Frankrijk en Nederland: vooral arbeiders en jongeren stemden tegen Europese Grondwet

Zowel in Frankrijk als in Nederland stemden vooral arbeiders en jongeren tegen de Europese Grondwet. Het establishment werd opgeschrikt door het resultaat van de referenda over de Grondwet en onderzoekt momenteel hoe het zal reageren op het afwijzen ervan door een meerderheid van de bevolking. Er zal geen koerswijziging komen in het neo-liberaal beleid, maar er wordt nagegaan welk instrument daartoe zal gebruikt worden. Alleszins werd zowel in Frankrijk als Nederland duidelijk dat de arbeiders en jongeren het asociale project van de EU verwerpen.

Frankrijk: een neen van arbeiders en jongeren

‘We hebben er genoeg van. Voordien betaalde ik 10 franse franc (1,5 euro) voor tomaten en nu is dat 3 euro. De lonen volgen echter niet. Deze grondwet is er één van de burgerij, voor de multinationals en de patroons. Er is nooit vooruitgang voor de armsten.’ Dit was een typische reactie van arbeiders of werklozen die na het referendum geïnterviewd werden in de kranten. De kwestie van werk en de koopkracht zijn van enorm belang voor veel mensen. 66% van diegenen die minder dan 1.500 euro per maand verdienen, stemde tegen. Bij diegenen die meer dan 3.000 euro verdienen, was een meerderheid voor.

In 18 van de 25 regio’s is het verschil erg duidelijk. Dat zijn regio’s waar de arbeiders traditioneel sterker staan: Nord, Haute Normandie, Languedoc-Roussillon en departementen in het zuiden van Frankrijk. In Pas de Calais stemde 69,5% tegen. In de banlieus (voorwijken) van de grote steden, haalde het neen-kamp geregeld tot meer dan 70%.

Het neen-kamp haalde onder alle leeftijdsgroepen een meerderheid, maar vooral onder jongeren. Van de 18 tot 29-jarigen stemde 62% tegen. 79% van de handarbeiders, 71% van de werklozen, 64% van de werknemers in de openbare sector en 56% van de werknemers in de privé stemden tegen. Het is dus duidelijk een stem van de arbeiders (en ook de boeren). De bevolking heeft genoeg van het beleid van de regering en het patronaat. Er is dus niet gestemd omwille van racisme of nationalisme, maar omwille van het asociaal beleid. Slechts 18% van de neen-stemmers stelde dat de toetreding van Turkije een rol speelde in hun stem. Het neen-kamp komt dus van de arbeiders en jongeren.

Nederland: arme wijken stemmen tegen

Ook in Nederland zagen we een gelijkaardig fenomeen. Als we kijken naar Amsterdam zijn er grote verschillen merkbaar. In ‘rijkere’ stadsdelen was de verhouding 50-50. In het Centrum was 52% voor, in de grachtengordel zelfs 56% tot 64%. In armere buurten was er een uitgesproken neenstem: 73% in Noord en 71% in Zuidoost. In de volksbuurt Volewijck en Buiksloterham stemde zelfs 79% tegen!

Er is dan ook een duidelijk verschil zichtbaar naargelang (gemiddeld) inkomen – een verdeling langs klassenlijnen, arbeiders versus middeninkomens en de echte rijken! Dit is dan nog in een stad met relatief veel beter gestelde buurten. Wie beweert dat er geen klassentegenstellingen meer bestaan, of dat deze niet meer tot uiting komen, zal moeite hebben om de samenstelling van de Neen-stemmen te verklaren.

Delen: Printen: