Home / Internationaal / Europa / Schotland. Vakbonden moeten lessen trekken uit pandoering in Grangemouth

Schotland. Vakbonden moeten lessen trekken uit pandoering in Grangemouth

Het bedrijf Ineos, eigendom van de miljardair Jim Ratcliffe, kondigde aan dat het plan om de petrochemische site in Grangemouth te sluiten wordt ingetrokken. Dat gebeurde na een belangrijke nederlaag voor de vakbond Unite inzake arbeidsvoorwaarden. Het management van Ineos eiste als onderdeel van het ‘overlevingsplan’ drastische toegevingen van het personeel. Er werd Russische roulette gespeeld met het leven van duizenden arbeiders. Miljardair Ratcliffe zat ondertussen op zijn luxejacht ter waarde van 130 miljoen pond op de Middellandse Zee. Hij vroeg recent ook een vergunning om in Hampshire een optrekje ter waarde van 5 miljoen pond te bouwen.

Artikel door Socialist Party Scotland

Op een algemene personeelsvergadering heerste opluchting toen bekend werd dat de vestiging open zou blijven. Het is begrijpelijk dat zo wordt gereageerd na de eerdere aankondiging van de sluiting van de vestiging. Het nieuws werd uiteraard ook positief onthaald bij de zowat 2.000 subcontractors die op de site werken en bij een sluiting eveneens hun job zouden verliezen.

Ineos verklaarde dat het bedrijf dat de petrochemische site beheerde werd opgedoekt. Hierdoor zou het personeel meteen ook duizenden en in sommige gevallen tienduizenden ponden aan opzegvergoedingen mislopen. Met de huidige regelgeving zouden afgedankte arbeiders maximum 13.500 pond gekregen hebben.

Als onderdeel van het akkoord om de vestiging open te houden, krijgt Ineos een garantie van 134 miljoen pond van de Schotse en Britse regeringen. Het bedrijf beweert dit nodig te hebben om de komende jaren 300 miljoen pond in Grangemouth te investeren. Terwijl eerst werd gezegd dat het bedrijf er slecht aan toe was, werd nu verklaard dat het bedrijf nog gemakkelijk 15 tot 20 jaar mee kan. Het bevestigt eens te meer dat het bedrijf loog over de zogenaamde financiële problemen van de site.

Als deze bocht van het patronaat het resultaat was van een collectieve vakbondsactie van de leden van Unite, met een bezetting van de vestiging, dan zou de heropening door syndicalisten in Grangemouth en daarbuiten als een overwinning gezien worden. Maar dit was niet het geval. Unite besloot immers om het ‘overlevingsplan’ van het management te ondertekenen. Dit omvat een loonstop tot 2016, besparingen op de premies waarbij tot 15.000 pond kan worden verloren, het schrappen van het pensioenstelsel waarbij het pensioen wordt afgestemd op het laatste loon, een akkoord dat drie jaar lang geen enkele staking wordt gehouden en het stopzetten van de vrijstelling van delegees op de site.

Na de aankondiging van de sluiting op 23 oktober was er een grote druk op de delegees van Grangemouth. Meer dan de helft van de vaste arbeiders op de site van Grangemouth kreeg te horen dat hun job werd geschrapt. De olieraffinaderij werd stil gelegd. Volgens Ineos zou dit zo blijven tot de vakbond zou instemmen met harde besparingen op arbeids- en loonvoorwaarden. De mogelijkheid van een sluiting werd aanzien als reëel. Bovendien werd door de voorzitter van de Schotse afdeling van Unite, Pat Rafferty, en de nationale algemeen-secretaris Len McCluskey druk gezet om met de eisen van het management in te stemmen.

Er was geen strijdbare strategie vanwege Unite, bijvoorbeeld met een bezetting van de site en een massale campagne doorheen Schotland om de nationalisatie te eisen, waardoor de druk op de delegees te groot was om niet te tekenen. We erkennen nochtans de uitmuntende rol van de delegees en syndicalisten in Grangemouth de afgelopen jaren, dat bleek onder meer bij de succesvolle staking van 2008.

Een strijdbare opstelling was ook van groot belang voor de overwinning van de elektriciens in de bouwsector – de ‘Sparks’ – tegen het contract van Besna in 2012. Contactors van Balfour Beatty gingen toen in staking met de wetenschap dat de arbeiders van Ineos hun piket niet zouden breken. De delegees gaven nadien ook belangrijke steun aan een van de Sparks, Stewart Hume, die werd vervolgd door het patronaat. Dit zal belangrijk zijn in de heropbouw van een vakbondskracht in Grangemouth na deze nederlaag.

Het was een harde nederlaag. Grangemouth was een van de syndicale bastions in de private sector van Schotland. Duizend van de 1.350 vaste arbeiders waren lid van de vakbond en ook bij de onderaannemers was de syndicalisatiegraad hoog. Het is bovendien een nederlaag die andere werkgevers ertoe kan aanzetten om gelijkaardige aanvallen op lonen, arbeidsvoorwaarden en vakbondsrechten in te zetten. Tenzij de lessen van Grangemouth getrokken worden door de vakbondsmilitanten.

Wat was het alternatief?

Wat was mogelijk om deze nederlaag te vermijden? Ineos en Jim Ratcliffe zijn natuurlijk brutale werkgevers. Nadat Ratcliffe in 2008 een nederlaag leed bij de 48-urenstaking in Grangemouth voor het behoud van het pensioenstelsel in het bedrijf, heeft het management zich voorbereid op een confrontatie met de vakbonden.

Er wordt al maandenlang een campagne gevoerd tegen de vakbond en tegen een centrale delegee, Stevie Deans. Stevie werd in juli geschorst. Die schorsing werd opgeheven na de dreiging van een staking. Ineos huurde dan een privédetective in om de activiteiten van Stevie te onderzoeken.

Dit kwam bovenop de beslissing van Labour om Stevie Deans te schorsen als voorzitter van de lokale afdeling van de Labour Party in Falkirk waarbij een dossier bij de politie werd ingediend met de vraag om een onderzoek naar Unite te voeren. Dit versterkte het patronaal offensief. De vakbond organiseerde een referendum voor een staking rond de vervolging van Stevie door de directie. Maar liefst 81% stemde voor stakingsactie en er werd een 48-urenstaking uitgeroepen voor 20/21 oktober.

Het is duidelijk dat Ineos, wellicht in samenspraak met de Britse regering, een confrontatie met de vakbond had voorbereid. Er was een grote stock en een verhoging van de import van brandstof om de impact van een staking en onvermijdelijke stillegging van de site op te vangen. Dat was nog voor de aankondiging van de staking het geval. Samen met de poging om de vakbondsleiding op het bedrijf te onthoofden, maakt dit duidelijk hoever het bedrijf bereid was om te gaan.

In de aanloop naar de 48-urenstaking kondigde Ineos aan dat het een langere ‘koude stopzetting’ zou doorvoeren in plaats van een korte warme stopzetting. Met andere woorden een signaal dat de site zou sluiten, in werkelijkheid een lockout van het personeel. In de aanloop naar de staking verklaarde Ineos vervolgens dat de site in ‘financiële ademnood’ zat en 10 miljoen pond per maand zou verliezen. Er werd een ‘overlevingsplan’ opgemaakt met harde besparingen.

De reactie van Unite bestond jammer genoeg uit het afgelasten van de staking rond de vervolging van Stevie Deans. Er werd aangekondigd dat er tot eind 2013 geen stakingen zouden zijn en dat er bereidheid was om de veranderde voorwaarden te onderhandelen in plaats van ze te laten opleggen door de directie.

De Schotse leiding van Unite aanvaardde het argument dat er nu eenmaal moet bespaard worden op arbeids- en loonvoorwaarden, maar ze wilde daar liever over onderhandelen dan het eenzijdig laten opleggen. Er werd in het beste geval gehoopt om de scherpste kantjes er af te veilen. Het organiseren van een massacampagne tegen de chantage van Ratcliffe werd niet in overweging genomen.

Toen de onderhandelingen afbraken, verklaarde het bedrijf dat het over “de hoofden van de vakbond heen” naar het personeel zou stappen met de vraag om tegen maandag 21 oktober om 18u de nieuwe contracten te ondertekenen. Unite en de delegees riepen het personeel op om dat niet te doen, meer dan 70% van de vakbondsleden volgde die oproep. Het is een uitdrukking van de druk van onderuit en de delegees pasten de vakbondspositie op dat ogenblik aan.

Op woensdag 23 oktober kondigde het bedrijf ’s ochtends aan dat de petrochemische site zou sluiten met 800 banen die verloren gingen. De olieraffinaderij zou evenmin terug opengaan. Tegen 15u kondigde Unite via de Schotse voorzitter ervan aan dat een nieuw voorstel aan het management werd gedaan, waarbij effectief werd ingestemd met het overlevingsplan van het management en de harde besparingen.

Onderhandelen over toegevingen

Op donderdag kwam de algemeen-secretaris van Unite, Len McCluskey, naar Grangemouth om het akkoord te ondersteunen. Hij stelde dat Unite in een periode van recessie de verantwoordelijkheid heeft om het bedrijf te helpen overleven. “Mijn vakbond gaat dagelijks om met duizenden bedrijven om plannen te onderhandelen om jobs te redden. Er is niets vernederend aan het onderhandelen van plannen die jobs garanderen.”

We zijn het ermee eens dat de vakbonden jobs moeten verdedigen. Maar dat is niet wat de leiding van Unite hier heeft gedaan. Het gaat in feite om niets anders dan de mislukte politiek van onderhandelde afbraak – een beleid waarbij vakbondsleidingen instemmen met besparingen op lonen, pensioenen en zelfs een langdurig akkoord sluiten om geen acties te voeren. Als dit de norm wordt, vormt het een groot gevaar voor alle syndicalisten en zal het niet leiden tot een strijd voor het behoud van jobs en arbeidsvoorwaarden.

We begrijpen de enorme druk op de delegees in deze periode van harde besparingen. Onze leden worden dagelijks met deze druk geconfronteerd in hun functie van delegees, lokale of nationale vakbondsverantwoordelijken. Het was ook niet gegarandeerd dat een meerderheid van de arbeiders van Grangemouth met het geweer tegen het hoofd zou beslist hebben om voor een strijdbare strategie te gaan. De angst voor een sluiting zat er immers diep in. Maar de tragedie bestaat erin dat de leden van Unite geen optie van een strijdbare opstelling kregen, hun vakbondsleiders riepen zelf op om met de eisen van de directie in te stemmen.

In een conflict zoals in Grangemouth, waarbij een bedrijf tot alles bereid is om de vakbond op de knieën te krijgen, kan alleen een algemene strijd op industrieel en politiek vlak een weg vooruit aanbieden. Onder de leiding van Len McCluskey is de situatie bij Unite veranderd. Er waren belangrijke overwinningen, onder meer bij de strijd rond Besna en de vervolging van bouwvakkers. Maar dit was geen ‘normaal’ conflict en het is duidelijk dat de leiding van Unite niet voorbereid was op de algemene strijd die nodig was.

Na de aankondiging van de sluiting, stelden wij direct: “De komende uren en dagen zullen beslissend zijn om een massale campagne op te zetten om de fabriek in Grangemouth en de bijhorende jobs en arbeidsvoorwaarden te redden.

“Er moet meteen een massale personeelsvergadering worden georganiseerd om de leden van de vakbond Unite in Grangemouth bijeen te brengen. De delegees moeten werken aan een actieplan en dit aan het personeel voorleggen om de strijd tegen het vandalisme door de bazen van Ineos aan te gaan. Er is nood aan vastberaden acties, zoals de bezetting van een deel van de site. Dergelijke acties zouden een brede steun genieten en de druk op de Schotse regering opvoeren om over te gaan tot de nationalisatie van de vestiging. De vakbond Unite moet die eis van nationalisatie naar voor schuiven.

“De arbeiders van Grangemouth mogen niet aan hun lot overgelaten worden om de strijd alleen te voeren. Dit is een provocatie voor de volledige vakbeweging in Schotland en daarbuiten. De Schotse vakbondsfederatie STUC moet meteen een ‘oorlogsraad’ van vakbonden en delegees uit de hele vakbeweging organiseren om een grootschalige solidariteitscampagne op te zetten, met in de komende weken een nationale Schotse betoging.”

Een belangrijke eis

De bezetting van een deel van de site en een duidelijke oproep van Unite voor de nationalisatie van de vestiging in Grangemouth zou op brede steun onder de werkende bevolking van Schotland en daarbuiten gerekend hebben. De Schotse regering was achter de schermen aan het discussiëren over de mogelijkheid om Grangemouth in publiek bezit te nemen.

Het potentieel voor een massacampagne, zoals die van de scheepsbouwers van Upper Clyde in de vroege jaren 1970, was ook nu aanwezig naar aanleiding van Grangemouth. Twee weken geleden nog sprak Len McCluskey op de Jimmy Reid Memorial Lecture in Glasgow. Hij verwees naar de rol die Jimmy Reid als vakbondsleider speelde bij de Upper Clyde Shipbuilders en herinnerde hem als volgt: “Als jonge delegee in de dokken van Liverpool, zag ik Jimmy die ons kwam toespreken tijdens de acties van de Upper Clyde Shipbuilders. Hij enthousiasmeerde ons voor onze eigen strijd, hij deed dit door zijn woorden en zijn voorbeeld.”

Een massastrijd rond Grangemouth had evenzeer een bron van inspiratie voor de werkende bevolking van Schotland kunnen vormen en mogelijk zelfs daarbuiten. Er was een reële kans op een overwinning, terwijl nu een harde nederlaag is geleden.

Rol van Labour

De verkeerde opstelling van de leiding van Unite tegenover de mogelijkheid om Labour te heroveren, heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat de vakbondsleiding niet naar buiten kwam voor de nationalisatie van de vestiging. Labour verzet zich tegen een publiek bezit van de vestiging en het prokapitalistische beleid van die partij vormt een rem voor de vakbond.

Partijvoorzitter Milliband was persoonlijk mee verantwoordelijk voor de campagne tegen Stevie Deans door zijn rol bij Labour in Falkirk te betwisten. De enige bijdrage van Milliband tijdens de campagne was de verwelkoming van de toegevingen door de vakbond. Het maakt eens te meer duidelijk dat Labour niet aan de kant van de arbeiders in strijd staat en dat Unite zich moet uitspreken voor een nieuwe arbeiderspartij, publiek bezit en een echt politiek alternatief op de besparingsagende.

Leugens van de grote bedrijven

Tijdens de gebeurtenissen omtrent Grangemouth heeft Socialist Party Scotland systematisch de opening van de boeken van Ineos en bijhorende bedrijven geëist. Dit werd even overgenomen door de Schotse secretaris van Unite in een interview met BBC Radio Scotland waarin hij stelde dat de vakbonden de boekhouding van Ineos moeten kunnen inzien.

De grote bedrijven beschikken over tal van goed betaalde accountants en advocaten om de cijfers wat te ‘masseren’, ofwel om de winsten te onderschatten en de verliezen te overdrijven ofwel om de winsten te overschatten, al naargelang het de aandeelhouders uitkomt. De bewering van Ineos dat Grangemouth 10 miljoen pond verlies per maand draaide, stond centraal in de propaganda van het bedrijf en de eis om op de verworvenheden van het personeel in te binden. Het leidde ook tot nieuw publiek geld van de Schotse en Britse regeringen.

Voor arbeiders is het moeilijk om de volledige waarheid over de winsten te kennen. Dat is des te meer het geval met bedrijven als Ineos die labyrinten opgezet hebben met onderaannemers en het inzetten van bedrijfjes in belastingparadijzen om winsten te verbergen en belastingen te vermijden. In 2010 trok het hoofdkwartier van Ineos weg uit Groot-Brittannië, het werd overgeplaatst naar Zwitserland om minder belastingen te betalen.

Unite vroeg Richard Murphy, een accountant en activist tegen de belastingontduiking door grote bedrijven, om wat van de boekhouding van Ineos bekend is door te nemen. Dat kan nooit een volledig beeld geven. Murphy wees erop dat Ineos Chemicals Grangemouth Ltd tal van eenmalige maatregelen heeft opgenomen om de cijfers slecht voor de dag te laten komen. Zo werd een eenmalige en volledige afschrijving van de site opgenomen, waardoor het dus eigenlijk een waardeloze vestiging zou zijn. Hetzelfde bedrijf beweert nu dat de site gedurende minstens 15 tot 20 jaar een schitterende toekomst tegemoet gaat.

Murphy ontdekte ook dat Ineos ervan uitging dat Grangemouth alleen tegen 2017 500 miljoen pond winst zou draaien en dat de operationele winst vorig jaar met 56% toenam. Volgens Murphy was de volledige petrochemische sector van Grangemouth vorig jaar goed voor 7 miljoen pond winst en het jaar ervoor voor 6 miljoen. “In tegenstelling tot andere bedrijven werd beslist om een investering als een verlies in te schrijven”, stelde Murphy. “Er worden dubieuze boekhoudkundige methoden gebruikt. Er worden cijfers gebruikt die ik niet in de boekhouding terug vind.” Ineos maakte op internationaal vlak 2 miljard pond winst in 2012.

Dit alles maakt duidelijk waarom de vakbonden ervoor moeten opkomen dat de bazen de boeken openen voor inspectie door de vakbonden. Deze eis moet gekoppeld worden aan een campagne voor de nationalisatie van het grote bedrijf, of het verlies maakt of niet, onder democratische arbeiderscontrole en -beheer.

Heropbouw van een syndicale krachtsverhouding

Socialist Party Scotland verwerpt de propaganda van de gevestigde media dat de vakbonden gebroken zijn in Grangemouth. Unite heeft een grote fout gemaakt door een akkoord te tekenen waarin het belooft om drie jaar lang niet te staken en voor het afschaffen van voltijdse vrijstelling van delegees op de site. Dit zal de werkgever op korte termijn een gunstige positie geven. Verdere aanvallen op de vakbond en de delegees, alleszins op de rechten van de arbeiders, zijn mogelijk. Tegen de achtergrond van het akkoord om geen actie te voeren, is het belangrijk dat Unite zich opnieuw opbouwt in Grangemouth en voorbereidingen treft voor verzet tegen nieuwe aanvallen.

Naast de heropbouw van de syndicale krachtsverhouding zal de kwestie van onofficiële acties zich mogelijk snel stellen. Er is een bewuste discussie en planning hieromtrent nodig onder de arbeiders van Grangemouth om zo het obstakel van het akkoord om niet te staken te overkomen.

De gebeurtenissen in Grangemouth zijn een belangrijke nederlaag voor Unite en voor de bredere vakbeweging. Veel actieve leden van Unite zijn geschokt om wat gebeurde. Het komt er nu op aan om lessen te trekken, te discussiëren over een programma waarmee dit soort aanvallen kan afgewend worden en de heropbouw van een syndicale kracht in Grangemouth om op termijn terug te winnen wat nu verloren ging.


Lees ook:

Leave a Reply