Home / Belgische politiek / Lokaal - Brussel / Focus op Brussel (3). Onderwijs en kinderopvang

Focus op Brussel (3). Onderwijs en kinderopvang

Zoals in het eerste deel van onze reeks over Brussel werd opgemerkt, kent de hoofdstad een bevolkingsgroei. Er is een groeiend aantal kinderen en jongeren. Op vlak van huisvesting is Brussel daar niet op voorbereid, maar ook inzake onderwijs en kinderopvang zijn er enorme tekorten. We nemen beide aspecten onder de loep in dit derde deel van onze focus op Brussel.

Jarenlange onderinvestering in het onderwijs

Is het Brussels onderwijs verantwoordelijk voor de werkloosheid? Deze vraag werd door de krant Le Soir in het kader van één van haar ‘SOS Brussel’-dossiers voorgelegd aan verschillende politici die in de regio aan de macht zijn. Die politici hebben in deze vraag een mooi achterpoortje gezien om zich te ontdoen van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de werkgelegenheid en met de vinger te wijzen naar een ander machtsniveau, de gemeenschappen, als verantwoordelijke voor de problemen met de werkgelegenheid in Brussel.

In termen van precariteit en onderinvestering klopt het dat de Brusselse scholen zich in een kritieke situatie bevinden. Van nu tot 2015 wordt geschat dat er 23.000 extra plaatsen nodig zijn in het onderwijs, waarvan 18.000 in het basisonderwijs. In 2020 zullen er 27.000 plaatsen nodig zijn in het basisonderwijs (20.000 in de lagere en 7.000 in de kleuterschool), ofwel 1.400 klassen.

Sint-Gillis is net als andere Brusselse gemeenten uit de stadskern bijzonder getroffen door dit probleem. Op dit ogenblik is er geen enkele plaats meer in de lagere school en de situatie zal nog verergeren. “Er is momenteel een honderdtal kinderen dat we niet kunnen opvangen in de lagere school en daarnaast nog om en bij de 300 die we niet naar de kleuterschool kunnen laten gaan,” zo zegt Alain Hutchinson, schepen voor onderwijs in Sint-Gillis (PS). Opnieuw is er sprake van de demografische boom. Daarop antwoordt Alain Hutchinson terecht: “God weet dat we vandaag studiebureaus hebben die statistieken maken, demografische studies,… Ik begrijp niet hoe we die golf niet hebben zien aankomen.” De demografische boom is opnieuw handig om de besparingspolitiek van de PS, dit keer op het vlak van de Franse Gemeenschap, te verdoezelen.

In september kondigde de Franse Gemeenschap de creatie van 20.000 bijkomende plaatsen aan in de Waalse en Brusselse scholen tegen 2017, volgens een interview in de Sudpresse met Jean-Marc Nollet (minister verantwoordelijk voor het beleid wat betreft kleine kinderen, openbare diensten, wetenschappelijk onderzoek, vastgoedbeheer en schoolgebouwen van de regering van de Franse gemeenschap, Ecolo). Van die 20.000 plaatsen zijn er 11.447 beloofd aan de Brusselse scholen, maar dat is verre van genoeg.

Om iets te doen aan dit tekort heeft de Brusselse regio begin 2012 het initiatief genomen om een ‘urgentie-scholenplan’ te lanceren, wat Picqué gebruikte om zijn imago op te krikken in het licht van de gemeenteraadsverkiezingen. Dit urgentieplan bestond uit een budget van 12 miljoen euro voor 12 gemeenten (vooral in het noord-westen) en 29 projecten (25 prefabs en 4 renovaties) waarvan 75% Franstalig. Het doel was om in september 2013 uit te komen bij 3.836 plaatsen voor het basisonderwijs (1/3de kleuter en 2/3de lager onderwijs). Dat is opnieuw ver verwijderd van de benodigde 27.000 plaatsen in het basisonderwijs, eens temeer omdat de levensduur van prefab – net zoals de onderwijsomstandigheden – gelimiteerd is. Deze containers zorgen voor een precair onderwijskader en hun installatie zorgt voor last, zoals in de school Uilenspiegel in Sint-Gillis waar twee ‘modulaire klassen’ op het voetbalterrein van de speelplaats geplaatst werden. Er is dus geen enkel structureel antwoord op het tekort.

Sint-Gillis is één van de gemeenten waar het het moeilijkst is om een plaats te vinden voor de kinderen in een school dichtbij de woonplaats. De PS heeft grote electorale beloften gedaan in verband met onderwijs: 1.000 nieuwe plaatsen in gemeentelijke basisscholen tussen nu en 2016 en een nieuwe secundaire ASO-school. Deze zou gebouwd worden op de voormalige site van de ECAM, zopas door de gemeente verkregen in het kader van het wijkcontract ‘Bosnië’.

Voor het basisonderwijs bestaat sinds 2011 een gemeentelijk plan dat voor 2015-2017 voorziet in de heringebruikname van de oude school in de Louis Coenenstraat voor 120 leerlingen van de school van de Parvis en een nieuw gebouw in de Vlogaertstraat voor de cursussen sociale promotie. Zo zou de school van de Parvis heringericht kunnen worden om 320 plaatsen te creëren in het basisonderwijs.Voor de overige 680 plaatsen, beloofd voor 2016, laat alles uitschijnen dat de pre-electorale beloften nog maar eens dode letter zullen blijven aangezien er sinds de verkiezingen nog niets gebeurd is en er een jaar later voor Sint-Gillis – als enige gemeente – nog steeds geen algemeen politieke verklaring is. Of misschien zal er weer gewerkt worden met één of andere prefab-oplossing of ander geknutsel aan de vooravond van verkiezingen, zoals in 2012?

Tenslotte wordt tweetaligheid vaker en vaker een noodzaak om een job te krijgen in Brussel. De weinige Brusselse arbeiders die hiervoor in aanmerking komen, zeggen veel over de kwaliteit van het onderwijs in Brussel. Van de 163 lagere scholen van de Franse gemeenschap met immersie-onderwijs, bevinden er zich slechts 10 in Brussel. In het secundair zijn dat er 17 van de 91. Om dit gebrek te verhelpen en omdat een meerderheid onder de Brusselaars voorstander zijn van tweetalig onderwijs, hebben vele ouders hun kinderen afgelopen jaren ingeschreven in scholen van de Vlaamse gemeenschap. Om dit fenomeen tegen te gaan, heeft de Vlaamse gemeenschap van haar kant een discriminatie in het leven geroepen, die wel eens te duidelijk in de verf zou kunnen zetten dat ook hier te weinig geïnvesteerd wordt: toch is er voorrang voor kinderen van wie de twee ouders Nederlandstalig zijn. En ondanks die voorrang zijn er maar juist genoeg plaatsen en zijn er honderden Nederlandstalige kinderen die geen school vinden in hun gemeente of zelfs in het net van hun keuze. Als gevolg daarvan zoekt een (onbekend) aantal kinderen een school in de rand. Deze kwestie is een bron van discussie tussen de Vlaamse gemeenschapscommissie en de Vlaamse regering.

Jaren van onderinvestering in de kinderopvang

Ook op vlak van de kinderopvang heeft de onderinvestering geleid tot een tekort aan plaatsen. De Brusselse bevolking onder de 3 jaar zal stijgen tot 57.615 kinderen in 2020 (tegenover 52.254 dit jaar). Kind en Gezin en ONE (haar Franstalige tegenhanger) bieden slechts 16.424 plaatsen aan, wat een dekkingsgraad van slechts 31,34% oplevert. Slechts 18,13% van de opvang wordt aangeboden door gesubsidieerde crèches bij wie de kost voor de ouders verbonden is aan hun inkomen. Opnieuw zijn de tekorten het grootst in de gemeenten van de arme halve maan, waar men gemiddeld tussen de 0,1 en 0,3 plaatsen per kind onder de 3 jaar aanbiedt en dat terwijl de demografische groei net daar het hoogst is. Zo heeft men in Sint-Gillis een dekkingsgraad van slechts 23,11%, waarvan slechts 10% in de gesubsidieerde sector.

In een poging deze enorme tekorten op te lossen, lanceerde het Gewest in 2007 een noodplan. Dit “kinderopvangplan” had als doelstelling per jaar 500 nieuwe opvangplaatsen te creëren. Tot op vandaag werden echter slechts 819 nieuwe plaatsen gevonden. Het plan kent ook haar institutionele beperkingen: na een klacht van een Vlaamse vzw bij het Grondwettelijk Hof heeft de regering in 2011 haar plan moeten stopzetten gezien kinderopvang niet tot haar bevoegdheden behoorde.

Het Gewest heeft desondanks geprobeerd om de beslissing van het Hof te omzeilen door subsidies uit te delen die tot doel moeten hebben tussen 2012 en 2015 zo’n 1934 nieuwe opvangplaatsen te kunnen openen. Helaas heeft ONE (Franstalige Kind & Gezin) niet voldoende erkenningen kunnen voorzien om nieuwe crèches te openen, waardoor zo’n 1.100 van deze nieuwe plaatsen nog steeds in “stand-by” staan. De reden waarom ONE geen erkenningen kan geven, is simpel: er waren gewoon geen nieuwe opvangplaatsen voorzien na 2010. Hoewel de regeringen van het Gewest en de Franstalige gemeenschap proberen om dit probleem te verhelpen met de invoering van het “cigogne III plan”, dat werd opgestart in 2013 en tot doel heeft 1.600 nieuwe plaatsen te creëren in de Franstalige gemeenschap, bestaat het risico nog steeds dat het plan te beperkt zal zijn in impact: het moet immers al in 2014 opnieuw geëvalueerd worden in het kader van het Marshall Plan.

De gemeentelijke kinderopvangplaatsen in Sint Gillis hebben een huidige capaciteit van 327 kinderen. Dit werd mogelijk gemaakt dankzij de opening van 4 nieuwe crèches in 2011 en 2012. Er staan nog drie andere projecten op stapel voor 2013 en 2014, onder meer een crèche voor 10 opvangplaatsen in het kader van het wijkcontract “Zuidstation-Fontainas”, en twee andere crèches voor in totaal 42 opvangplaatsen in het kader van het wijkcontract “Park-Alsemberg”. Een laatste project voorziet in opvang in het toekomstige nieuwe schoolgebouw in de Vlogaertstraat.

Maar om de verkiezingsbelofte van 200 nieuwe opvangplaatsen mogelijk te maken, zouden nog minstens 8 nieuwe crèches moeten ingericht worden. Zelfs dan zal slechts een deel van de 750 gezinnen die vandaag op de wachtlijst staan bij de gemeente kunnen geholpen worden. Bovendien is het volgens Cathy Marcus weinig waarschijnlijk dat er een nieuw gemeentelijk “kinderopvangplan” zal komen. Als waarnemend burgemeester verklaarde ze tijdens een bijeenkomst rond het nieuwe wijkcontract “Bosnië” immers dat de gemeente bij de twee vorige wijkcontracten intussen al meer dan genoeg had gedaan om kinderopvang te verzorgen en dat men ook rekening moet houden met de “budgettaire beperkingen”.

Zitten de scholen en de kinderopvang vast in een institutionele patstelling?

Zowel voor het onderwijs als bij de kinderopvang heeft het Grondwettelijk Hof gelijk gegeven aan de bezwaren die de Vlaamse Gemeenschap had opgeworpen tegen de investeringsplannen van het Gewest. Het Hof bevestigde dat deze materies niet behoren tot de gewestelijke bevoegdheden. Deze beslissing vernietigt niet de reeds aangenomen uitvoeringen van het plan van het Gewest, maar verhindert het Gewest wel nieuwe beslissingen te nemen in deze materie. Om het gezichtsverlies bij een absoluut gebrek aan middelen bij de Brusselse gemeenten te vermijden, heeft de Olijfboomcoalitie een plan B voorgesteld: een lening van 60 miljoen € aan de gemeenten die vrij over dit bedrag mogen beschikken voor investeringen in collectieve voorzieningen.

Moeten we opkomen voor de overheveling van de bevoegdheden over het onderwijs en de kinderopvang naar de Gewesten? Volgens Jean-Claude Marcourt (PS), zou deze overgang ervoor zorgen dat de lokale noden beter worden ingevuld. Er is echter geen enkele basis om te zeggen dat het Brussels Gewest wordt achtergesteld door de Franstalige Gemeenschap: op het vlak van onderwijs ontvangt het Gewest reeds 52% van de middelen voor gerichte omkadering, 26% van de middelen voor renovaties, en 58% van de middelen voor nieuwe scholen. Het probleem situeert zich vooral bij het gebrek aan middelen in de totale enveloppe: het gekrakeel tussen de verschillende regeringen wordt gebruikt om dit te camoufleren. De retoriek is dat “alles de schuld is van de gemeenschappen” is als een spelletje institutioneel “Zwartepieten”, want op alle beleidsniveaus vinden we telkens dezelfde partijen terug.

In onze vorige congrestekst gaven we al aan dat we niet tegen een vereenvoudiging of wijziging van onze staatstructuur zijn, om op die manier bepaalde absurditeiten op te lossen, maar enkel wanneer dit gepaard gaat met de toewijzing van voldoende middelen voor elke bevoegdheid. De logica van de traditionele partijen is net het tegengestelde: de bevoegdheden herverdelen zodat de besparingen beter kunnen worden doorgevoerd.

Leave a Reply