Bolivië. Massale beweging toont potentieel voor socialisme

Negentien maanden onrust in het armste land van Latijns-Amerika mondden op vrijdag 7 juni uit in het ontslag van de gehate president Carlos Mesa. Mesa ondergaat daarmee hetzelfde lot als zijn ultraliberale voorganger De Lozada, ook wel gekend als “de beul”. De Lozada gaf in oktober 2003 de opdracht aan het leger om te schieten op betogers.

Emiel Nachtegael

Mesa erfde een ontwricht land waar 5,6 miljoen van de 8 miljoen Bolivianen onder de armoedegrens leven. De inheemse, Indiaanse bevolking wordt als tweederangsburgers behandeld. Drie miljoen mensen hebben geen toegang tot drinkbaar, proper water. Aan geen enkele van de eisen van de machtige strijdbeweging – met meer dan 6000 wegblokkades of betogingen – van mijnwerkers, Indianen en boeren werd tegemoetgekomen.

Offensieve eis van nationalisatie

De voornaamste eis was de nationalisatie van de gas- en oliesector, die tot nu toe worden beheerd door voornamelijk Spaanse, Britse en Franse multinationals. Bolivië beschikt over enorme gas- en olierijkdommen. De gasvoorraden alleen worden geschat op zo’n 100 miljard dollar. Volgens Repsol-YPF, de grootste Spaanse gasmaatschappij met miljarden aan investeringen in Bolivië, wordt per geïnvesteerde dollar 10 dollar winst gemaakt. De tweede eis, van de Indianen, is het bijeenroepen van een Grondwettelijke Vergadering waar een meer democratische Grondwet geschreven moet worden, met rechten voor de inheemse bevolking. Felipe Quipe, woordvoerder van de Aimaras-indianen, die de straatblokkades in de hoofdstad La Paz en de naburige stad El Alto (waar 1 miljoen Indianen wonen) mee organiseerde, drukte in maart de haat van de bevolking tegenover Mesa uit: “Mesa verkoopt onze rijkdommen. Hij staat aan de kant van de multinationals en denkt niet aan het volk. Hij is zowaar in staat zijn moeder te verkopen.”

In juni verhardde de beweging uit onvrede met Mesa. Een staking bracht de economie in het hele land tot stilstand. Wekenlang blokkeerden arbeiders en boeren de toegangswegen tot de hoofdstad en bezetten ze de gas- en olievelden. In El Alto en Cochabamba, een industriestad ten oosten van La Paz, werden volksvergaderingen van arbeiders en wijkbewoners bijeengeroepen. Duizenden betogers belegerden La Paz, terwijl ze riepen “Mesa, ga naar huis! Alle macht aan het volk!”. Mesa was ondertussen afgeschreven door het burgerlijke parlement en het leger. Hij gaf zijn opvolger op 7 juni de volgende waarschuwing mee: Bolivië “staat op de rand van een burgeroorlog”, “nieuwe verkiezingen zijn de enige uitweg voor het land”.

Burgeroorlog nipt afgewend

Na het ontslag van Mesa volgde senaatsvoorzitter Vaca Diez hem op als president. Met de aanstelling van Diez, een rijke blanke landeigenaar die werd gesteund door de Amerikaanse ambassade, ontstak de burgerij de lont van het kruitvat. Om zich te verzekeren van zijn benoeming verhuisde hij het parlement van de hoofdstad naar Sucre. De beweging vreesde dat Diez de orde gewapenderhand zou herstellen, wat leek te worden bevestigd door het bericht van het doodschieten van een mijnwerker diezelfde dag – het eerste slachtoffer sinds De Lozada’s vertrek.

Revolutie heeft soms de zweep van de contra-revolutie nodig. Duizenden leraars, mijnwerkers, boeren,… omsingelden de stad Sucre. Ondertussen schaarde het personeel van de luchthaven van Sucre zich achter de staking, waardoor niemand van de verkozenen de stad binnen of buiten kon zonder hun toestemming. Uit vrees voor een landelijke opstand en een breuk in het leger zag Diez af van zijn benoeming. Dit ten voordele van Rodriguez, hoofd van het Hooggerechtshof.

Geen weg vooruit?

Met de zogezegd meer “neutrale”, niet partijgebonden Rodriguez en de belofte van vervroegde verkiezingen, hoopte de burgerij de kalmte te herstellen en opnieuw haar krachten te verzamelen. Rodriguez kreeg de steun van de werkgevers, de Amerikaanse ambassade en de katholieke kerk. Even zag het er inderdaad naar uit dat de storm was geluwd. De mijnwerkers en boeren trokken zich terug uit La Paz, maar met de belofte terug te komen als de nieuwe regering hun eisen niet zou inwilligen.

Rodriguez verklaarde als interim-president botweg: “ik kan geen politieke beslissingen nemen”. Tijdens periodes waarin de alleenheerschappij van de burgerij wordt bedreigd – en zich een dubbelmacht ontplooit van heersende klasse versus georganiseerde massa’s – zoeken de kapitalistische machthebbers naar manieren om tijd te winnen. De aanstelling van Rodriguez luidt evenwel niet het einde, maar slechts een pauze in van de “gasoorlog” in Bolivië. De diepte van de crisis en de vastberadenheid van de beweging leidden tot uitstel, maar niet tot afstel van de strijd.

Arbeidersklasse of burgerij aan de macht?

Ondanks de voorbeeldige massamobilisatie en strijdbaarheid van de arbeidersklasse en de Indiaanse boeren, is het nog geen bewuste beweging voor de omverwerping van het kapitalisme. Er is een dringende nood aan een revolutionaire partij die de eisen van de beweging vertaalt op het politiek vlak, die de beweging door haar slogans richting geeft en oproept voor de vorming van een socialistische regering van arbeiders- en boerenvertegenwoordigers. Niemand gelooft nog in de traditionele partijen. Er is een immens vacuüm ter linkerzijde. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van december vorig jaar haalde de voornaamste links-reformistische oppositiepartij, MAS (Moviemento Al Socialismo – Beweging naar het Socialisme) van Evo Morales het meeste aantal stemmen: 18%.

De MAS bezet nu één vijfde van de zetels in het congres. Morales, gekend als leider van de coca-boeren, wordt echter links ingehaald door de beter georganiseerde delen van de arbeidersklasse en boeren, die verder willen gaan. Helaas geeft de MAS, ondanks haar naam, geen idee over hoe de beweging naar het socialisme kan gaan. Begin vorig jaar nog stelde Morales dat de eis voor nationalisatie onhaalbaar is, tot de massa’s op straat kwamen met deze eis en in een referendum in juli 2004 92% van de bevolking zich uitsprak voor nationalisatie.

Na het beleg van Sucre riep Morales op om de staking te beëindigen, de wegblokkades op te heffen en “de nieuwe president tijd te geven”. Dit terwijl de meest strijdbare sectoren van de beweging, zoals in El Alto, een ultimatum stelden aan de nieuwe regering voor de onmiddellijke tegemoetkoming aan hun eisen. Als de MAS verder toegeeft aan de burgerij, zal dat op korte termijn moeten leiden tot een breuk met de achterban.

Potentieel voor revolutie vandaag

Een periode van status-quo tussen de klassen kan even bestaan, maar niet eeuwig. Een revolutionaire partij moet de energie van de massa’s bundelen en kanaliseren zoals stoom in een stoommachine. Gelijkaardige prerevolutionaire situaties in het verleden, zoals in 2001 in Argentinië, tonen aan dat aarzelingen fataal kunnen zijn. Vermoeidheid – bij gebrek aan perspectief – van actieve lagen van de beweging en ontmoediging bij de middengroepen kunnen leiden tot het doodbloeden van de beweging.

Het staatsapparaat in Bolivië – leger, parlement, gerecht, media – kan de toestand duidelijk niet de baas. De burgerij is radeloos, maar nog niet machteloos. Rodriguez´ uitzonderlijk lange onderhoud met het hoofd van het leger, Luis Aranda, moet ernstig genomen worden. Ongetwijfeld overwegen delen van de hogere officierskaste een meer “brutaal” herstel van de orde. De enige kans op een snel neutraliseren van de contra-revolutie is een vastberaden streven naar machtsovername door de massa’s. Dit moet gekoppeld worden aan een oproep aan de soldaten en de lagere officieren om soldatencomités te vormen en alle officieren verkiesbaar en ondergeschikt te maken aan deze comités. Extreem-rechtse officieren moeten verschijnen voor volksrechtbanken en ontzet worden uit hun functies.

Een nationale bijeenkomst van vertegenwoordigers van de bestaande strijdorganisaties in de wijken, van landarbeiders, boeren, mijnwerkers,… moet zo snel mogelijk worden bijeengeroepen. Dit zou moeten leiden tot het opzetten van een revolutionaire Grondwettelijke Vergadering, gebaseerd op democratisch verkozen comités van de massa’s in de bedrijven, wijken, scholen,… In zijn “Geschiedenis van de Russische Revolutie” beschrijft Trotski zo’n organen – zoals de sovjets in 1917 – als “uit hun voegen getreden stakerscomités”.

De functies van deze revolutionaire organen nemen toe (verdeling van het eten, heropstarten van de productie, regelen van het verkeer) en zouden moeten leiden tot het overnemen van het hele maatschappelijke leven door een arbeiders- en boerenmacht. Nationalisaties kunnen enkel de levensstandaard fundamenteel verhogen als de regering volledig bestaat uit verkozen vertegenwoordigers van de arbeiders en arme boeren. De rijkdommen moeten onder een democratisch georganiseerde planeconomie worden gericht op het bevredigen van de noden van de massa’s. Voorts moet een revolutionaire partij ook een oproep tot socialistische revolutie verspreiden in heel Latijns-Amerika. Enkel dan kan de overwinning veilig worden gesteld. De massa’s hebben enkel hun ketenen te verliezen!

Delen: Printen: