lokale regering. Het grotendeels spontane karakter van de revolte en het gebrek aan arbeidersorganisaties zorgen voor beperkingen.

Dat blijkt ook uit andere eisen die door de betogers in Tuzla naar voor worden geschoven, onder meer de eis van de “vestiging van een technische regering die bestaat uit experts zonder politieke achtergrond.” Dat komt bij veel betogers over als een eis voor de verwijdering van de corrupte politici die de eigen zakken vullen. Maar de ervaringen van de recente technocratische regeringen in Italië en Griekenland geven aan dat deze geen neutrale scheidsrechters waren, maar de besparingsbelangen van de grote bedrijven dienden. Een technocratische regering in Bosnië zou onder enorme druk staan van zowel de rechtse nationalistische krachten als de Europese Unie.

Het gebrek aan echte arbeidersdemocratie in het voormalige Joegoslavië, gevolgd door de verschrikkelijke oorlogen en het kapitalistische herstel, maken dat de arbeidersbeweging nog zwak staat. Maar de werkenden, studenten en werklozen hebben geen andere keuze dan zich te baseren op hun eigen zelforganisatie waarbij lokale comités van massastrijd worden opgezet die democratisch beslissen op zowel lokaal, regionaal als nationaal vlak om zo de volgende stappen in het afdwingen van de eisen te zetten.

Eengemaakt arbeidersprotest

De werkende bevolking in Bosnië en in de rest van regio beschikt over het wapen van de staking en de algemene staking. Gecoördineerde arbeidersacties in zowel de Federatie als de Republiek Srpska zijn noodzakelijk om alle werkenden te verenigen en om het nationalistische gif van de heersende elite te beantwoorden. De elite zal de nationalistische kaart ten volle uitspelen om de eigen belangen te verdedigen.

Er is een klassenoproep aan de gewone agenten nodig om zo bij te dragen aan het neutraliseren van het repressie-apparaat van de staat. Een verenigde arbeidersbeweging zou de meest progressieve eisen uit Tuzla, Sarajevo en andere steden verder ontwikkelen en uitbreiden tot een strijd tegen het besparingsbeleid van het IMF, voor de verwijdering van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU en voor het einde van iedere imperialistische bemoeienis.

De opbouw van een massale arbeiderspartij met een socialistisch programma zou een echt alternatief vormen op de verschillende reactionaire nationalistische partijen en het lokale gangster-kapitalisme. In de plaats van de corrupte etnisch verdeelde regeringsstructuren, zou een onafhankelijke arbeidersbeweging opkomen voor een grondwetgevende vergadering en een arbeidersregering.

De geprivatiseerde bedrijven moeten onder democratisch publiek bezit geplaatst worden als onderdeel van een geplande economie met democratische arbeiderscontrole en -beheer. Dat zou een voorbeeld zijn dat de werkende bevolking doorheen de Balkan zou enthousiasmeren. Op die basis kan de werkende bevolking van alle etnische en nationale achtergronden democratisch en vreedzaam beslissen over haar gezamenlijke toekomst als deel van een vrijwillige socialistische federatie van de Balkan.