Home / Edito - Belgische politiek / De stemoproep van LSP en haar voorstel voor na de verkiezingen

De stemoproep van LSP en haar voorstel voor na de verkiezingen

Standpunt van het Nationaal Comité van LSP

25 april 2013. Gauches Communes en PVDA voeren samen actie tegen de lokale besparingen van de gemeente Elsene.

25 april 2013. Gauches Communes en PVDA voeren samen actie tegen de lokale besparingen van de gemeente Elsene.

Establishment bereidt kaalslag voor

“IMF vraagt van België echte besparingen” schreef De Standaard op 17 december 2013. Voor de begroting “moet de focus van de inspanning worden verlegd, van het verhogen van de belastingen naar het verminderen van de uitgaven en de rationalisering van subsidies en sociale transfers”. Om de concurrentiekracht te verbeteren moet “het tempo van de structurele hervormingen worden versneld (…) om het indexmechanisme aan te passen (…) en de loonmatiging vol te houden”. Tenslotte waarschuwt het IMF dat “de bankenwet er niet mag toe leiden dat de Belgische banken … niet meer kunnen concurreren met buitenlandse banken.” Dat verlanglijstje van het IMF, de Europese commissie en het Belgische kapitalistische establishment is gekend. Maar ze denken nu, dat in tegenstelling tot de huidige regering, de volgende daarvoor wel de nodige tijd en ruimte zal krijgen.

Het offensief tegen de arbeidersklasse zal dus versnellen om de achterstand in te halen die de Belgische burgerij heeft opgelopen door de politieke crisis. In een dubbelinterview in De Standaard en Le Soir (18/1/2014) zeggen Wouter Beke (CD&V) en Charles Michel (MR): “We hebben een as nodig die de komende vijf jaar kan focussen op het sociaal economische beleid. Dit perspectief zorgt voor een unicum in de Belgische geschiedenis (…) Bedrijven en gezinnen vragen stabiliteit. Een tijdpad van vijf jaar biedt die zekerheid, maar creëert tegelijk de ruimte om te hervormen (…) Nu eens moeten we de instellingen aanpakken, dan weer is de sociaaleconomische urgentie groot (…) Nu is het tijd voor die spreekwoordelijke vijf minuten politieke moed in sociaaleconomische dossiers.” Dit vat goed samen wat de werkende bevolking te wachten staat. Het is een waarschuwing. Links zal alle krachten nodig hebben om dit offensief te weerstaan en om te keren.

Enorme potentiële kracht arbeidersbeweging

Zoals bijna overal ter wereld is de arbeidersbeweging in België talrijker dan ooit. Sinds 2000 namen de loontrekkenden met meer dan 400.000 toe (tot 3,9 miljoen in 2012). Voor zelfstandigen bedroeg de toename 40.000 (tot 745.000). Daaronder ook veel schijnzelfstandigen die slechts voor één opdrachtgever werken. Bovendien zijn de meest loontrekkenden in ons land aangesloten bij een vakbond: 3,2 miljoen in 2010 (met inbegrip van gepensioneerden, werklozen, …), een stijging met 375.000 sinds 2001. Tegen de internationale trend is de syndicalisatiegraad in ons land ook de voorbije jaren gestegen: van 71,6% in 2001 tot 74,7% in 2011. Zelfs de netto-syndicalisatiegraad, dus enkel actieve leden zonder werklozen, bruggepensioneerden en studenten, is toegenomen van 56,9 naar 60,5%.(1)

Het patronaat in België en haar politieke vertegenwoordigers zijn zich maar al te goed bewust van de potentiële dreiging die deze numerieke en georganiseerde kolos kan betekenen. Ze worden er trouwens regelmatig aan herinnerd. Zelfs al krijgen de vakbonden af en toe klappen, ook al worden ze in de massamedia afgebrand en al moet de basis de arm van de vakbondsleiding omwringen om te mobiliseren, tot nog toe deed iedere algemene staking het getier op de patronale banken verstommen. Maar het hoeft geen algemene staking te zijn. De moderne economie is zo verweven en vereist zo gespecialiseerde arbeidskrachten, dat zelfs kleine groepen een enorme impact kunnen hebben. Denk maar aan de spoormannen, de brandweer, de boeren, de vrachtwagenchauffeurs of zelfs de 350 scheepsloodsen die twee jaar geleden de Antwerpse haven dagenlang blokkeerden.

Nood aan een nieuwe, brede arbeiderspartij

Maar om die kracht niet verloren te laten gaan, moet ze gebundeld worden. De economische hefbomen in handen nemen, gebeurt niet door het bankkantoor te bestormen en met de kluis te gaan lopen, maar door de bank te nationaliseren. Dat vereist een aangepast politiek instrument: een massale arbeiderspartij. Die vervult voor de energie van de arbeidersbeweging een rol vergelijkbaar met die van de cilinder waardoor stoom een trein kan voortbewegen. Die arbeiderspartij heeft bovendien, net zoals de stoomtrein een richting en een bestemming nodig. Dat is de rol van een programma. Voor LSP moet de bestemming een socialistische omvorming van de maatschappij zijn en staat iedere meter die we afleggen, hoe belangrijk die ook is, in functie van die bestemming.

Daarop heeft LSP zich sinds haar oprichting toegelegd. Enerzijds de nood aan een nieuwe, brede arbeiderspartij propageren sinds PS en SP.a verworden zijn tot loyale uitvoerders van de politiek van het patronaat en meteen hun arbeidersbasis zagen vertrekken. En anderzijds de paar honderden militanten samenbrengen die nu al bereid zijn een programma gericht op de socialistische omvorming van de maatschappij uit te werken, te actualiseren en te verfijnen. Een van de middelen daartoe waren onze deelnames aan verkiezingen sinds ’99, soms in eenheid met anderen, hoofdzakelijk om de idee van een bredere partij te bevorderen en als dat niet mogelijk was, onder eigen noemer, vooral met de bedoeling nieuwe lagen kennis te laten maken met ons programma.

Meer ruimte voor links

Deze propagandistische campagnes beantwoordden aan een situatie waarin de verkiezingsuitslagen van radicaal links verwaarloosbaar waren. Ze dienden als voorbereiding op een volgende, onvermijdelijke periode van meer klassenstrijd. Sinds de economische crisis is de ruimte voor radicaal links aanzienlijk toegenomen. Als meest zichtbare component van radicaal links, die bovendien sedert haar vernieuwingscongres van 2008 geleidelijk afstand neemt van haar door stalinisme besmeurde verleden, kon vooral de PVDA daar in de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 op kapitaliseren. Maar ook VEGA (Verts et à Gauche) in Luik behaalde een zetel. In Sint-Gillis strandden zowel Gauches Communes met 3,6% als PvdA met 3,8% op een zucht van een eerste verkozene. De PVDA had er een gezamenlijke lijst afgewezen.

Die trend zet zich door. In de verkiezingen van mei 2014 kan radicaal links, in dit geval de PVDA, voor het eerst sinds de jaren ’80 in het parlement komen. Dat zou een enorme doorbraak zijn. Linkse antwoorden op de rechtse politiek zouden niet langer beperkt blijven tot de straat, het bedrijf of linkse bijeenkomsten, maar ook hun weg vinden naar de publieke opinie via de massamedia. Dat kan niet alleen de PVDA, maar heel links en de arbeidersbeweging versterken. Het zou de radicalisering naar links van de afgelopen jaren een politieke uitdrukking geven, de zoektocht naar een links alternatief bevestigen en het potentieel aantonen van een radicaal linkse factor in België.

Nieuwe uitdagingen vereisen aangepast antwoord

Deze mogelijkheid verandert de omstandigheden en de taken voor links. Bij meer bewuste arbeiders is de vrijblijvende sympathie voor propagandacampagnes omgeslagen naar een terecht streven om de kans op verkozenen niet te missen. Daarom schreef LSP in mei 2013 heel radicaal links aan, een jaar voor de aankomende verkiezingen, met een voorstel voor gezamenlijke lijsten onder de noemer ‘PVDA-eenheid of iets dergelijks’. Dat leek ons de beste manier om de energie van alle talloze activisten, zowel die van de radicaal linkse formaties als politiek daklozen, zo efficiënt mogelijk in te zetten.

LSP is niet de enige die het zo inschat. Bewust van het potentieel, heeft het ABVV van Charleroi-Zuid Henegouwen zes radicaal linkse partijen, waaronder PVDA en LSP, rond de tafel gebracht om de samenwerking te bevorderen in de hoop dat ze gezamenlijk een nieuwe politiek kracht, links van PS en Ecolo, zouden vormen. Een vakbondsgewest van 110.000 leden dat publiek stelling neemt en ernaar handelt, is uniek. We weten dat ook in de christelijke bediendencentrale en in sommige andere gewesten en centrales van het ABVV gelijkaardige debatten hun weg vinden. Het ABVV van Charleroi-Zuid Henegouwen zoekt trouwens systematisch het publieke debat op met brochures en meetings en opent daardoor nieuwe mogelijkheden.

Gecontroleerde eenheid

Dat is helaas (nog) niet de positie van de PVDA. Die ziet geen nut in een bundeling van alle linkse stromingen waarin vrij gedebatteerd en gezamenlijk geageerd wordt. Ze onderschat het belang van georganiseerde discussie en denkt dat dit tot verdeeldheid zal leiden. Dat is geen nieuw argument. Het werd destijds te pas en te onpas misbruikt door de leiding van de sociaaldemocratie om interne oppositie de mond te snoeren. Dat wil niet zeggen dat de PVDA ongevoelig is voor de drang naar eenheid, maar ze wil die eenheid kunnen controleren.

Zo verkoos de PVDA om de verschillende componenten van radicaal links apart te ontmoeten. Maandenlang kreeg LSP geen antwoord op haar voorstel. Dan volgde een brutaal njet en tenslotte, na druk, een discussie in Charleroi met de lokale PVDA-leiding, in Luik met Raoul Hedebouw en in Brussel via Gauches Communes met de Brusselse PVDA-leiding. De teneur was vriendelijk, maar de boodschap duidelijk. ‘LSP wil zich net als PvdA opbouwen, dat is een probleem. SAP en KP die wel op de PVDA lijsten staan, hebben die ambitie grotendeels opgegeven. Aangezien LSP niet zal nalaten om pamfletten uit te delen en kranten te verkopen, zal de PVDA, met veel nieuwe leden die haar programma nog niet echt kennen, meer energie moeten besteden aan het uitleggen van de verschillen tussen beide, dan aan het voeren van de verkiezingscampagne.’

Verschillen in methode en programma

Dat is een begrijpelijke, maar verkeerde, redenering. Naarmate die nieuwe leden zich politiek engageren, zullen de vragen hoe dan ook komen. Dat vermijden door anderen uit te sluiten, zal dat niet eerder interesse wekken in wat die te vertellen hebben? Het is evenmin in het belang van de arbeidersbeweging. Die is nog nooit politiek homogeen geweest. Pas op basis van praktische ervaring komt ze tot eenheid, door programma’s te toetsen aan de concrete vereisten van het moment. Sinds de val van de stalinistische karikaturen van socialisme in het Oosten, is het socialistisch bewustzijn fors terug gegooid. Ervaringen uit het verleden zijn verloren gegaan. Dat heropbouwen, gebeurt het best in een brede strijdformatie van de arbeiders, waar eenheid in actie gepaard gaat met vrijheid van debat. We stellen niet voor aan de PVDA om die formatie te worden, maar om er samen met ons en anderen de aanzet toe te geven.

We denken dat er nog een andere reden is waarom de PVDA weigert om ook LSP bij haar verkiezingscampagne te betrekken. LSP durft soms vanuit een meer links perspectief vragen stellen bij programmapunten van de PVDA. De KP en de SAP doen dat nauwelijks, hun programma’s en praktijk sluiten nu eenmaal dichter aan bij die van de PVDA. Over de beperkingen van een openbare bank in een wereld van privé-banken, van openbare aanbestedingen zoals het kiwi-model of van een verlaging van de BTW op energie die de patroons recupereren met uitstel van onze indexaanpassing, hoor je hen nauwelijks. Enkel individuen en organisaties waarvan de PVDA overtuigd is dat ze haar programma niet of nauwelijks zullen betwisten, zijn welkom op de lijsten van PTB-GO (waarbij GO staat voor “Gauche d’Ouverture”) in Franstalig België of PVDA+ in Vlaanderen.

Eenheid in verscheidenheid – Gauches Communes in Brussel

Ondanks de aangehaalde beperkingen, vindt LSP dat PTB-GO een stap vooruit is, onvoldoende, maar toch belangrijk. Na de verkiezingen zal er meer dan ooit nood zijn aan eenheid in actie. De vrije deelname van alle componenten van de arbeidersbeweging, en daarmee bedoelen we niet alleen LSP, zal vereist zijn. Carlo Briscolini, de voorzitter van FGTB Charleroi Zuid Henegouwen benadrukte op de voorstelling van PTB-GO het belang van een diepgaand debat “dat zich niet mag beperken tot de leidinggevende kaders” en hield er een pleidooi voor “tendensrecht”. “Het is door discussie en betwisting, wanneer verschillende tendensen zich uiten, dat een debat vooruit gaat.” Voor dat soort eenheid wil LSP zich blijven inzetten, ook na de verkiezingen.

In dat kader zal LSP vermijden op te komen of lijsten te steunen die het behalen van linkse verkozenen zou bemoeilijken. In Vlaanderen zal LSP deze keer oproepen voor PVDA +. Met haar houding om à la carte bondgenoten uit te kiezen en anderen te isoleren, laat PVDA+/PTB-GO anderen echter weinig keuze: zich electoraal wegcijferen of dan maar zelf lijsten indienen. LSP zal dat niet doen, maar heeft er begrip voor als VEGA en Decroly, MG of nog anderen in die omstandigheden wel lijsten neerleggen. We roepen hen uitdrukkelijk op om dat niet te doen in Luik waar Raoul Hedebouw een reële kans maakt om verkozen te worden, en ook niet in Charleroi waar dit door ABVV-nationaal misbruikt zou worden om het initiatief van het gewest Charleroi Zuid Henegouwen te ondermijnen. Net zoals we aan de PVDA hebben voorgesteld om mee te werken aan hun campagne, sluiten we geen vorm van samenwerking met anderen uit, afhankelijk van de houding die ze innemen tegenover de arbeidersbeweging en rekening houdend met de twee hierboven aangehaalde uitzonderingen.

In Brussel maakt het systeem van lijstverbinding het mogelijk een specifieke stem te geven voor de linkse lijst naar keuze, zonder daardoor de kans op een linkse verkozene te verkleinen. Daar zullen we bijgevolg wel deelnemen, voor Kamer en regio, onder de naam Gauches Communes, waarmee we eerder met de Parti Humaniste en onafhankelijken deelnamen aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 in St. Gillis, Jette, Anderlecht en Elsene. Een voorstel van Gauches Communes tot samenwerking met PTB-GO werd ook in Brussel afgewezen. PTB-GO is zelfs nog niet ingegaan op onze uitnodiging voor lijstverbinding, maar deed dat intussen wel al met Parti Pirate, Pro-Bruxelles en BUB. Als VEGA in Brussel lijsten indient, zullen we ook met hen de mogelijkheid tot samenwerking bediscussiëren.

We willen in Brussel op basis van een duidelijk socialistisch programma en het systematisch nemen van initiatieven in het lokale verzet tegen de bezuinigingen ons steentje blijven bijdragen aan de opbouw van een krachtsverhouding om de besparingstsunami op termijn te stoppen.

Draai naar links van de sociaaldemocratie is ongeloofwaardig

SP.a en de PS voelen nattigheid. De kloof tussen arm en rijk, het gebrek aan perspectieven, de aanpak van twee maten twee gewichten, de klassenjustitie,… stoten een groeiend deel van de samenleving tegen de borst. Hun recente aandacht voor het beperken van de topsalarissen van overheidsmanagers en de halfslachtige poging om de strijd tegen fiscale fraude op te voeren, zijn slechts doekjes voor het bloeden waarmee ze de arbeidersbeweging een meer frontale inlevering willen doen slikken. Sinds de jaren ’80 maken ze systematisch deel uit van de verschillende regeringen. Ze hebben mee de basis gelegd voor de groeiende armoede en werkloosheid. Hun ‘oplossingen’ van verdere lastenverlagingen, morrelen aan de index, beperken van onze pensioenen, schrappen van werkloosheidsuitkeringen,… doen de geloofwaardigheid van hun zogenaamde draai naar links teniet. We weten waar we aan toe zijn, zelfs als we na 25 mei geen openlijk rechtse regering krijgen!

Een rechtse regering is zeker niet uitgesloten. Toch niet als ze de N-VA er in de campagne niet kunnen afrijden. Die regering zou het noodzakelijke klimaat voorbereiden, maar ook de arbeidersbeweging zodanig provoceren, dat ze wellicht snel zou vallen. Een herrezen Di Rupo II, al dan niet met Di Rupo als premier, zal na wat gerommel in de marge de job van de centrumrechtse regering echter gewoon afmaken. Links mag zich dus niet meer vastklampen aan de formule van het minste kwaad. Iedere poging om deze illusie verder in stand te houden, betekent een verzwakking van de werkende klasse. Het moet zich integendeel voorbereiden op een voor haar generaties ongezien klassenconfrontatie.

Een aantal linkse verkozenen na 25 mei 2014 kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren, maar verkozenen behalen is geen doel op zich. Het kan wel een uitstekende uitvalsbasis zijn om na de verkiezingen een front van verzet tegen de sociale afbraak op te bouwen. De PVDA is daar zeer goed voor geplaatst. Als ze dat doet, kan ze rekenen op ondersteuning van LSP en wellicht ook van talloze activisten, inclusief vakbondsdelegaties, centrales en gewesten. Dat doet niets af van de nood aan een onafhankelijke, brede strijdformatie van de arbeiders waarbinnen de noodzakelijke vrijheid van discussie en debat gehanteerd wordt om programma en strategie uit te testen. Tegelijk wil LSP blijven bouwen aan een revolutionaire partij die als doel heeft door massale arbeidersstrijd maatschappijverandering af te dwingen. Het kapitalisme heeft ons geen toekomst te bieden. Enkel socialisme kan de weg vrijmaken voor een wereld zonder onderdrukking en uitbuiting.

Noot
(1) Geen grenzen aan de groei: de Belgische syndicalisatiegraad in de jaren 2000 – Faniel, J. & Vandaele, K., 2012.