Home / Belgische politiek / Nationaal / De Coninck (SP.a) verder in het asociale offensief

De Coninck (SP.a) verder in het asociale offensief

Minister De Coninck (SP.a) lijkt een poging te ondernemen om het argument van een stem op SP.a als ‘het minste kwaad’ volledig van de baan te krijgen. Zij gaat in tegen de kritiek op de beperking van de inschakelingsuitkering, de vroegere wachtuiterking, in de tijd. Dat 55.000 jongeren hierdoor bij het OCMW terecht zullen komen, vindt ze een “pessimistische visie”. Deze aanval is nog niet verteerd of de minister maakt zich al op voor een volgende: de motivering van ontslag.

Jongeren zonder dop en zonder toekomst

Het was het ABVV dat de kat de bel aan bond met een forse kritiek op de regeringsbeslissing om de inschakelingsuitkering, de vroegere wachtuitkering, in de tijd te beperken. Deze maatregel zal op 1 januari 2015 ingaan en bedreigt zowat 55.000 jongeren. Jongeren die na hun studies geen werk vinden, krijgen na twaalf maanden een inschakelingsuitkering. Die uitkering wordt sinds 2012 beperkt tot drie jaar.

Momenteel krijgen ongeveer 100.000 jongeren zo’n uitkering. Een groot deel daarvan moet lange tijd naar werk zoeken. Met een stijgende werkloosheidsgraad, zeker onder jongeren, is dat weinig verrassend. Geheel in de regeringspolitiek om de werklozen aan te pakken en niet de werkloosheid zelf, wordt de verantwoordelijkheid voor de jongerenwerkloosheid nu doorgeschoven naar de jongeren zelf.

Voor de asociale politici staat een uitkering van gemiddeld 500 euro per maand gelijk met een verblijf in de hangmat. Hoe je met een inkomen van amper 500 euro per maand kan rondkomen, laat staan een hangmat kopen, ontgaat de politici met hun maandloon van enkele duizenden euro volkomen. Jongeren onder de armoedegrens dompelen en ze vervolgens nog een kopje dieper duwen, dat is waar hun beleid op neerkomt.

Kritiek op dit asociale beleid wordt hard afgewezen. Het ABVV heeft volgens De Coninck een “pessimistische” visie. En nog: “Het federale beleid is er op gericht om jongeren aan het werk te krijgen. Het mag toch geen verwijt zijn aan deze regering dat ze fors inzet op werk.” Die ‘forse inzet’ heeft vooralsnog een omgekeerd effect op de werkloosheidscijfers. Die blijven immers stijgen, in november waren er in Vlaanderen 8,8% meer werklozen dan een jaar geleden. Onder de jongeren zit een kwart zonder werk. Eurostat geeft het cijfer van 23,7% werkloosheidsgraad onder jongeren in het derde kwartaal van 2013. Een jaar voorheen was dat 20,4%.

In plaats van fors in te zetten op werk, bijvoorbeeld door een algemene arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen om het beschikbare werk te verdelen en door een massale publieke investering in openbare diensten en infrastructuur, kiest de regering ervoor om de zwaksten eerst aan te pakken. Een generatie jongeren wordt het uitzicht op een toekomst zonder armoede ontnomen. En wie daar een probleem mee heeft, is volgens de socialistische bestuurders ‘pessimistisch’.

Motivering van ontslag

Amper bekomen van de vorige mokerslagen van de aanval op jonge werklozen en eerder deze van het rotte compromis rond het eenheidsstatuut, zit er al een volgende aanval aan te komen. In het kader van het eenheidsstatuut moest een akkoord worden gesloten over de motivering van ontslag. Voorheen bestond enkel bij arbeiders een beperkte motiveringsplicht bij ontslag. Dat diende om een “willekeurig ontslag” te verbieden door de bewijstlast om te keren. De werkgever moest aantonen dat ontslag terecht was.

De werkgevers en vakbonden moesten van minister De Coninck maar een regeling hiervoor uitwerken in het kader van het eenheidsstatuut. Zoals verwacht lukt dat niet. Moet de werknemer bewijzen dat het ontslag onterecht was of moet de werkgever aantonen dat het onslag terecht was, dat is de vraag. De werkgevers willen geen duimbreed toegeven, maar willen vooral dat de sanctie bij misbruik van ontslagrecht wordt beperkt. Nu wordt een bijkomende ontslagvergoeding van zes maanden opgelegd. Als de sanctie volledig wordt uitgehold, valt mogelijk wel te praten over de ontslagmotivering.

Bij gebrek aan een akkoord tussen de sociale partners dreigt de minister zelf de knoop door te hakken. Hoe De Coninck dat doorgaans doet, weten we al. De werkgevers kunnen op beide oren (en poten) slapen, de minister zal hun belangen behartigen en doordrukken.

De vakbonden dreigden met rechtszaken rond andere elementen van discriminatie die nog overeind blijven, zoals het vakantiegeld en het aanvullend pensioen. Dat is een flauwe repliek tegenover een proces van sociale afbraak dat wordt opgelegd door een regering met een zogenaamd ‘socialistische’ premier en een ‘socialistische’ minister van werk. De aanval op de jonge werklozen werd door het ABVV terecht als een “sociale atoombom” omschreven, het is spijtig genoeg niet de enige atoombom die wordt ingezet.

Beantwoorden we zo’n aanval enkel met de dreiging van rechtszaken of beginnen we met de organisatie van het verzet? Eerdere acties voor de zomer gaven aan dat het potentieel voor een breed gedragen actieplan aanwezig is, maar dan zal er meer nodig zijn dan gezondheidswandelingen die enkel dienen om stoom af te laten. Een actieplan dat gepaard gaat met een informatie- en sensibilisatiecampagne gericht op brede mobilisaties en algemene staking(en), is wat nu nodig is.

Leave a Reply