Anti-oorlogsbeweging. Meerderheid Amerikanen willen troepen weg uit Irak

Week na week en peiling na peiling worden er twee grote tendenzen duidelijk in de VS. De populariteit van Bush stuikt ineen, en ligt momenteel net onder de 50%. Tegelijkertijd zien we dat de vijandigheid tegenover een verder durende bezetting van Irak groeit.

Jean Peltier

Begin juni gaf een peiling in het dagblad USA Today aan dat 59% van de Amerikanen voorstander is van een totale of gedeeltelijke terugtrekking van de troepen uit Irak. De twee tendenzen zijn natuurlijk nauw met elkaar verbonden. Ondanks de toon van de meeste media die pro-Bush en voorstander van de oorlog zijn, zijn de Amerikaanse arbeiders en jongeren zich ervan bewust dat, verre van te verbeteren, de toestand steeds slechter wordt in Irak. Donald Rumsfeld, Minister van Defensie en havik van de eerste orde, moest dit zelf erkennen door te stellen dat “Irak vandaag statistisch niet veiliger is dan juist na de val van Saddam”.

De statistieken die Rumsfeld zorgen baren, zijn ongetwijfeld niet de 100.000 Irakezen die, volgens schattingen van de Verenigde Naties, de dood vonden sinds de Amerikaanse invasie. Wat hem steeds meer onder druk zet, zijn de materiële en menselijke verliezen die het VS-leger moet incasseren – meer dan 1600 soldaten zijn dood sinds Bush het einde van de oorlog aankondigde twee jaar geleden – en het effect dat dit heeft op het moreel van het Amerikaanse leger.

Dat moreel is immers in vrije val. Veel soldaten trokken naar Irak in de overtuiging dat ze het land gingen bevrijden en met open armen ontvangen zouden worden door de bevolking. In de plaats van bloemen, ontvingen ze echter gespuuw, stenen en een algemene vijandigheid. Wanneer ze hun ultra-beveiligde basissen verlaten, riskeren de patrouilles elk moment in een hinderlaag te vallen. Als reactie beginnen de soldaten soms blind te schieten tijdens wegcontroles, of ook in de loop van nachtelijke aanvallen op wijken waar er “terroristen” zouden zitten. Dit wakkert natuurlijk de haat van de bevolking aan.

Desertie en verzet

Deze situatie van extreme spanning speelt de Amerikaanse soldaten in toenemende mate parten. Hoewel er een totale informatiestop heerst vanwege de Generale Staf over de troepen in Irak begint er toch berichtgeving door te sijpelen. Zelfverminking neemt toe: gewonde soldaten hopen zo terug naar huis te worden gestuurd. Nog meer verbazend: sinds het begin van de oorlog, zo moest het leger zelf erkennen, waren er meer dan 6000 deserties. In diezelfde periode verdrievoudigde het aantal aanvragen voor gewetensbezwaarde. Net als met de oorlog in Vietnam ontwikkelen er zich organisaties van teruggekeerde soldaten en ouders van vermoorde soldaten die een belangrijke rol spelen in de anti-oorlogsbeweging. Het wekt in deze omstandigheden geen verwondering dat het Amerikaanse leger een ander groot probleem kent: dat van de recrutering. Aangezien het aantal vrijwilligers voor Irak ook in vrije val is, is het leger verplicht om de recrutering aan bijvoorbeeld scholen op te drijven. De anti-oorlogsbeweging probeert dan ook bij te dragen tot de ontwikkeling van een beweging onder studenten en scholieren tegen de militaire recrutering. Ze doorprikt de leugens en valse beloften van de militaire leiding en zet via stands en vergaderingen in de scholen de tegeninformatie op poten.

Als de VS in de jaren ’60 en ’70 de oorlog hebben verloren, was dat niet enkel op het terrein, in de jungle en de volkswijken van Vietnam. Ze verloren hem even goed op de Amerikaanse straten en universiteitscampussen. De huidige oorlog in Irak kan net zo goed worden verloren in de scholen en steden van de VS als in het zand van Irak.

Delen: Printen: