In augustus werden de lokalen van het Pleintheater in Luik leeggemaakt om plaats te maken voor het nieuwe prestigieuze (en elitaire) Theater van Luik. Het Pleintheater zal binnen enkele maanden afgebroken worden. Ondertussen wordt het bezet door een aantal militanten uit de culturele sector die geen enkele reden zien om een dergelijk gebouw maanden leeg te laten staan.

Artikel door Nicolas Croes

De culturele sector in Luik kent net als elders een enorm plaatsgebrek. Daarom werd het gebouw bezet om in deze volkswijk het ‘Théâtre à la Place’ (TALP) op te zetten. Het gaat dan wel maar om een voorlopig antwoord op het gebrek aan middelen en mogelijkheden in het culturele veld, maar het initiatief heeft de enorme verdienste dat het de kracht van collectieve actie in de verdediging van artistieke vrijheid centraal stelt.

Het gebouw van het vroegere Pleintheater werd 40 jaar geleden gebouwd met als doel om een twintigtal jaar mee te gaan. Er werd evenwel nooit prioriteit gegeven aan een renovatie. Hierop werd uiteindelijk beslist om een nieuw prestigieus gebouw te plaatsen. Het kostenplaatje hiervoor liep op tot 23 miljoen euro, zoals het een prestigeproject betaamt. De onderdelen van de culturele wereld die buiten de officiële instellingen vallen, kunnen er echter geen gebruik van maken.

Het contrast tussen het nieuwe prestigieuze Théâtre de Liège en het TALP is frappant. Enerzijds is er een groot splinternieuw gebouw dat recent nog onder meer gebruikt werd om de voorzitter van de Europese Commissie en medearchitect van het besparingsbeleid José Manuel Barroso te ontvangen. Anderzijds is er een afgeleefd gebouw waar dagelijks artiesten, wijkbewoners, studenten, nieuwsgierigen, … samenkomen om een gratis en open culturele plaats te vormen waarbij het beheer in handen is van algemene vergaderingen.

Diverse projecten gaan er hand in hand. Er zijn tentoonstellingen, dansateliers, jamsessies, projecties van films en kortfilms. Er zijn ook voorstellingen, zo loopt momenteel ‘Fausse Commune’, een collectief initiatief rond de Commune van Parijs van 1871. En er is ook een theatervoorstelling over de grote algemene staking van ‘60-‘61. Er is een bistrot waar de toeschouwers kunnen napraten over de voorstellingen of tentoonstellingen. Dat kan met een drankje en regelmatig is er een volkskeuken met een maaltijd voor een vrije bijdrage.

Er is een steuncomité opgezet met onder meer de acteur David Murgia (die we eerder in deze krant interviewden), Marc Emmanuel Mélon (professor filmgeschiedenis aan de Luikse universiteit), Jean-Pierre Collignon (ex-RTBF) of nog Hafid Hantout (een bekende Luikse artiest).