Imperialisme en oorlog: toeval of kapitalistische noodzaak?

De Pruisische theoreticus Clausewitz stelde in het begin van de 19e eeuw dat oorlog de verderzetting van politiek is, maar met andere middelen. In een tekst van Lenin uit 1915, “Het failliet van de Tweede Internationale”, werd die beroemde uitspraak aangepast: “Oorlog is de verderzetting van de politiek van de imperialistische burgerij (…), met name de plundering van andere naties door de burgerij in neergang van de ‘grootmachten’”. Dat idee werd later uitgediept in één van de klassiekers die Lenin aan het marxisme heeft toegevoegd: “Het imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme”.

Nicolas Croes

De discussie over de aard van het imperialisme heeft nooit aan actualiteit ingeboet. De hele 20e eeuw werd bloedig overschaduwd door imperialistische conflicten. De invasie van Irak, om maar één voorbeeld te noemen, toont bovendien aan dat de 21e eeuw verre van de eeuw van vrede en welvaart is, zoals het door velen werd gehoopt.

Maar is het imperialisme slechts één optie, een vorm van kapitalistische politiek naast andere, of zelfs een toevalligheid?

Er wordt veel gesproken over imperialisme, maar de definities die er meestal aan gegeven worden, voldoen niet. Dat geldt zowel voor meest voorkomende definitie (Bush die zijn leger en zijn multinationals overal wil parkeren) als voor de definitie die Attac hanteert (het industriële kapitalisme, dat productief was en min of meer moreel aanvaardbaar in de jaren 1945-’75, maar nu plaats heeft geruimd voor het financiële kapitalisme, dat speculatief is en immoreel, dat enkel gericht is op maximale en onmiddellijke winsten ten koste van het merendeel van de bewoners van de planeet, inclusief de eerlijke bazen).

Wij denken dat het imperialisme niet een keuze is die iedere staat vrij kan maken, noch een vorm van kapitalistisch beheer naast andere en nog minder dat het een toeval van de geschiedenis zou zijn. Zoals Lenin uitlegde, is het imperialisme de concrete ontwikkelingsvorm van het internationale kapitalisme eind 19e en begin 20e eeuw.

Lenin legde uit dat het imperialisme in feite ingebakken zit in de kapitalistische productiewijze. Terwijl bij het vroege kapitalisme van de 18e en 19e eeuw de vrije concurrentie nog dominant was, heeft zich vrij snel een onevenwicht gevestigd tussen de bedrijven (de grote bedrijven die kleine bedrijven opslorpen, in het bijzonder tijdens economische crises). Vanaf het einde van de 19e eeuw ontstond een gecombineerde concentratie van productie en kapitaal, wat de basis vormde voor de monopolies: grote bedrijven die op hun eentje een bijna volledige markt controleren. Ook dat is geen toeval, de vrije concurrentie laat immers toe dat er winnaars en verliezers zijn waarbij de winnaars versterkt uit de strijd komen en meer middelen hebben.

Vanaf dat ogenblik speelde de vrije concurrentie dezelfde rol dat het vandaag nog speelt: een pronkstuk van de burgerlijke ideologie om haar bestaan te rechtvaardigen, maar die evenveel met de realiteit te maken heeft als de theorie dat de aarde plat is destijds. De opeenvolgende economische crises hebben de tendens tot concentratie niet afgeremd. Integendeel, deze tendens werd nog versterkt en het gewicht van de monopolies nam toe. Ze organiseerden zich internationaal en werden de voorlopers van de hedendaagse multinationals.

Samen met de opkomst van de monopolies, hebben de banken aan belang gewonnen. Ze waren niet langer tussenpersonen die geld ter beschikking stelden van de kapitalisten, maar begonnen zelf steeds meer tussen te komen in het beheer zelf. Er kwam een “fusie” tussen de banken en de industrie, waarbij de export van kapitaal snel die van goederen inhaalde. Bij het ontstaan van het kapitalisme was de export van goederen nochtans een erg belangrijk gegeven. De export van kapitaal stimuleerde ook de verkoop van goederen: ik investeer in je land op voorwaarde dat je je materiaal enkel nog bij mij aankoopt… De meerwinst (zo genoemd omdat het verkregen wordt bovenop de winst voortgebracht door de arbeiders van hun land) liet de kapitalisten toe iets meer toegevingen te doen aan de arbeidersklasse in eigen land en om een aantal lagen van de arbeidersklasse af te kopen.

De omvang van de wereld is echter beperkt en wanneer de afzetmarkt niet meer volstaat, zal gezocht worden naar een herverdeling van de wereldkaart door middel van oorlogen die enorm vernietigend zijn. Zowel in 1914-18 als in 1940-45 was er een enorme verspilling van goederen, en mensenlevens.

Het huidige kapitalisme IS imperialistisch. De strijd beperken tot de gevolgen (het veroveren van grondgebied door middel van oorlog, de verschrikkelijke praktijken van multinationals,…) zonder de economische basis van het systeem aan te vallen, is een illusie. Het is een illusie dat de gevolgen van het systeem kunnen worden bestreden, terwijl de oorzaken intact blijven en ook de mechanismen blijven bestaan die deze gevolgen voortbrengen. Dat is de beste manier om mislukking en ontgoocheling te verzekeren.

Delen: Printen: