Welke toekomst voor onze kinderen? Voor gratis en degelijk onderwijs!

Welke toekomst voor onze kinderen?

Onlangs kondigde minister Vandenbroucke nieuwe besparingen aan in het onderwijs. De woede hierover is enorm, leerkrachten staan met het water aan de lippen in overvolle klassen, en ouders maken zich zorgen waar dit alles naartoe gaat.

Marijke Decamps

Het onderwijs zoals we dit nu kennen, komt niet uit de lucht gevallen. Eisen rond degelijk en gratis onderwijs, waren aanwezig van bij de eerste organisatievormen van de arbeidersklasse. Zeker toen de arbeidersvrouwen zich organiseerden samen met hun klasse, werd stelselmatig geprobeerd om de kinderen op de schoolbanken te krijgen in de plaats van in de fabriek. Het onderwijs werd toen echter gekenmerkt door overvolle klassen met sterke nadruk op vanbuiten leren, prestatie en selectie.

De verschillende bewegingen en revoltes van de arbeiders hebben in de loop van de 20e eeuw heel wat verandering teweeggebracht. Dankzij mei ’68 kwam er bovendien een proces van democratisering op gang en werden de eerste stappen gezet naar een andere kijk op wat onderwijs is en wat het kan betekenen.

Gratis

“Elk schooljaar is het hetzelfde liedje, onverwacht vallen er extra schoolrekeningen binnen, waarvan je nooit kan voorspellen hoe hoog ze gaan zijn. Bij ons lukt het nog om dit te betalen, maar voor meer en meer gezinnen begint dit moeilijk te worden. Hierdoor is het oudercomité vooral bezig met het inzamelen van geld om de schoolrekening te laten kloppen. Mensen die geen geld hebben om voor de zoveelste keer lotjes te kopen, of om mee te doen aan een pensenkermis, worden scheef bekeken, en de kinderen voelen deze druk ook.” (Ann)

Tussen ’89 en ’99 zijn de kosten voor secundair onderwijs met 82% gestegen en voor lager onderwijs zelfs met 93%. Volgens een oproep van SOS Schulden op School zijn er scholen waar 10% van de ouders een afbetalingsplan heeft om de schoolkosten te betalen. De studiebeurzen zijn bovendien een lachertje geworden, al heel snel verdien je zogenaamd teveel.

Degelijk

Vaak wordt de school door jongeren gezien als een plaats waartoe je tot je 18 veroordeeld bent om je broek te verslijten, braaf te luisteren en vanbuiten te leren. Er ligt nog steeds een enorme nadruk op toetsen, punten behalen en meekunnen. Ons onderwijs mag dan bij het meest hoogstaande van Europa behoren, tegelijk zijn er ook erg veel schoolverlaters zonder diploma.

Er wordt nu al 20 jaar bespaard, waardoor iedere besparingsronde steeds harder aankomt. Schoolgebouwen staan op instorten en er wordt bespaard op het onderhoud, de leerlingenbegeleiding,… Hierdoor vallen leerlingen sneller uit de boot. Onderwijs wordt een plaats waar ongelijkheid wordt bevestigd in plaats van tegengegaan.

Socialistisch onderwijs

In een socialistische samenleving zou onderwijs niet meer hetzelfde zijn als vandaag. Het zou de ruimte creëren voor jongeren om zich volledig te ontplooien, leren wat aansluit bij hun interesses, waarbij alles wat geleerd wordt voortvloeit uit de praktijk van de arbeidersklasse.

Een interessant voorbeeld is dat van het onderwijs vlak na de Russische Revolutie. Binnen een tijdspanne van enkele dagen na de oktoberrevolutie werd het gratis onderwijs ingevoerd. In 1918 werden de scholen omgevormd tot “eengemaakte arbeidsscholen” waar productief werk aan de basis lag van de ontwikkeling van jongeren. Deze scholen waren zeven dagen per week open, zodat jongeren er ook terecht konden voor zaken die hen interesseerden, niet enkel voor het volgen van lessen.

De Bolsjevieken probeerden een allesomvattend programma op te stellen, gebaseerd op het leven en de productie. Lenin stelde in 1918 bijvoorbeeld dat onderwijs over elektriciteit moest gekoppeld worden aan bezoeken aan elektriciteitscentrales. De vrouw van Lenin, Krupskaya, moedigde het onderwijzend personeel aan om het dagelijks leven als vertrekpunt te nemen voor projecten, gebaseerd op de ervaring van lokale arbeiders en boeren. Hierdoor zouden alle volwassenen “onderwijzers” worden. Lunacharsky, de commissaris van onderwijs, waarschuwde evenwel dat het belangrijk was dat de scholen het aanleren van vaardigheden centraal zouden stellen en niet het maken van producten. Tegenover het volproppen met nutteloze, overbodige en levenloze kennis, stelde Lenin de noodzaak voorop van kritisch onderwijs gericht op de ontwikkeling van zelfstandige individuen en de ontplooiing van hun capaciteiten.

Een andere maatregelen in 1918 was bijvoorbeeld de vrije toegang tot de universiteiten, zonder ingangsexamens of inschrijvingsgeld. De scholen werden georganiseerd door democratische raden, zodat ook de jongeren zelf konden meebeslissen over wat er onderwezen werd en hoe dit gebeurde. De verkozenen in de raden van scholieren en ouders en personeel waren permanent afzetbaar.

De eis voor degelijk en gratis onderwijs is vandaag nog lang niet gerealiseerd. Op basis van strijd en solidariteit kunnen fundamentele stappen vooruit gezet worden. Maar enkel op basis van een socialistische samenleving kan deze strijd leiden tot een definitieve overwinning.

Delen: Printen: