Economische, sociale en politieke crisis in Europa

Europa is bijzonder hard getroffen door de wereldwijde crisis van het kapitalisme. Er is het perspectief van een langdurige algemene crisis. De kapitalisten en hun politici hebben er geen enkele oplossing voor. Het barbaarse besparingsbeleid vergroot de problemen en maakt iedere groei onmogelijk. De bedrijfssluitingen en herstructureringsplannen stapelen zich op. Van de actieve bevolking in de eurozone zit inmiddels 12,2% zonder werk, op een jaar tijd kwamen er een miljoen werklozen bij! De hardst geraakte landen blijven Spanje en Griekenland met een kwart van de bevolking en meer dan de helft van de jongeren dat werkloos is.

Artikel door Boris Malarme uit de december/januari-editie van De Linkse Socialist

 

Een Japans scenario voor de eurozone?

In oktober bedroeg de gemiddelde inflatie in de 17 landen van de eurozone nog slechts 0,7% tegenover 1,1% een maand eerder. De inflatie op jaarbasis viel terug tot 0% in Spanje en Portugal, in Griekenland was er een negatieve groei van -1,9%. De dominante positie van het Duitse kapitalisme heeft in Europa geleid tot een groter onevenwicht. Dat gaat gepaard met een sterkere positie van de euro tegenover andere munten, waardoor de export van Frankrijk, Italië en Spanje onder druk staat.

Het is in die context dat de Europese Centrale Bank besliste om tot een monetaire versoepeling over te gaan door de belangrijkste rentevoet te verlagen tot 0,25% en door de onbeperkte toekenning van liquiditeiten voor de banken te verlengen. Het doel is om de prijzen de hoogte in te duwen naar een inflatie die de doelstelling van 2% benadert. Anderzijds kondigde de Commissie aan dat het een onderzoek zal doen naar het grote Duitse handelsoverschot van 7%. Daarmee komt het op de positie van het IMF en de VS. (niet helemaal duidelijk wat hiermee bedoeld wordt. In welke zin?) Het is een illustratie van de groeiende spanningen tussen de verschillende kapitalistische landen waarbij in een periode van crisis de onderlinge rivaliteiten toenemen.

Is de eurozone op weg naar een Japans scenario? Dat gevaar is reëel voor de eurozone. Het komt neer op een lange periode van crisis met een deflatoire spiraal die economische heropleving tegenhoudt met een verlaging van de prijzen, lonen, investeringen en consumptie. Het betekent ook dat de staten steeds meer middelen in de economie moeten pompen, net zoals Japan dit de afgelopen twintig jaar heeft gedaan. Het establishment is alvast bang van het idee van een Japans scenario met een lange periode van in het beste geval een minieme groei en tegelijk een massale werkloosheid.

Een bocht naar rechts in Europa?

Velen denken wellicht dat we op politiek vlak een bocht naar rechts zien. De sfeer van de algemene stakingen in het zuiden van Europa lijkt tijdelijk on hold te staan en een pallet aan populistische en extreemrechtse partijen maakt zich op voor goede scores bij de Europese verkiezingen van mei 2014.

Het gebrek aan alternatief vanuit de arbeidersbeweging kan de diverse rechtse eurosceptische, populistische of neofascistische partijen tijdelijk extra ruimte bieden indien ze inspelen op het groeiende ongenoegen tegenover de besparingen en de Europese Unie. Een recente peiling plaatste Marine Le Pen van het Front National helemaal vooraan voor de Europese verkiezingen in Frankrijk. In Nederland ligt Geert Wilders van de PVV voorop. Hierdoor gesteund kondigden ze midden november aan dat ze een alliantie willen vormen om in het Europees Parlement een “eurokritische” groep te vormen. In Groot-Brittannië kan UKIP scoren, deze partij wil echter niet bij de nieuwe alliantie aansluiten. Marine Le Pen en Geert Wilders kijken wel naar het FPÖ dat bij de recente verkiezingen in Oostenrijk meer dan 20% haalde, de Italiaanse Lega Nord, de Zweedse Democraten, het Vlaams Belang bij ons of nog de Deense Volkspartij. Het gevaar van een versterking van extreemrechts is reëel. Maar daaruit afleiden dat de arbeidersbeweging verslagen is, zou een gevaarlijke inschattingsfout zijn.

De arbeidersbeweging op de terugtocht?

Op 14 november 2012 nam het verzet tegen het besparingsbeleid een nieuwe stap met een eerste gecoördineerde actiedag met betogingen en stakingen doorheen Europa, waaronder algemene stakingen in Spanje en Portugal. Vooral in Griekenland zagen we een fenomenaal verzet met op drie jaar tijd 31 algemene stakingen waaronder vier van 48 uur.

De arbeiders werden geconfronteerd met de beperkingen en het falen van hun vakbondsleidingen die de beweging niet tot overwinningen brengen. Maar strijd ontwikkelt zich nooit in een rechte lijn, er zijn hoogte- en dieptepunten. Maar algemeen blijft de enorme potentiële kracht van de arbeidersbeweging en de actiecapaciteit ervan intact voor de sociale explosies die ons te wachten staan. Algemene strijd kan de extreme rechterzijde in het defensief terugdringen. De recente stakingen van de afvalophalers in Madrid of van de buschauffeurs in Genua uit protest tegen de dreigende privatiseringen, zijn indicaties van de strijdbaarheid aan de basis van brede lagen van arbeiders.

Het diskrediet van de gevestigde partijen is bijzonder groot. Sinds 2010 werd zowat iedere zittende regering uit het zadel gelicht bij verkiezingen. De overwinning van Merkel in Duitsland leek de uitzondering hierop. Het ziet ernaar uit dat Merkel tot een akkoord kan komen met de sociaaldemocratische SPD op basis van de invoering van een minimumloon, een voorwaarde die zich opdrong na het rampzalige resultaat van de SPD en door de druk van de arbeidersbeweging. Het ene na het andere land wordt geconfronteerd met onstabiliteit en politieke crisis.

De regering van Letta is niet in staat om tot een echt offensief tegen de Italiaanse arbeiders over te gaan. De Franse regering van François Hollande, de president die het record inzake onpopulariteit verbrak, is bang van de reactie van de Franse arbeiders zodra hardere aanvallen worden ingezet. In Portugal staat de rechtse coalitie al langer op de rand van de afgrond. Het ontbrak na de algemene staking van 27 juni enkel nog aan een laatste duwtje om de regering ten val te brengen. Dat was wellicht mogelijk geweest indien de vakbondsfederatie CGPT meteen tot een nieuwe algemene 48-urenstaking voor de val van de regering had besloten.

Maar een regering ten val brengen, is verbonden met de kwestie van een regering van de werkende bevolking. De zwakte van de nieuwe linkse formaties laat zich daarbij voelen. Er is overal in Europa nood aan massale arbeiderspartijen die gewapend zijn met een socialistisch programma dat weigert om de schulden te betalen en dat opkomt voor de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie.


D19-20, nooit eerder vertoonde alliantie van melkboeren en syndicalisten om de Europese Top te blokkeren

Velen herinneren zich de spectaculaire beelden van de melkproducenten die protesteerden tegen de lage prijzen die ze van de multinationals in de distributiesector kregen. De boeren trokken in november 2012 naar Brussel en goten 15.000 liter melk uit voor het Europees Parlement. Ze beloofden terug te keren indien er niets veranderde.

Dat is waarom ze op 24 juni aanwezig waren op de stakingsdag en de nationale betoging van de publieke sector. Toen werd samen met een Brusselse betoging tegen het Europees Besparingsverdrag betoogd door zowat 5.000 werkenden. De melkboeren hielden er een pleidooi voor gemeenschappelijke acties van boeren en syndicalisten tegen de besparingen en tegen het neoliberale beleid in Europa.

Er waren drie bijeenkomsten om de alliantie D19-20 te concretiseren. Naast de melkboeren wordt de alliantie mee getrokken door ACOD-LRB Brussel, de CNE (Franstalige tegenhanger van LBC) en de Europese Actiecomités. LSP ondersteunt de alliantie en neemt eraan deel. Er zijn ook andere organisaties bij betrokken, zoals de MOC (tegenhanger van ACW) uit Brussel en Charleroi, de JOC (tegenhanger van KAJ), de studenten van het ABVV, de CADTM en Oxfam.

Op de eerste bijeenkomst legden de melkboeren uit dat zij slachtoffer van de crisis en de besparingen zijn, net zoals de werkenden. Jaarlijks moeten meer dan duizend boeren de boeken neerleggen als gevolg van de liberalisering van de landbouwsector. Ze stelden dat de werkenden in de bedrijven hetzelfde meemaken en dat we best niet elk alleen strijden.

Ze werden vervoegd door vakbondssecretarissen van ACOD-LRB, CNE en ACV-Brussel. Er waren ook militanten en delegees uit diverse sectoren. Het Europees besparingsverdrag, de besparingen op diverse niveaus, de privatiseringen, afdankingen in de publieke sector, het rotte compromis rond het eenheidsstatuut, … Er zijn redenen genoeg om op 19 december op straat te komen. Het idee is dat een betoging als ‘wandeling’ zonder vervolg niet volstaat en dat het tijd is voor meer strijdbare acties.

Op 19 december beginnen de acties vanaf 7u ’s ochtends. Er worden blokkades van toegangswegen naar het rondpunt Schuman voorzien. Neem met ons deel aan deze acties:

  • Hoek Keizerinlaan – Arenbergstraat (dichtbij Centraal Station)
  • Kruidtuinlaan – Koningstraat (dichtbij Kruidtuin)
  • Belliardstraat – Kunststraat (dichtbij halte Troon of Kunst-Wet)
  • Oudergemselaan – Belliardstraat (dichtbij Schuman)