Home / Belgische politiek / Nationaal / Toen de neoliberalen even hun eigen loonkostendiscours verlieten

Toen de neoliberalen even hun eigen loonkostendiscours verlieten

Het was opmerkelijk. De ene neoliberaal viel de andere over de voeten om te protesteren tegen een voorstel tot loonsverlaging. Ze konden er niet snel genoeg bij zijn om te zeggen dat talent nu eenmaal goed moet verloond worden. Dat ze hiermee de eigen retoriek rond loonkosten naar de prullenmand verwezen, leek hen zelfs volledig te ontgaan. Alleen bleek de verontwaardiging beperkt te zijn tot managers die meer dan een miljoen per jaar verdienen.

Even dachten we dat 1 april op kerstmis viel. Sinds wanneer heeft de N-VA een probleem met een loonkostenverlaging van bijna een half miljoen euro? Sinds wanneer vinden de blauwe collega’s van Open Vld dat een lager loon niet zomaar kan – zij waren toch diegenen die voor mini-jobs, eigenlijk flexi-jobs met mini-lonen, pleitten? De plotse bocht was ingegeven door het opstappen van postbaas Johnny Thijs die niet wilde instemmen met een jaarloon van 650.000 euro. Het was een miljoen of niets. De bocht van de neoliberalen was dus ingegeven door en beperkt tot de hebberigheid van een topmanager. Voor wie een gewoon loon heeft, blijft de gewone retoriek overeind: wij verdienen teveel, iedereen moet de broekriem aanhalen, we moeten toch concurrentieel blijven,…

Nu weten we meteen dat de gevestigde politici opkomen voor de mensen met lonen boven het miljoen euro. Wellicht horen weinig lezers van deze site daarbij, niet enkel omdat er hier ongetwijfeld weinig topmanagers een kijkje komen nemen maar meer algemeen ook omdat er nu eenmaal weinig miljoenenverdieners zijn. Neem zelf maar eens de proef op de som. Om je bruto jaarloon te berekenen, moet je doorgaans een gewoon brutomaandloon vermenigvuldigen met 13,92 (12 maanden, eindejaarspremie en vakantiegeld). Normaal gezien kom je dan aan een getal met vijf cijfers. Bij Thijs waren dat er zeven.

Het was opvallend dat Thijs door alle politici, media en zelfs vakbondsverantwoordelijken werd opgehemeld. Wat waren zijn verdiensten dan wel? Hij zou het logge postbedrijf hebben omgevormd tot een modern beursgenoteerd en succesvol bedrijf en dat met inachtneming van de sociale vrede. Hebben we hier over de Johnny Thijs die honderden postkantoren sloot en een sociaal bloedbad van ongeveer 18.000 jobs aanrichtte? De toplui van pakweg Opel Antwerpen of Ford Genk werden – terecht – zwaar aangepakt toen zij een sociaal bloedbad aanrichtten. Maar als Thijs, gespreid over enkele jaren, hetzelfde doet, wordt hij de hemel ingeprezen. In plaats van een openbare dienst met postkantoren, kregen we een beursgenoteerd bedrijf met postpunten en laag betaalde postbezorgers. Postbodes worden een onhoudbaar werkritme opgelegd met computerprogramma’s en binnenkort moeten ze mogelijk nog een reeks taken erbij nemen (zoals het opmeten van de elektriciteit- en waterstand).

Dat de neoliberale politici dat goed vinden, kunnen we begrijpen. Maar van de vakbondsverantwoordelijken hadden we toch iets meer weerwerk verwacht. Bij de invoering van iedere nieuwe besparingsronde waren er wel geïsoleerde acties en stakingen. Er werd kantoor per kantoor actie gevoerd tegen de Georoute voor de postbodes, wat enerzijds het potentieel van actie aantoonde maar anderzijds ook het gebrek aan een actieplan om allemaal samen beslissende actie te ondernemen. Thijs besefte dat. Naar aanleiding van een stakingsactie in februari 2011 schreef de in directiekringen goed ingelichte krant De Tijd: “Als directie moet je af en toe je personeel en je vakbonden de kans geven stoom af te blazen, is te horen in directiekringen. Zeker als er jaren aan een stuk is geherstructureerd en gereorganiseerd. Ventileert dat ongenoegen zich via een staking, dan is dat spijtig. Maar als dat uiteindelijk, met een paar borrelnootjes, leidt tot het beoogde doel, dan moet dat maar.” (De Tijd, 12.2.2011).

Meestappen in de managerslogica is voor de werkenden geen optie. Het betekent steeds meer sociale afbraak en in het geval van Bpost een verder oprukken van flexi-jobs met mini-lonen. Tal van partijen staan al te springen om steeds meer dergelijke jobs in te voeren, bij onder meer de postbezorging hopen ze snel verdere stappen in deze richting te kunnen zetten. Nu al kent het personeel van Bpost niet bepaald de beste loonsvoorwaarden (of het zou de top moeten zijn, daar verdienen ze tot 30 keer zoveel als een gewone postbode!), maar alles kan beter. In zowat alle buurlanden zijn er pogingen en aanzetten om postbezorgers voor een aalmoes enkele uren per dag tewerk te stellen.

De gevestigde politici zijn hypocriet als ze wel opkomen voor de lonen van de kleine superrijke toplaag maar tegelijk de aanval op de lonen van de overgrote meerderheid van de bevolking willen verderzetten. De sociaaldemocraten van PS en SP.a verdedigden de loonsinlevering, maar vergaten blijkbaar dat heel wat van die topmanagers door hen zelf zijn aangeduid. Was het overigens niet Luc Van den Bossche (voormalig SP.a-minister) die verklaarde dat je “met 290.000 euro alleen missionarissen krijgt”? De sociaaldemocratie is zelf meegestapt in de neoliberale politiek van liberaliseringen en privatiseringen. Zij dragen een grote verantwoordelijkheid in de totale afbouw van de openbare diensten. Pogingen om dat op een ‘zachtere’ manier te doen door de toplonen te beperken, zijn gedoemd om te mislukken. De ‘vrije markt’ laat zich niet aan banden leggen, de kleine toplaag van grote aandeelhouders en andere speculanten legt zijn wil op.

Er is nood aan verzet tegen deze logica. In dat verzet moeten we bouwen aan solidariteit en eengemaakte strijd doorheen alle geledingen van het postpersoneel en de openbare sector in het algemeen. Dat kan door te vertrekken van het uitgangspunt dat de post een openbare dienst moet zijn, geen melkkoe voor private speculanten. Een openbare dienst moet diensten aan de bevolking leveren, niet aan de aandeelhouders op de beurs. Een degelijke dienst aanbieden, betekent dat er voldoende postkantoren en voldoende personeel moeten zijn. Om toplonen aan banden te leggen, stellen wij voor om een maximale loonspanning van één op vier in te voeren. Dit betekent dat het hoogste loon maximaal vier keer zoveel mag zijn als het laagste loon. Als wij met het laagste loon moeten rondkomen, kan iemand die extra hard werkt of veel verantwoordelijkheden heeft tot vier keer zoveel verdienen en zich dus extra luxe veroorloven. Het zou bovendien een goede stimulans zijn om de laagste lonen op te trekken. Het personeel moet aan degelijke voorwaarden werken, zowel inzake werkritme en omstandigheden als inzake verloning. Het beheer van een openbare dienst kan het beste worden uitgeoefend door het personeel en de gebruikers, de gemeenschap in het algemeen dus. Zij weten best wat nodig is en hebben daar geen vetbetaalde managers voor nodig. Dat we ook na het vertrek van Thijs gewoon post in de bus kregen, bevestigt dat we die miljoenenverslindende top niet nodig hebben.

Leave a Reply