Een tijdje geleden werd Antwerpen opgeschrikt door het nieuws dat vier scholen van het stedelijk onderwijs de deuren zouden moeten sluiten. De reden: de schoolgebouwen stonden op instorten en werden onbewoonbaar verklaard… Een schrijnend voorbeeld van het gebrek aan middelen waarmee het onderwijs wordt geconfronteerd. We spraken met een syndicaal afgevaardigde van ACOD-Onderwijs in het Stedelijk Onderwijs.

Interview door Jarmo

Hoe is het zover kunnen komen dat de schoolgebouwen in Antwerpen bijna op instorten staan?

Uiteraard valt dit in de eerste plaats te wijten aan een jarenlang opgebouwd chronisch tekort aan middelen. Het idee achter het stedelijk onderwijs (SO) is dat het een alternatief vormt op het gemeenschaps- en vrij onderwijs, specifiek gericht op volkskinderen. Daarom krijgt het SO 25% van haar middelen van de stad, die zo haar eigen accenten kan leggen om de specifieke stedelijke problematieken aan te pakken. De afgelopen 30 jaar gebruikten de sociaaldemocratische schepenen van onderwijs dat geld onvoldoende om in infrastructuur te investeren.

De gebouwen van het stedelijk onderwijs dateren grotendeels uit de jaren vijftig en werden nog nooit gerenoveerd. Stel je eens een gezinswoning uit de jaren vijftig voor die nooit gerenoveerd werd: die wordt onmiddellijk onbewoonbaar verklaard. De sp.a redeneerde dat scholen bouwvallig mogen zijn, je hebt immers enkel wat krijt en een bord nodig. Maar de situatie is vandaag lamentabel.

Vorige maand werden 10 scholen van het SO doorgelicht: vier daarvan kregen een negatief advies omwille van de infrastructuur. Die doorlichting gebeurt door een paritair comité dat onafhankelijk is van de stad. Ze hebben nu vier gebouwen getroffen die in slechte staat zijn, maar de werkelijkheid is dat de meeste gebouwen er nog veel erger aan toe zijn. Hadden ze alle scholen doorgelicht, dan zouden ze 200 van de 250 gebouwen hebben moeten sluiten.

Toen de resultaten van die doorlichting bekend werden, was er aandacht voor in de traditionele media. Ondertussen heeft het stadsbestuur verklaard dat ze in de getroffen scholen zal investeren en mogen ze toch openblijven. Is het probleem opgelost?

De media hebben de zaak opgeklopt. Het stadsbestuur heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de inspectie en een verbetertraject uitgestippeld. Plots blijkt er wel geld te zijn om in schoolgebouwen te investeren. Traditioneel werd er steeds 1 miljoen euro per jaar voor vrijgemaakt. Een verwaarloosbare peulschil als je weet dat het om 250 gebouwen gaat. Nu is er plots 84 miljoen beschikbaar. De liberale schepen van Onderwijs ziet zich gedwongen om dit geld te investeren in een situatie waar er een tekort aan scholen is en de stad haar eigen scholen zou moeten sluiten. Er zullen containerklassen geplaatst worden. Hoewel beloofd wordt dat het om kwaliteitsvolle lokalen zal gaan, blijft het een feit dat containerklassen slechts een tijdelijke oplossing vormen. Een ander deel van de getroffen scholen zal moeten verhuizen. Ook dat is een ernstig probleem: het betreft OKAN-leerlingen (niet-Nederlandstalige leerlingen die Nederlands leren) waarvan het niet evident is dat ze zullen volgen. En bij OKAN is het probleem acuut: voor elke 20 leerlingen die we verliezen, verdwijnt er een job.

Laat ons bovendien niet vergeten dat het probleem veel algemener is, hoewel het het stedelijk onderwijs is dat nu in de belangstelling staat. Wie de gebouwen van het gemeenschapsonderwijs (GO!) in Antwerpen kent, weet dat de situatie daar niet veel beter is. Enkel een serieuze definitieve beslissing om in onderwijs te investeren – te beginnen met 7% van het bbp, zoals in de jaren ‘80 – kan een begin vormen om ons onderwijs te redden.