CWI Zomerschool 2005. Discussie over Latijns-Amerika: continent in oppositie tegen neoliberalisme

We publiceren hieronder een samenvatting van de inleiding tot de discussie over Latijns-Amerika op de recente zomerschool van het CWI. Aangezien het om een inleiding gaat, zijn niet alle punten volledig uitgewerkt. Er wordt geprobeerd om een algemeen beeld te schetsen over de ontwikkelingen op het contintent en de discussies over hoe het verzet tegen het neoliberaal beleid kan leiden tot successen.

Inleiding door Tony Saunois, samengevat door Els Deschoemacker

Verzet tegen het neoliberalisme

Met deze discussie willen onze perspectieven, eisen en programma aanscherpen om daarmee onze beperkte krachten in Latijns-Amerika bij te staan in hun interventies en hun opbouw. We willen ook de discussie over Latijns-Amerika voeren om een beter beeld te krijgen van de processen op dat continent zodat we ook voorbereid zijn op een periode van toegenomen klassenstrijd in Europa.

Latijns-Amerika is een continent in revolte tegen het neoliberalisme, tegen de politiek van privatiseringen en tegen de toegenomen uitbuiting van het continent door de imperialistische machten. De meest belangrijke ontwikkeling voor ons is de opkomst van socialistische ideeën – in zijn eerst stadia – binnen de strijdbewegingen, als tegengewicht of alternatief op het kapitalisme. Dit is zo in Venezuela en tot op zekere hoogte ook in Brazilië.

Deze oppositie komt niet uit de lucht vallen. Het is het directe resultaat van wat de massa’s de voorbije 20 jaar meegemaakt hebben. Het continent is geplunderd en in een wurggreep gehouden via schuldafbetaling. De massa’s voelen wat de effecten zijn, terwijl tegelijk veel geld wordt versluisd naar de wereldbank. 57 procent van het nationale inkomen van Ecuador bijvoorbeeld, gaat naar het afbetalen van intresten op schuld. Elk kind komt er ter wereld met een schuld van 1.212 dollar. Op het moment dat ze beginnen werken is die schuld al opgelopen tot 25.000 dollar. Als een anticipatie op wat zou ontwikkelen in de 20ste en 21ste eeuw waarschuwde Simon De Bolivar al in de 19de eeuw terecht dat toen meer te vrezen viel van de Engelse leningen dan van de Spaanse zwaarden.

Een andere reden voor de revoltes op het continent, is dat de doorvoering van een neoliberale politiek – in het bijzonder van privatiseringen – het eerst begon in Latijns-Amerika en dit reeds begin jaren 1980. Men is begonnen te experimenteren met privatiseringen in Bolivië en deze politiek heeft vervolgens zijn weg gevonden naar de rest van de wereld. Deze politiek veroordeelde na twee decennia van neoliberalisme miljoenen mensen tot armoede.

Opmerkelijk is de snelheid waarmee de gebeurtenissen elkaar opvolgen. Zeker de laatste 12 maanden: er waren 2 massarevoltes met het karakter van een opstand die regeringen heeft doen vallen; de grootste betoging ooit in de geschiedenis van Mexico en een betoging van 1.000.000 op een begrafenis van een arbeidersleider in Chili. De meest belangrijke ontwikkeling is de crisis van de regering-Lula in Brazilië en de reactie daarop in de vorm van de opkomst en de uitbouw van de Psol.

De ontwikkelingen in Latijns-Amerika gebeuren op twee snelheden. Er zijn enerzijds massale opstanden in bijvoorbeeld Bolivië en Ecuador geweest en ook in Venezuela wordt een intense strijd gevoerd tussen revolutie en contrarevolutie. Anderzijds zijn er ontwikkelingen die van buitenaf trager lijken te gaan, maar weerspiegelingen zijn van dezelfde explosieve situatie. Die ontwikkelingen komen tot uiting in een electorale beweging naar links. Voor de eerste keer in het 174 jarige bestaan van Uruguay is er een linkse president, Vascez. Twee jaar geleden was er ook de verkiezing van Lula in Brazilië. Ook dat weerspiegelde hetzelfde proces. Het zijn kandidaten die gezien werden/worden als opposanten van een neoliberale politiek (maar die eenmaal aan de macht dezelfde neoliberale politiek doorvoeren).

Opstand in Bolivië

De meest dramatische gebeurtenissen zijn deze in Bolivië en Ecuador. Beide bewegingen lijken op elkaar, maar de opstand in Bolivië ging beduidend verder dan die in Ecuador.

In Bolivië bouwde de beweging verder op een immense traditie van strijd. Sedert haar onafhankelijkheid kent Bolivië de ene strijdbeweging na de andere, en heerst er een intense strijd tussen revolutie en contrarevolutie. In 180 jaar geschiedenis vonden meer dan 200 militaire coups plaats. Het kritische ingredient in de beweging, zijn de trotskistische tradities van de arbeidersbeweging. Net als Sri Lanka kent Bolivië een heel rijke trotskistische geschiedenis. In beide landen zijn de trotskisten ooit uitgegroeid tot massaformaties. De Boliviaanse vakbond bijvoorbeeld heeft ooit Trotski’s overgangsprogramma officieel als programma aangenomen. Dat is nergens anders ter wereld gebeurd. Deze traditie vond zijn weerslag in de beweging, in het militante karakter van de strijd, alhoewel ideologisch de duidelijke link met socialisme of verwijzing naar niet meer zo sterk aanwezig is als in jaren 1980, omwille van de gevolgen van de val van het stalinisme.

De opstand was gericht tegen de effecten van de privatisering van de energievoorraden. Na acht jaar privatiseringen resulteerde dit in een drastische daling van de inkomsten voor de Boliviaanse staat. Het waren de privé-eigenaars die aan de haal gingen met de opbrengsten. Belastingen op de opbrengsten daalden van 50% naar 18%. Het is een publiek geheim dat de waarde van de gasreserves overeenkomt met 100 miljard dollar, wat overeenkomt met 12 keer het BNP van Bolivië. Het was een massabeweging tegen de plundering door multinationale bedrijven. De massabeweging leidde tot een sprong vooruit in het bewustzijn. De eerste betogingen en protesten steunden het programma van de sociaal-democratische leider Morales voor hogere belastingen op de opbrengsten. Na een paar dagen van massamobilisatie werd deze eis opzij geschoven en vervangen door de eis voor de nationalisatie van die energiebedrijven. Zelfs in Bolivië hebben we dit niet gezien in de jaren ’80, het is een ongelooflijke stap vooruit in het bewustzijn, met openlijke eisen voor nationalisatie als reactie op de privatiseringen.

De beweging ging veel verder dan alleen betogen. Er waren elementen van een opstand. Op twee weken tijd stond Bolivie op het punt van burgeroorlog. Een deel van de burgerij overwoog ernstig het opdelen van het land, tussen het olie- en gasrijke deel en de rest van het land. Hoewel ook de VS tegen een opdeling was, was het de massabeweging die dit proces tijdelijk gestopt heeft. Het kan natuurlijk later opnieuw op de agenda komen. We hebben in de beweging elementen gezien van een prérevolutionaire fase. De verdeeldheid van de heersende klasse en een duidelijke wil tot strijd van de arbeidersklasse, boeren en delen van de middenklasse. Door een gebrek aan voldoende socialistisch bewustzijn en vooral aan een partij die de beweging verder kon voeren naar een reeële machtsovername, kwam de beweging echter niet tot haar conclusies. Net als in andere revoluties zagen we elementen van dubbele macht: de burgerij was deels verlamd en werd tegengehouden door de massabeweging, maar de beweging nam de macht nooit over. Dit leidde tot een neergang van de beweging, wat kansen gaf aan de burgerij om tijdelijk de controle weer over te nemen.

Opvallend was de graad waarmee de heersende klasse de controle over de massa’s verloor. La Paz werd bezet door boeren en arbeiders, vooral uit de openbare diensten. Met tienduizenden omsingelden ze het parlement, waardoor bijna de helft van de parlementairen niet konden deelnemen aan het parlementsdebat. Een regionale vakbondsleider dreigde ermee het parlement plat te branden.

In belangrijkste steden als El Alto, buitenwijken van La Paz die het centrum van de opstand vormden, werden organen gecreëerd waarbij arbeiders het lokale bestuur overnamen. Het dagelijks bestuur was in handen van wijkorganisaties. In een belangrijke stad als Cocha Bamba werd een raad verkozen door een algemene vergadering, die de resolutie aannam voor het opzetten van een boeren- en arbeidersregering. De heersende klasse moest uitwijken en samenkomen in Sucre.

Er werd ernstig overwogen om de militairen aan de macht te brengen en een staat van beleg af te kondigen. Een vertegenwoordiger van de federatie van werkgeversorganisaties zei: “Er zijn 3 mogelijkheden: dialoog en dat is mislukt; gewapende confontatie en als dat niet lukt, verkiezingen”. Opnieuw belemmerden de massa’s de heersende klasse haar plannen ten uitvoer te brengen. Vooral de mijnwerkers speelden een belangrijke rol. Ze marcheerden naar Sucre, omsingelden de gebouwen en beletten de parlementsleden te vluchten naar de luchthavens.

Er werden onderhandelingen aangevat die rechtstreeks werden uitgezonden op de nationale televisie en dit in beide landstalen, in het Spaans en in het Maya. Een deel van de burgerij was zich op een burgeroorlog aan het voorbereiden. Door het massale karakter en de richting die de beweging nam, gecombineerd met de druk vanuit VS, kwamen ze op een aantal plannen terug. De nieuwe president die werd aangeduid was voor de burgerij niet hun meest radicale kandidaat (die voorstander was van een militaire machtsovername), maar een gematigde figuur in de persoon van Rodriguez.

We zagen in Bolivië cruciale elementen van revolutie zoals de verregaande standpunten van massabijeenkomsten en de eisen voor een regering van arbeiders en boeren. Er kwam een volksrevolutionaire raad waar een resolutie werd aangenomen waarin sprake was van de nood aan een strategie voor een machtsovername door de arbeiders, boeren en delen van de verarmde middenlagen.

Maar jammer genoeg was er een brede kloof tussen die radicale verklaringen en de daden. Er werden onderhandelingen gestart met de heersende klasse. Marxisten zijn daar niet a priori tegen, maar dit was niet de eerste taak van de beweging. De onderhandelingen hadden de bedoeling om de beweging te verwarren. Wat nodig was, waren initiatieven om de beweging onafhankelijk te organiseren, de verschillende raden met elkaar te verbinden op regionaal en nationaal niveau om uiteindelijk het grijpen van de macht voor te bereiden.

Door een gebrek daaraan en het feit dat er onvoldoende inzicht was in de ideeën van het socialisme, en de noodzakelijke taken van een dergelijke revolutie, hebben de massabewegingen in Ecuador en Bolivie niet tot fundamentele veranderingen geleid. In Ecuador werd een president van de macht verstoten en door de vice-president vervangen en in Bolivië is er het vooruitzicht van nieuwe verkiezingen. Die verkiezingen zullen waarschijnlijk door Morales worden gewonnen. Nochtans heeft die in het verleden een slechte rol gespeeld met zijn tegenstand tegen de eis voor nationalisatie. Morales komt regelmatig over de vloer bij zowel Chavez, Lula als Castro. Het blijft de vraag welk type regering hij zal vormen. Wellicht zal hij zich eerder baseren op Lula of Vascez in Uruguay. Maar dat kan tegenvallen gezien de schaal van de crisis. Daarbij is het niet onmogelijk dat ook Morales uiteindelijk opzij gezet wordt door massabewegingen.

Een opvallend kenmerk in zowel Bolivië als Ecuador was de cruciale rol die gespeeld werd door de inheemse bevoking. In onze slogans, eisen en programma moeten we daar meer en meer rekening mee houden. De concrete invulling verschilt echter van land tot land. Op dit ogenblik stelt de eis van onafhankelijkheid of afscheiding zich niet. In Bolivië is 62% van de bevolking van inheemse afkomst. De eisen daar hebben vooral betrekking rond het erkennen van de cultuur en de taal. In Chili wordt de eis voor land naar voor gebracht door de Mapuche bevolking.

Opkomst van socialistische ideeën

Zeker in Venezuela zien we een toenemende interesse in socialistische ideeën. Ook zagen we de enorme betoging in Santiago (Chili) naar aanleiding van de begrafenis van een vroegere leider van de Communistische Partij. Daarbij kwamen 1 miljoen mensen, hoofdzakelijk jongeren, op straat met foto’s van Che Guevara en rode vlaggen. Ondanks de bedenkelijke rol die de communistische leider in het verleden speelde, was het interessant om te zien hoeveel mensen op straat kwamen. Hoewel er 1 miljoen betogers waren, haalde de CP bij de vorige verkiezingen slechts 200.000 stemmen.

De opkomst van socialistische ideeën in Venezuela is opvallend. De situatie in het land is het afgelopen jaar sterk veranderd. Chavez heeft zijn macht geconsolideerd dankzij de steun van de massa’s. De heersende klasse is bovendien verdeeld. Chavez werd ook enorm geholpen door de stijging van de olieprijs. De demoralisatie onder rechts en de olie maken dat er politieke en economische ruimte is voor Chavez. Op die basis kan hij ervoor zorgen dat er bijvoorbeeld 3 miljard dollar extra vrijgemaakt wordt voor onderwijs en gezondheidszorg. Daarmee kan Chavez zijn steun in de maatschappij vergroten.

Er blijft echter heel wat discussie plaatsvinden over de noodzaak van socialisme. Op 1 mei werden socialistische slogans meegedragen door de vakbonden. Chavez zelf stelt meer en meer dat de Bolivariaanse revolutie socialistisch moet zijn. Volgens recente peilingen is 48% van de Venezolaanse bevolking te vinden voor een socialistische regering, slechts 25% is te vinden voor een kapitalistische regering. Er is een radicalisatie bezig, wat onder meer tot uiting komt in toespraken van gepensioneerde generaals. Eén van hen stelde dat er nood is aan een patriottische beweging naar het socialisme. Het feit dat deze ontwikkeling plaatsvindt in Venezuela is van belang, het land kende in tegenstelling tot landen als Chili geen betekenisvolle socialistische traditie.

Chavez kondigde recent aan zo’n 1.300 bedrijven te willen onteigenen of nationaliseren. Anderzijds heeft Chavez ook elementen van een klassieke linkse reformist. Terwijl gesproken wordt over socialisme, ontbreekt duidelijkheid over wat ermee bedoeld wordt of hoe het kan bereikt worden. Er zijn verschillende stromingen in de regering die spreken over een ‘socialisme’ zoals dat van Zapatero in Spanje… Toen de Chileense president Lagos het land bezocht, waren er spandoeken in de straten die hem begroetten als president van het “socialistische Chili”. Zelfs de onteigening van 1.300 bedrijven zal complexer zijn dan gedacht. Het gaat allemaal om failliete bedrijven waar de werkzaamheden werden stopgezet. Chavez maakte duidelijk dat hij wil onteigenen als “laatste reddingsmiddel”.

Een andere discussie die nog moet gevoerd worden is die over arbeiderscontrole. Chavez heeft het over “conquestion”, wat een algemene term is. Sommigen menen dat dit hetzelfde is als arbeiderscontrole. Er zijn aspecten van arbeiderscontrole aanwezig in bepaalde bedrijven, maar het voorstel van Chavez om de inspraak van werknemers te vergroten was bijvoorbeeld gebaseerd op de organisatie van het sociaal overleg in Duitsland met ondernemingsraden waarin de werknemers aanwezig zijn.

Chavez gaat momenteel eerder in de richting van goed geleide sterke bedrijven met een zekere graad van arbeiderscontrole, maar ook met een leger van administrateurs en bureaucraten. De eis voor democratische arbeiderscontrole is een cruciaal onderdeel van ons programma in Venezuela, samen met de eis voor de volledige nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie. Een nationalisatie zonder compensaties en met de doorvoering van echte arbeiderscontrole en arbeidersbeheer staat centraal in ons programma.

Ondanks de belangrijke hervormingen in Venezuela leeft nog steeds 50% van de arbeiders onder de armoedegrens en is er een werkloosheidsgraad van 12 tot 15%. Een aantal aanhangers van Chavez stelt zich vragen omtrent diens rol en de aanwezigheid van een bureaucratie. Een deel is inactief geworden (wat onder meer tot uiting komt in de lage opkomst bij de verkiezingen van 7 augustus), maar een deel gaat ook op zoek naar duidelijke socialistische ideeën.

De belangrijkste vraag is of de consolidatie van het regime betekent dat het gevaar van de contrarevolutie verdwenen is. Deze conclusie zou een grote vergissing zijn. De burgerij is verdeeld, maar nog altijd aanwezig. Het regime van Chavez irriteert het imperialisme. Er is nog steeds een enorme vrees voor een verdere radicalisatie van de beweging en de mogelijkheid dat deze druk Chavez nog verder naar links doet opschuiven en hem in de richting van meer nationalisaties duwt. Dat is een reële mogelijkheid. Maar de dreiging van rechts is nog steeds aanwezig en duidelijk. Niet zozeer in steden als Caracas, maar vooral op het platteland. Er is een strijd bezig over de kwestie van land, voor landhervormingen. Sinds het begin van dit jaar zijn 130 boeren gedood door paramilitairen en landeigenaars.

Terwijl het zeer moeilijk is en niet het meest waarschijnlijke, zal de burgerij iedere mogelijkheid aangrijpen om via een militaire coup Chavez van de troon te gooien. Ze willen komaf maken met hem. Vermoeidheid, dat zich op een bepaald moment in de beweging kan voordoen als de beweging geen perspectief gegeven wordt, zou de kans geven om terug te slaan, zoals gebeurd is met de Sandinisten in Nicaragua. Die kwamen aan de macht met een immense steun onder de bevolking. Ze wierpen het oude regime omver, maar faalden in het breken met kapitalisme. Er kwam de guerrillaoorlog met de contra’s. De economische problemen samen met een zekere vermoeidheid onder de massa’s, lieten toen toe dat de contrarevolutie opnieuw aan de macht kwam via een electorale weg. Dat kan ook met Chavez gebeuren. Bij de sandinisten heeft dit proces 10 jaar geduurd, bij Chavez kan dit sneller gaan.

De ontwikkelingen in Venezuela zijn cruciaal voor het continent. Chavez maakt gebruik van de ruimte die hij heeft om zijn invloed uit te bouwen in heel het continent. Hij stelt voor om de Bolivariaanse revolutie door te voeren in heel het continent. Met zijn olieproductie wil hij een anti-Amerikaans blok uitbouwen. Daartoe wordt overgegaan tot het leveren van goedkope olie aan de Caraïbische landen. Venezuela heeft ook een deel van de Argentijnse staatsschuld overgenomen en wil nu coöperatieven in dat land ondersteunen. Er is ook een nauwe band met het regime in Cuba, maar niet direct met de bedoeling om tot een confederatie van socialistische staten te komen.

Chavez wil akkoorden met de huidige regeringen en leiders in Latijns-Amerika, en richt zich niet zozeer op de massa’s in de betrokken landen. Hij wil akkoorden en banden met figuren als Lula en Kirschner en onderhoudt nauwe banden met Cuba. Dat land stuurde 17.000 dokters naar Venezuela. In ruil daarvoor speelt Venezuela een belangrijke rol in het doorbreken van de blokkade tegen Cuba.

Voor een socialistische federatie

Of de tussenkomst van Venezuela genoeg zal zijn om de crisis in Cuba te overkomen, blijft een open vraag. Wij verdedigen natuurlijk de planeconomie van Cuba, maar het Cubaanse regime zit in een immense economisch crisis, vergelijkbaar of nog zwaarder dan de crisis na de val van de Sovjet-Unie. Er is bijvoorbeeld een dagelijkse stroompanne van 18 uur, er zijn watertekorten. Zelfs de trots van het regime, de gezondheidszorg, wordt ondermijnd door de crisis. Dat gecombineerd met de onvermijdelijke dood van Castro zal zonder twijfel voor zware problemen zorgen voor het regime.

Tegenover het nieuwe handelsakkoord tussen Cuba en Venezuela, stellen wij de nood aan een reëel plan van arbeiderscontrole en -democratie in beide landen en de nood aan een socialistische federatie. De buitenlandse politiek van Chavez toont het karakter van zijn regime. Hij bekritiseert Lula niet voor zijn politiek in Brazilië, hij heeft een wapenakkoord met Lula, looft Zapatero in Spanje en prijst zelfs de “revolutionaire” regering van China – dit in het kader van zijn idee van een multipolaire wereld. Spanje wordt wellicht geprezen omwille van een omstreden wapenakkoord dat het land sloot met China, het grootste wapencontract sinds de dood van Franco.

Brazilië: wat zijn de taken voor revolutionaire socialisten?

De gebeurtenissen in Brazilië zijn van enorm belang. Lula heeft harde maatregelen genomen op binnenlands vlak en ook op buitenlands vlak gedraagt hij zich meer en meer als een imperialist. Zo probeert hij Chavez en Morales in te tomen. De ontwikkelingen in Brazilië zijn niet enkel belangrijk omdat dit het grootste land van het continent is. De regering wordt er erg snel na de machtsovername geconfronteerd met een zeer diepe crisis. Er waren verschillende strijdbewegingen tegen het neoliberaal beleid, maar ook het bekendworden van verschillende schandalen waarin de PT betrokken was. Zo gaf de PT-leiding honderdduizenden dollars uit aan het omkopen van parlementairen. Dit heeft ook gevolgen voor de PT zelf, in eigen rangen groeit ook de oppositie tegen de corruptie.

Op korte tijd is zowel de voorzitter, penningmeester, vice-voorzitter,… van de partij moeten aftreden. Er wordt geprobeerd om Lula buiten schot te houden. Zelf distantieert hij zich van de PT-leiding. De heersende klasse steunt Lula aangezien ze hem niet ten val wil brengen, door een gebrek aan een alternatief. De autoriteit van Lula maakt bovendien dat er in Brazilië nog geen bewegingen waren zoals elders in Latijns-Amerika. De regering heeft steeds minder een PT-karakter, en meer een traditioneel neoliberaal burgerlijk karakter.

Deze ontwikkelingen leiden ertoe dat de PT pluimen verliest. Het zorgt ervoor dat er enorme mogelijkheden zijn voor de nieuwe linkse partij PSoL (Partij voor Socialisme en Vrijheid). Wellicht kan de PSoL zich officieel laten registreren en zijn de vereiste 450.000 handtekeningen binnen. Volgens recente opiniepeilingen zal de PSoL bij een verkiezingsdeelname van Lula zo’n 5 tot 6% behalen. Dat zijn 6 miljoen stemmen! Indien Lula niet zou opkomen, kan dit oplopen tot 10%.

Als Lula zich opnieuw kandidaat stelt als president, zal hij wellicht verkozen raken. Hij is de meest geloofwaardige kandidaat voor de burgerij. In de context van een economische crisis op wereldvlak, zal een nieuwe ambtstermijn voor Lula echter leiden tot een versneld neoliberaal beleid. Dat kan leiden tot een snelle groei van de PSoL. Nu reeds slaagt die partij erin heel wat nieuwe krachten vanuit de PT op te vangen. Vandaag is de PSoL een duidelijk socialistische formatie. Maar we zien ook de ontwikkeling van een meer afgelijnde reformistische vleugel, er waren reeds pogingen om het partijprogramma aan te passen en ongetwijfeld zal er nog discussie zijn over het verkiezingsprogramma van de partij. Onze kameraden spelen een rol in de strijd tegen de reformistische invloeden en kunnen zich op deze wijze differentiëren van andere organisaties.

Besluit

In het korte bestek van de inleiding over Latijns-Amerika op de zomerschool van het CWI was het niet mogelijk in te gaan op gebeurtenissen in landen als Mexico, Peru of Argentinië. Die ontwikkelingen zijn nochtans belangrijk om er een beter beeld van te krijgen, maar ook om erin tussen te komen.

Op het Latijns-Amerikaanse continent is er een enorm potentieel voor de uitbouw van revolutionaire krachten. Onze tussenkomst op het Wereld Sociaal Forum in Brazilië heeft dit aangetoond. Voor onze organisatie zal het belangrijk zijn dat we onze krachten in het continent versterken. We hebben afdelingen in Brazilië en Chili en voeren discussies met contacten in verschillende andere landen, waaronder Venezuela. Op basis van een duidelijk begrip van de situatie denken we dat we onze krachten het komende jaar fundamenteel zullen kunnen versterken in Latijns-Amerika.

Delen: Printen: