Niemand was echt verbaasd dat 98% van de Egyptische kiezers voor het ontwerp van nieuwe grondwet stemde in het referendum dat vorige week plaatsvond. Bijna drie jaar na het begin van de massale beweging van de bevolking, waarbij dictator Moebarak aan de kan werd geschoven, is er een roep naar stabiliteit. De lage opkomst van amper 38,5% bij het referendum geeft echter aan dat velen niet bepaald warm lopen voor de nieuwe grondwet of er zelfs actief tegen zijn.

Analyse door David Johnson, Socialist Party (Engeland en Wales)

De Moslimbroederschap (MB) riep op tot een boycot van het referendum. In minder geïndustrialiseerde gebieden, waar de steun voor de MB het grootste is, was er een opkomst van ongeveer 20%. Onder de jongeren van minder dan 30 jaar – de meest actieve kracht in de revolutie van 2011 – was de onofficiële opkomst 19%.

Toplui uit het leger gebruikten het massale protest tegen MB-president Morsi om op 30 juni 2013 een door het leger gesteunde regering onder leiding van generaal Abdel Fattah el-Sisi te vormen. Deze regering werd voorgesteld als een verdediging van de Egyptische bevolking tegen een machtsgreep van de MB. Het gebrek aan onafhankelijke arbeidersorganisaties in de betogingen, met grote vakbonden en een massale arbeiderspartij, liet de legerleiding toe om het vacuüm te vullen dat viel na de ineenstorting van de regering onder leiding van de MB. Na massale druk van miljoenen betogers, moest de legerleiding maatregelen als de verhoging van het minimumloon in de publieke sector (maar niet in de private sector) aankondigen.

De legerleiding probeert nu om haar positie te consolideren. De nieuwe grondwet werd opgemaakt door een onverkozen comité zonder vertegenwoordigers van de onafhankelijke vakbonden. Deze nieuwe grondwet laat het leger toe om de enorme zakelijke belangen van de leiding te blijven verstoppen. Het leger zal beslissen wie de minister van defensie wordt, het verkozen parlement zal daar niets over te zeggen hebben. Militaire berechting van burgers, een bijzonder gehate procedure onder Moebarak, blijft mogelijk. Stakingen en sit-ins worden voortaan toegelaten en zijn een recht, maar de grondwet laat de regering toe om te bepalen hoe deze ‘rechten’ kunnen uitgeoefend worden.

Er zijn erg restrictieve wetsvoorstellen om het recht op protest te regelen. Zo moeten organisatoren toelating krijgen van de politie, de actie 24 uur op voorhand aanvragen, details geven over het vertrekpunt en de route alsook de namen van de organisatoren. Betogers die deze nieuwe wet negeren, werden al opgepakt, in elkaar geslagen en seksueel misbruikt in de cel. Er werden ook journalisten opgepakt van wie gedacht wordt dat ze dicht bij de MB staan.

Vervolging van jongeren en linkse activisten

Er was een brede steun voor de arrestatie van een aantal MB-leiders wegens ‘terrorisme’. Maar de politie en de veiligheidsdiensten gebruiken hun herwonnen macht ook om jongeren en linkse activisten op te pakken. Er zijn bijna dagelijks protestacties aan de universiteiten. Veel acties zijn het werk van studenten die de MB steunen, maar er zijn ook acties van liberale en van socialistische studenten. De veiligheidsdiensten hebben campussen bestormden aarzelden ook niet om protestacties aan te vallen. Beetje bij beetje wordt het repressieve regime van Moebarak terug opgebouwd.

In april 2013, enkele weken voor de grote betogingen die Morsi aan de kant schoven, waren er 448 arbeidersprotesten. Het ging om stakingen, blokkades en bezettingen. In december waren er slechts 11, maar er was wel een belangrijke staking van 5.000 arbeiders van het Egyptische ijzer- en staalbedrijf. (cijfers van het Egyptische Centrum voor Sociale en Economische Rechten)

De economische situatie blijft erg moeilijk. Dat betekent dat er nieuwe aanvallen komen op de arbeidsvoorwaarden en lonen naast de verdere afbouw van subsidies voor basisproducten als gas om te koken en voedsel. De heersende klasse is wanhopig op zoek naar een sterke regering die deze aanvallen succesvol kan opleggen.

Verschillende delen van de heersende klasse hebben echter hun eigen belangen. Er zijn hoge officieren uit het leger die de industriële sectoren van het leger controleren. Onder Morsi kregen zij af te rekenen met de concurrentie van rijke zakenlui die de MB steunden. Een ander deel van de big business is niet verbonden met het leger of de MB, maar werpt zijn gewicht in de schaal van Sisi. Wellicht zullen er spoedig presidentsverkiezingen komen, er wordt algemeen verwacht dat Sisi zijn kandidatuur op 25 januari zal aankondigen, op de verjaardag van de start van de opstand tegen Moebarak.

Sisi hoopt verkozen te raken met een even overtuigende meerderheid als in het referendum. Het zou zijn autoriteit versterken, wat nodig is om de besparingen en repressieve maatregelen door te voeren die het Egyptische kapitalisme nodig heeft om te overleven. Maar de arbeiders en jongeren die eerder Moebarak en Morsi wandelen stuurden, zullen hun recht om zich te organiseren en de strijd voor hun belangen niet zomaar opgeven.

Steeds meer revolutionaire werkenden en jongeren trekken lessen uit de afgelopen drie jaar en komen tot de conclusie dat de arbeidersklasse haar belangen onafhankelijk naar voor moet brengen en niet mag meegesleurd worden in steun voor de ene of de andere vleugel van de kapitalistische klasse. De arbeiders moeten hun eigen organisaties opbouwen, waaronder een massapartij met een programma van democratische socialistische verandering waarmee de strijdbewegingen kunnen verenigd worden in een krachtige beweging die een regering van arbeiders en armen afdwingt.