Arbeiders en jongeren verwerpen Europese Grondwet

In Frankrijk en Nederland stemde respectievelijk 55% en 61% tegen de Europese Grondwet. Dit was vooral een tegenstem van arbeiders en jongeren. Zowat het volledige politieke establishment riep op om voor de Grondwet te stemmen.

Wie stemde tegen?

66% van de Fransen die minder dan 1.500 euro per maand verdienen, stemde tegen. Bij diegenen die meer dan 3.000 euro verdienen, was een meerderheid voor.

In 18 van de 25 Franse regio’s is het verschil erg duidelijk. Dat zijn regio’s waar de arbeiders traditioneel sterker staan: Nord, Haute Normandie, Languedoc-Roussillon en departementen in het zuiden van Frankrijk. In Pas de Calais stemde 69,5% tegen. In de banlieus (voorwijken) van de grote steden, haalde het neen-kamp geregeld tot meer dan 70%.

Het neen-kamp haalde onder alle leeftijdsgroepen een meerderheid, maar vooral onder jongeren. Van de 18 tot 29-jarigen stemde 62% tegen. Dat is geen toeval. Met de hervormingen van het onderwijs, wordt duidelijk wat ‘vermarkting’ betekent: minder middelen die bovendien vooral besteed worden aan elite-onderwijs. De afgelopen maanden waren er grote scholierenbetogingen en -stakingen in Frankrijk. Het verder aanpassen van het onderwijs aan de noden van de bedrijfswereld, vormt ook de inzet van de Bologna-akkoorden voor het hoger onderwijs.

79% van de Franse handarbeiders, 71% van de werklozen, 64% van de werknemers in de openbare sector en 56% van de werknemers in de privé stemden tegen. Het is dus een stem van de arbeiders (en ook de boeren).

Ook in Nederland zagen we een gelijkaardig fenomeen. Zo zijn er in Amsterdam grote verschillen. In ‘rijkere’ stadsdelen was de verhouding 50-50. In het Centrum was 52% voor, in de grachtengordel zelfs 56% tot 64%. In armere buurten was er een uitgesproken neenstem: 73% in Noord en 71% in Zuidoost. In de volksbuurt Volewijck en Buiksloterham stemde 79% tegen! 68% van de mensen met een laag inkomen stemde tegen.

Wie beweert dat er geen klassentegenstellingen meer bestaan, of dat deze niet meer tot uiting komen, zal moeite hebben om de samenstelling van de Neen-stemmen te verklaren.

De media probeert het resultaat van beide referenda voor te stellen als een overwinning van extreem-rechts. Nochtans is de overwinning van de tegenstem geen overwinning van het FN van Jean-Marie Le Pen in Frankrijk of van Geert Wilders in Nederland. Ondanks alle media-aandacht blijft Wilders in de Nederlandse opiniepeilingen achteruit gaan. Bij peilingen in Frankrijk naar de reden waarom tegen de EU werd gestemd, bleek het thema van de eventuele Turkse toetreding tot de EU slechts een beperkte rol te hebben gespeeld. 18% van de tegenstemmers stelde dat het meespeelde in hun stemgedrag.

Begin 2005 was er volgens de peilingen nog een steun van 65% voor de grondwet in Frankrijk. In februari begon dit percentage af te nemen na een reeks mobilisaties en stakingen tegen de regeringsplannen om de 35-urenweek af te schaffen. Toen de leiding van de CGT (de tweede grootste vakbondsfederatie) – tegen de wil van de nationale leiders in – besliste om op te roepen voor een neen-stem, bereikte de discussie over de grondwet een ander niveau. Het werd een sociaal thema, een politieke strijd tegen het neoliberaal beleid dat de aanleiding vormde voor de mobilisaties tegen de regering-Raffarin. Zo was er op 5 februari een betoging met 500.000 deelnemers voor de verdediging van de 35-urenweek. Op 10 maart waren er meer dan 1 miljoen betogers.

Het vertrouwen in de traditionele politici en het patronaat bereikt historische dieptepunten. Slechts 21% van de werknemers heeft vertrouwen in de eigen patroon. De populariteit van president Chirac is gedaald tot 40%, het laagste cijfer in 8 jaar tijd. Tegelijk kent de belangrijkste oppositiepartij, de Parti Socialiste, een crisis door haar verdeeldheid over de EU-Grondwet.

In Nederland is de populariteit van de regering van CDA (christen-democraten), VVD (liberalen) en D66 (‘links’-liberalen) gedaald tot 19%. Het land kent bovendien een aanhoudende economische crisis en behoort tot de drie landen met de snelst groeiende werkloosheid van de EU. De oppositiepartijen PVDA (sociaal-democraten) en Groen-Links riepen op om voor de Europese Grondwet te stemmen. De voorstanders konden bijgevolg rekenen op de steun van 85% van de parlementsleden, zowat hetzelfde aantal dat in België de grondwet goedkeurde in het federaal parlement.

Eind vorig jaar lieten de Nederlandse arbeiders al zien dat ze zich niet zomaar neerleggen bij de enorme besparingen van de regering-Balkenende. Op 2 oktober trokken 300.000 mensen de straat op uit protest tegen het regeringsbeleid. Dit was de grootste betoging in 15 jaar!

Het neen-kamp in Nederland baseerde zich hierop en zag zich gesterkt door het Franse “Non”. De forse stijging van het aantal tegenstemmers na het resultaat in Frankrijk is een uitdrukking van internationale solidariteit. Na het Franse en Nederlandse neen was er overigens een gelijkaardige tendens in Luxemburg, waar het neen-kamp in de peilingen vooruitging van 23% tot 45% (op 9 juni). De campagnes rond de Europese Grondwet hebben als gevolg dat er een sterkere solidariteit is tussen de arbeiders en jongeren in de verschillende landen in hun verzet tegen het Europees project van de grote bedrijven en de rijken.

Delen: Printen: