Gepolariseerde uitslag verbergt ontgoocheling van de arbeiders

De verkiezingen in Noord-Ierland op 26 november toonden een erg gepolariseerde uitslag met winst voor de Democratic Unionist Party (DUP) aan de ene kant en Sinn Fein aan de andere kant.

Peter Hadden, Belfast

Zowel de ‘gematigde’ nationalisten van de Social Democratic and Labour Party (SDLP) en de Ulster Unionist Party (UUP) van Trimble verloren. Na de verkiezingen probeerde de traditionele media een positief beeld te scheppen van de uitslag van de UUP waarbij benadrukt werd dat Trimble 27 zetels behaalde vergeleken met 28 in 1998. Maar de resultaten tonen aan dat Trimble in de problemen komt.

Hoewel er bij het totaal weinig procentuele verschillen waren, kwam de UUP er in een aantal regio’s veel sterker uit. Zo ging de partij met 15% vooruit in Lagan Valley, waar de hardliner Jeffrey Donaldson kandidaat was.

Het slechte nieuws voor Trimble is dat deze uitslag een versterking betekent van de vleugel binnen de UUP die zich uitspreekt tegen het vredesakkoord, minstens 5 van 27 verkozenen van de UUP verzetten zich tegen het akkoord.

De DUP van Ian Paisley behaalde 30 verkozenen. Daarmee is de balans in het lokale parlement gelijkaardig als bij het vorige parlement, maar binnen de unionistische kant is het aantal verkozenen dat tegen het vredesakkoord is, toegenomen tot ongeveer 23 tegenover 36 die voor het akkoord zijn.

De DUP kwam sterker naar voor dan de UUP in 12 van de 18 districten. Dit betekent dat voor het Britse parlement de DUP zowat alle unionistische zetels zou kunnen veroveren. De enige succesvolle kandidaten van de UUP zouden wellicht sectaire hardliners zijn.

Aan nationalistische zijde had de SDLP in 1998 24 zetels en Sinn Fein 18. Nu werden die cijfers gewoon omgedraaid.

Sinn Fein stak de SDLP voorbij in 10 van de 18 districten en werd de grootste partij in 5 districten. De SDLP was de grootste partij in twee districten, South Down en Foyle, maar zelfs daar liepen zowat 10% van de kiezers over naar Sinn Fein. Voor de Britse verkiezingen zou dit betekenen dat Sinn Fein alle nationalistische zetels in Westminster zou bezetten, met uitzondering van één zetel voor de SDLP.

Noord-Ierland gaat dus naar een situatie waar een grote sectaire unionistische partij of blok de confrontatie aangaat met een grote nationalistische partij, waarbij Sinn Fein die partij wordt.

De kleinere partijen verloren. Zo behaalde de Progressive Unionist Party (PUP) de vorige keer 20.000 stemmen en nu slechts 8.000 waarbij het nog één verkozene overhoudt. De Vrouwencoalitie kreeg de vorige keer 13.000 stemmen en nu slechts 5.700 waarbij het beide zetels verloor.

De Alliance Party behield haar zes zetels, maar met bijna de helft minder stemmen.

"Ze zijn allemaal hetzelfde"

De resultaten zijn een weerspiegeling van de polarisatie in Noord-Ierland in de afgelopen jaren. Maar de andere kant van het verhaal zagen we bij het deur-aan-deur campagne voeren en werd niet herkend door de media, dat is dat er in de arbeiderswijken – zowel katholieke als protestantse wijken – een groeiende ontgoocheling is in alle partijen.

In deze wijken zegden velen dat ze niet zouden stemmen "omdat ze toch allemaal hetzelfde zijn", ze geven zichzelf loonsopslag en zijn verantwoordelijk voor een rechts beleid. De algemene opkomst van 63,1% (in 1998 nog 69%) was erg laag voor Noord-Ierland waar de opkomst traditioneel hoog is.

Velen deden ook niet de moeite om zich te laten registreren om te kunnen stemmen. Het aantal geregistreerde kiezers is met 80.000 verminderd sinds 1998. In totaal waren er 132.000 uitgebrachte stemmen minder. Hierdoor zouden de niet-kiezers de vierde grootste partij zijn!

De onderliggende tendens, zeker in arbeidersbuurten, is er één van afkeer tegenover alle partijen. Diegenen die wel stemmen zijn vooral ouderen en mensen in betere financiële omstandigheden. De uitslag weerspiegelt dus niet enkel een groeiende polarisatie, maar ook een groeiende desillusie in de politici.

Er komt nu een periode van onderhandelingen. De DUP zal niet direct onderhandelen met Sinn Fein, maar er zullen ‘contacten’ zijn die wellicht gedurende een langere periode zullen duren. Het is moeilijk voor de politici om de macht van het lokale parlement opnieuw zomaar te installeren.

Er is een crisis in het proces van regeringsvorming. Wellicht zullen de komende verkiezingen, met de Europese verkiezingen van volgend jaar, die crisis versterken.

Klassestandpunt

Eén lichtpunt waarmee aangegeven werd hoe het sectarisme kan doorbroken worden, was de verkiezing van Kieran Deeny in Omagh op basis van een campagne tegen de sluiting van een lokaal ziekenhuis (een beslissing genomen door Bairbre de Bruin, de minister van gezondheid en lid van Sinn Fein).

Dr Deeny haalde het meeste stemmen in zijn district en haalde die weg bij zowel de SDLP, Sinn Fein als de unionistische partijen.

De Socialist Party voerde campagne in twee disctricten, Belfast East en Belfast South. We gingen deur-aan-deur bij duizenden mensen, verspreidden 20.000 tot 30.000 verkiezingspamfletten bij het campagne-voeren en 80.000 via de post.

Bij het campagne-voeren kregen we veel goede reacties, vooral bij de klassestandpunten die we naar voor brachten en waarmee we ook het nationale vraagstuk aanpakten. Veel mensen, die vaak niet eens geregistreerd staan als kiezer, gingen akkoord, maar zien de verkiezing als een ogenblik dat andere thema’s een rol spelen.

We gingen rond in arbeiderswijken in Belfast, zowel katholieke als protestantse wijken, en kregen goede reacties: we verkochten 600 exemplaren van ons blad in de twee districten waar we opkwamen en nog eens 400 in het stadscentrum.

Het resultaat van onze kandidaten was zoals we verwacht hadden heel beperkt. Jim Barbour kreeg 167 stemmen (0,6%) in Belfast South, en Tommy Black kreeg 175 stemmen (0,6%) in Belfast East. We zullen op basis van de campagne die we gevoerd hebben, verder bouwen aan acties en campagnes tegen de belasting op het water en andere thema’s.

Delen: Printen: