Antisociale Europese Unie in diepe crisis

Op 29 mei zonden de Franse arbeiders en jongeren een schokgolf door de kapitalistische instellingen van de Europese Unie. Bij een hoge opkomst van 70%, wees 56% de Europese Grondwet af. President Chirac en zowat het hele politieke en media-establishment hadden duidelijk de stemming rond de Europese Unie verkeerd ingeschat. De recente periode werd de EU in de ogen van een groeiende groep van arbeiders en jongeren op één lijn gezet met werkonzekerheid, privatisering van openbare diensten, zware besparingen, opgelegde competitie met lageloonlanden,…

Peter Delsing

Na de afwijzing, met 63%, in Nederland op 1 juni werd de afgang van de Grondwet compleet. Jarenlang door de burgerij gevoede “zekerheden”, verzonken op enkele weken tijd in een crisissfeer.

Nee-stem drukt klassentegenstellingen uit

In het nee-kamp bevonden zich in Frankrijk en Nederland ook extreem-rechtse, nationalistische krachten: de neofascist Le Pen en rechts-conservatieve De Villiers in Frankrijk, de rechtse populist Geert Wilders in Nederland. Hoofdzakelijk was het “nee” echter de uitdrukking van een groeiende kloof tussen de klassen in de maatschappij. In Frankrijk speelden de massale betogingen tegen de afschaffing van de 35-urenweek, tegen de daling van de koopkracht en de privatiseringen een cruciale rol in het ondermijnen van de ja-meerderheid in de peilingen. Verzet tegen de Grondwet werd een sociale kwestie: de antisociale politiek van Chirac, en de andere Europese regeringen, is onlosmakelijk deel van een door de EU opgelegde neoliberale politiek.

In Franse arbeiderssteden als Marseille, Nice en Lille haalde de “nee”-stem het. In meer bemiddelde steden, met een grotere kleinburgerlijke aanwezigheid, als Parijs, Lyon en Straatsburg was de “ja” in de meerderheid. In Amsterdamse arbeiderswijken als Amsterdam Noord (73%), Volewijck en Buiksloterham (beiden 79%) werd de “nee”-stem de onbetwiste winnaar.

Het is belangrijk dat sommige burgerlijke commentatoren werden gedwongen om te erkennen dat er tegen de “liberale politiek” werd gestemd. De resultaten van de referenda bevestigen de perspectieven van de LSP: wij hameren er al jaren op dat het huidige beleid antisociaal is en dat er een brede revolte zal tegen ontstaan. Op die basis organiseerden we in 2001, met onze jongerencampagne Internationaal Verzet, in Gent een radicale scholieren- en studentenstaking met 2500 enthousiaste deelnemers, tegen de lokale EU-top. De vertegenwoordigers van de heersende politiek die dat soort protest als “marginaal” proberen voor te stellen, lijken niet meer bij de tijd. Ze hebben hun voeling verloren.

EU: barsten gevolg van crisis kapitalisme

Pogingen in Frankrijk of Nederland om het referendum nog eens over te doen, zouden tot een ongekende ineenstorting van het vertrouwen in de kapitalistische instellingen leiden, mogelijk met spontane revoltes op straat. Zoiets lijkt een uitgesloten optie voor de burgerij. Op dit moment hebben ook landen als Groot-Brittannië, Polen en Tsjechië beslist om hun referendum in de koelkast te steken. In een opvallende reflex van internationalisme zagen we dat arbeiders en jongeren in deze landen – na de “nee” in Frankrijk en Nederland – zelf ook een meer kritische houding ontwikkelden. Het is volledig verkeerd om protest tegen de EU als enggeestig “nationalisme” af te doen. Sociale bekommernissen spelen de hoofdrol.

Fundamenteel is het onmogelijk om Europa echt één te maken op basis van verschillende kapitalistische natiestaten. Hoe erger de economische crisis toeslaat, hoe meer de druk naar een individuele uitweg en het verdedigen van het belang van de eigen burgerij begint te overheersen. Kijk naar het officieel in recessie verkerende Italië: de regeringspartij Lega Nord stelde er zelfs de euro in vraag, en sprak van een herinvoering van de lire.

Dit om via een lagere waarde van de lire de eigen exportpositie te verbeteren ten koste van Europese concurrenten. Een diepere economische crisis, en vooral de dreiging van klassenstrijd die regeringen kan doen vallen, zal het geheel op termijn uit verband spelen.

We zien deze barsten nu al verder groeien: de goedkeuring van de Grondwet is op enkele weken van tafel geveegd, de uitbreiding van de EU (Turkije, nieuwe Oost-Europese landen) wordt in vraag gesteld, er kwam ook geen akkoord op de Europese top in Brussel midden juni over het budget van de EU. Dit is de ergste crisis van de kapitalistische, Europese “eenmaking” sinds haar ontstaan. Er lijkt geen centrale kern van sterke landen te zijn die de anderen meetrekt, een situatie die nog overheerste tijdens de betere economische conjunctuur van de tweede helft van de jaren ’90. Nationale kapitalistische belangen komen opnieuw op de voorgrond. Dit is fundamenteel een gevolg van de groeiende kapitalistische crisis van het systeem.

Kapitalistische leiders hebben niets geleerd: zet ze aan de dijk

In Frankrijk wil de nieuwe premier De Villepin het tij keren door… nog meer liberale politiek. Hij wil het gemakkelijker maken voor kleine bedrijven om arbeiders te ontslaan (dan zouden ze ook “sneller aanwerven”) en de druk opvoeren op de werklozen. Het idee is dat als je je “werkkrachten” zo flexibel en laag betaald mogelijk in het uitstalraam zet, de kapitalistische investeringen wel zullen volgen. Dit kan enkel ten koste gaan van een immense groei van de kloof tussen arm en rijk, zoals in de VS en Groot-Brittannië.

De vakbonden moeten reëel beantwoorden aan de noden van de arbeidersklasse. Enkel via strijd en organisatie kan een krachtsverhouding worden uitgebouwd. De LSP wil meehelpen bij de uitbouw van brede, massale arbeiderspartijen. We denken dat die een programma van socialistische omvorming van Europa moeten voorstaan. Enkel een federatie van socialistische staten van Europa kan echt een sociaal beleid beginnen te voeren.

Delen: Printen: