Begin december vond een internationale bijeenkomst van het CWI plaats. Dit International Executive Committee (IEC) vormt de leiding die wordt verkozen op de vierjaarlijkse wereldcongressen. In het kader van de bijeenkomst werd een uitgebreide perspectieventekst opgemaakt en bediscussieerd. We publiceren een vertaling van de tekst zoals die werd aangepast en gestemd. Vandaag het derde deel.

Volledige tekst

Latijns Amerika – de dagen van economisch hoogtij zijn voorbij, een nieuwe fase in de klassenstrijd

De dagen dat de economie hoogtij vierde in Latijns Amerika zijn voorbij. De export van grondstoffen, vooral voor de Chinese markt, biedt niet meer de stimulansen die het eerder bood. Het IMF verlaagde de groeivoorspelling voor de regio voor 2013 reeds naar 2,7%, de slechtste prestatie sinds 2008. De voorbije 10 jaar hebben de hoge prijzen op de grondstoffenmarkt de wind in de zeilen gegeven aan de machthebbers op het continent. De hoge economische groei in Latijns Amerika heeft hen in staat gesteld meer uit te geven aan sociale programma’s, wat er in landen zoals Brazilië voor zorgde dat miljoenen uit de armoede verlost werden, en een “nieuwe middenklasse” gingen vormen. Op die basis konden de politieke leiders hun uitverkoren opvolgers laten verkiezen. De politieke en economische toekomst is echter onzeker.

Na de massabeweging in Brazilië, waarvan de gevolgen nog steeds voelbaar zijn, is het zelfs niet meer zeker dat president Dilma Rousseff nog zal herverkozen raken. Dit zou een ramp zijn voor de Arbeiderspartij (PT) die Brazilië de voorbije 11 jaar heeft bestuurd. Er bestaat grote woede over de regeringsbeslissing om olieconcessies buiten de Braziliaanse kust te verkopen, vooral de vakbonden liggen dwars. Aan de ene kant maakte Dilma de grap dat toen ze het Witte Huis wou informeren over het feit dat ze, uit protest tegen het afluisteren van haar telefoon, een gepland staatsbezoek niet zou laten doorgaan, ze dit deed via een email aan zichzelf. Aan de andere kant gaf ze wel toe aan de druk van imperialistische bedrijven die de grondstoffen in Brazilië willen blijven plunderen.

De Chileense verkiezingen zijn geëindigd met een voorspelbare overwinning voor Michelle Bachelet. Dit wil niet zeggen dat de zaken gewoon onveranderd verder zullen gaan. De periode voor de verkiezingscampagne werd gekenmerkt door massabetogingen en groot protest, vooral door jongeren. Honderdduizenden jongeren protesteerden ook door niet te stemmen, omdat er geen duidelijk verschil is tussen de programma’s van de grootste partijen. De bewegingen werden geconfronteerd met repressie door politie en de staat. Onze kameraden waren succesvol met hun tussenkomsten in deze beweging, waarmee beperkte maar belangrijke successen werden geboekt, na een lange periode van schijnbare sociale rust en een relatief isolement van onze krachten.

De opkomst van Marcel Claude en zijn campagne “Todas a La Moneda” tijdens de verkiezingen is zeer belangrijk. Het CWI speelde een correcte rol in deze campagne. Onze leden zijn tussengekomen om te argumenteren voor een socialistisch programma. Ze hebben samen met groepen zoals de vakbond van bankbedienden en anderen bijgedragen aan de opbouw van een arbeidersfront in deze beweging, dit front kan een embryo zijn van de eerste stappen naar de opbouw van een nieuwe arbeiderspartij.

De patstelling lijkt doorbroken te zijn nu de export van koper naar China sterk afgenomen is, wat betekent dat de burgerij Chili niet langer als een voorbeeld van economisch succes in Latijns-Amerika kan voorstellen. Chili is de belangrijkste producent van koper ter wereld en die sector vertegenwoordigt 15% van het BBP van het land, 20% van de overheidsinkomsten en 60% van de export. Een nieuw tijdperk dient zich aan, met nieuwe mogelijkheden voor onze organisatie.

In Venezuela, waar een kleine groep kameraden op moedige wijze voor lange tijd tegen de stroom heeft moeten ingaan, staan we voor nieuwe mogelijkheden nu Chavez’ vervanger Nicolás Maduro geconfronteerd wordt met de moeilijke economische situatie die hij van zijn voorganger geërfd heeft. De nieuwe president kreeg heel wat tegenstand bij zijn voorstel om een “economische oorlog” te voeren tegen corruptie, een oorlog die hij, naar eigen zeggen, enkel kan voeren wanneer hij als president een bijna onbeperkte macht zou krijgen. Deze machtsconcentratie wordt voorgesteld als een noodzakelijke maatregel om de samenzwering van de burgerij te bezweren, een samenzwering die ongetwijfeld effectief plaatsvindt. Maar een dergelijke maatregel kan enkel gerechtvaardigd zijn wanneer Maduro effectief de weg naar het socialisme zou willen opgaan, veel verder dus dan Chavez zelf. Er is weinig kans dat dit pad gekozen zal worden, gelet op de tegenstellingen binnen het regime. Er bestaat waarschijnlijk nog een heel ruime steun voor het regime, op basis van de erfenis van Chavez. Maar tegenover de hyperinflatie, chaos in de winkels door het gebrek aan basisbehoeften, verdeeldheid binnen de regerende partij, zal er enkel chaos achterblijven. Een dergelijke situatie is onvermijdelijk als er slechts halve maatregelen worden genomen, een politiek waaraan Chavez zich jammer genoeg schuldig maakte. Het is mogelijk dat rechts een comeback zal maken, maar het is ook niet uitgesloten dat Maduro door de situatie verder naar links zal worden gedreven, naar een programma van veel verdergaande nationalisatie van de industrieën.

Het regime van Chavez is een belangrijke steunbasis geweest voor het Cubaanse regime. In Cuba heeft het regime enkele belangrijke stappen gezet op de weg naar de herinvoering van het kapitalisme. Massa-ontslagen bij ambtenaren, arbeidsmarkthervormingen, het toestaan van kleine private ondernemingen in bepaalde sectoren, de “dollarisering” van de toeristische sector en het invoeren van een aantal “vrije economische zones” zijn allen stappen richting een kapitalistische hervorming. Echter, het proces is nog niet voltooid. Sommige van de zogenaamde “hervormingen” zijn uitgesteld, of soms zelfs volledig omgekeerd, en in de sleutelsectoren van de economie blijft de rol van staatscontrole fundamenteel. Het Amerikaanse beleid van ‘regimeverandering’ voor Cuba is qua vorm veranderd, maar niet qua inhoud. De economische blokkade sinds 1962 heeft de situatie verslechterd. De VS-regering blijft de rechtse pro-kapitalistische Cubaanse oppositiegroepen financieren, wat regelrecht ingaat tegen de soevereiniteit van Cuba en dat bovenop andere vijandige acties.

Bij de oudere generatie is er nog steeds een krachtige loyauteit tegenover de verworvenheden van de revolutie. Bij jongeren is er echter een verlangen naar meer openheid en verandering, vooral dan voor de toegang tot internet, reizen en andere democratische eisen. De dreiging van de terugkeer van de elites in ballingschap in Miami, die bij een terugkeer hun deel zouden opeisen van de genationaliseerde sectoren van de economie en de bureaucratie zouden willen verdrijven, is een belangrijk element in het vertragen en tot nog toe het verhinderen van een volledige herinvoering van het kapitalisme. Het is waarschijnlijk dat het regime in de komende periode verder zal gaan met zigzaggen tussen deze twee tegenstrijdige processen: enerzijds stappen naar de herinvoering van het kapitalisme, anderzijds pogingen om de gecentraliseerde planeconomie te behouden. Deze tegenstelling heeft haar weerslag in de maatschappij en zelfs binnen de Cubaanse communistische partij. Wij verzetten ons tegen een mogelijke kapitalistische omvorming van Cuba. De nieuwe maatregelen vormen een harde aanval en gaan in tegen de rechten van de werkenden. In de publieke sector gaat de werkzekerheid verloren. In de snel groeiende private sector is er een gebrek aan effectieve bescherming tegen uitbuiting. Er is discriminatie op basis van ras, geslacht en seksuele geaardheid. Er is geen recht op collectieve onderhandelingen en het ziet er naar uit dat het er niet beter op zal worden.

Het is onvoorstelbaar dat de centrale planning zo lang is blijven bestaan na de val de bondgenoten in de Sovjetunie. Het toont aan hoe diep de verworvenheden van de revolutie geworteld zitten in de maatschappij. Deze ontwikkelingen zorgden reeds voor heel wat discussie en debat in Cuba over welke weg voorwaarts, en het is belangrijk dat het CWI samen met de ontwikkelende socialistische oppositie in Cuba een programma ontwikkelt om hierin tussen te komen.

Buiten de sociale strijd in Brazilië is de belangrijkste ontwikkeling in Latijns-Amerika ongetwijfeld het resultaat van trotskistisch links in de recente verkiezingen in Argentinië. Terwijl deze organisatie geen brede linkse partij is zoals de Europese voorbeelden als SYRIZA in Griekenland, de PRC in Italië of Die Linke in Duitsland, gaat het toch om een alliantie tussen verschillende trotskistische groeperingen. Zo’n alliantie veronderstelde een akkoord rond een politiek programma dat een zeker politiek compromis omvatte tussen de partijen die betrokken zijn. Het verkiezingsresultaat was een pijnlijke slag voor de zieke Peronistische president Christina Kirchner. De radicale linkse coalitie kreeg 1,3 miljoen stemmen, waarvan 400.000 alleen al in de hoofdstad Buenos Aires. Belangrijk is dat deze situatie op een proces duidt dat ook elders zal plaatsvinden. De crisis waarin Argentinië aan het begin van deze eeuw werd ondergedompeld heeft geresulteerd in een erg vijandige houding tegenover partijen en georganiseerde groepen. Maar de ervaring die massa’s sindsdien opdeden, heeft hen de cruciale noodzaak van georganiseerde strijd tegen het failliete Argentijnse kapitalisme aangetoond.

Deze eeuw werd voorgesteld als de “Aziatische eeuw”. Dat beeld hangt natuurlijk samen met de opgang van China waarbij het de tweede grootste economische en industriële macht ter wereld werd, met het perspectief dat het qua omvang van het BBP in de komende tien jaar de VS zal voorbijsteken. We hebben recent heel wat artikels gewijd aan de ontwikkelingen in China. Daarom beperken we ons in deze verklaring tot enkele belangrijke elementen in de huidige situatie. Dit gigantisch grote land staat ontegensprekelijk op een scharniermoment, terwijl de heersende elite in het land intern verdeeld is over welke weg te nemen. De elite heeft een panische angst voor de economische, sociale en politieke gevolgen die een misstap zouden veroorzaken.

Het resultaat van het ‘Derde Plenum’ in november 2013 werd warm verwelkomd door het wereldkapitalisme. Dit plenum bracht niet enkel een ‘radicale’ agenda van economische hervormingen maar ook een machtsverschuiving binnen het regime in de richting van centralisatie. Dit omvat ook een meer gepersonaliseerde ‘Bonapartistische’ vorm van heerschappij onder president en CCP-leider Xi Jingping. Xi concentreert zowat alle hefbomen van de regering in zijn eigen handen en neemt afstand van het model van ‘dictatuur doorheen comités’ met enige controle- en evenwichtsoefeningen. Dat was hoe sinds het tijdperk van Deng Xiaoping werd gewerkt. Xi neemt een groot risico, wat op zich wijst op de diepte van de crisis binnen de staat en de enorme sociale spanningen in de samenleving in het algemeen.

Azië – Pakistan, Sri-Lanka, India, Maleisië en Australië

Er vindt duidelijk een geanimeerde discussie plaats binnen de rangen van de zogenaamde Chinese Communistische Partij over het behoud van het status quo met hier en daar enkele lichte aanpassingen, een tactiek die op zich enorme risico’s in zich draagt. De leiding van het land kwam tussen met een aantal stimulerende maatregelen die er voor zorgden dat nog meer middelen naar infrastructuurwerken gingen, met een verder oplopende overheidsschuld als gevolg. Het lijkt erop dat dit een economische groei van 7,5% dit jaar kan verzekeren. Xi Jinping gebruikt semi-maoïstische terminologie in een poging de éénpartijstaat te verdedigen tegenover vragen naar democratische hervormingen, en om meer discipline door te voeren tot bij de meest perifere lagen van het staatsapparaat. Tegelijkertijd heeft hij zijn volle gewicht gegooid achter een aantal economische hervormingen die er kwamen onder druk van de reeds belangrijke “private sector” in het land en van het imperialisme. Op die manier werd gekozen voor de weg van de liberalisering en selectieve privatisering van staatsbedrijven die nog steeds de economie domineren.

De contradicties stapelen zich echter op, en kunnen elk moment tot een uitbarsting leiden. Recente strijdbewegingen, inclusief stakingen, zijn een indicatie van de gespannen sociale situatie, evenals de “terroristische aanslag” op het Tiananmen Plein, dat leidde tot het ontslag van de generaal in de provincie Xinjiang. Een ander teken aan de wand is het voorstel dat Bo Xilai kreeg van één van zijn medestanders om zelf een partij op te richten met hemzelf als voorzitter. Het is onwaarschijnlijk dat dit zou gebeuren, maar het voorstel alleen is symptomatisch. We moeten onze krachten in Hong Kong en China verder blijven ondersteunen en ontwikkelen, zodat ze zich kunnen voorbereiden op de gebeurtenissen die zullen komen.

In Azië hebben we een belangrijke basis in Sri Lanka, een aanwezigheid in India, een omvangrijke organisatie in Pakistan, een groeiende organisatie in Maleisië, en een belangrijke invloed in Australië.

In Pakistan werden onze kameraden geconfronteerd met een extreem moeilijke situatie. De recente verkiezingen hebben de bestaande crisis in het land niet opgelost. Er is een toenemende “talibanisering” van de maatschappij en ook toenemend terrorisme door diverse groepen. De arbeidersklasse is in de huidige context niet in staat geweest een alternatief naar voren te brengen. Tegelijkertijd leven de Pakistanen in catastrofale economische omstandigheden, hetgeen een fundamenteel effect heeft op het dagelijks leven van de massa’s. Onze kameraden hebben de uitdaging onze krachten te consolideren, en voor te bereiden op een meer gunstige situatie in de toekomst.

In Australiëzijn we in staat geweest een indrukwekkende organisatie met een sterke electorale basis te behouden, ondanks 23 jaar van economische groei op de rug van de Chinese groeicijfers. Australië kon in deze “recessie-vrije” periode haar bijnaam van “geluksland” opnieuw alle eer aan doen. Vandaag lijkt dat geluk waarschijnlijk op haar einde te komen, nu we merken dat de grondstoffenhetze, veroorzaakt door de export naar China, op haar laatste voeten loopt. Dit wil zeggen dat we naar een periode van verhoogde klassenstrijd gaan. De overwinning van de rechtse Liberals in de voorbije verkiezingen was deels te wijten aan een breuk binnen de Labor Party: de persoonlijke populariteitsscore van de liberale leider Abbott stond op -22. Een tweede element is dat de programma’s van de beide grote partijen onmogelijk van elkaar te onderscheiden waren. Bovendien voerde Abbott een schaamteloze rechtse campagnekoers over migratie. Een confrontatie tussen de regering en de arbeidersklasse, vooral de vakbonden, lijkt onafwendbaar. Er zullen zich mogelijkheden aandienen voor onze organisatie die voordien niet bestonden.

Ook voor die andere Aziatische reus, India, is een nieuw tijdperk aangebroken door het sputteren van de economische motor. De economische groei is er gehalveerd van 10% naar 5%. De Indische munt heeft een serieus pak rammel gekregen, zoals ook in heel wat andere Aziatische landen gebeurde, omwille van de vrees van een volledig stilvallen van de economische groei door het stopzetten van de politiek van quantitative easing in de VS. Tegelijkertijd is geen enkel van de fundamentele problemen in India opgelost. Ondanks het image van het “Schitterende India” dat aan de rest van de wereld wordt verkocht, blijven de obscene tegenstellingen zich opstapelen. De helft van de Indiërs beschikt niet over een toilet. Sinds 1995 hebben meer dan 270.000 boeren die geen uitweg meer zagen uit hun schuldenberg zich van het leven beroofd, hetgeen de terreur toont die grootgrondbezitters en kredietverstrekkers op het platteland uitoefenen.

Desondanks heeft de Indische heersende klasse, in een poging om de illusie een wereldwijde supermacht te zijn op te houden, trots een ruimteschip naar Mars uitgestuurd. Dit is slechts één voorbeeld van de compleet waanzinnige verzuchtingen en ideeën van de verrotte kapitalistische klasse. Dit soort ideeën wordt in de rest van de wereld, maar wellicht ook door een meerderheid van de Indiërs, als compleet obsceen beschouwd. Meer dan 40% van de kinderen in het land is ondervoed. Het land telt één derde van ’s werelds armen. Met de opgang van de recessie in India en de rest van de wereld is een nieuwe periode voor de klassenstrijd aangebroken. Het lijkt er sterk op dat de huidige coalitieregering, geleid door de Congrespartij, bij de volgende verkiezingen in 2014 zal verslagen worden, en dat een rechts-nationalistische coalitie onder leiding van de BJP aan de macht zal komen. Dit zal hoogstwaarschijnlijk tot oppositie leiden, met de mogelijkheid van de ontwikkeling van een leefbare arbeiderspartij. Maar zelfs wanneer deze specifieke ontwikkeling nog langer op zich zal doen wachten, zullen andere opportuniteiten zich aandienen in India.

In Maleisië zal de frauduleuze verkiezingsoverwinning van de BNP slechts kort een effect hebben, op een moment dat het land naar een totaal verschillende economische situatie koers zet.

In Sri Lanka lijkt de regering van Rajapakse hoogtij te vieren. Maar dat imago wordt sterk aangetast door de campagne, waarin onze kameraden een prominente rol spelen, die het regime beschuldigt van oorlogsmisdaden tijdens de oorlog tegen de Tamils, maar ook de voortdurende schendingen van democratische rechten van arbeiders in het land. We moeten de mogelijkheden die zich zullen voordoen grijpen, mogelijkheden die onder meer voortkomen uit het uiteenvallen van vroegere grote krachten zoals de JVP. Het CWI moet zich, ook in het algemeen, bereid tonen samen te werken met krachten die niet noodzakelijkerwijs uit onze eigen traditie komen, maar die kunnen overtuigd worden met ons samen te werken, en misschien op termijn onze rangen te vervoegen.

Klimaatveranderingen

Klimaatveranderingen door de opwarming van de aarde vormen een existentiële bedreiging voor de mensheid. Het kan enkel opgelost worden door een wereldwijde socialistische planning. De recente tyfoon op de Filipijnen, met duizenden doden en onmeetbaar lijden voor mensen die reeds lang door zware armoede werden getroffen, heeft dit probleem nogmaals onderlijnd. Klimaatonderzoek toont aan dat een verhoogde temperatuur van het zeewater geen tyfoons uitlokt, maar ze wel krachtiger, meer frequent en vernietigender maakt. Er wordt geschat dat de gemiddelde temperatuur van de aarde dit jaar bij de top 10 uit de geschiedenis behoort. Experten geven aan dat dit feit op zich reeds voldoende is om de voorwaarden te creëren voor erg vernietigende stormen. De windsnelheid in deze tyfoon was naar schatting even hoog als die van de meest moderne hogesnelheidstreinen. De tyfoon heeft de reeds slechte sociale omstandigheden van veel Filipijnen nog verder verslechterd, hetgeen kan leiden tot politieke spanningen, gelet op de absolute onmacht van de regering om haar eigen bevolking ter hulp te snellen. Natuurrampen zoals aardbevingen hebben in het verleden reeds aangetoond enerzijds enorm menselijk lijden te veroorzaken, maar anderzijds ook de condities voor revolutie te schapen.

Het CWI begint een goede traditie op te bouwen van interventies rond milieukwesties. We moeten hier meer materiaal over produceren om in staat te zijn om tussen te komen in de debatten, discussies en acties rond deze thema’s.

Het bewustzijn van de arbeidersklasse op wereldvlak is nog steeds niet aangepast aan de objectieve situatie. Deze aanpassing zal niet in één keer gebeuren, maar via een lange reeks gevechten over langere tijd. Er zullen ups en downs zijn, periodes waarin de arbeidersklasse in het offensief gaat en andere waarin twijfels en aarzelingen de bovenhand nemen. In Europa zitten we nu reeds in zo’n situatie, maar het betekent absoluut niet dat er geen mogelijkheden zouden zijn. We moeten nu bouwen en recruteren zodat we de grote stormen van de toekomst aankunnen, stormen die zonder twijfel zullen plaatsvinden omdat het kapitalisme fundamenteel niet in staat is de vele problemen op te lossen die zich blijven opstapelen.